Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3425

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
05/094996-22 vonnis
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 55 SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen productie MDMA en milieudelicten in drugslab te Angeren

De rechtbank Gelderland heeft op 28 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van de productie van MDMA, voorbereidingshandelingen daartoe en milieudelicten.

Het onderzoek startte na bevindingen uit het onderzoek 26Eagles en Operation Trojan Shield, waarbij communicatie via het ANOM-platform werd onderschept. Op 11 mei 2021 werd een drugslab aangetroffen in twee zeecontainers op een scheepswerf te Angeren, waar op grote schaal MDMA werd geproduceerd met behulp van drukreactieketels en destillatieopstellingen. Diverse gevaarlijke stoffen en afvalstoffen werden onbeschermd opgeslagen en verwerkt, wat leidde tot ernstige bodemverontreiniging.

Verdachte werd geïdentificeerd als gebruiker van ANOM-accounts die coördinerende aanwijzingen gaven voor de productie. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte vanaf 8 februari 2021 betrokken was bij de voorbereidingshandelingen en vanaf 13 maart 2021 bij de productie van MDMA. Ook werd bewezen dat verdachte medepleger was van milieudelicten door het onbeschermd opslaan en verwerken van gevaarlijke afvalstoffen.

Verdachte werd vrijgesproken van het feit dat hij betrokken was bij het illegaal lozen van afvalstoffen in de Neder-Rijn, omdat daarvoor onvoldoende bewijs was. Gelet op de ernst van de feiten, de omvang van de productie en de milieuschade, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden op, met aftrek van voorarrest. De voorlopige hechtenis werd geschorst onder voorwaarden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van productie van MDMA en milieudelicten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.094996.22
Datum uitspraak : 28 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] [woonplaats] .
Raadsman: mr. R.I. Takens, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van twee vorderingen tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij in op of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard en/of in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en/of te bevorderen
- Twee (2) gebruikte en vervuilde drukreactieketels inhoudsmaat circa 195 liter groot en aangesloten op een waterstofgas cilinder
- Twee (2) destillatieopstellingen inhoudsmaat circa 195 liter met een gedeeltelijke vulling van bruin/zwarte vloeistof
- Circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt
- Circa 240 L aceton, circa 1460 liter
- Circa 70 L zoutzuur, circa 590 liter
- Circa 25 kg citroenzuur
- Circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite)
- Circa 110 L PMK, minimaal 380 liter
ten behoeve van de productie van die MDMA voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2.
hij in op of omstreeks de periode van 1 december 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021, te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
(een) handeling(en) met afvalstoffen heeft verricht en/of heeft nagelaten,
waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of konden ontstaan,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet aan zijn/hun verplichting heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken,
immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s):
in een (zee)container en/of een (aan die container vastzittende) bouwkeet en/of op het buitenterrein aan en/of nabij [adres] te Angeren,
afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium en/of (chemische) vloeistoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen en/of één of meer IBC(‘s) en/of jerrycan(s) en/of vat(en) afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en/of acetonen/of Hydrochloric acid 37% en/of PMK en/of MDMA en/of drugsafval,
opgeslagen en/of verwerkt en/of overgeslagen en/of gestort en/of achtergelaten en/of op/in de bodem gebracht,
terwijl de vloer van de (zee)container en/of bouwkeet niet was voorzien van een vloeistofdicht vloer en/of waren er geen lekbakken geplaatst;
4.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
op en/of in de bodem een handeling als bedoeld in artikel 6 tot Pro en met 11 van de Wet bodembescherming heeft verricht,
bestaande uit het storten en/of lozen en/of neerleggen en/of opslaan van (gevaarlijke) (afval)stoffen afkomstig van/voor de vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders, op en/of nabij het perceel [adres] te Angeren,
een of meer (afval)stoffen, te weten (restanten van) een chemische vloeistof en/of (gevaarlijke) (afval)stoffen en/of één of meer IBC(‘s) en/of jerrycan(s) en/of vat(en) (afval)stoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en/of aceton en/of Hydrochloric acid 37% en/of PMK en/of MDMA en/of drugsafval,
afkomstig van/voor de vervaardiging/bereiding van synthetische drugs, gestort en/of achtergelaten en/of opgeslagen en/of in of op de bodem gebracht,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders, wist(en) althans redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden, dat door die handeling(en) de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast
–en hij en/of zijn mededaders, niet alle maatregelen heeft/(hebben) genomen die redelijkerwijs van hem en/of hen konden worden gevergd teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen dan wel, op het moment dat die verontreiniging en aantasting zich voordeed,
de verontreiniging en de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en/of zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt;
5.
