Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3329

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
ARN 25/1183
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling wegens geen tegemoetkoming in omgevingsvergunningprocedure

Verzoeker had een legaliserende omgevingsvergunning aangevraagd voor opslag van vis en stalling van een verkoopwagen, maar deze werd geweigerd. Verzoeker wilde zijn activiteiten voortzetten tot het einde van zijn huurcontract in oktober 2027. Tijdens de procedure trok verzoeker zijn beroepschrift in nadat het college toezegde niet handhavend op te treden tot die datum.

De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoeker om het college te veroordelen in de proceskosten ondanks de intrekking. Volgens artikel 8:75a van de Awb kan een bestuursorgaan alleen in proceskosten worden veroordeeld als het tegemoet is gekomen in de voorliggende procedure.

De rechtbank oordeelde dat de toezegging van het college om niet te handhaven een aparte handhavingsprocedure betreft en geen tegemoetkoming in de omgevingsvergunningprocedure. Omdat het besluit tot weigering van de vergunning in stand bleef, is er geen grond voor proceskostenveroordeling. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van een tegemoetkoming in de omgevingsvergunningprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1183

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen
[verzoeker], mede-eigenaar van [naam bedrijf] B.V., uit [plaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. ir. H J. ter Maat,),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bronckhorst.

Inleiding

1. Verzoeker heeft zijn beroepschrift ingetrokken. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om het college desondanks te veroordelen in de proceskosten.
1.1.
Verzoeker heeft een legaliserende omgevingsvergunning aangevraagd voor de opslag van vis in een koelcel en het stallen van een verkoopwagen aan de [locatie] in [plaats]. Door de weigering van de omgevingsvergunning is het niet gelukt om de situatie te legaliseren en zal verzoeker de activiteiten aan de [locatie] moeten beëindigen. Verzoeker heeft aangegeven dat hij graag zijn activiteiten tot 1 oktober 2027 zou willen voortzetten. Dan loopt zijn huurcontract af. Tijdens de zitting bij de rechtbank Gelderland op 27 januari 2026 is met partijen besproken of een minnelijke oplossing mogelijk zou zijn. De rechtbank heeft het onderzoek tijdens de zitting gesloten maar partijen in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken te laten weten of zij er samen zijn uitgekomen. Het college in de brief van 12 februari 2026 aan eiser heeft medegedeeld dat tot 1 oktober 2027 niet actief zal worden gehandhaafd, tenzij er een verzoek om handhaving zal worden gedaan. Eiser heeft vervolgens zijn beroep tegen de geweigerde omgevingsvergunning ingetrokken.
1.2.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft daar niet op gereageerd.
1.3.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling [1] .

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten [2] .
Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb?
4. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Dat artikel is alleen van toepassing als wordt tegemoetgekomen in de voorliggende procedure. Dat is hier de procedure tegen de geweigerde omgevingsvergunning. In die procedure is niet tegemoetgekomen omdat dat besluit in stand is gebleven. Doordat eiser geen omgevingsvergunning heeft voor zijn activiteiten is sprake van een illegale situatie waartegen het college handhavend zou kunnen optreden. Door het college is echter in de brief van 12 februari 2026 toegezegd dat tot 1 oktober 2027 niet zal worden gehandhaafd. Het handhavingstraject is dus een andere procedure dan de procedure over de omgevingsvergunning. Het college is eiser weliswaar tegemoetgekomen maar niet in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Daarom is er geen grond om het college te veroordelen in de proceskosten en wijst de rechtbank het verzoek van verzoeker af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid
van mr. M.H. Dijkman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).