ECLI:NL:RBGEL:2026:3192

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
05/082828-25 en 09/350375-24 (gev. ttz)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • S. Jansen
  • P.J. Verbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36f SrArt. 37a SrArt. 38 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging tot doodslag, veroordeeld voor medeplegen poging zware mishandeling en vrijheidsberoving met TBS

Op 17 maart 2025 mishandelden verdachte en een medeverdachte het slachtoffer [aangever 1] langdurig en ernstig op een voetbalveld in Groesbeek. Het slachtoffer werd geslagen, geschopt, in een wurggreep gehouden, gedwongen zich te ontkleden en vernederd terwijl het geweld werd gefilmd. Verdachte bekende enkele handelingen, maar ontkende het drukken van een brandende sigarettenpeuk, wat door het slachtoffer en medeverdachte werd bevestigd.

De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag omdat niet kon worden vastgesteld dat er een aanmerkelijke kans op overlijden bestond. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte medepleegde in poging tot zware mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor vernieling van eigendommen en bedreiging van een medewerker van een jeugdinstelling.

Psychiatrische rapporten stelden dat verdachte leed aan complexe PTSS, een persoonlijkheidsstoornis, alcoholstoornis en een lichte verstandelijke beperking, wat zijn toerekeningsvatbaarheid verminderde. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 402 dagen op, met aftrek van voorarrest, en TBS met voorwaarden, inclusief opname in een gespecialiseerde kliniek. De voorlopige hechtenis werd geschorst onder dezelfde voorwaarden als de TBS. Tevens werd een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.

De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding van €2.750,- aan smartengeld toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente, en de mobiele telefoon van verdachte werd verbeurd verklaard. De rechtbank achtte de bewezenverklaarde feiten ernstig en benadrukte het recidivegevaar en de noodzaak van behandeling en toezicht.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging tot doodslag, veroordeeld tot 402 dagen gevangenisstraf met aftrek voorarrest, TBS met voorwaarden en schadevergoeding van €2.750,-.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/082828-25 en 09/350375-24 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 22 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] (Liberia),
op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .
Raadsvrouw: mr. K. Taha, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging en een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
parketnummer 05/082828-25
1.
hij op of omstreeks 17 maart 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [aangever 1] (medebewoner van de instelling [instelling 1] ) opzettelijk van het leven te beroven,
- die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft/hebben geschopt en/of getrapt (terwijl die [aangever 1] op de rug op de grond lag) en/of
- meermalen, althans eenmaal, op de rug van die [aangever 1] is/zijn gaan staan en/of op/tegen de rug van die [aangever 1] heeft/hebben getrapt en/of
- die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, op/tegen de nek en/of de rug en/of de borst en/of in de zij, althans tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of
- bij die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, een nekklem en/of wurggreep om de nek en/of de hals heeft/hebben aangelegd en/of met de hand de keel en/of hals dicht heeft/hebben geknepen en/of daarbij druk uitgeoefend en/of
- die [aangever 1] gedwongen zich geheel te ontkleden bij een lage buitentemperatuur (van rond het vriespunt) en/of gedurende een langere periode hem ontkleed te laten en/of (vervolgens) hem heeft/hebben overgoten met een vloeistof (bier en/of urine) en/of
- meermalen, althans eenmaal, met een kapot geslagen bierfles in/op het lichaam van die [aangever 1] heeft hebben gesneden en/of gestoken en/of
- meermalen, althans eenmaal die [aangever 1] de bedreigende woorden heeft/hebben toegevoegd: “Ik ga jou doodmaken, hoor jij mij?” en/of “nog een keer en ik maak je fucking dood.”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 17 maart 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [aangever 1] (medebewoner van de instelling [instelling 1] ) opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [aangever 1]
- meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft/hebben getrapt en/of geschopt (terwijl die [aangever 1] op de rug op de grond lag) en/of
- meermalen, althans eenmaal, op de rug van die [aangever 1] is/zijn gaan staan en/of op/tegen de rug van die [aangever 1] heeft/hebben getrapt en/of
- meermalen, althans eenmaal, op/tegen de nek en/of de rug en/of de borst en/of in de zij, althans tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt (terwijl die [aangever 1] op de rug op de grond lag) en/of
- meermalen, althans eenmaal, een nekklem en/of wurggreep om de nek en/of de hals heeft/hebben aangelegd en/of met de hand de keel en/of hals heeft/hebben dichtgeknepen en/of daarbij druk heeft/hebben uitgeoefend en/of bij/aan de haren heeft/hebben vastgepakt en/of vastgegrepen en/of getrokken en/of die [aangever 1] aan de haren omhoog heeft/hebben getrokken en/of
- meermalen, althans eenmaal, op/tegen het gezicht en/of het oor, althans het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of
- meermalen, althans eenmaal, brandende sigarettenpeuken op het lichaam van die [aangever 1] heeft/hebben (uit) gedrukt en/of
- meermalen, althans eenmaal, met een kapot geslagen bierfles in/op het lichaam van die [aangever 1] heeft/hebben gesneden en/of gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 17 maart 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk
[aangever 1] (medebewoner van instelling [instelling 1] ) wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door gedurende een lange periode (ongeveer twee uur)
- die [aangever 1] vast te pakken en/of vast te houden en/of
- op die [aangever 1] te gaan zitten en/of
- die [aangever 1] te dwingen op zijn knieën te gaan zitten met zijn handen op de rug en/of
- die [aangever 1] te dwingen op zijn rug te gaan liggen en/of
- die [aangever 1] in een nekklem en/of wurggreep te houden en/of
- die [aangever 1] te schoppen en/of te trappen tegen het hoofd en/of het lichaam en/of
- die [aangever 1] , terwijl hij wegvluchtte en/of wegrende, onderuit te schoppen en/of te trappen en/of
- door voorbij te gaan aan de verzoeken van die [aangever 1] , waarin die [aangever 1] vraagt of hij weg mag en/of
- die [aangever 1] te zeggen niet weg te mogen en/of niet weg te mogen rennen en/of dat die [aangever 1] moet blijven liggen;
parketnummer 09/350375-24
1.
hij op of omstreeks 15 oktober 2024 te Noordwijk opzettelijk en wederrechtelijk één of meerdere glazen ruiten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [instelling 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2.
hij op of omstreeks 16 oktober 2024 te Noordwijk [aangever 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [aangever 3] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je dood maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij op of omstreeks 16 oktober 2024 te Noordwijk opzettelijk en wederrechtelijk een stoel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [instelling 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1, primair, en feit 2 tenlastegelegde van parketnummer 05/082828-25 en de feiten onder parketnummer 09/350375-24.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft integraal vrijspraak bepleit met betrekking tot parketnummer 05/082828-25. Ten aanzien van feit 1 primair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het voorwaardelijk opzet op de dood niet kan worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 subsidiair heeft zij aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat het handelen van verdachte – los van het handelen van de medeverdachte – zodanig van aard was dat daarmee een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel is ontstaan, noch dat verdachte zich van een dergelijke kans bewust is geweest. Ten aanzien van feit 2 heeft zij aangevoerd dat geen sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking met een bijdrage van voldoende gewicht. Zij heeft daarnaast aangevoerd dat, gelet op de beperkte vermogens en beïnvloedbaarheid van verdachte, niet kan worden vastgesteld dat hij heeft gehandeld met het vereiste opzet.