hij op één of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk
een of meer stoffen, te weten chemische vloeistoffen, namelijk (gevaarlijk) afvalstoffen afkomstig uit de productie van synthetische drugs,
heeft gebracht in de oever van de Neder-Rijn en/of in de Neder-Rijn, zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl
a. a) een daartoe strekkende vergunning niet was verleend door de Minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en/of het bestuur van het betrokken waterschap, en
b) daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en
c) artikel 6.3 eerste tot en met derde lid van de Waterwet niet van toepassing was.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek Stomp tegen verdachte en de medeverdachten is gestart naar aanleiding van bevindingen uit het onderzoek 26Eagles. In 26Eagles is onderzoek gedaan naar criminele samenwerkingsverbanden die (onder andere) door versleutelde berichten, verzonden via het ANOM-platform, zich schuldig maken aan het beramen of plegen van strafbare feiten. De Amerikaanse autoriteiten hebben de door hen in ‘Operation Trojan Shield’ verworven communicatie afkomstig van de gebruikers van het ANOM-platform gedeeld met de Nederlandse opsporingsautoriteiten. Onderzoek Stomp richt zich op de ANOM-accounts [account 1] alias [alias 1] , [account 2] alias [alias 2] , [account 3] , alias [alias 3] . Vanuit onderzoek 26Eagles ontving de Districtsrecherche Gelderland-Midden op 6 mei 2021 informatie dat op het adres [adres] te Angeren drugs zouden worden geproduceerd. Onderzoek met een warmtecamera bevestigde deze informatie. Hierna werd op 11 mei 2021 een instap gedaan.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de feiten. In het dossier is hij geïdentificeerd als de gebruiker van de ANOM-accounts [account 3] , maar niet is gebleken van de juistheid en betrouwbaarheid van deze identificatie. Deze identificatie kan daarom niet voor het bewijs worden gebruikt. Ander bewijs dat verdachte bij de feiten betrokken is geweest ontbreekt. Subsidiair is voor feit 3, 4 en 5 aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de gebruiker van bovenstaande ANOM-accounts in het drugslab is geweest, wetenschap heeft gehad van de afvoerpijp die daar is aangetroffen, laat staan van het illegaal lozen van (gevaarlijke) afvalstoffen ter plaatse. Verdachte had geen opzet op de gronddelicten onder feit 3, 4 en 5 en van de voor medeplegen vereiste voldoende significante bijdrage aan deze feiten is geen sprake, zodat ook om die reden vrijspraak moet volgen.
Beoordeling door de rechtbank
Aantreffen synthetisch drugslab op [adres] in Angeren
Op 11 mei 2021 deed de politie een instap op de locatie [adres] in Angeren. Het perceel betrof een scheepswerf van [bedrijf] B.V. [2] Naast de boothelling stonden meerdere zeecontainers. In twee geschakelde containers troffen verbalisanten van de Landelijke Faciliteit Ontmanteling (LFO) een – operationeel – synthetisch drugslab aan. Een van de twee containers, een bouwkeet, was in gebruik voor de opslag van onder meer (lege) jerrycans en waterstofgasflessen. De andere container was ingericht als productieruimte. Verbalisanten roken de geur van methylamine. In de containers werden goederen aangetroffen die deels zijn bemonsterd en onderzocht door het NFI. Uit onderzoek van de LFO en het NFI blijkt dat het (onder meer) gaat om:
- twee gebruikte en vervuilde drukreactieketels met een inhoudsmaat van circa 195 liter,
aangesloten op een waterstofgas cilinder;
- twee destillatieopstellingen met een inhoudsmaat van circa 195 liter, deels gevuld met een
bruine vloeistof, zijnde MDMA;
vaten, jerrycans, IBC’s of zakken met:
- circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt;
- circa 240 L aceton, circa 1460 liter verwerkt;
- circa 70 L zoutzuur, circa 590 liter verwerkt;
- circa 25 kg citroenzuur;
- circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite);
- circa 110 L PMK, minimaal 380 liter verwerkt. [3]
Het NFI heeft beschreven dat aceton en zoutzuur worden gebruikt voor de productie van synthetische drugs en dat methylamine gebruikt wordt als grondstof voor de vervaardiging van MDMA uit PMK. [4] Uit onderzoek van de LFO volgt dat gezien de aangetroffen hoeveelheid gebruikte hulp- en grondstoffen en productie gerelateerd afval, met behulp van de twee ketels en destillatieopstellingen op grote schaal MDMA is geproduceerd vanuit PMK middels de verhoogde druk methode. Er hebben meerdere kookrondes plaatsgevonden. [5]
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte betrokken is geweest bij dit drugslab.
