Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3410

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
510125722
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 55 SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen productie MDMA en milieudelicten met cocaïnehandel

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van de productie van MDMA, voorbereidingshandelingen daartoe, milieudelicten en het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door handel in cocaïne.

Het onderzoek startte na informatie uit het onderzoek 26Eagles en de interceptie van communicatie via het ANOM-platform. Op 11 mei 2021 werd een drugslab in containers op een scheepswerf in Angeren aangetroffen met grote hoeveelheden grondstoffen en chemicaliën voor de productie van MDMA. Uit ANOM-chatberichten bleek een nauwe samenwerking tussen verdachte en anderen bij de opbouw en productie.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte vanaf 8 februari 2021 voorbereidingshandelingen verrichtte en vanaf 13 maart 2021 daadwerkelijk MDMA produceerde. Daarnaast werden milieudelicten bewezen door het onbeschermd opslaan en lozen van gevaarlijke afvalstoffen in de bodem en het oppervlaktewater van de Neder-Rijn. Op 4 december 2024 werd verdachte ook betrapt op de verkoop van 0,67 gram cocaïne.

De rechtbank verwierp de verweren van de verdediging, waaronder bewijsuitsluiting van ANOM-data. Gelet op de ernst van de feiten, de omvang van het drugslab en de milieuschade, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 52 maanden op, met aftrek van voorarrest. De redelijke termijn was met ruim anderhalf jaar overschreden, wat tot een beperkte strafvermindering leidde.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 52 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van productie MDMA, milieudelicten en handel in cocaïne.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.101257.22 en 03.070578.25 (gevoegd t.t.z.)
Datum uitspraak : 28 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. R.B.M. Poppelaars, advocaat in Breda.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is in parketnummer
05.101257.22, na toewijzing van twee vorderingen tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in op of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard en/of in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en/of te bevorderen
- Twee (2) gebruikte en vervuilde drukreactieketels inhoudsmaat circa 195 liter groot en aangesloten op een waterstofgas cilinder
- Twee (2) destillatieopstellingen inhoudsmaat circa 195 liter met een gedeeltelijke vulling van bruin/zwarte vloeistof
- Circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt
- Circa 240 L aceton, circa 1460 liter
- Circa 70 L zoutzuur, circa 590 liter
- Circa 25 kg citroenzuur
- Circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite)
- Circa 110 L PMK, minimaal 380 liter
ten behoeve van de productie van die MDMA voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2.
hij in op of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021, te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
(een) handeling(en) met afvalstoffen heeft verricht en/of heeft nagelaten,
waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of konden ontstaan,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet aan zijn/hun verplichting heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken,
immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s):
in een (zee)container en/of een (aan die container vastzittende) bouwkeet en/of op het buitenterrein aan en/of nabij [adres] te Angeren,
afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium en/of (chemische) vloeistoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen en/of één of meer IBC(‘s) en/of jerrycan(s) en/of vat(en) afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en/of acetonen/of Hydrochloric acid 37% en/of PMK en/of MDMA en/of drugsafval,
opgeslagen en/of verwerkt en/of overgeslagen en/of gestort en/of achtergelaten en/of op/in de bodem gebracht,
terwijl de vloer van de (zee)container en/of bouwkeet niet was voorzien van een vloeistofdicht vloer en/of waren er geen lekbakken geplaatst;
4.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
op en/of in de bodem een handeling als bedoeld in artikel 6 tot Pro en met 11 van de Wet bodembescherming heeft verricht,
bestaande uit het storten en/of lozen en/of neerleggen en/of opslaan van (gevaarlijke) (afval)stoffen afkomstig van/voor de vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders, op en/of nabij het perceel [adres] te Angeren,
een of meer (afval)stoffen, te weten (restanten van) een chemische vloeistof en/of (gevaarlijke) (afval)stoffen en/of één of meer IBC(‘s) en/of jerrycan(s) en/of vat(en) (afval)stoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en/of aceton en/of Hydrochloric acid 37% en/of PMK en/of MDMA en/of drugsafval,
afkomstig van/voor de vervaardiging/bereiding van synthetische drugs, gestort en/of achtergelaten en/of opgeslagen en/of in of op de bodem gebracht,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders, wist(en) althans redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden, dat door die handeling(en) de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast
–en hij en/of zijn mededaders, niet alle maatregelen heeft/(hebben) genomen die redelijkerwijs van hem en/of hen konden worden gevergd teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen dan wel, op het moment dat die verontreiniging en aantasting zich voordeed,
de verontreiniging en de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en/of zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt;
5.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk
een of meer stoffen, te weten chemische vloeistoffen, namelijk (gevaarlijk) afvalstoffen afkomstig uit de productie van synthetische drugs,
heeft gebracht in de oever van de Neder-Rijn en/of in de Neder-Rijn, zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl
a. a) een daartoe strekkende vergunning niet was verleend door de Minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en/of het bestuur van het betrokken waterschap, en
b) daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en
c) artikel 6.3 eerste tot en met derde lid van de Waterwet niet van toepassing was;
Aan verdachte is in parketnummer
03.070578.25ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 december 2024 te Gennep
opzettelijk verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
ongeveer 0,67 gram netto, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Onderzoekswensen m.b.t. rechtmatigheid verkregen ANOM-data

Achtergrond
Op de regiezitting van 19 november 2024 heeft de rechtbank de onderzoekswensen van de verdediging met betrekking tot de rechtmatigheid van de interceptie van de ANOM-data in parketnummer 05.101257.22 afgewezen. De rechtbank heeft toen onder meer overwogen dat niet is gebleken van een rol van de Nederlandse opsporingsambtenaren bij de uitvoering van de interceptie. Ook heeft de rechtbank geoordeeld dat voor wat betreft de verkrijging van ANOM-data het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, zodat als uitgangspunt van de rechtmatigheid van de verkrijging dient te worden uitgegaan.
