Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3180

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
21 april 2026
Zaaknummer
12141163 \ VV EXPL 26-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming bedrijfsruimte en betaling achterstallige huur door Jackflex B.V.

In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat Jackflex B.V. wordt veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte aan een adres in een plaats, betaling van achterstallige huur, gebruiksvergoeding, incassokosten en proceskosten. Jackflex is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd op € 25.000,00. De buitengerechtelijke incassokosten worden verlaagd naar € 299,40 conform het toepasselijke besluit.

Jackflex wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur van € 1.996,02 met wettelijke rente vanaf de dagvaarding, tot betaling van de huur tot daadwerkelijke ontruiming, en tot betaling van de incassokosten en proceskosten. Tevens wordt Jackflex voorwaardelijk veroordeeld tot betaling van € 5.808,00 indien niet aan de verrekeningsvoorwaarde wordt voldaan. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Jackflex B.V. wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van achterstallige huur, gebruiksvergoeding, incassokosten, proceskosten en een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 12141163 \ VV EXPL 26-24
Vonnis in kort geding van 8 april 2026
in de zaak van

1.[naam eisende 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2.
[naam eisende 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [de eiser] ,
gemachtigde: mr. A. van Oosten,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
JACKFLEX B.V.,
gevestigd te Elst,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Jackflex,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 20 maart 2026 met producties,
  • het tijdens de mondelinge behandeling van 1 april 2026 verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.

2.De vordering

2.1.
[de eiser] vordert, samengevat, dat de kantonrechter bij uitvoerbaarheid bij voorraad te verklaren vonnis:
Jackflex veroordeelt om de bedrijfsruimte aan de [adres] in [plaatsnaam] (hierna: het gehuurde) op 31 maart 2026 te ontruimen en ontruimd te houden, onder afgifte van eigendommen van eisers aan hen, op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 2.500,00 per dag of dagdeel dat Jackflex het gehuurde niet verlaat,
Jackflex veroordeelt tot betaling van € 1.996,02, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 20 maart 2026 (datum dagvaarding),
Jackflex veroordeelt tot betaling van een gebruiksvergoeding gelijk aan de hoogte van de huur, vanaf 31 maart 2026 tot de dag dat Jackflex het gehuurde heeft ontruimd,
Jackflex veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 677,40,
Jackflex voorwaardelijk veroordeelt tot betaling van € 5.808,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 20 maart 2026 (datum dagvaarding), indien Jackflex niet aan de overeengekomen verrekeningsvoorwaarde voldoet,
Jackflex veroordeelt in de proceskosten.
2.2.
[de eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij afspraken heeft gemaakt met Jackflex omtrent het verlaten van het gehuurde maar dat Jackflex zich hier niet aan houdt.

3.De beoordeling

3.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. Jackflex is niet ter zitting verschenen. Tegen Jackflex is daarom verstek verleend.
3.2.
Het spoedeisend belang van de vorderingen vloeit voort uit de stellingen van [de eiser]
3.3.
De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
3.4.
[de eiser] vordert ontruiming van het gehuurde per 31 maart 2026. De voorzieningenrechter zal de ontruiming toewijzen met de gebruikelijke termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis.
3.5.
[de eiser] vordert een dwangsom van € 2.500,00 per dag of gedeelte daarvan maar maximeert dit vervolgens niet. De voorzieningenrechter zal de gevorderde dwangsom maximeren op een bedrag van € 25.000,00.
3.6.
[de eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is echter niet in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De voorzieningenrechter zal daarom € 299,40 toewijzen.
3.7.
Jackflex wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,67
- griffierecht
265,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.141,67
3.8.
De veroordeling in dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

4.De beslissing

De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt Jackflex om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [de eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [de eiser] , op straffe van het verbeuren van een dwangsom van € 2.500,00 per dag of gedeelte daarvan dat Jackflex daarmee in gebreke blijft, zulks tot aan een maximum van € 25.000,00,
4.2.
veroordeelt Jackflex om aan [de eiser] de achterstallige huur te betalen van € 1.996,02, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 20 maart 2026 (datum dagvaarding) tot de dag van volledige betaling,
4.3.
veroordeelt Jackflex om aan [de eiser] de huur te betalen tot en met de datum van de daadwerkelijke ontruiming van het gehuurde,
4.4.
veroordeelt Jackflex om aan [de eiser] de buitengerechtelijke incassokosten van € 299,40 te betalen,
4.5.
veroordeelt Jackflex in de proceskosten van € 1.141,67, te vermeerderen met de kosten van betekening als Jackflex niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
voorwaardelijk indien Jackflex het gehuurde niet zonder schade en/of beschadigingen en bezemschoon oplevert aan [de eiser]
4.6.
veroordeelt Jackflex om aan [de eiser] een bedrag van € 5.808,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 20 maart 2026 (datum dagvaarding) tot de dag van volledige betaling,
4.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Steverink en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
68348