ANOM-chatgesprekken over aangetroffen drugslab
In het dossier bevinden zich de volgende ANOM-chatberichten, gestuurd door de accounts [account 1] alias [alias 1] , [account 2] alias [alias 2] , [account 3] alias [alias 3] en [account 3] . In het dossier wordt het account [account 1] toegeschreven aan medeverdachte [medeverdachte 1] , wordt het account [account 2] toegeschreven aan medeverdachte [medeverdachte 2] en worden de accounts [account 3] toegeschreven aan verdachte. [6] Daar waar in het dossier alleen de namen van de medeverdachten in de chatberichten zijn opgenomen en niet de accounts, zijn deze namen hieronder overgenomen.
Op 8 februari 2021 stuurde [account 1] aan [account 2]
Denk morge bus ophalen, de eigenaar is ook nog bezig om alles op de plek te zetten, ga ik morge avond bij de opslag alle spullen halen, woensdagochtend beginnen met bouwen [7]
19 februari 2021
[account 1] druk met vissers kutzooi (…)
[account 1] Alleen smelt dag ff poort op slot
[account 3] Gewoon na 18:00 doen [8]
Op 2 en 8 maart 2021 stuurde [account 1] een video dan wel foto’s aan [account 3] in chatgesprekken waarin besproken werd dat de ‘roerder van krtel in krachtstroom kan’, en dat ‘de ketelbouwer met foto komt’. In het dossier is beschreven dat [account 1] hierbij de locatiegegevens aan had staan. Uit deze gegevens volgt dat de video’s werden gestuurd vanaf de [adres] in Angeren. [9]
Op 12 maart 2021 stuurde [account 3] aan [account 1]
Ff zorgen dat we eerste draai overleefd hebben
(…) vandaag morgen komen nieuwe ketels [10]
13 maart 2021
[account 3] Hoe gaat het
[account 1] stink binnen niet normaal. Dat is die (…) mono [de rechtbank begrijpt:
methylamine]
[account 3] Zware ammoniak lucht zeker. Heb je masker op? [11]
14 maart 2021
[account 3] Ben je daar?
[account 2] Dijk
[account 3] Hun zitten wachten op tijd snappie. Vanaf 1530
[account 2] Ja 2 min.
[account 2] Ik stuur als hij belt
[account 3] Maar moeten wel productie gaan draajen dus snap hun wel
[account 2] Ja ik vind het een groot risico met die vissers [12]
Op 31 maart 2021 stuurde [account 3] aan [account 2]
Jullie hebben gister gewoon 200L gedraait. Is veel. Echt respect voor.
(…) 1 team 1 taak. Samen verliezen maar ga ook zorgen dat we samen gaan
winnen [13]
31 maart 2021 stuurde [account 2] aan [account 3]
Ik zei gisteren sturen die jongen weg. Dan draaien we 2x per dag [14]
1 april 2021
[account 3] Was alles gelukt
[account 2] Laatste beetje moet nog [15]
Op 3 april 2021 stuurde [account 1] een foto in een chatgesprek over het ‘oppakke van jammerr’
.De politie heeft beschreven dat op deze foto een perceel met het logo van scheepswerf [bedrijf] B.V. te zien is. [16]
Op 7 april 2021 stuurde [account 2] een foto in een chatgesprek over ‘Methanol, dikke kristallen en
lege jerry’s die geladen werden’. Verbalisant heeft deze foto vergeleken met foto’s gemaakt door de LFO in het lab op de scheepswerf in Angeren en geconcludeerd dat deze foto’s overeenkomen. Op de foto’s zijn op dezelfde positie dezelfde drie deuren te zien. Ook komen de kleuren, zijpanelen en klinken van de deuren volledig overeen evenals de kleur en het materiaal van de vloer. [17]
30 april 2021
[account 3] Heb afgesproken met xheb dat sttaks ff die waterstof en troep opslag zetten (…)
[account 1] Die olie die gedraaid is zijn we aan het dampen maar is net stroop en knalt na
130 graden en wij zette hem uit door naar 240 [18]
Gelet op de inhoud van de berichten, bezien in onderlinge samenhang, stelt de rechtbank vast dat deze berichten betrekking hebben op de opbouw van het drugslab in Angeren en de voortgang van de productie van synthetische drugs, MDMA, op deze locatie. Ook volgt uit de berichten dat hierbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de accounts [account 1] , [account 2] , [account 3] en dat [account 1] en [account 2] (met name) als laborant werkten.