De raadsvrouw heeft verder vrijspraak bepleit met betrekking tot feit 2 onder parketnummer 09/350375-24, omdat de uitlatingen van verdachte niet geconcretiseerd zijn tegen een specifiek persoon. Ten aanzien van de feiten 1 en 3 onder parketnummer 09/350375-24 heeft de raadsvrouw geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05/082828-25 [1]
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende ten aanzien van feit 1 en feit 2 vastgesteld.
Op 17 maart 2025 waren aangever [aangever 1] (verder: [aangever 1] ), verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2] ) in de avond samen in de dug-out op het voetbalveld van [instelling 1] in Groesbeek. De sfeer was in het begin prima, maar op enig moment hoorde [aangever 1] dat [medeverdachte 2] en verdachte met elkaar begonnen te fluisteren. Aangever heeft verklaard dat toen hij weg wilde lopen, hij hoorde en zag dat [medeverdachte 2] en verdachte achter hem aanrenden. Hij voelde toen dat hij door verdachte op de grond werd gegooid. [aangever 1] voelde dat verdachte dit deed door hem met zijn arm van achteren om zijn nek naar de grond te trekken. Daarna werd [aangever 1] zowel door verdachte als door [medeverdachte 2] het voetbalveld op getrokken aan zijn armen. Verdachte probeerde [aangever 1] meerdere malen op de grond te houden en hij duwde [aangever 1] meerdere keren omver. [medeverdachte 2] heeft [aangever 1] hierna meerdere keren met gebalde vuist op zijn hoofd geslagen, waarbij hij vijf à zes keer op het linkeroog en het jukbeen van [aangever 1] sloeg. Op het moment dat dit gebeurde, werd [aangever 1] de gehele tijd door verdachte vastgehouden. Hierna werd [aangever 1] in zijn rechterzij geschopt door [medeverdachte 2] . Hij voelde dat hij hierbij ongeveer tien keer werd geraakt. [aangever 1] moest vervolgens op zijn knieën gaan zitten. Hij hoorde [medeverdachte 2] zeggen dat hij zijn kleding uit moest doen. Hij heeft toen zijn kleding en ook zijn ondergoed uitgetrokken en was vervolgens dus helemaal naakt. Verdachte begon met filmen op het moment dat [aangever 1] de kleding moest uittrekken. Toen hij naakt op zijn knieën zat, hebben verdachte en [medeverdachte 2] allebei een sigaret op zijn huid uitgedrukt. [medeverdachte 2] drukte de sigaret uit op zijn sleutelbeen en verdachte drukte de sigaret uit in zijn hals. [aangever 1] voelde dat dit pijn deed. Verder zag [aangever 1] dat [medeverdachte 2] op het bankje van de dug-out een bierflesje kapot maakte. Hij zag dat [medeverdachte 2] met het kapotte bierflesje over zijn huid op zijn linker bovenarm kraste, wat pijn deed. Zowel verdachte als [medeverdachte 2] zeiden dat als [aangever 1] aangifte zou doen, ze hem en zijn moeder zouden neersteken. [medeverdachte 2] greep [aangever 1] vervolgens met één hand bij zijn keel vast, waardoor [aangever 1] bijna geen lucht meer kreeg. [2]
[aangever 1] wilde tijdens de mishandelingen weg, maar dit kon niet, omdat hij werd vastgehouden. [3] [medeverdachte 2] heeft [aangever 1] verder aan zijn haren overeind getrokken en heeft hem geslagen, met de platte hand in zijn gezicht. Op de videobeelden wordt door de verbalisant gezien en gehoord dat [aangever 1] daarop ineen duikt, en ‘wacht ff, mijn oor, mijn oor’ zegt. [aangever 1] grijpt daarbij naar zijn oor. [4]
Ook hebben verdachte en [medeverdachte 2] [aangever 1] meerdere keren geschopt. Dit was tegen zijn been, zijn buik, zijn rug en in zijn zij. Hierbij is ook het hoofd van [aangever 1] geraakt. [5] Er is daarbij een voet op de rug van [aangever 1] gezet waarna er een afdruk op zijn rug te zien was. Het trappen gebeurde ook toen [aangever 1] op de grond lag. [medeverdachte 2] heeft [aangever 1] met zijn handen bij zijn keel vastgepakt en vastgehouden en hij heeft zijn armen om de keel van [aangever 1] gedaan. [6] Zowel verdachte als [medeverdachte 2] heeft tegen [aangever 1] gezegd dat hij dood gaat of dood gemaakt gaat worden. [7]
Toen [aangever 1] verdachte en [medeverdachte 2] van zich af had weten te duwen, lukte het hem om weg te rennen. [aangever 1] was ongeveer om 02:30 uur weer terug op de groep. [8] Uit de video’s die de betreffende nacht zijn gemaakt kan worden afgeleid dat de mishandelingen in ieder geval één uur en veertig minuten geduurd. [9]
Verdachte heeft bekend dat hij tegen het hoofd van [aangever 1] en in zijn zij heeft geschopt, dat hij [aangever 1] met vlakke hand heeft geslagen, dat hij heeft gezegd tegen [aangever 1] “Ik maak je dood” en dat hij heeft gefilmd. Ook heeft hij verklaard dat hij er de hele tijd bij is geweest, dat hij heeft gezien dat [medeverdachte 2] [aangever 1] heeft geslagen en dat [medeverdachte 2] tegen [aangever 1] heeft gezegd dat hij zijn kleding moest uittrekken. [10]
Letsel
[aangever 1] heeft een gebroken neusbeen en een bloeding in beide oorschelpen (othematoom) opgelopen. Ter behandeling is er bij het linkeroor tweemaal met een naald in de oorschelp geprikt, waarbij er bloed ontlast werd uit de oorschelp. Daarnaast bevonden zich over het gehele lichaam van [aangever 1] meerdere bloeduitstortingen, krasverwondingen en schaafverwondingen. [11]
Nadere vaststellingen
Verdachte heeft, anders dan [aangever 1] heeft verklaard, betwist dat hij een brandende sigarettenpeuk op het lichaam van [aangever 1] zou hebben gedrukt. De rechtbank vindt de verklaring van [aangever 1] betrouwbaar en gaat dan ook van deze verklaring uit. Het betreft een gedetailleerde verklaring, die grotendeels wordt bevestigd door hetgeen de verbalisanten hebben opgeschreven naar aanleiding van de door hen uitgekeken beelden. Bovendien heeft ook medeverdachte [medeverdachte 2] verklaard dat verdachte een peuk op [aangever 1] heeft uitgedrukt. De rechtbank acht dan ook bewezen dat zowel verdachte als [medeverdachte 2] een brandende sigarettenpeuk heeft gedrukt op het lichaam van [aangever 1] .
