Uitspraak
1.De procedure
- de producties B1 tot en met B21 van [naam bedrijf]
Rechtbank Gelderland
De werknemer, werkzaam als magazijnmedewerker bij een autobedrijf, verzoekt op grond van de Wet flexibel werken (Wfw) om aanpassing van zijn werktijden vanwege de zorg voor zijn twee jonge kinderen en de omgangsregeling met de moeder. De werkgever weigert dit verzoek met het argument dat de starttijd van 06:00 uur essentieel is voor de bedrijfsvoering en dat aanpassing leidt tot organisatorische problemen.
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek van de werknemer ontvankelijk is en dat hij niet aan de eis van een termijn van twee maanden voorafgaand aan de gewenste wijziging hoefde te voldoen vanwege de leeftijd van zijn kinderen. De cao en het arbeidsrecht bieden geen grond voor afwijzing van het verzoek op basis van arbeidsduur. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het belang van de werknemer om voor zijn kinderen te zorgen zwaarder weegt dan de door de werkgever aangevoerde zwaarwegende bedrijfsbelangen.
De kantonrechter wijst het verzoek toe en veroordeelt de werkgever om binnen 48 uur mee te werken aan de aanpassing van de werktijden conform het verzoek, met een dwangsom bij niet-naleving. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst het verzoek tot aanpassing van werktijden toe en veroordeelt de werkgever tot medewerking binnen 48 uur.