ANOM-accounts [account 3] (alias [alias 3] ) en [account 3] hebben dezelfde gebruiker
In het dossier bevindt zich het volgende chatgesprek van 2 april 2021 tussen 6:15 en 6:55 uur:
[account 2] hebben ook nog 100p liggen
[account 3] (…). Ons deel staat bij ons in de vriezer toch?
[account 2] Nee (…) Maar krijgen we wel af vandaag (…).
[account 2] We hebben totaal 850. En [naam] regelt nog 150 bij. Anders smelt je maar 100k [19]
Op 2 april 2021 vanaf 8:41 uur stuurde en ontving het account [account 3] de volgende berichten:
[account 3] Nieuwe tel [alias 3]
[account 1] Oke maat
[account 3] (…) Als we morgen 100 erbij hebben kunnen we dan ff snel 200 p smelten
en die er doorheen klappr
[account 3] (…) schoonmaken en nieuwe spullen erin, maar [naam] wilde proberen
olie aan te pakken in plaats van poeder. [20]
[account 3] Nieuwe tel [alias 3] maatje
[account 2] Is goed [21]
In het dossier is beschreven dat uit de inhoud van de chatgesprekken binnen 26Eagles blijkt dat het account [account 3] hierna niet meer actief was. [22]
De rechtbank overweegt als volgt. [account 3] hebben beide [account 2] en [account 1] als tegenaccounts. Uit bovenstaande chatgesprekken van 2 april 2021 volgt dat de gebruiker van [account 3] voorheen actief was onder de naam [alias 3] . Voorts overweegt de rechtbank dat deze gesprekken, gelet op de inhoud, een voortzetting zijn van de eerdere chatgesprekken met [account 3] . Eerder die dag werd met [account 3] ook gesproken over ‘smelten, regelen van extra hoeveelheid, betrokkenheid van [naam] ’. De rechtbank concludeert hieruit dat de gebruiker van de accounts [account 3] dezelfde persoon is en dat deze op 2 april 2021 overgestapt is op een nieuw account.
Identificatie van verdachte
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte de gebruiker was van de accounts [account 3] .
In het dossier bevinden zich de volgende berichten:
13 november 2020
[account 4] He [verdachte] ik heb de links spiegel karpot
[account 3] Geen namen sturen
25 november 2020
[account 4] Politie Wijchen belde. Moesten jou hebbrn. Moesten je iets overhandigen.
[account 3] Wie belde ze dan
[account 4] Papa
[account 3] Maar vertel ff hele verhaal. Ze bellen ja hallo. We zijn op zoek naar u zoon. Zo ging het ofwat
[account 4] Lagen spullen voor je. Vamuit [plaats] ???
1 december 2020
[account 4] Ik ben net gebeld door de recherche. Je hebt een uitnodiging ontvangen in [plaats] om morgen op gesprek te komen in [plaats] . Gaat over de brand en drugslab thuis (…)
[account 3] Ik kom straks wel langs dan vertel maar
[account 4] (…) Dan zijn [naam] en [naam] er nog niet
29 november 2020
[account 3] Kom straks bij mijn anders biertje pakken kook ik
[account 4] [naam] js werken
[account 3] Geen namen [23]
Op basis van deze berichten heeft de politie gezocht in haar systemen op de termen 'drugslab',
'brand' en ' [plaats] '. De politie kwam daarbij uit op een registratie in het onderzoek Simca. In dat
onderzoek werd verdachte verdacht van overtreding van de Opiumwet, pleeglocatie [adres]
in [woonplaats] . In deze registratie stond ook vermeld dat het basisteam Tweestromenland op 25
november 2020 een brief voor verdachte probeerde uit te reiken aan zijn vader. Voorts blijkt uit
informatie uit de politiesystemen dat verdachte ondanks de uitnodiging niet is verschenen voor
het gesprek op 2 december 2020 op het politiebureau in [plaats] . Uiteindelijk is hij daar op 21
januari 2021 aangehouden.
