ECLI:NL:RBGEL:2026:3369
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting 2017 ongegrond
De rechtbank Gelderland heeft op 29 april 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaarschrift inkomstenbelasting 2017. De inspecteur had het bezwaar van de erflaatster niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de wettelijke termijn was ingediend. Het beroep van de erven tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is door de rechtbank ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift te laat was ingediend, namelijk op 24 februari 2021, terwijl de termijn op 23 december 2020 was verstreken. Er was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank wees ook verzoeken om uitstel van de zitting af vanwege het belang van een doelmatige procesvoortgang en het ontbreken van medische gronden.
Daarnaast behandelde de rechtbank een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Gelet op een overschrijding van circa 41 maanden kende de rechtbank een vergoeding toe van €1.750 aan de belanghebbenden, waarbij rekening werd gehouden met samenhangende procedures en gezamenlijke behandeling. De Staat werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
De rechtbank bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat het griffierecht niet wordt teruggegeven. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt en biedt de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift inkomstenbelasting 2017 is ongegrond verklaard en een immateriële schadevergoeding van €1.750 toegekend.