Tussenconclusie (feit 1)
Uit bovengenoemde feiten en omstandigheden volgt dat verdachte en [medeverdachte 2] gedurende een lange tijd van in iedere geval, zo blijkt uit de video’s van de betreffende nacht, een uur en veertig minuten, meerdere geweldshandelingen hebben verricht. Zij hebben [aangever 1] meerdere malen geslagen, gestompt, geschopt en getrapt, waarbij [aangever 1] is geraakt op zijn hoofd, gezicht, oren, hals, rug, buik en zij. Verder heeft verdachte [aangever 1] met zijn arm om zijn nek op de grond getrokken, is [aangever 1] door [medeverdachte 2] in een wurggreep gehouden en hebben verdachte en [medeverdachte 2] aangever met de hand bij zijn keel gepakt. Tot slot is aangever door hen bij zijn haren omhoog getrokken, is er door zowel verdachte als [medeverdachte 2] een brandende sigarettenpeuk op [aangever 1] gedrukt en is hij bekrast met scherven van een bierfles. Ondanks dat [aangever 1] meerdere keren vroeg of zij wilden stoppen, ging zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte 2] door.
Vrijspraak van poging doodslag (primair)
Vol opzet op de dood kan niet worden bewezen, omdat noch uit het dossier, noch uit de verklaring van verdachte ter zitting volgt dat hij als doel had [aangever 1] te doden. De vraag is vervolgens of er sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood. Daarvoor moet ten eerste de vraag beantwoord worden of er sprake was van een aanmerkelijke kans op de dood.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de stukken in het dossier niet kan worden vastgesteld dat door het handelen van verdachte en zijn medeverdachte een aanmerkelijk kans bestond dat [aangever 1] zou overlijden.
Weliswaar is door verdachte en [medeverdachte 2] fors geweld toegepast op [aangever 1] , door op zijn hoofd en lichaam te slaan, te stompen, te schoppen en door [aangever 1] bij zijn hals/keel te pakken, maar het dossier bevat onvoldoende informatie om te kunnen vaststellen dat door één van die handelingen (of de handelingen gezamenlijk) in de gegeven concrete omstandigheden een aanmerkelijke kans bestond op zijn dood. In de forensisch medische letselrapportage van het Landelijk Onderzoeks- en Expertisebureau FMO is onder meer beschreven wat in zijn algemeenheid de gevaarzetting kan zijn van de toegepaste geweldshandelingen en het opgetreden letsel. Hieruit valt echter niet concreet af te leiden dat de kans op het intreden van de dood als gevolg van het handelen van verdachten, aanmerkelijk was. De kracht en intensiteit van het schoppen en slaan (met de vuist) tegen het hoofd en het lichaam kan op basis van het dossier onvoldoende worden vastgesteld, zodat op grond hiervan evenmin kan worden geconcludeerd dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op overlijden. Ten aanzien van het dichtknijpen van de keel/hals kan evenmin voldoende worden vastgesteld dat de intensiteit en kracht dusdanig was dat daardoor een aanmerkelijke kans op overlijden ontstond. Nu niet kan worden vastgesteld dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op overlijden, acht de rechtbank, anders dan door de officier van justitie is betoogd, voorwaardelijk opzet op de dood niet bewezen.
De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van de onder feit 1, primair, ten laste gelegde poging tot doodslag.
Poging tot zware mishandeling (subsidiair)
Verdachte heeftsamen met [medeverdachte 2] [aangever 1] meermaals tegen zijn hoofd, een kwetsbaar deel van het lichaam, en zijn lichaam geslagen en geschopt. Daar komt bij dat [aangever 1] door verdachte en [medeverdachte 2] in een nekklem en wurggreep is gehouden. [aangever 1] kon zich hierbij op meerdere momenten niet verweren, omdat hij werd vastgehouden. Gelet op de hoeveelheid geweldshandelingen en de lange duur waarin de handelingen hebben plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat de aanmerkelijke kans bestond dat [aangever 1] daardoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Verdachte heeft deze kans – naar de uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen – bewust aanvaard. Daarbij is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] , zodat medeplegen ook kan worden bewezen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde, te weten: het medeplegen van een poging tot zware mishandeling, wettig en overtuigend bewezen.
Vrijspraak voorbedachte raad:
De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende volgt dat de verdachte een vooropgezet plan had om [aangever 1] zwaar te mishandelen. Communicatie tussen verdachte en [medeverdachte 2] , voorafgaand aan het delict, bevat weliswaar aanwijzingen die zien op een intentie om [aangever 1] te mishandelen, maar niet dat dit erop gericht was om zwaar letsel toe te brengen. Dit betekent dat verdachte voor dit deel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.
Wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit 2)
[aangever 1] heeft verklaard dat zowel verdachte als [medeverdachte 2] achter hem aan zijn gerend toen hij, voordat de mishandeling begon, weg wilde lopen en dat ze hem beiden aan een arm terug het veld in trokken. [12] Tijdens de mishandeling was hij bang en wilde hij weg maar dat kon niet want ‘ze’ hielden hem vast. [13]
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat verdachte [aangever 1] tegenhield om weg te gaan en dat verdachte [aangever 1] achterna rende toen hij wegrende. [14]
Op de telefoon van verdachte zijn elf filmpjes gevonden waarop de mishandeling en overige gedragingen richting [aangever 1] te zien zijn. Verdachte heeft bevestigd dat hij op die beelden te zien is. [15] Ook [medeverdachte 2] heeft bevestigd dat hij op die beelden te zien is. [16] Verbalisanten hebben van hun waarnemingen van de beelden onder meer het volgende beschreven waarbij zij [aangever 1] , [medeverdachte 2] en verdachte respectievelijk aanduiden als het slachtoffer, VE1 en VE2:
“Ik hoorde [aangever 1] zeggen 'Wollah, ik wil niet meer'. [17]
(…)
Ik zie dat het slachtoffer wegloopt;Ik zie VE1 achter het slachtoffer aanlopen en hoor hem zeggen 'Niks sorry, niks sorry';Ik zie dat VE1 een harde schop aan het slachtoffer geeft. Ik hoor dat de trap het lichaam raakt door een harde tik;
(…)
Ik zie dat het slachtoffer wegrent;Ik hoor VE1 roepen 'Rennen [verdachte], rennen';Ik zie dat het slachtoffer een stuk wegrend.;Ik zie dat VE1 en VE2 achter het slachtoffer aanrennen;Ik zie het slachtoffer door een poortje rennen en hierna op de grond vallen;Ik zie VE1 bovenop het slachtoffer springen;Ik hoor het slachtoffer gillen. [18]
(…)
Ik zie dat VE1 van het slachtoffer af gaat;Ik zie het slachtoffer op de grond zitten;Ik zie dat het slachtoffer in elkaar gedoken zit met zijn handen in elkaar;Ik hoor het slachtoffer 'ik blijf zitten' zeggen;Ik hoor het slachtoffer 'Sorry [medeverdachte 1] maar ik durf echt niet meer' zeggen;Ik hoor VE1 'je gaat niet rennen' zeggen. [19]
(…)
Ik zie dat VEI zijn vinger voor het gezicht van het slachtoffer houdt;
Ik hoor VEI 'ik ga jou doodmaken, hoor jij mij, hoor jij mij' zeggen;
(…)
Ik zie dat VE2 met zijn hand het slachtoffer bij zijn keel pakt';
Ik hoor VE2 'nog een keer en ik maak je fucking dood' zeggen' terwijl hij het
slachtoffer bij zijn keel vastheeft; [20]
(…)
Ik hoor VE2 'nog een keer, als je nog een keer gaat doen, ik maak jou fucking dood'
zeggen;
Ik hoor VE2 op zeer agressieve wijze 'begrijp jij nu' schreeuwen.” [21]
Verdachte heeft betwist dat hij [aangever 1] naar de grond heeft getrokken, aan de armen het veld op heeft getrokken, hem heeft vastgehouden en hem heeft belet om weg te gaan. De rechtbank acht de verklaring van [aangever 1] zoals gezegd betrouwbaar om eerder genoemde redenen én ziet ook geen aanleiding om aan te nemen dat de verklaring van [aangever 1] op deze punten onjuist zou zijn. De verklaring van [aangever 1] wordt bovendien ondersteund door de beschreven beelden.
Conclusie
De rechtbank acht op basis van de redengevende feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat [aangever 1] van zijn vrijheid is beroofd en ook enige tijd beroofd is gehouden. Hij werd namelijk e ruim een uur en veertig minuten vastgehouden op het voetbalveld en daarbij werd geweld gebruikt en werd hij bedreigd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte daar net zozeer aan heeft bijgedragen als [medeverdachte 2] . Verdachte en zijn medeverdachte hebben [aangever 1] aan zijn armen het voetbalveld opgetrokken om vervolgens fors geweld op hem toe te passen. [aangever 1] is daarbij vastgehouden zodat hij niet weg kon lopen. Als [aangever 1] poogde weg te lopen, rende verdachte dan wel [medeverdachte 2] achter hem aan. Daarbij hebben verdachte en [medeverdachte 2] ook bovenop [aangever 1] gezeten. Daarnaast werd door verdachte en [medeverdachte 2] een dreigende sfeer gecreëerd door bedreigingen te uiten richting [aangever 1] , die onder meer inhielden dat ze [aangever 1] ‘fucking dood’ zouden maken. Naast het feit dat [aangever 1] zich fysiek niet aan de situatie kon onttrekken, doordat hij werd vastgehouden, acht de rechtbank bewezen dat hij zich ook niet durfde te onttrekken aan de situatie door de dreigende sfeer die door bedreigingen als voorgaande door verdachte en [medeverdachte 2] was gecreëerd. Ook bij dit feit is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] , zodat medeplegen ook bewezen kan worden.
De rechtbank acht hiermee bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven van Melie.
Parketnummer 09/350375-24 [22]
Feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
  • het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens [instelling 2] , p. 9-10;
  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2026.
Feit 2
Aangever [aangever 3] heeft verklaard dat hij op 16 oktober 2024 als begeleider bij 's-Heeren Loo aan het werk was op de groep aan [adres] . Op enig moment zag hij buiten [verdachte] (verdachte) op de grond liggen met meerdere begeleiders bovenop hem. Eenmaal buiten bij zijn collega’s, zag hij dat [verdachte] opstond. Hij hoorde [verdachte] meerdere bedreigingen uiten, zoals:
“Ik ga jullie dood maken, ik kom terug vanavond, ik ga jullie pakken vanavond”. [23]
Getuige [getuige] , ook werkzaam bij [instelling 2] , heeft verklaard dat nadat hij en zijn collega’s [verdachte] hadden losgelaten, [verdachte] naar de schutting liep en daar een plank met daarin één of meerdere spijkers uit trok. Hij zag dat [verdachte] met de plank naar meerdere collega's sloeg. Hij zag dat de collega's die hij probeerde te slaan met de plank, [naam 2] , [naam 1] en [aangever 3] waren. Hij hoorde [verdachte] ondertussen ook uitingen doen zoals:
"Ik ga jullie allemaal doodmaken, ik ga jullie moeders ook doodmaken en dat hij vanavond terug zou komen om de woning te slopen en auto's te beschadigen". [24]
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte
“Ik ga jullie dood maken”heeft geroepen. Deze woorden heeft hij geuit nadat hem de toegang tot zijn woonverblijf was ontzegd. Na het uiten van deze woorden heeft verdachte een plank (met daarin één of meerdere spijkers) uit een schutting getrokken en probeerde hij daarmee meerdere malen in de richting van aangever en zijn collega’s te slaan.