Uit informatie uit de Basisregistratie Personen blijkt verder dat de ouders van verdachte, te
weten [verdachte] en [naam] ,
evenals zijn zussen [naam] en [naam] destijds stonden ingeschreven op het adres [adres]
in [woonplaats] . Verdachte stond eerder ook op dit adres ingeschreven. [24] In de ten laste
gelegde periode stond hij ingeschreven op een adres in [plaats] , Duitsland. [25]
Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank
van oordeel dat verdachte de gebruiker was van de ANOM-accounts [account 3] .
Daarbij overweegt de rechtbank dat de berichten over [naam] , [naam] en [naam] gaan over zijn
moeder en zijn zussen. Ook was verdachte degene die op 2 december 2020 op het politiebureau
in [plaats] was uitgenodigd en verdacht werd van overtreding van de Opiumwet op zijn ouderlijk
adres aan de [adres] in [woonplaats] . De uitnodiging was gestuurd naar zijn adres in [plaats] .
Dat de onderliggende stukken uit het onderzoek Simca niet aan dit dossier zijn toegevoegd, leidt
de rechtbank niet tot een ander oordeel. Daarbij overweegt de rechtbank dat de politie de
informatie die zij uit dat onderzoek heeft gebruikt voldoende duidelijk heeft beschreven in het
proces-verbaal van bevindingen LERCF21001-1679, evenals de bronnen waaruit deze
informatie afkomstig is. Voorts ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid en
de betrouwbaarheid van deze informatie. Verder leidt de rechtbank uit de inhoud van de
chatgesprekken af dat de gebruiker van de accounts [account 3] op afstand
aanwijzingen gaf aan de tegenaccounts in het lab en een overwegend coördinerende rol had
waarvoor hij niet ter plaatse hoefde te zijn. Het standpunt dat verdachte in de ten laste
gelegde periode vrijwel onafgebroken in Oost-Duitsland heeft verbleven, staat er dan ook niet
aan in de weg dat hij degene is die achter deze accounts zit. Hetgeen de raadsman verder heeft
aangevoerd over de identificatie van verdachte wordt weerlegd door de bewijsmiddelen.
Bewijsoverwegingen feit 1 (voorbereidingshandelingen drugslab) en 2 (productie MDMA)
Op basis van al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met de andere gebruikers van de ANOM-accounts, het drugslab in Angeren heeft opgezet en daar MDMA heeft bereid, bewerkt en verwerkt. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 1 en 2, kortweg het samen met anderen treffen van voorbereidingshandelingen voor dit drugslab en het daadwerkelijk produceren van MDMA.
Uit de chatberichten maakt de rechtbank op dat de opbouw van het lab is gestart op 8 februari 2021. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte zich ook vóór die datum schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde, in Angeren dan wel elders in Nederland. De rechtbank zal verdachte in zoverre vrijspreken van feit 1.
Verder stelt de rechtbank op grond van de chatberichten vast dat verdachten vanaf 13 maart 2021 daadwerkelijk MDMA hebben geproduceerd. Zij zal de periode van feit 2 in de bewezenverklaring daarom in die zin verkorten. De rechtbank ziet geen bewijs voor de handelingen ‘verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren’ zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
feit 3 (milieuvervuiling) en 4 (bodemverontreiniging)
Uit onderzoek van de politie, de LFO en het NFI blijkt dat op 11 mei 2021 vaten, jerrycans en/of IBC’s met grote hoeveelheden gevaarlijke (afval)stoffen waaronder methanol, aceton, Hydrochloric acid 37%, PMK, MDMA in het drugslab aanwezig waren. Verbalisanten hebben geconstateerd dat deze stoffen niet waren opgeslagen op een vloeistofdichte vloer of in lekbakken. In de houten vloer van het drugslab zat een groot gat en tussen de houten planken zaten grote kieren waardoor de grond onder de zeecontainer zichtbaar was. Op een enkele plek was de houten vloer helemaal kapot en in het midden van de container groeiden zelfs planten door de houten vloer heen. Door de kieren konden gevaarlijke afvalstoffen en andere chemische vloeistoffen die in het lab aanwezig waren, bij het morsen tijdens de opslag, verwerking en overslag ongehinderd in de bodem lopen dan wel onbelemmerd in de bodem worden gestort of gebracht, wat ook is gebeurd.