Bij mail van 6 maart 2026 heeft de raadsman nieuwe onderzoekswensen, bestaande uit getuigenverzoeken met betrekking tot de rechtmatigheid van de verkrijging en verwerking van de ANOM-data, ingediend. Deze nieuwe getuigenverzoeken zijn gebaseerd op informatie uit het boek ‘Dark Wire’ van Joseph Cox van juni 2024 en op door de raadsman ingeroepen communicatie tussen de Amerikaanse en Litouwse autoriteiten in het kader van de samenwerking bij de interceptie van de ANOM-data.
Aan het begin van de inhoudelijke behandeling op 16 maart 2026 heeft de rechtbank deze onderzoekswensen - met toepassing van het noodzaakscriterium - afgewezen om de volgende redenen. Het boek Dark Wire is geschreven door een onderzoeksjournalist en is geen deskundigenbericht. Het waarheidsgehalte van de inhoud van het boek is onduidelijk evenals de onafhankelijkheid van de schrijver en zijn bronnen. Voorts is niet vast te stellen of de door de raadsman ingeroepen communicatie tussen de Amerikaanse en Litouwse autoriteiten juist en volledig is weergegeven en op welke wijze deze informatie ter beschikking is gekomen van de raadsman. Bovendien staat voor de rechtbank niet vast dat de conclusies die de raadsman aan deze communicatie verbindt, zonder meer volgen uit de geciteerde stukken en ook niet of de interceptie van de ANOM-data heeft plaats gevonden in strijd met de Litouwse wetgeving of dat de Litouwse rechter bewust onjuist is geïnformeerd. Anders dan de raadsman heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat het boek Dark Wire en de ingeroepen communicatie elkaar niet versterken omdat voor beide bronnen geldt dat de betrouwbaarheid hiervan niet is vast te stellen. Het voorgaande maakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het beginsel van wederzijdse erkenning onverkort van toepassing zijn.
Het standpunt van de verdediging
Op de inhoudelijke behandeling van 17 maart 2026 heeft de raadsman bij pleidooi bovengenoemde – afgewezen – getuigenverzoeken herhaald met andere argumenten.
Subsidiair, in het geval de getuigenverzoeken niet worden ingewilligd, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat zowel de interceptie als de verwerking van de ANOM-data heeft plaatsgevonden in strijd met door hem nader genoemde bepalingen en artikelen uit het Unierecht en het nationaal recht. Gelet hierop moeten de ANOM-data in deze zaak worden uitgesloten van het bewijs dan wel moet het gebruik hiervan leiden tot aanzienlijke strafvermindering.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op de inhoudelijke behandeling van 17 maart 2026 bij repliek gepersisteerd bij haar schriftelijke reactie van 10 maart 2026 op de onderzoekswensen van 6 maart 2026. Daarin heeft de officier van justitie zich kort gezegd op het standpunt gesteld dat in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, geen enkele aanleiding is te vinden dat Nederland een rol heeft gespeeld bij de verkrijging van de ANOM-data zodat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onverminderd geldt. De getuigenverzoeken moeten daarom worden afgewezen en de verweren moeten worden verworpen.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank blijft bij haar eerdere afwijzing van de getuigenverzoeken. Nog steeds geldt dat de rechtbank niet de betrouwbaarheid, volledigheid en authenticiteit van het boek Dark Wire en de door de raadsman ingeroepen communicatie tussen de Amerikaanse en Litouwse autoriteiten kan vaststellen. Het persbericht van 8 juni 2021 waarop de raadsman zich beroept, dateert van ná de spontane verstrekking door de Amerikaanse autoriteiten. Dit bericht kan reeds hierom niet dienen ter onderbouwing van de stelling dat Nederlandse opsporingsambtenaren betrokken zijn geweest bij de analyse van de ANOM-data voorafgaand aan de spontane verstrekking aan de Nederlandse autoriteiten. De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van de inhoud van de informatie in het dossier over de interceptie en verwerking van de ANOM-data. Op basis daarvan kan geen onrechtmatigheid worden vastgesteld. Het beroep op bewijsuitsluiting wordt dan ook afgewezen evenals het verzoek om strafvermindering.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding onderzoek
Het onderzoek Stomp tegen verdachte en de medeverdachten is gestart naar aanleiding van bevindingen uit het onderzoek 26Eagles. In 26Eagles is onderzoek gedaan naar criminele samenwerkingsverbanden die (onder andere) door versleutelde berichten, verzonden via het ANOM-platform, zich schuldig maken aan het beramen of plegen van strafbare feiten. De Amerikaanse autoriteiten hebben de door hen in ‘Operation Trojan Shield’ verworven communicatie afkomstig van de gebruikers van het ANOM-platform gedeeld met de Nederlandse opsporingsautoriteiten. Onderzoek Stomp richt zich op de ANOM-accounts [account 1] alias [alias 1] , [account 2] alias [alias 2] , [account 3] , alias [alias 3] . Vanuit onderzoek 26Eagles ontving de Districtsrecherche Gelderland-Midden op 6 mei 2021 informatie dat op het adres [adres] te Angeren drugs zouden worden geproduceerd. Onderzoek met een warmtecamera bevestigde deze informatie. Hierna werd op 11 mei 2021 een instap gedaan.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem in beide parketnummers wordt verweten.
