ECLI:NL:RBGEL:2026:3315
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over servicekosten, huurachterstand en schadevergoeding bij huurovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en huurder over de nakoming van een huurovereenkomst voor een woning. De verhuurder vordert betaling van huurachterstand, servicekosten en kosten voor het leeghalen van het gehuurde. De huurder betwist de hoogte van de vorderingen en vordert onder meer schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de verhuurder en vergoeding van hogere huurlasten.
De rechtbank oordeelt dat de huurder een huurachterstand heeft van €4.275,00, welke niet wordt gematigd wegens onvoldoende onderbouwing van verminderd huurgenot. De servicekosten over 2020-2024 worden vastgesteld op basis van Nibud-normen, waarbij de verhuurder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor hogere kosten. De kosten voor het leeghalen van het gehuurde worden toegewezen, maar de schadevergoeding en verhuiskostenvergoeding van de huurder worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van toerekenbaarheid aan de verhuurder.
De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €3.514,03, na verrekening van te veel betaalde servicekosten, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden grotendeels aan de huurder opgelegd, terwijl in reconventie de kosten tussen partijen worden gecompenseerd.
Uitkomst: De verhuurder krijgt betaling van €3.514,03 plus rente en incassokosten toegewezen, de vorderingen van de huurder worden afgewezen.