Gelet op de omstandigheden waaronder de uitingen hebben plaatsgevonden en bezien de context waarin deze zijn gedaan, is de rechtbank van oordeel dat daardoor bij aangever de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou verliezen. De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte [aangever 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven door die [aangever 3] dreigend de woorden toe te voegen “Ik ga je dood maken”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
  • het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] namens [instelling 2] , p. 37-38;
  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2026.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, subsidiair, en feit 2 van parketnummer 05/082828-25 en het onder feit 1, 2 en 3 van parketnummer 09/350375-24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
parketnummer 05/082828-25
1.
subsidiair:
hij op
of omstreeks17 maart 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen,aan [aangever 1] (medebewoner van de instelling [instelling 1] )
opzettelijk en met voorbedachten rade, althansopzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
doordie [aangever 1]
- meermalen,
althans eenmaal,in het gezicht en
/oftegen het hoofd
heeft/hebben getrapt en
/ofgeschopt (terwijl die [aangever 1] op de rug op de grond lag) en
/of- meermalen,
althans eenmaal,op de rug van die [aangever 1] is/zijn gaan staan en
/ofop/tegen de rug van die [aangever 1] heeft/hebben getrapt en
/of- meermalen,
althans eenmaal,op/tegen de nek en/of de rug en/of de borst en/of in de zij,
althans tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt (terwijl die [aangever 1] op de rug op de grond lag) en
/of- meermalen,
althans eenmaal,een nekklem en
/ofwurggreep om de nek en/of de hals
heeft/hebben aangelegd en
/ofmet de hand de keel
en/of hals heeft/hebben dichtgeknepen en
/ofdaarbij druk
heeft/hebben uitgeoefend en
/of bij/aan de haren
heeft/hebben vastgepakt en
/ofvastgegrepen en
/ofgetrokken en
/ofdie [aangever 1] aan de haren omhoog
heeft/hebben getrokken en
/of- meermalen,
althans eenmaal,op/tegen het gezicht en
/ofhet oor
, althans het hoofd heeft/hebben geslagen en
/ofgestompt en
/of- meermalen,
althans eenmaal,brandende sigarettenpeuken op het lichaam van die [aangever 1]
heeft/hebben (uit) gedrukt en
/of- meermalen,
althans eenmaal,met een kapot geslagen bierfles in/op het lichaam van die [aangever 1]
heeft/hebben gesneden
en/of gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op
of omstreeks17 maart 2025 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,opzettelijk
[aangever 1] (medebewoner van instelling [instelling 1] ) wederrechtelijk van de vrijheid
heeft/hebben beroofd en
/ofberoofd gehouden, door gedurende een lange periode (ongeveer twee uur)
- die [aangever 1] vast te pakken en
/ofvast te houden en
/of- op die [aangever 1] te gaan zitten en
/of- die [aangever 1] te dwingen op zijn knieën te gaan zitten met zijn handen op de rug en
/of- die [aangever 1] te dwingen op zijn rug te gaan liggen en
/of- die [aangever 1] in een nekklem en/of wurggreep te houden en
/of- die [aangever 1] te schoppen en/of te trappen tegen het hoofd en/of het lichaam en
/of- die [aangever 1] , terwijl hij wegvluchtte
en/of wegrende, onderuit te schoppen
en/of te trappenen
/of- door voorbij te gaan aan de verzoeken van die [aangever 1] , waarin die [aangever 1] vraagt of hij weg mag en
/of- die [aangever 1] te zeggen niet weg te mogen en/of niet weg te mogen rennen en
/ofdat die [aangever 1] moet blijven liggen.
parketnummer 09/350375-24
1.
hij op
of omstreeks15 oktober 2024 te Noordwijk opzettelijk en wederrechtelijk
één ofmeerdere glazen ruiten,
in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan [instelling 2] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft vernield
en/ofbeschadigd
, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2.
hij op
of omstreeks16 oktober 2024 te Noordwijk [aangever 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht
en/of met zware mishandeling, door die [aangever 3] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je dood maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij op
of omstreeks16 oktober 2024 te Noordwijk opzettelijk en wederrechtelijk een stoel,
in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan [instelling 2] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft vernield
, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
parketnummer 05/082828-25, feit 1, subsidiair:
medeplegen van poging tot zware mishandeling;
parketnummer 05/082828-25, feit 2:
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;
parketnummer 09/350375-24, feit 1:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen, meermalen gepleegd;
parketnummer 09/350375-24, feit 2:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
parketnummer 09/350375-24, feit 3:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden en oplegging van de maatregel tbs met voorwaarden. Aan deze voorwaardelijk op te leggen maatregel dienen de voorwaarden te worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering waarbij verdachte dient te worden opgenomen in de instelling [kliniek] of een soortgelijke SGLVG-kliniek.
Op grond van artikel 38 lid 6 Wetboek Pro van strafrecht vordert de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaardelijk op te leggen maatregel.
Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024, ECLI:NL:2024:1729, rechtsoverweging 6.5, verzoekt de officier van justitie te bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de gevorderde gevangenisstraf onder dezelfde voorwaarden als de tbs-maatregel.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring, aan verdachte een straf wordt opgelegd waarbij aansluiting dient te worden gezocht bij zowel de LOVS-oriëntatiepunten als het profiel van verdachte, waaronder zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid en de noodzaak van behandeling. Verzocht wordt om de aan verdachte op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de reeds ondergane detentie, in combinatie met een behandelgericht kader, conform het advies van het NIFP
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van de feitenVerdachte heeft zich ten eerste schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling en een wederrechtelijke vrijheidsberoving. . Samen met de medeverdachte heeft verdachte het slachtoffer ernstig mishandeld gedurende langere tijd. Verdachten hebben het slachtoffer pijn gedaan en hem welbewust angst aangejaagd. Daarbij werd hij gedwongen zich te ontkleden. Het geweld werd gefilmd en ging gepaard met lachen, wat naar het oordeel van de rechtbank buitengewoon vernederend is geweest voor het slachtoffer. Het geheel van de gedragingen kreeg het karakter van een marteling, kennelijk bedoeld om het slachtoffer te straffen, waarbij verdachten bijzonder weinig medeleven hadden met hun slachtoffer. Verdachte heeft met zijn handelen een forse inbreuk gemaakt op zijn lichamelijke en geestelijke integriteit. Dat het slachtoffer nog dagelijks wordt geconfronteerd met de gevolgen daarvan is (onder andere) duidelijk verwoord door zijn raadsvrouw ter terechtzitting.
Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan twee vernielingen en een bedreiging van een medewerker van een jeugdinstelling. Het vernielen van goederen van anderen levert schade en overlast op. De bedreiging van de medewerker is een ernstig feit. Dit heeft voor angst bij deze medewerker gezorgd. Bovendien moeten medewerkers van een jeugdinstelling hun werk kunnen doen, zonder daarbij op deze nare manier te worden bedreigd.
Justitiële documentatie
Blijkens het verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie van 4 maart 2026 is op 9 juli 2024 een strafzaak tegen hem voorwaardelijk geseponeerd waarbij de proeftijd van één jaar is aangevangen op 19 juli 2024. Sprake was van geweld tegen beroepsbeoefenaars. Nu alle bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd gedurende die proeftijd, is sprake van recidive.
