Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3222

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
11936369
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:5 lid 1 BWArt. 7:17 lid 1 BWArt. 7:21 BWArt. 7:22 lid 1 en 2 BWArt. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst jacuzzi afgewezen wegens ontbreken herstelmogelijkheid

Op 23 juli 2024 verkocht De Fonteyn een jacuzzi aan eiser voor €11.900, inclusief btw, die op 14 augustus 2024 werd geleverd. Eiser stelde dat de jacuzzi niet voldeed aan de overeenkomst vanwege schade en afwijkende specificaties en ontbond de koopovereenkomst buitengerechtelijk op 20 augustus 2024.

De rechter beoordeelde of eiser terecht de overeenkomst had ontbonden. Volgens de wet kan ontbinding alleen als herstel of vervanging onmogelijk is of niet van de koper kan worden gevergd. De Fonteyn stelde dat zij niet de kans had gekregen om de gebreken te herstellen. Eiser kon dit niet voldoende onderbouwen, waardoor niet vaststond dat herstel onmogelijk was.

De rechter concludeerde dat De Fonteyn niet tekortgeschoten was in haar verplichting tot herstel. Daarom was eiser niet bevoegd de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden en kon hij ook niet in rechte ontbinding vorderen. De vordering tot schadevergoeding wegens bouwkundige aanpassingen werd eveneens afgewezen omdat eiser geen schade had onderbouwd.

Eiser werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. De vorderingen werden afgewezen en het vonnis werd op 22 april 2026 uitgesproken.

Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en schadevergoeding worden afgewezen omdat de verkoper niet in de gelegenheid is gesteld tot herstel.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 11936369 \ CV EXPL 25-3427
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
DE FONTEYN B.V.,
te Uddel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: De Fonteyn,
gemachtigde: mr. R.C.H. Bruinier.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 december 2025,
- de e-mail van 9 maart 2026 met aanvullende producties,
- de akte overlegging productie van De Fonteyn,
- de mondelinge behandeling van 19 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 23 juli 2024 heeft De Fonteyn een jacuzzi (hierna: de jacuzzi) met toebehoren verkocht aan [eiser] voor een bedrag van in totaal € 11.900,00 (incl. btw).
2.2.
Op 14 augustus 2024 heeft De Fonteyn de jacuzzi aan [eiser] geleverd.
2.3.
Bij brief van 20 augustus 2024 gericht aan De Fonteyn heeft [betrokkene] namens [eiser] de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk ontbonden op grond van:
“non-conformiteit en substantiële tekortkomingen”.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert, samengevat, dat de kantonrechter:
primair
1. voor recht zal verklaren dat [eiser] bij brief/mail van 20 augustus 2024 de tussen partijen op 23 juli 2024 gesloten koopovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden,
subsidiair:
2. de tussen partijen op 23 juli 2024 gesloten koopovereenkomst zal ontbinden,
zowel primair als subsidiair:
3. De Fonteyn zal veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de jacuzzi op te halen en volledig te retourneren,
4. De Fonteyn zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 11.900,00 en de kosten voor bouwkundige aanpassingen die noodzakelijk waren om de jacuzzi te plaatsen (geschatte kosten € 2.000,00), vermeerderd met wettelijke (handels)rente,
alsmede [eiser] zal veroordelen in de proceskosten.
3.2.
De Fonteyn voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure en de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze procedure ligt allereerst de vraag voor of [eiser] de koopovereenkomst tussen partijen terecht buitengerechtelijk heeft ontbonden, dan wel of de koopovereenkomst tussen partijen in rechte moet worden ontbonden.
4.2.
[eiser] stelt zich op het standpunt dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst aan de zijde van De Fonteyn omdat de jacuzzi niet aan de koopovereenkomst beantwoordt in de zin van artikel 7:17 lid 1 BW Pro. Volgens [eiser] heeft de jacuzzi duidelijke sporen van (stoot)schade, schadeherstel en bijwerkingen van een epoxylaag. Daarnaast is de sieromlijsting van de jacuzzi zwaar beschadigd en niet passend en ontbreken de houtkleurige zijpanelen. Ook voldoet de jacuzzi, zo stelt [eiser] , niet aan de overeengekomen specificaties omdat de handleiding van de jacuzzi uitgaat van een voltage van 220 volt terwijl partijen hebben afgesproken dat dit een voltage van 380 volt moest zijn.
4.3.
Eerst wordt ingegaan op het meest verstrekkende verweer van De Fonteyn dat zij niet in de gelegenheid is gesteld om de gestelde gebreken aan de jacuzzi te herstellen. Als dit komt vast te staan dan stuit de vordering van [eiser] reeds daarop af aangezien niet gesteld of gebleken is dat de gestelde gebreken niet konden worden hersteld of dat de jacuzzi door omruiling daarvan niet alsnog conform de overeenkomst kon worden geleverd.
4.4.
In het onderhavige geval is sprake van een consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:5 lid 1 BW Pro. Dit brengt met zich dat de bepalingen van titel 1 van boek 7 BW – waaronder de artikelen 7:21 BW en 7:22 BW – van toepassing zijn. Op grond van artikel 7:22 lid 1 BW Pro heeft een schuldeiser (in dit geval [eiser] ) de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden wanneer het afgeleverde (in dit geval de jacuzzi) niet aan de overeenkomst beantwoordt in de zin van artikel 7:17 BW Pro. Deze bevoegdheid ontstaat op grond van artikel 7:22 lid 2 BW Pro echter pas wanneer herstel of vervanging van de afgeleverde zaak onmogelijk zijn of van de schuldeiser niet gevergd kunnen worden, dan wel wanneer de schuldeiser is tekortgeschoten in een verplichting om binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de koper over te gaan tot herstel of vervanging van de afgeleverde zaak.
4.5.
De Fonteyn betwist dat [eiser] haar in de gelegenheid heeft gesteld om de gestelde gebreken aan de jacuzzi te herstellen. Gelet op deze betwisting lag het op de weg van [eiser] om zijn stelling dat hij contact heeft opgenomen met de klantenservice van De Fonteyn om herstel of vervanging te verzoeken, te onderbouwen omdat hij zich op de rechtsgevolgen van die stelling beroept. [eiser] heeft dat onvoldoende gedaan. Uit de e-mail van 9 maart 2026 van [eiser] blijkt in elk geval niet dat hij De Fonteyn in de gelegenheid heeft gesteld om tot herstel of vervanging van de jacuzzi over te gaan. Deze e-mail bevat een weergave van diverse (ongedateerde) correspondentie die [eiser] stelt te hebben verzonden/ontvangen waarin door hem weliswaar de gestelde gebreken van de jacuzzi zijn opgesomd maar waarin een mededeling dat hij De Fonteyn in de gelegenheid stelt om de gestelde gebreken te herstellen, ontbreekt. [eiser] heeft ook verder geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat De Fonteyn in de periode tussen de levering van de Jacuzzi (14 augustus 2024) en de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst (20 augustus 2024) de mogelijkheid heeft gekregen om de gestelde gebreken te onderzoeken en tot herstel of vervanging over te gaan. Dit is dan ook niet vast komen te staan.
4.6.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het De Fonteyn niet kan worden tegengeworpen dat zij niet tot herstel van de gestelde gebreken aan de jacuzzi dan wel tot vervanging van de jacuzzi is overgegaan. De Fonteyn is dus niet tekortgeschoten in deze verplichting. Dit betekent dat [eiser] niet bevoegd was om de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden en evenmin om in rechte de ontbinding van de overeenkomst te vorderen. De vordering van [eiser] zal om deze reden worden afgewezen.
4.7.
De vraag of de jacuzzi aan de koopovereenkomst beantwoordt, kan in het midden blijven, omdat het antwoord op die vraag gelet op het voorgaande niet tot een andere beslissing kan leiden.
4.8.
[eiser] maakt verder aanspraak op betaling van de door hem gestelde kosten voor bouwkundige aanpassingen die volgens hem noodzakelijk waren om de jacuzzi binnen te plaatsen. [eiser] schat deze kosten op een bedrag van € 2.000,00.
4.9.
De stellingen van [eiser] op dit punt worden aldus begrepen dat [eiser] stelt dat De Fonteyn is tekortgeschoten in de verbintenis uit de overeenkomst om de jacuzzi te plaatsen en te installeren op de daarvoor bedoelde plek en dat De Fonteyn daarom de door [eiser] gestelde geleden schade dient te vergoeden (artikel 6:74 BW Pro).
4.10.
Voor toewijzing van een schadevergoeding op grond van het bepaalde in artikel 6:74 BW Pro is onder meer vereist dat sprake is van schade. [eiser] heeft, hoewel dat wel op zijn weg had gelegen, zijn stelling dat hij schade heeft geleden niet onderbouwd. Uit niets blijkt dat indien De Fonteyn de jacuzzi op de dag van de levering had kunnen plaatsen en installeren [eiser] in een andere vermogenspositie zou verkeren dan thans – waarbij de jacuzzi zelf door [eiser] is geplaatst en geïnstalleerd – het geval is. Van schade is dan ook niet gebleken. Daarmee is niet aan de vereisten van artikel 6:74 BW Pro voldaan, zodat dit onderdeel van de vordering reeds om deze reden zal worden afgewezen.
4.11.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Fonteyn worden vastgesteld en begroot op:
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.008,00
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.
lt