Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 29 april 2026
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Arnhem, de inspecteur.
Inleiding
Belastingjaar 2019 (zaaknummer24/8548)
Rechtbank Gelderland
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2019, met name over de aftrek van kosten gerelateerd aan vrijwilligerswerk en specifieke zorgkosten. De inspecteur had de aanslag vastgesteld op een belastbaar inkomen van €35.669 en een belastingrente van €2 na vermindering op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende geen recht had op aftrek wegens een negatief resultaat uit overige werkzaamheden, omdat er geen sprake was van een bron van inkomen aangezien geen vergoeding werd ontvangen voor het vrijwilligerswerk. Daarnaast werd geen hogere aftrek wegens specifieke zorgkosten toegekend, omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor hogere kosten dan reeds erkend.
De rechtbank wees ook de subsidiaire stelling af dat de kosten als gift aftrekbaar zouden zijn, omdat niet was aangetoond dat belanghebbende aanspraak had op een vergoeding en daarvan had afgezien. Verder werden diverse posten zoals medicijnkosten, vervoerskosten, kleding en hulpmiddelen beoordeeld, waarbij de rechtbank de aanslag van de inspecteur bevestigde.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de aanslag en belastingrente ongewijzigd blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2019 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.