Het standpunt van de verdediging
In parketnummer 0.101257.22 heeft de raadsman het volgende aangevoerd. Voor feit 1 is er geen bewijs dat de ten laste gelegde chemicaliën en hardware al vóór 11 mei 2021, respectievelijk 13 maart 2021, aanwezig waren, zodat in zoverre vrijspraak moet volgen. Voor feit 2 ontbreekt bewijs dat verdachte MDMA heeft vervoerd of verhandeld. Ook kan niet worden bewezen dat er vóór 13 maart 2021 en ná 30 april 2021 MDMA is geproduceerd zodat de periode in die zin moet worden verkort. Voor feit 3 en 4 is primair vrijspraak bepleit. Niet kan niet worden bewezen dat er afval uit het lab op de locatie is gestort, achtergelaten of in de bodem is gebracht. Gelet op de amfetamine die in een van de bodemmonsters is aangetroffen, is de kans groot dat anderen eerder op die locatie drugsdelicten hebben gepleegd en voor de verontreiniging verantwoordelijk zijn. Subsidiair kan voor de overige ten laste gelegde handelingen hooguit de schuldvariant worden bewezen. Ook voor feit 5 moet vrijspraak volgen. Niet kan worden bewezen dat verdachte drugsafval via de afvoerpijp heeft gedumpt of hieraan een wezenlijke bijdrage heeft geleverd.
In parketnummer 03.070578.25 is vrijspraak bepleit voor het bestanddeel ‘verkocht’. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05.101257.22 [1]
Aantreffen synthetisch drugslab op [adres] in Angeren
Op 11 mei 2021 deed de politie een instap op de locatie [adres] in Angeren. Het perceel betrof een scheepswerf van [bedrijf] B.V. [2] Naast de boothelling stonden meerdere zeecontainers. In twee geschakelde containers troffen verbalisanten van de Landelijke Faciliteit Ontmanteling (LFO) een – operationeel – synthetisch drugslab aan. Een van de twee containers, een bouwkeet, was in gebruik voor de opslag van onder meer (lege) jerrycans en waterstofgasflessen. De andere container was ingericht als productieruimte. Verbalisanten roken de geur van methylamine. In de containers werden goederen aangetroffen die deels zijn bemonsterd en onderzocht door het NFI. Uit onderzoek van de LFO en het NFI blijkt dat het (onder meer) gaat om:
- twee gebruikte en vervuilde drukreactieketels met een inhoudsmaat van circa 195 liter,
aangesloten op een waterstofgas cilinder;
- twee destillatieopstellingen met een inhoudsmaat van circa 195 liter, deels gevuld met een
bruine vloeistof, zijnde MDMA;
vaten, jerrycans, IBC’s of zakken met:
- circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt;
- circa 240 L aceton, circa 1460 liter verwerkt;
- circa 70 L zoutzuur, circa 590 liter verwerkt;
- circa 25 kg citroenzuur;
- circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite);
- circa 110 L PMK, minimaal 380 liter verwerkt. [3]
Het NFI heeft beschreven dat aceton en zoutzuur worden gebruikt voor de productie van synthetische drugs en dat methylamine gebruikt wordt als grondstof voor de vervaardiging van MDMA uit PMK. [4] Uit onderzoek van de LFO volgt dat gezien de aangetroffen hoeveelheid gebruikte hulp- en grondstoffen en productie-gerelateerd afval, met behulp van de twee ketels en destillatieopstellingen op grote schaal MDMA is geproduceerd vanuit PMK middels de verhoogde druk methode. Gezien de productiecapaciteit van de twee drukreactieketels hebben meerdere kookrondes plaatsgevonden. [5]
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte betrokken is geweest bij dit drugslab.