Rapportages
Op 15 december 2025 heeft drs. M. Nederveen, psychiater in opleiding en supervisant, onder supervisie van dr. H.A. de Haan, psychiater, een pro justitia rapport betreffende verdachte opgesteld. De psychiater komt tot de conclusie dat verdachte lijdt aan een complexe PTSS, een persoonlijkheidsstoornis, een stoornis in het gebruik van alcohol en een licht verstandelijke beperking. Deze gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens beïnvloedden de gedragskeuze c.q. de gedragingen van verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde zodanig, dat het tenlastegelegde daaruit verklaard kan worden. De rechtbank wordt geadviseerd om verdachte het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen. Het recidiverisico op gewelddadige delicten wordt als hoog ingeschat.
Vanwege de ernst van het tenlastegelegde en het recidivegevaar geeft de psychiater de rechtbank in overweging om verdachte tbs met voorwaarden op te leggen met als voorwaarde een voldoende lange klinische behandeling, die waarschijnlijk meerdere jaren in beslag zal nemen, gevolgd door een langdurig resocialisatietraject. Gezien het feit dat verdachte in het PPC in staat is om redelijk adequaat aan een behandeling en begeleiding mee te werken en ook gemotiveerd is voor behandeling, acht de psychiater hem in staat om zich in een goed gestructureerde en op LVB ingerichte omgeving aan de voorwaarden te houden. Deze behandeling moet volgens de psychiater op beveiligingsniveau 3 (forensisch psychiatrische kliniek) plaats vinden. Vervolgens wordt onder toezicht van de reclassering een langdurig forensisch beschermd wonen traject geadviseerd. Mocht hij zich niet in de voorwaarden kunnen vinden, dan blijft er volgens de psychiater maar één strafrechtelijk kader over, namelijk een TBS met dwangverpleging.
Het opleggen van een zorgmachtiging op basis van artikel 2.3 (Wfz) is in de ogen van de psychiater niet geschikt om de complexe forensische behandeling van verdachte uit te kunnen voeren. Op basis van een zorg (WVGGZ)- of rechterlijke (WZD) machtiging is het erg lastig om een geschikte behandelafdeling te vinden. Daarnaast is de kans aanwezig dat dan het verplichtende kader te snel komt te vervallen en zullen de behandelingen niet primair gericht zijn op recidivevermindering. Ook het opleggen van een opname en verdere zorg als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke gevangenisstraf geeft in de ogen van de psychiater onvoldoende externe druk op verdachte om aan het bovenvermelde behandeltraject mee te (blijven) werken. Gezien zijn verleden in jeugdinstellingen is de kans groot dat hij op enig moment zijn bereidheid om mee te werken zal intrekken en een waarschijnlijk daaropvolgende detentieperiode zal weinig bijdragen aan het reduceren van het recidiverisico. Het lijkt gezien de chroniciteit van de problematiek van verdachte te overwegen om een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) na de tbs met voorwaarden op te leggen. Aan de andere kant zal verdachte vanwege zijn verstandelijke beperking levenslang op hulp aangewezen zijn.
Op 30 december 2025 heeft mevrouw A.H. Schuring, GZ-Psycholoog en rapporteur in opleiding te Zwolle, onder supervisie van mevrouw C. Sipma, GZ-Psycholoog, een pro justitia rapport betreffende verdachte opgesteld. Zij stelt vast dat bij verdachte sprake is van een psychische stoornis in de vorm van een licht verstandelijke beperking, posttraumatische stressstoornis, andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en een lichte stoornis in alcoholgebruik. Deze psychische stoornissen beïnvloedden de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. Indien de feiten door de rechtbank worden bewezen, dan wordt geadviseerd dit in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.
Op basis van de klinische en gestructureerde risicotaxatie wordt de kans op recidive als hoog ingeschat en zijn er slechts weinig beschermende factoren die het risico op gewelddadig gedrag verkleinen.
De psycholoog adviseert om de behandeling te starten binnen een klinische setting, gericht op de behandeling van trauma’s en agressieregulatie omdat dit binnen de poliklinische behandeling voorheen niet goed van de grond kwam. Verdachte heeft meer tijd nodig om van de behandeling te profiteren vanwege zijn licht verstandelijke beperking en omdat hij vanwege zijn voorgeschiedenis moeite heeft met vertrouwen. Een dergelijke behandeling kan geboden worden in een FPA of FPK in een instelling met voldoende expertise op het gebied van een lichte verstandelijke beperking. Onderdeel van de klinische behandeling zal moeten zijn dat verdachte geresocialiseerd wordt richting een beschermde woonvorm waarbij hij toegang heeft tot begeleiding die hem kan ondersteunen bij het vormgeven van zijn leven zoals school of werk, sociale contacten, relaties en financiën. Deze behandeling zou volgens de psycholoog het best passend zijn binnen het kader van een tbs met voorwaarden. Het juridische kader van een (deels) voorwaardelijke detentiestraf heeft niet de voorkeur, omdat de vraag is in hoeverre verdachte in staat zal zijn zich te committeren aan de gestelde voorwaarden. Bij een (deels) voorwaardelijke straf kan de zorg die verdachte nodige heeft, naar het oordeel van de psycholoog, niet voldoende gewaarborgd worden.
Reclasseringsadvies
Op 26 februari 2026 heeft mevrouw [reclasseringsmedewerker] , werkzaam bij Tactus Reclassering Zwolle, een reclasseringsadvies opgesteld. Ter terechtzitting is zij als deskundige gehoord. De reclassering acht, net als de deskundigen van het NIFP, tbs met voorwaarden geïndiceerd. Binnen deze maatregel kan verdachte langdurig worden gevolgd, zijn er meer mogelijkheden tot ingrijpen en is er bovendien sprake van gegarandeerde behandeling.
Zowel het risico op recidive, het risico op letsel als het risico op het onttrekken aan voorwaarden wordt door de reclassering als hoog ingeschat.
De reclassering adviseert positief over het opleggen van tbs met voorwaarden. De reclassering kan het toezicht hierop uitoefenen en verdachte heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan de volgende voorwaarden:
• Geen strafbaar feit plegen
• Meewerken aan reclasseringstoezicht
• Meewerken aan time-out
• Niet naar het buitenland
• Opneming in een zorginstelling
• Ambulante behandeling
• Verblijf in beschermd/begeleid wonen of maatschappelijke opvang
• Verbod verdovende middelen
• Alcoholverbod
• Contactverbod
• Locatieverbod (met elektronisch toezicht)
• Dagbesteding
De reclassering adviseert voorts de dadelijke uitvoerbaarheid van de tbs met voorwaarden nu de kans op een misdrijf met schade voor personen groot is. Bij een veroordeling tot tbs of (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt geadviseerd een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM, artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht) op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na de tbs of gevangenisstraf. Vanwege de levenslange kwetsbaarheid van verdachte adviseert de reclassering het opleggen van de GVM. Ook wordt geadviseerd om de voorlopige hechtenis te schorsen onder dezelfde voorwaarden als de tbs met voorwaarden.
