ECLI:NL:RBGEL:2026:3412
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voortzetting ISD-maatregel wegens noodzaak klinische behandeling en hoog recidiverisico
Op 7 april 2025 is aan de veroordeelde een ISD-maatregel opgelegd voor twee jaar. Op verzoek van de veroordeelde vond op 16 februari 2026 een tussentijdse beoordeling plaats over de noodzaak van voortzetting van deze maatregel.
De veroordeelde stelt dat hij geen gevaar meer vormt en dat de doelstellingen van de maatregel zijn behaald, met de wens om behandeling te ontvangen bij een specifieke instelling. De officier van justitie verzoekt voortzetting vanwege een hoog recidiverisico en de mogelijkheden binnen de ISD-maatregel om dit risico te beperken.
De rechtbank concludeert op basis van rapportages en zitting dat de veroordeelde nog geen klinische behandeling heeft ondergaan en dat deze noodzakelijk is om verslaving en onderliggende problematiek aan te pakken. De veroordeelde toont een wisselende houding maar erkent de noodzaak van behandeling, hoewel hij alleen wil meewerken aan behandeling bij een instelling die niet passend is vanwege beveiligingsniveau.
De rechtbank acht voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk om onveiligheid en overlast te voorkomen en het recidiverisico te beperken. De maatregel wordt daarom voortgezet met het oog op verdere behandeling binnen de PI en mogelijke klinische opname indien de veroordeelde daartoe bereid is.
Uitkomst: De rechtbank besluit de ISD-maatregel voort te zetten vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van klinische behandeling.