ANOM-chatgesprekken
Verdachte heeft op de inhoudelijke behandeling verklaard dat hij in de ten laste gelegde periode de gebruiker was van ANOM-account [account 2] . [6]
In het dossier bevinden zich onderstaande ANOM-chatberichten gestuurd door de accounts, [account 2] alias [alias 2] , [account 1] alias [alias 1] , [account 3] , alias [alias 3] .
Op 8 februari 2021 stuurde [account 1] aan [account 2]
Denk morge bus ophalen, de eigenaar is ook nog bezig om alles op de plek te zetten, ga ik morge avond bij de opslag alle spullen halen, woensdagochtend beginnen met bouwen [7]
19 februari 2021
[account 1] druk met vissers kutzooi (…)
[account 3] Alleen smelt dag ff poort op slot [8]
Op 2 en 8 maart 2021 stuurde [account 1] een video dan wel foto’s aan [account 3] in chatgesprekken waarin besproken werd dat de ‘roerder van krtel in krachtstroom kan’, en dat ‘de ketelbouwer met foto komt’. In het dossier is beschreven dat [account 1] hierbij de locatiegegevens aan had staan. Uit deze gegevens volgt dat de video’s werden gestuurd vanaf de [adres] in Angeren. [9]
Op 12 maart 2021 stuurde [account 3] aan [account 1]
[account 3] Ff zorgen dat we eerste draai overleefd hebben [10]
13 maart 2021
[account 2] Ben je er bijna
[account 1] 1 min
[account 2] Okr. Ik loop naar buiten. Yo bwn ding aan het dampen
[account 2] Duurt schijnbaar 5u
[account 2] Scherpe geur die mono (…)
[account 1] Bovenste is olie temperatuur
[account 2] Ik ging bijna neer [11]
14 maart 2021
[account 3] Ben je daar?
[account 2] Dijk. Ja 2 min (…).
[account 3] Maar moeten wel productie gaan draajen dus snap hun wel
[account 2] Ja ik vind het een groot risico met die vissers [12]
Op 31 maart 2021 stuurde [account 3] aan [account 2]
Jullie hebben gister gewoon 200L gedraait. Is veel. (…) 1 team 1 taak. [13]
31 maart 2021 stuurde [account 2] aan [account 3]
Ik zei gisteren sturen die jongen weg. Dan draaien we 2x per dag [14]
1 april 2021
[account 3] Was alles gelukt
[account 2] Laatste beetje moet nog [15]
Op 3 april 2021 stuurde [account 1] een foto in een chatgesprek over het ‘oppakke van jammerr’
.De politie heeft beschreven dat op deze foto een perceel met het logo van scheepswerf [bedrijf] B.V. te zien is. [16]
Op 7 april 2021 stuurde [account 2] een foto in een chatgesprek over ‘Methanol, dikke kristallen en
lege jerry’s die geladen werden’. Verbalisant heeft deze foto vergeleken met foto’s gemaakt door de LFO in het lab op de scheepswerf in Angeren en geconcludeerd dat deze foto’s overeenkomen. Op de foto’s zijn op dezelfde positie dezelfde drie deuren te zien. Ook komen de kleuren, zijpanelen en klinken van de deuren volledig overeen evenals de kleur en het materiaal van de vloer. [17]
30 april 2021
[account 3] Heb afgesproken met xheb dat sttaks ff die waterstof en troep opslag zetten (…)
[account 1] Die olie die gedraaid is zijn we aan het dampen maar is net stroop en knalt na
130 graden en wij zette hem uit door naar 240 [18]
Gelet op de inhoud van de berichten, bezien in onderlinge samenhang, stelt de rechtbank vast dat deze berichten betrekking hebben op de opbouw van het drugslab in Angeren en de voortgang van de productie van synthetische drugs, MDMA, op deze locatie. Ook volgt uit de berichten dat hierbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de accounts [account 1] , [account 2] , [account 3] . Daarbij werkten [account 2] , verdachte, en [account 1] (met name) als laborant.
Bewijsoverwegingen feit 1 (voorbereidingshandelingen drugslab) en 2 (productie MDMA)
Op basis van al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met de andere gebruikers van de ANOM-accounts, het drugslab in Angeren heeft opgezet en daar MDMA heeft bereid, bewerkt en verwerkt. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 1 en 2, kortweg het samen met anderen treffen van voorbereidingshandelingen voor dit drugslab en het daadwerkelijk produceren van MDMA.
Uit de chatberichten maakt de rechtbank op dat de opbouw van het lab is gestart op 8 februari 2021. Niet zeker is dat de onder 1 ten laste gelegde productiemiddelen en chemicaliën al op 8 februari 2021 aanwezig waren, maar wel dat deze in de periode vanaf 8 februari 2021 zijn aangevoerd en voorhanden zijn geweest. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich ook vóór die datum schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, in Angeren dan wel elders in Nederland. De rechtbank zal verdachte in zoverre vrijspreken van feit 1.