De vloer van het drugslab en de grond daaronder bleken doordrenkt met chemische vloeistoffen. De vegetatie direct achter het drugslab was over een oppervlakte van circa 80 m² volledig afgestorven. [26] Uit bodemonderzoek door milieuspecialisten van Diseo blijkt dat de bodem onder het drugslab en van het talud direct daarachter op een naastliggend perceel over een oppervlakte van circa 45 m² ernstig verontreinigd was met MDMA en/of N-acetvl-MDA, afkomstig van de productie van drugs. [27]
Naar het oordeel van de rechtbank staat hiermee vast dat de verdachten in het lab gevaarlijke (afval)stoffen afkomstig van/bestemd voor de productie van MDMA onbeschermd hebben opgeslagen, verwerkt en/of overgeslagen, alsmede op en in de bodem hebben gebracht en achtergelaten. Als medepleger van de productie van MDMA, was verdachte mede verantwoordelijk voor deze handelingen en mede gehouden alle voorzorgsmaatregelen te nemen die redelijkerwijs konden worden gevergd om verontreiniging te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk ongedaan te maken. Het is een feit van algemene bekendheid dat de productie van synthetische drugs afvalstoffen oplevert en dat deze schadelijk zijn voor de volksgezondheid en het milieu. Verdachte wist dan ook dat door deze handelswijze nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden of konden ontstaan. Uit de omvang van de vastgestelde bodem- en vloerverontreiniging concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat sprake is geweest van opzettelijk handelen door verdachten. Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte de zorgplichten uit artikel 10.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer (oud) en artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming (oud) niet is nagekomen. De rechtbank komt daarmee tot bewezenverklaring van feit 3 en 4. De productie van MDMA is gestart op 13 maart 2021 zodat de rechtbank de periode in de bewezenverklaring in die zin zal verkorten.
Vrijspraak feit 5
Vaststaat dat er een ondergrondse afvoerpijp vanaf het drugslab naar de Neder-Rijn liep en dat via deze pijp gevaarlijke afvalstoffen afkomstig van de productie van MDMA, illegaal in de oever en het oppervlaktewater van de Neder-Rijn zijn gebracht.
Bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de afvallozing ontbreekt. Ook kan niet worden vastgesteld dat hij weet had dat de medeverdachten afvalstoffen via een pijp in de Neder-Rijn loosden. Van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is niet gebleken. Daarbij overweegt de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte binnen in het lab of anderszins ter plaatse is geweest. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het tenlastegelegde onder feit 5.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in
op of omstreeksde periode van 8 februari 2021 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
en/of in Nederland
tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen
, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken, verwerken,
verkopen, afleveren, verstrekken, vervoerenvan MDMA,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en
/ofte bevorderen
- Twee (2) gebruikte en vervuilde drukreactieketels inhoudsmaat circa 195 liter groot en aangesloten op een waterstofgas cilinder
- Twee (2) destillatieopstellingen inhoudsmaat circa 195 liter met een gedeeltelijke vulling van bruin/zwarte vloeistof
- Circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt
- Circa 240 L aceton, circa 1460 liter
verwerkt
- Circa 70 L zoutzuur, circa
580liter
verwerkt
- Circa 25 kg citroenzuur
- Circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite)
- Circa 110 L PMK, minimaal 380 liter
verwerkt
ten behoeve van de productie van die MDMA voorhanden heeft gehad,
waarvan verdachte en
/ofverdachtes mededader
(s
)wist
(en
) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat
dat/die bestemd
was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2.