De op te leggen maatregel en straf
Wat betreft de op te leggen soort en hoogte van de straf leggen de bewezenverklaarde poging tot zware mishandeling en vrijheidsberoving het meeste gewicht in de schaal. Het gaat om zeer ernstige feiten, zodat een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.
De rechtbank neemt verder de adviezen van de deskundigen over om verdachte het bewezenverklaarde in verminderde mate toe te rekenen. Dit weegt in straf verminderende zin mee.
Alles overwegende zal aan verdachte een gevangenisstraf worden opgelegd gelijk aan het voorarrest, en dus van 402 dagen, met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
TBS met voorwaarden
De psycholoog, psychiater en reclassering adviseren om aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen.
In de rapporten is beschreven dat tijdens het begaan van de feiten bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.
De rechtbank neemt deze conclusies over en stelt vast dat tijdens het begaan van de feiten bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.
De rechtbank stelt verder vast dat de in de zaak met parketnummer 05/082828-25 onder feit 1 subsidiair en 2 bewezenverklaarde feiten misdrijven zijn als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 2 Wetboek van Strafrecht waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.
Voornoemde bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Op grond van artikel 38e lid 1 van het Wetboek van Strafrecht is de maatregel dan ook niet beperkt in duur.
Ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, stelt de rechtbank voorwaarden betreffende het gedrag. Desgevraagd heeft verdachte ter terechtzitting zich bereid verklaard tot naleving van iedere voorwaarde zoals voorgesteld door de reclassering. De rechtbank neemt de voorwaarden over die de reclassering heeft geadviseerd, met uitzondering van het toepassen van elektronisch toezicht bij het locatieverbod. Een locatieverbod vindt de rechtbank noodzakelijk maar kijkend naar het ingrijpende vrijheidsbeperkende karakter van elektronisch toezicht, is het nut en de noodzaak van de oplegging van elektronisch toezicht in onderhavig geval in onvoldoende mate gebleken.
Op grond van artikel 38a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank bepalen dat verdachte zich in de instelling [kliniek] , of een soortgelijke instelling (sterk gedragsgestoord licht verstandelijk beperkt-kliniek ((SG)LVB-kliniek), laat opnemen.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Gelet op het benoemde risico op recidive in de uitgebrachte Pro Justitia rapporten en het reclasseringsadvies, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte weer een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij op grond van artikel 38 lid 6 van Pro het Wetboek van Strafrecht bevelen dat de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
Nu verdachte wordt veroordeeld tot tbs met voorwaarden zoals bedoeld in artikel 38 van Pro het Wetboek van Strafrecht, kan een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht worden opgelegd. Uit de pro justitia rapporten volgt dat sprake is van chronische problematiek bij verdachte, een hoog recidiverisico op gewelddadige delicten en is hij vanwege zijn verstandelijke beperking levenslang op hulp aangewezen. Gelet hierop zal de rechtbank de gedragsbeïnvloedende- en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen. De beoordeling van de noodzaak tot tenuitvoerlegging van die maatregel, en -indien nodig- onder welke voorwaarden, zal in de laatste fase van de aan de verdachte opgelegde tbs met voorwaarden plaatsvinden. Een risicotaxatie van het dan aanwezige recidivegevaar dient in het kader van die beoordeling plaats te vinden.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank acht het gelet op hetgeen hiervoor is overwogen van belang dat verdachte niet zonder enige vorm van behandeling, toezicht en begeleiding de penitentiaire inrichting verlaat. Om die reden en onder verwijzing naar het door de officier van justitie aangehaalde arrest van de Hoge Raad, zal de rechtbank de voorlopige hechtenis van verdachte schorsen. Aan de schorsing van de voorlopige hechtenis zal de rechtbank dezelfde voorwaarden verbinden als die worden verbonden aan de op te leggen tbs-maatregel.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met de feiten onder parketnummer 05/082828-25 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 7.750,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Ook is verzocht om te bepalen dat de schadevergoeding hoofdelijk wordt toegewezen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot het bedrag van € 2.750,-, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Voor het overige deel aan smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering slechts kan worden toegewezen voor zover sprake is van schade die in rechtstreeks causaal verband staat tot het bewezenverklaarde handelen van verdachte en dat dit een concrete en individuele toerekening vereist. Gelet op het bepleite beperkte aandeel van verdachte kan de schade niet zonder meer integraal aan verdachte worden toegerekend. Voor zover de rechtbank aanneemt dat sprake is van een zodanige gezamenlijke uitvoering dat civielrechtelijke aansprakelijkheid aan de orde is, heeft de verdediging verzocht rekening te houden met het aandeel van verdachte, zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid en de omstandigheden waaronder het handelen heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van de toekomstige schade heeft de raadsvrouw gesteld dat deze schade onvoldoende is onderbouwd.
De verdediging heeft verzocht de vordering te matigen en toe te wijzen tot een bedrag van € 1.000,–, de vordering voor het overige af te wijzen en de benadeelde partij ten aanzien van de toekomstige schade in de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen.
De beoordeling door de rechtbank
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter terechtzitting is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek valt, waarbij een vergoeding voor immateriële schade aan de orde kan zijn. Door de poging tot zware mishandeling heeft de benadeelde letsel opgelopen, immers heeft hij een neusbreuk, een bloeduitstorting in het oog en een othematoom in beide oorschelpen opgelopen. Voor het othematoom in zijn linkeroor was medisch ingrijpen noodzakelijk.
Door de poging tot zware mishandeling en de wederrechtelijke vrijheidsberoving is de benadeelde bovendien op andere wijze in de persoon aangetast. Immers, de feiten hebben ruim 1,5 uur geduurd terwijl hij bang en angstig was, hij werd bedreigd, uitgelachen en hij is vernederd doordat hij zich moest ontkleden waarbij dit werd gefilmd. Het kan niet anders dan dat dit een behoorlijke impact op zijn psychische gesteldheid heeft gehad. Uit de vordering en de onderbouwing volgt dat benadeelde gespecialiseerde hulp nodig heeft gehad, waaronder traumabehandeling (EMDR), en dat aanvullende deskundigheid is ingeschakeld om zijn problematiek te begeleiden. Dit is aan verdachte toe te rekenen.