Verder stelt de rechtbank op grond van de chatberichten vast dat verdachten vanaf 13 maart 2021 daadwerkelijk MDMA hebben geproduceerd. Zij zal de periode van feit 2 in de bewezenverklaring daarom in die zin verkorten. Het standpunt van de raadsman dat de einddatum moet worden bepaald op 30 april 2021 volgt de rechtbank niet, nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat het drugslab in gebruik was ten tijde van de instap op 11 mei 2021.
De rechtbank ziet geen bewijs voor de handelingen ‘verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren’ zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
feit 3 (milieuvervuiling) en 4 (bodemverontreiniging)
Uit onderzoek van de politie, de LFO en het NFI blijkt dat op 11 mei 2021 vaten, jerrycans en/of IBC’s met grote hoeveelheden gevaarlijke (afval)stoffen waaronder methanol, aceton, Hydrochloric acid 37%, PMK en MDMA in het drugslab aanwezig waren. Verbalisanten hebben geconstateerd dat deze stoffen niet waren opgeslagen op een vloeistofdichte vloer of in lekbakken. In de houten vloer van het drugslab zat een groot gat en tussen de houten planken zaten grote kieren waardoor de grond onder de zeecontainer zichtbaar was. Op een enkele plek was de houten vloer helemaal kapot en in het midden van de container groeiden zelfs planten door de houten vloer heen. Door de kieren konden gevaarlijke afvalstoffen en andere chemische vloeistoffen die in het lab aanwezig waren, bij het morsen tijdens de opslag, verwerking en overslag ongehinderd in de bodem lopen dan wel onbelemmerd in de bodem worden gestort of gebracht, wat ook is gebeurd.
De vloer van het drugslab en de grond daaronder bleek doordrenkt met chemische vloeistoffen. De vegetatie direct achter het drugslab was over een oppervlakte van circa 80 m² volledig afgestorven. [19] Uit bodemonderzoek door milieuspecialisten van Diseo blijkt dat de bodem onder het drugslab en van het talud direct daarachter op een naastliggend perceel over een oppervlakte van circa 45 m² ernstig verontreinigd was met MDMA en/of N-acetvl-MDA, afkomstig van de productie van drugs. [20]
Naar het oordeel van de rechtbank staat hiermee vast dat de verdachten in het lab gevaarlijke (afval)stoffen afkomstig van/bestemd voor de productie van MDMA onbeschermd hebben opgeslagen, verwerkt en/of overgeslagen, alsmede op en in de bodem hebben gebracht en achtergelaten. Daarbij overweegt de rechtbank dat de afvalstoffen die in de bodem zijn aangetroffen, hierboven weergegeven, rechtstreeks te herleiden zijn naar dit drugslab. Dat er ook amfetamine is aangetroffen in de bodem (zie feit 5) past bij de productie van MDMA: amfetamine en MDMA zijn chemisch sterk aan elkaar verwant. Voorts zijn er geen aanwijzingen dat op deze locatie eerder drugsdelicten zijn gepleegd.
Als medepleger van de productie van MDMA, was verdachte mede verantwoordelijk voor de handelingen met (afval)stoffen en de afvoer van drugsafval. Hij was dan ook mede gehouden alle voorzorgsmaatregelen te nemen die redelijkerwijs konden worden gevergd om verontreiniging te voorkomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat de productie van synthetische drugs afvalstoffen oplevert en dat deze schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het milieu. Verdachte wist dan ook dat door deze handelwijze nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden of konden ontstaan. Bovendien was verdachte een van de laboranten. Hij moet bij het uitvoeren van de (productie)handelingen hebben gezien dat er kieren in de vloer zaten en dat de vloer doordrenkt was met chemische vloeistoffen. Uit de omvang van de vastgestelde bodem- en vloerverontreiniging concludeert de rechtbank dat het niet anders kan zijn dan dat sprake is geweest van opzettelijk handelen. Verdachten hebben de vloeistoffen bewust via de vloer in de bodem laten lopen als methode voor het afvoeren van afval. Het kan niet anders dan dat verdachte hiervan op de hoogte was. Dat het dossier enkele berichten bevat waaruit kan worden opgemaakt dat er ook afval werd opgehaald op de locatie, maakt dit niet anders.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte de zorgplichten uit artikel 10.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer (oud) en artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming (oud) opzettelijk niet is nagekomen. De rechtbank komt daarmee tot bewezenverklaring van feit 3 en 4. De productie van MDMA is gestart op 13 maart 2021 zodat de rechtbank de periode in de bewezenverklaring in die zin zal verkorten.