hij in
op of omstreeksde periode van
13 maart2021 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,
opzettelijk heeft
geteeld en/ofbereid en
/ofbewerkt en
/ofverwerkt
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van
13 maart2021 tot en met
11 mei 2021, te Angeren, gemeente Lingewaard
, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met e
en ander ofanderen
, althans alleen,
al dan nietopzettelijk,
(een)handeling
(en
)met afvalstoffen heeft verricht
en/of heeft nagelaten,
waarvan hij, verdachte, en
/ofzijn mededader
(s
)redelijkerwijs had
(den
)kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden
en/of konden ontstaan,
terwijl hij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)niet aan
zijn/hun verplichting
heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en
/ofzijn mededader
(s
)konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen
en/of te beperken,
immers
heeft/hebbenhij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
):
in een (zee)container en
/ofeen (aan die container vastzittende) bouwkeet en
/ofop het buitenterrein aan
en/of nabij[adres] te Angeren,
afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium en
/of (chemische
)vloeistoffen en
/ofgevaarlijke afvalstoffen en
/of één of meerIBC
(‘s
)en
/ofjerrycan
(s
)en
/ofvat
(en
)afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en
/ofaceton en
/ofHydrochloric acid 37% en
/ofPMK en
/ofMDMA en
/ofdrugsafval,
opgeslagen en
/ofverwerkt
en/of overgeslagen en/of gestorten
/ofachtergelaten en
/ofop/in de bodem gebracht,
terwijl de vloer van de (zee)container en
/ofbouwkeet niet was voorzien van een vloeistofdicht
evloer en
/ofer geen lekbakken waren geplaatst;
4.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van
13 maart2021 tot en met
11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen
, althans alleen,
al dan nietopzettelijk,
op en
/ofin de bodem een handeling als bedoeld in artikel 6 tot Pro en met 11 van de Wet bodembescherming heeft verricht,
bestaande uit
het storten en/oflozen
en/of neerleggenen
/ofopslaan van
(gevaarlijke
) (afval
)stoffen afkomstig van
/voorde vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
immers
heeft/hebbenhij, verdachte en
/ofzijn mededader
(s
),op en
/ofnabij het perceel [adres] te Angeren,
een ofmeer
(afval
)stoffen, te weten
(restanten van
)een chemische vloeistof en
/of (gevaarlijke
) (afval
)stoffen en
/of één of meerIBC
(‘s
)en
/ofjerrycan
(s
)en
/ofvat
(en
)(afval)stoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en
/ofaceton en
/ofHydrochloric acid 37% en
/ofPMK en
/ofMDMA en
/ofdrugsafval,
afkomstig van
/voorde vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
gestort en
/of achtergelaten en/ofopgeslagen en
/ofin
of opde bodem gebracht,
terwijl hij, verdachte en
/ofzijn mededaders, wist
(en
) althans redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden, dat door die handeling
(en
)de bodem kon worden verontreinigd
en/of aangetast– en hij en
/ofzijn mededaders, niet alle maatregelen
heeft/(hebben
)genomen die redelijkerwijs van
hem en/ofhen konden worden gevergd teneinde die verontreiniging en
/ofaantasting te voorkomen
dan wel, op het moment dat die verontreiniging en aantasting zich voordeed,
de verontreiniging en de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en/of zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
deels in eendaadse samenloop met
feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
feit 3:
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer (oud), opzettelijk begaan;
in eendaadse samenloop met
feit4:
medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming (oud), opzettelijk begaan.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de vijf feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 56 maanden met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft verder aangegeven dat de schorsing van de voorlopige hechtenis in stand kan blijven.
Het standpunt van de verdediging
In geval van een veroordeling heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte in deze zaak al bijna drie jaar in een schorsing loopt. Niet is gebleken dat verdachte de schorsingsvoorwaarden heeft overtreden. Verdachte is inmiddels vader van twee jonge kinderen, mantelzorger, kostwinnaar en heeft een eigen onderneming. Hij heeft daarmee een persoonlijk zwaarwegend belang om geschorst te blijven.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, zoals onder meer beschreven in het reclasseringsrapport van 2 maart 2026.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de grootschalige productie van MDMA en de voorbereiding daarvan in de periode van februari 2021 tot en met mei 2021. De synthetische drugs werden geproduceerd in containers op een scheepswerf in de gemeente Lingewaard. Gezien de productiecapaciteit valt dit lab in de op één na hoogste categorie.
