Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Rechtbank Gelderland
De werknemer trad op 1 augustus 2021 in dienst bij een eenmanszaak en werkte later voor de besloten vennootschap Sound & Soul Arnhem B.V. (S&S) op basis van verschillende contracten en uren. Na opzegging van de arbeidsovereenkomst per 31 mei 2025 vordert de werknemer betaling van onterecht ingehouden min-uren, niet-uitbetaalde niet-genoten vakantie-uren, wettelijke verhoging en rente over te laat betaald vakantiegeld.
De kantonrechter oordeelt dat S&S de wettelijke verhoging van 50% over het vakantiegeld 2023-2024 en de wettelijke rente hierover moet betalen, omdat de betaling pas op 1 juni 2025 plaatsvond en de vertraging aan S&S kan worden toegerekend. Daarnaast is vastgesteld dat S&S onterecht 65,98 min-uren en wachtdagen in mindering heeft gebracht, omdat er geen duidelijke afspraken waren over het inhalen of verrekenen van deze uren.
Ook de vergoeding van 26,65 niet-genoten vakantie-uren wordt toegewezen, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente vanaf 1 juni 2025. De proceskosten worden aan S&S opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke verhoging, rente, onterecht ingehouden min-uren, niet-genoten vakantie-uren en proceskosten.