feit 5 (waterverontreiniging)
Ook liep er een ondergrondse afvoerpijp vanaf het drugslab naar de Neder-Rijn. Aan het uiteinde van de pijp hingen bruine druppels. Via deze pijp konden (gevaarlijke) afvalstoffen afkomstig van de productie van MDMA, illegaal worden geloosd op het oppervlaktewater van de Neder-Rijn. Bij de uitmonding van de pijp was de oorspronkelijke vegetatie op de oever van de Neder-Rijn over een oppervlakte van 36 m² volledig verdwenen en was de bodem zwart gekleurd. Uit testen van de LFO blijkt dat er daadwerkelijk zure chemische vloeistoffen door deze pijp hebben gestroomd. Uit bodemonderzoek van Diseo blijkt voorts dat het talud aan het einde van de pijp, uitmondend in de Neder-Rijn, ernstig verontreinigd was met amfetamine, N-acetyl-MDA en MDA en MDMA. [21]
Hiermee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat er vanuit het lab illegaal en doelbewust gevaarlijke afvalstoffen afkomstig uit de productie van MDMA in de oever en het oppervlaktewater van de Neder-Rijn zijn gebracht. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] waren werkzaam als laborant en degenen die de feitelijke handelingen in het drugslab uitvoerden. Zoals hierboven al overwogen, blijkt uit de chatberichten dat daarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen. Het kan dan ook niet anders dan dat verdachte wist dat afvalstoffen uit het lab via een pijp illegaal werden geloosd in de oever en het oppervlaktewater van de Neder-Rijn en dat hij hierbij als medepleger betrokken is geweest. De rechtbank acht het ten laste gelegde onder feit 5 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Parketnummer 03.070578.25 [22]
Op 4 december 2024 zagen verbalisanten dat [koper] op een parkeerplaats in Gennep bij verdachte in de auto stapte en zo’n anderhalve minuut later weer uitstapte en plaats nam in haar eigen auto. Hierop werden zij beiden aangehouden. In de auto van [koper] vond de politie een zakje met wit poeder [23] met een nettogewicht van 0,67 gram. Onderzoek van het NFI wees uit dat het ging om cocaïne. [24] [koper] heeft verklaard dat zij dit zakje cocaïne net daarvoor in de auto had gekocht van haar dealer. Zij had hem hiervoor € 40,- betaald in twee briefjes van
€ 20. Via via was zij met hem in contact gekomen. Zij herkende de dealer aan het kenteken van zijn auto. [25] Op de inhoudelijke behandeling van 16 maart 2026 heeft verdachte erkend dat hij in de auto een pakketje cocaïne aan [koper] heeft overhandigd. [26]
Het standpunt van verdachte dat hij de cocaïne niet heeft verkocht maar alleen heeft verstrekt, volgt de rechtbank niet, nu dit wordt weerlegd door de verklaring van [koper] die wordt ondersteund door de volgende bewijsmiddelen. In de auto waarin verdachte reed, vond de politie in de middenconsole briefjes van (onder meer) 20 euro. Ook trof de politie een iPhone aan. [27] De politie zag dat op deze telefoon continu berichten binnenkwamen, onder meer afkomstig van een contact opgeslagen onder de naam ‘ [naam] ’. In deze berichten gaf [naam] locaties en adressen door en de opdracht om naar [adres] te rijden. Verbalisant heeft eerder onderzoek verricht naar mobiele telefoons van dealers uit de gemeente Gennep en al meerdere keren gezien dat dealers aangestuurd werden door een persoon die [naam] of [naam] werd genoemd. [28]
De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gedeald in 0,67 gram cocaïne.

4.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
parketnummer 05.101257.22
1.
hij in
op of omstreeksde periode van
8 februari 2021tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
en/of in Nederland
tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen
, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken, verwerken,
verkopen, afleveren, verstrekken, vervoerenvan MDMA,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en
/ofte bevorderen
- Twee (2) gebruikte en vervuilde drukreactieketels inhoudsmaat circa 195 liter groot en aangesloten op een waterstofgas cilinder
- Twee (2) destillatieopstellingen inhoudsmaat circa 195 liter met een gedeeltelijke vulling van bruin/zwarte vloeistof
- Circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt
- Circa 240 L aceton, circa 1460 liter
verwerkt
- Circa 70 L zoutzuur, circa
580liter
verwerkt
- Circa 25 kg citroenzuur
- Circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite)
- Circa 110 L PMK, minimaal 380 liter
verwerkt
ten behoeve van de productie van die MDMA voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en
/ofverdachtes mededader
(s
)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat
dat/die bestemd
was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2.