Het is algemeen bekend dat harddrugs zoals MDMA een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Met de productie van en de handel in harddrugs wordt snel en veel geld verdiend wat vaak gepaard gaat met diverse vormen van ondermijnende criminaliteit. Verdachte heeft met zijn gedragingen een belangrijke bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie van harddrugs. Verdachte kan hierdoor mede verantwoordelijk worden gehouden voor de nadelige effecten die door de productie hiervan worden veroorzaakt.
Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan milieudelicten door niet te voldoen aan zijn zorgplicht. Gevaarlijke drugsproductie gerelateerde (afval)stoffen werden onbeschermd opgeslagen en verwerkt waardoor deze in de bodem zijn gekomen met ernstige milieuverontreiniging tot gevolg. Met het saneren van de grond zijn hoge kosten gemoeid die vaak voor lasten van een ander of de maatschappij komen, zo ook in deze zaak. Verdachte had hier allemaal geen boodschap aan. Het vooruitzicht om snel en gemakkelijk geld te verdienen was kennelijk belangrijker. Verdachte had in het drugslab een coördinerende rol.
De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Wel is hij na het plegen van het bewezenverklaarde voor andere delicten tot straf veroordeeld zodat de bepaling van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Ook houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat voor een groot deel van het bewezenverklaarde sprake is van eendaadse samenloop en dat de redelijke termijn voor berechting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, met anderhalf jaar is overschreden. Verdachte is in die tijd niet met justitie in aanraking gekomen wegens het plegen van een nieuw strafbaar feit. Verder vindt de rechtbank 1 feit minder bewezen dan de officier van justitie heeft gevorderd.
Gelet op de ernst van de feiten past alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Rekening houdend met de toepasselijke LOVS-oriëntatiepunten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van het voorarrest. Zonder de overschreden redelijke termijn zou de rechtbank 50 maanden gevangenisstraf hebben opgelegd aan verdachte.
De rechtbank zal de schorsing van de voorlopige hechtenis niet opheffen, maar onder de huidige voorwaarden laten doorlopen. Niet is gebleken dat verdachte de schorsingsvoorwaarden heeft overtreden. Het persoonlijk belang van verdachte bij het voortduren van de schorsing weegt zwaarder dan het strafvorderlijk belang bij het opheffen daarvan.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 47, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet;
- 1 a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 10.1 van de Wet milieubeheer en artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder 5 ten laste gelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker, voorzitter, mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 april 2026.
Mrs. Van Breevoort-de Bruin en Duinkerke zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, Districtsrecherche Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossier Onderzoek ON4R021049 STOMP (PL0600- 202103960), gesloten op 8 mei 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van bevindingen p. 1084-1085, het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 621.
3.Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 623-626, gelezen in onderlinge samenhang met het rapport van het NFI p. 760-761.
4.Het rapport van het NFI p. 762.
5.Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 626-627.
6.Het proces-verbaal van bevindingen p. 806-813.
7.Het proces-verbaal van bevindingen p. 767.
8.Het proces-verbaal van bevindingen p. 976.
9.Het proces-verbaal van bevindingen p. 826-827 en 829-830.
10.Het proces-verbaal van bevindingen p. 830-831.
11.Het proces-verbaal van bevindingen p. 831.
12.Het proces-verbaal van bevindingen p. 840.
13.Het proces-verbaal van bevindingen p. 846-847.
14.Het proces-verbaal van bevindingen p. 1009.
15.Het proces-verbaal van bevindingen p. 847-848.
16.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoeksbevindingen p. 771-772.
17.Het proces-verbaal van bevindingen Anom-chats p. 942-944.
18.Het proces-verbaal van bevindingen p. 874.
19.Het proces-verbaal van bevindingen p. 847-848.
20.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek identiteit en activiteiten [account 3] p. 855-856.
21.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek identiteit en activiteiten [account 3] p. 876.
22.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek identiteit en activiteiten [account 3] p. 849.
23.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek identiteit en activiteiten [account 3] @anom.one p. 808-811.
24.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek identiteit en activiteiten [account 3] @anom.one p. 810-812.
25.SKDB van verdachte van 29 januari 2026 p. 2/3.
26.Het proces-verbaal van bevindingen p. 1134, 11,41, 1154 en het proces-verbaal van bevindingen p. 1596-1598.
27.Het rapport Verkennend (water)bodemonderzoek van Diseo p. 1243, 1248 en 1250,1253-1254.