De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Daarbij heeft de rechtbank - overeenkomstig de aanbevelingen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht –onder meer gekeken naar de bandbreedtes die zijn genoemd in ‘de Rotterdamse Schaal’. Daarbij wordt in het geval van vrijheidsberoving als uitgangspunt genomen een bedrag tot € 3.000,00. Mede gelet op de jeugdige leeftijd van het slachtoffer, de met de vrijheidsberoving gepaard gaande mishandeling en vernederingen acht de rechtbank het gevorderde bedrag billijk en zal zij het smartengeld overeenkomstig de vordering op een bedrag van € 2.750,00 vaststellen.
Toekomstige schade
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering nu het toekomstige schade betreft ten aanzien waarvan is verzocht de benadeelde partij in dit deel niet-ontvankelijk te verklaren. De benadeelde partij kan (dit deel van) de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Wettelijke rente
Verdachte is vanaf het moment van ontstaan van de schade, te weten 17 maart 2025, wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Hoofdelijkheid
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer aan de benadeelde partij te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte de schade heeft vergoed.

9.De beoordeling van het beslag

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft onttrekking aan het verkeer gevorderd van de inbeslaggenomen telefoon van verdachte, nu deze is gebruikt voor het filmen van een strafbaar feit en deze beelden niet meer kunnen worden verwijderd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verbeurdverklaring een te zware maatregel is omdat verdachte onder invloed en onder druk heeft gehandeld. Zij heeft de teruggave aan verdachte verzocht.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal de mobiele telefoon (PL0600-2025120347-G3413849, blauw, merk: Samsung), die aan verdachte toebehoort, met behulp waarvan het subsidiair bewezenverklaarde feit onder 1 van parketnummer 05/082828-25 is begaan, verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 37a, 38 en 38a, 38v, 45, 47, 57, 282, 285, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde onder feit 1 van parketnummer 05/082828-25;
 verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde onder feit 1 en het tenlastegelegde onder feit 2 van parketnummer 05/082828-25 en de ten laste gelegde feiten van parketnummer 09/350375-24, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
402 dagen;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 de voorlopige hechtenis wordt geschorst met onmiddellijke ingang onder dezelfde voorwaarden als de hierna te noemen voorwaarden die gesteld worden aan de terbeschikkingstelling;
 gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte:
1. De terbeschikkinggestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
2. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
o De terbeschikkinggestelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
o De terbeschikkinggestelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van de terbeschikkinggestelde vast te stellen.
o De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de terbeschikkinggestelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
o De terbeschikkinggestelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn/haar gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
o De terbeschikkinggestelde werkt mee aan huisbezoeken.
o De terbeschikkinggestelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
o De terbeschikkinggestelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
o De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de terbeschikkinggestelde, als dat van belang is voor het toezicht.
3. Als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde voor een time-out worden opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum (fpc) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de terbeschikkinggestelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
4. De terbeschikkinggestelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
5. De terbeschikkinggestelde laat zich voor de duur van de terbeschikkingstelling of zoveel korter, als de reclassering dat nodig vindt, opnemen in en behandelen door FPK [kliniek] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing/emotieregulatie, persoonlijkheidsproblematiek en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de terbeschikkinggestelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de terbeschikkinggestelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
6. De terbeschikkinggestelde laat zich -na afloop van klinische behandeling- behandelen door een nader te bepalen forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve en sociale vaardigheden en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de terbeschikkinggestelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
7. De terbeschikkinggestelde verblijft gedurende de terbeschikkingstelling of zoveel korter, als de reclassering dat nodig vindt, in een nader te bepalen beschermd wonen instelling of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
8. De terbeschikkinggestelde gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) en/of geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De terbeschikkinggestelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn een urineonderzoek/ademonderzoek en/of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
9. De terbeschikkinggestelde gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De terbeschikkinggestelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn een urineonderzoek/ademonderzoek en/of speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
10. De terbeschikkinggestelde zoekt of heeft op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met het slachtoffer van onderhavig tenlastegelegde te weten de heer [aangever 1] , geboren op [geboortedag] 2006 te [geboorteplaats] . En de medeverdachte van onderhavig tenlastegelegde.
11. De terbeschikkinggestelde bevindt zich, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, niet binnen een straal van vijf kilometer aan [adres] , zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering kan tijdens deze periode het verboden gebied laten vervallen, het verboden gebied verkleinen en/of aan de terbeschikkinggestelde toestemming geven om zich voor een bepaalde periode in een bepaald deel van het verboden gebied te bevinden.
12. De terbeschikkinggestelde spant zich in voor het vinden en behouden van dagbesteding en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
 geeft Tactus Verslavingsreclassering opdracht verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;
 beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;
 legt een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;
De beslissing ten aanzien van het beslag:
 verklaart verbeurd de mobiele telefoon (PL0600-2025120347-G3413849, blauw, merk: Samsung).
De beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij:
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 1 subsidiair en 2 onder parketnummer 05/082828-25 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 2.750,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald);
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij [aangever 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] , een bedrag te betalen van € 2.750,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan/kunnen 27 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Jansen (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. P.J. Verbeek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 april 2026.
mr. M.A. van Leeuwen is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek Maretak, onderzoeksnummer ON5R025016, dossiernummer PL0600-2025120347, gesloten op 4 juni 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte, p. 26-27.
3.Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, p. 34-35.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 133.
5.Proces-verbaal van aangifte, p. 26-27; proces-verbaal van bevindingen, p. 127-136.
6.Proces-verbaal van aangifte, p. 26-27; proces-verbaal van bevindingen, p. 127-136.
7.proces-verbaal van bevindingen, p. 134-135.
8.Proces-verbaal van aangifte, p. 26-27.
9.Proces verbaal van bevindingen, p. 192.
10.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2026.
11.Forensisch geneeskundige letselbeschrijving, p. 53-58 (inclusief bijlage, p. 59-90).
12.Proces-verbaal van aangifte, p. 26-27.
13.Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, p. 34-35.
14.Proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , p. 315.
15.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 april 2026.
16.Proces-verbaal van verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , p. 316.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 130.
18.Proces-verbaal van bevindingen, p. 132.
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 133.
20.Proces-verbaal van bevindingen, p. 134.
21.Proces-verbaal van bevindingen, p. 135.
22.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Eenheid Den Haag, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL1500-2024335273, gesloten op 21 oktober 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
23.Proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , p. 19-20.
24.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 30-31.