hij in
op of omstreeksde periode van
13 maart2021 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,
opzettelijk heeft
geteeld en/ofbereid en
/ofbewerkt en
/ofverwerkt
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van
13 maart2021 tot en met
11 mei 2021, te Angeren, gemeente Lingewaard
, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met e
en ander ofanderen
, althans alleen,
al dan nietopzettelijk,
(een)handeling
(en
)met afvalstoffen heeft verricht
en/of heeft nagelaten,
waarvan hij, verdachte, en
/ofzijn mededader
(s
)redelijkerwijs had
(den
)kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden
en/of konden ontstaan,
terwijl hij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)niet aan
zijn/hun verplichting
heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en
/ofzijn mededader
(s
)konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen
en/of te beperken,
immers
heeft/hebbenhij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
):
in een (zee)container en
/ofeen (aan die container vastzittende) bouwkeet en
/ofop het buitenterrein aan
en/of nabij[adres] te Angeren,
afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium en
/of (chemische
)vloeistoffen en
/ofgevaarlijke afvalstoffen en
/of één of meerIBC
(‘s
)en
/ofjerrycan
(s
)en
/ofvat
(en
)afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en
/ofaceton en
/ofHydrochloric acid 37% en
/ofPMK en
/ofMDMA en
/ofdrugsafval,
opgeslagen en
/ofverwerkt
en/of overgeslagen en/of gestorten
/ofachtergelaten en
/ofop/in de bodem gebracht,
terwijl de vloer van de (zee)container en
/ofbouwkeet niet was voorzien van een vloeistofdicht
evloer en
/ofer geen lekbakken waren geplaatst;
4.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van
13 maart2021 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen
, althans alleen,
al dan nietopzettelijk,
op en
/ofin de bodem een handeling als bedoeld in artikel 6 tot Pro en met 11 van de Wet bodembescherming heeft verricht,
bestaande uit
het storten en/oflozen
en/of neerleggenen
/ofopslaan van
(gevaarlijke
) (afval
)stoffen afkomstig van
/voorde vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
immers
heeft/hebbenhij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
),op en
/ofnabij het perceel [adres] te Angeren,
een ofmeer
(afval
)stoffen, te weten
(restanten van
)een chemische vloeistof en
/of (gevaarlijke
) (afval
)stoffen en
/of één of meerIBC
(‘s
)en
/ofjerrycan
(s
)en
/ofvat
(en
)(afval)stoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en
/ofaceton en
/ofHydrochloric acid 37% en
/ofPMK en
/ofMDMA en
/ofdrugsafval,
afkomstig van
/voorde vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
gestort en
/of achtergelaten en/ofopgeslagen en
/ofin
of opde bodem gebracht,
terwijl hij, verdachte en
/ofzijn mededaders, wist
(en
) althans redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden, dat door die handeling
(en
)de bodem kon worden verontreinigd
en/of aangetast– en hij en
/ofzijn mededaders, niet alle maatregelen
heeft/(hebben
)genomen die redelijkerwijs van
hem en/ofhen konden worden gevergd teneinde die verontreiniging en
/ofaantasting te voorkomen
dan wel, op het moment dat die verontreiniging en aantasting zich voordeed,
de verontreiniging en de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en/of zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt.
immers
heeft/hebben hij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
),op en
/ofnabij het perceel [adres] te Angeren,
een ofmeer
(afval
)stoffen, te weten
(restanten van
)een chemische vloeistof en
/of (gevaarlijke
) (afval
)stoffen en
/of één of meerIBC
(‘s
)en
/ofjerrycan
(s
)en
/ofvat
(en
)(afval)stoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en
/ofaceton en
/ofHydrochloric acid 37% en
/ofPMK en
/ofMDMA en
/ofdrugsafval,
afkomstig van
/voorde vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
gestort en
/of achtergelaten en/ofopgeslagen en
/ofin
of opde bodem gebracht,
terwijl hij, verdachte en
/ofzijn mededaders, wist
(en
) althans redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden, dat door die handeling
(en
)de bodem kon worden verontreinigd
en/of aangetast– en hij en
/ofzijn mededaders, niet alle maatregelen
heeft/(hebben
)genomen die redelijkerwijs van
hem en/ofhen konden worden gevergd teneinde die verontreiniging en
/ofaantasting te voorkomen
dan wel, op het moment dat die verontreiniging en aantasting zich voordeed,
de verontreiniging en de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en/of zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt;
5.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 13 maart 2021 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,
al dan nietopzettelijk
een of meerstoffen, te weten chemische vloeistoffen, namelijk
(gevaarlijke
)afvalstoffen afkomstig uit de productie van synthetische drugs,
heeft gebracht in de oever van de Neder-Rijn en
/ofin de Neder-Rijn, zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl
a. a) een daartoe strekkende vergunning niet was verleend door de Minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet
en/of het bestuur van het betrokken waterschap, en
b) daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en
c) artikel 6.3 eerste tot en met derde lid van de Waterwet niet van toepassing was;
parketnummer 03.070578.25
hij op
of omstreeks4 december 2024 te Gennep
opzettelijk
heeftverkocht
en/of afgeleverden
/ofverstrekt en
/ofvervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer0,67 gram netto
, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
parketnummer
05.101257.22
feit 1:
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
deels in eendaadse samenloop met
feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3:
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;
in eendaadse samenloop met
feit4:
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming, opzettelijk begaan;
feit5:
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 6.2, van de Waterwet, opzettelijk begaan;
parketnummer
03.070578.25
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.

6.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 52 maanden met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
In geval van een veroordeling heeft de raadsman gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van maximaal 36 maanden. Daarbij heeft hij gewezen op de omstandigheid dat de redelijke termijn met 16 maanden is overschreden zodat een strafvermindering van 10 procent moet worden toegepast.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de grootschalige productie van MDMA en de voorbereiding daarvan in de periode van februari 2021 tot en met mei 2021. De synthetische drugs werden geproduceerd in containers op een scheepswerf in de gemeente Lingewaard. Gezien de productiecapaciteit valt dit lab in de op één na grootste categorie.
Het is algemeen bekend dat harddrugs zoals MDMA een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Met de productie van en de handel in harddrugs wordt snel en veel geld verdiend wat gepaard gaat met diverse vormen van ondermijnende criminaliteit. Verdachte heeft met zijn gedragingen een belangrijke bijdrage geleverd aan het in de stand houden van de productie van harddrugs. Verdachte kan hierdoor mede verantwoordelijk worden gehouden voor de nadelige effecten die door de productie hiervan worden veroorzaakt.
Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan milieudelicten door niet te voldoen aan zijn zorgplicht. Gevaarlijke chemicaliën werden onbeschermd opgeslagen. Schadelijke afvalstoffen werden door verdachten geloosd in de bodem en in het oppervlaktewater van de nabij gelegen Neder-Rijn. Met het saneren van de vervuilde grond zijn hoge kosten gemoeid die vaak ten laste van een ander of de maatschappij komen, zo ook in deze zaak. Verdachte had hier allemaal geen boodschap aan. Het vooruitzicht om snel en gemakkelijk geld te verdienen was kennelijk belangrijker. Verdachte had als laborant een uitvoerende rol in het geheel. Voorts heeft verdachte op 4 december 2024 gedeald in een gebruikershoeveelheid cocaïne.
Verdachte heeft geen relevant strafblad. Wel is hij na het plegen van het bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete voor een overtreding zodat de bepaling van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. In zijn nadeel weegt mee dat hij tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis opnieuw een drugsfeit heeft gepleegd. Anderzijds houdt de rechtbank in strafverminderende zin rekening met de omstandigheid dat voor een groot deel van de bewezenverklaarde feiten sprake is van eendaadse samenloop en dat de redelijke termijn voor berechting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, met ruim anderhalf jaar is overschreden.
Gelet op de ernst van de feiten past alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Rekening houdend met de toepasselijke LOVS-oriëntatiepunten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 52 maanden met aftrek van het voorarrest. Zonder de overschreden redelijke termijn zou de rechtbank 54 maanden gevangenisstraf hebben opgelegd aan verdachte. Een gevangenisstraf van 36 maanden zoals de raadsman heeft bepleit, staat niet in verhouding tot de ernst van de delicten.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 47, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet;
- 1 a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 10.1 van de Wet milieubeheer, artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming en artikel 6.2 van de Waterwet, zoals deze golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
 wijst af de getuigenverzoeken die de raadsman bij pleidooi naar voren heeft gebracht in parketnummer 05.101257.22;
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 52 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker, voorzitter, mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 april 2026.
Mrs. Van Breevoort-de Bruin en Duinkerke zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, Districtsrecherche Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossier Onderzoek ON4R021049 STOMP (PL0600- 202103960), gesloten op 8 mei 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van bevindingen p. 1084-1085, het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 621.
3.Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 623-626, gelezen in onderlinge samenhang met het rapport van het NFI p. 760-761.
4.Het rapport van het NFI p. 762.
5.Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 626-627.
6.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 maart 2026.
7.Het proces-verbaal van bevindingen p. 767.
8.Het proces-verbaal van bevindingen p. 976.
9.Het proces-verbaal van bevindingen p. 826-827 en 829-830.
10.Het proces-verbaal van bevindingen p. 830-831.
11.Het proces-verbaal van bevindingen p. 769.
12.Het proces-verbaal van bevindingen p. 840.
13.Het proces-verbaal van bevindingen p. 846-847.
14.Het proces-verbaal van bevindingen p. 1009.
15.Het proces-verbaal van bevindingen p. 847-848.
16.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoeksbevindingen p. 771-772.
17.Het proces-verbaal van bevindingen Anom-chats p. 942-944.
18.Het proces-verbaal van bevindingen p. 874.
19.Het proces-verbaal van bevindingen p. 1134, 11,41, 1154 en het proces-verbaal van bevindingen p. 1596-1598.
20.Het rapport Verkennend (water)bodemonderzoek van Diseo p. 1243, 1248 en 1250,1253-1254.
21.Het proces-verbaal van bevindingen p. 1139-1147.
22.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Eenheid Limburg, opgemaakte proces-verbaal dossiernummer PL2300-2024198047, gesloten op 21 februari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
23.Het proces-verbaal van bevindingen p. 6-7.
24.Het rapport van het NFiDENT p. 47, gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen p. 45-46.
25.Het proces-verbaal van verhoor getuige p. 11-12.
26.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 maart 2026.
27.Het proces-verbaal van bevindingen p. 7-8.
28.Het proces-verbaal van bevindingen p. 37.