AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling medeplichtigheid aan voorbereidingshandelingen productie MDMA op scheepswerf
De rechtbank Gelderland heeft op 28 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij een drugslab op zijn scheepswerf te Angeren. Uit onderzoek bleek dat in twee containers op het terrein een operationeel synthetisch drugslab was gevestigd waar op grote schaal MDMA werd geproduceerd.
De rechtbank oordeelde dat verdachte de containers ter beschikking had gesteld aan medeverdachten die het lab runden, terwijl hij wist dat deze werden gebruikt voor voorbereidingshandelingen van de productie van MDMA. Verdachte bediende ook de grote kraan om geluidsoverlast te maskeren. De rechtbank kwalificeerde zijn rol als medeplichtigheid aan medeplegen, niet als medeplegen zelf.
Voor de milieuverontreiniging en illegale lozing van gevaarlijke afvalstoffen in de bodem en de Neder-Rijn sprak de rechtbank verdachte vrij, omdat geen bewijs was dat hij hierbij betrokken was of hiervan op de hoogte was.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uur, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en zijn beperkte rol. Verdachte werd vrijgesproken van de overige tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een taakstraf van 240 uur voor medeplichtigheid aan medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van MDMA.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.116680.23
Datum uitspraak : 28 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] [woonplaats] .
Raadsman: mr. J. van Wijk, advocaat in Eindhoven.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen van
1 oktober 2024, 9 juli 2025 en 16 maart 2026 en 14 april 2026.
1.De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van twee vorderingen tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
primair
hij in op of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en/of te bevorderen
- Twee (2) gebruikte en vervuilde drukreactieketels inhoudsmaat circa 195 liter groot en aangesloten op een waterstofgas cilinder
- Twee (2) destillatieopstellingen inhoudsmaat circa 195 liter met een gedeeltelijke vulling van bruin/zwarte vloeistof
- Circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt
- Circa 240 L aceton, circa 1460 liter
- Circa 70 L zoutzuur, circa 590 liter
- Circa 25 kg citroenzuur
- Circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite)
- Circa 110 L PMK, minimaal 380 liter
ten behoeve van de productie van die MDMA voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en)
en/of door gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, door het opstellen van een huurcontract ten aanzien van de twee containers op het perceel aan [adres] te Angeren en/of door twee containers op het terrein aan [adres] ter beschikking te stellen en/of door een kraan aan te zetten;
in op of omstreeks de periode van 15 november 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken
vervoeren van MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en/of te bevorderen
- Twee (2) gebruikte en vervuilde drukreactieketels inhoudsmaat circa 195 liter groot en aangesloten op een waterstofgas cilinder
- Twee (2) destillatieopstellingen inhoudsmaat circa 195 liter met een gedeeltelijke vulling van bruin/zwarte vloeistof
- Circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt
- Circa 240 L aceton, circa 1460 liter
- Circa 70 L zoutzuur, circa 590 liter
- Circa 25 kg citroenzuur
- Circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite)
- Circa 110 L PMK, minimaal 380 liter
ten behoeve van de productie van die MDMA voorhanden heeft gehad, waarvan die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op/in of omstreeks de periode van de maand november 2020 tot en met 11 mei 2021, te Angeren, gemeente Bemmel
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- het ter beschikking stellen/verhuren van een (zee)container en/of een (aan die container vastzittende) bouwkeet op het perceel [adres] te Angeren;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met 11 mei 2021, te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
al dan niet opzettelijk,
(een) handeling(en) met afvalstoffen heeft verricht en/of heeft nagelaten, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of konden ontstaan,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet aan zijn/hun verplichting heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden worden gevergd teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken,
immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s):
in een (zee)container en/of een (aan die container vastzittende) bouwkeet en/of op het buitenterrein aan en/of nabij [adres] te Angeren,
afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium en/of (chemische) vloeistoffen en/of gevaarlijke afvalstoffen en/of één of meer IBC(‘s) en/of jerrycan(s) en/of vat(en) afvalstoffen afkomstig van een drugslaboratorium,
opgeslagen en/of verwerkt en/of overgeslagen en/of gestort en/of achtergelaten en/of op/in de bodem gebracht,
terwijl de vloer van de (zee)container en/of bouwkeet niet was voorzien van een vloeistofdicht vloer en/of waren er geen lekbakken geplaatst;
3.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk,
op en/of in de bodem een handeling als bedoeld in artikel 6 totPro en met 11 van de Wet bodembescherming heeft verricht,
bestaande uit het storten en/of lozen en/of neerleggen en/of opslaan van (gevaarlijke) (afval)stoffen afkomstig van/voor de vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders, op en/of nabij het perceel [adres] te Angeren,
een of meer (afval)stoffen, te weten (restanten van) een chemische vloeistof en/of (gevaarlijke) (afval)stoffen en/of één of meer IBC(‘s) en/of jerrycan(s) en/of vat(en) (afval)stoffen afkomstig van een drugslaboratorium, waaronder; methanol en/of aceton en/of Hydrochloric acid 37% en/of PMK en/of MDMA en/of drugsafval, afkomstig van/voor de vervaardiging/bereiding van synthetische drugs,
gestort en/of achtergelaten en/of opgeslagen en/of in of op de bodem gebracht,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededaders, wist(en) althans redelijkerwijs had(den) kunnen vermoeden, dat door die handeling(en) de bodem kon worden verontreinigd en/of aangetast — en hij en/of zijn mededaders, niet alle maatregelen heeft/(hebben) genomen die redelijkerwijs van hem en/of hen konden worden gevergd teneinde die verontreiniging en/of aantasting te voorkomen dan wel, op het moment dat die verontreiniging en aantasting zich voordeed, de verontreiniging en de aantasting en de directe gevolgen daarvan niet heeft beperkt en/of
zoveel mogelijk ongedaan heeft gemaakt;
4.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 december 2020 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
al dan niet opzettelijk
een of meer stoffen, te weten chemische vloeistoffen, namelijk (gevaarlijk) afvalstoffen afkomstig uit de productie van synthetische drugs, heeft gebracht in de oever van de Neder-Rijn en/of in de Neder-Rijn, zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl
a. a) een daartoe strekkende vergunning niet was verleend door de Minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en/of het bestuur van het betrokken waterschap, en
b) daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en
c) artikel 6.3 eerste tot en met derde lid van de Waterwet niet van toepassing was.
Het onderzoek Stomp tegen verdachte en de medeverdachten is gestart naar aanleiding van bevindingen uit het onderzoek 26Eagles. In 26Eagles is onderzoek gedaan naar criminele samenwerkingsverbanden die (onder andere) door versleutelde berichten, verzonden via het ANOM-platform, zich schuldig maken aan het beramen of plegen van strafbare feiten. De Amerikaanse autoriteiten hebben de door hen in ‘Operation Trojan Shield’ verworven communicatie afkomstig van de gebruikers van het ANOM-platform gedeeld met de Nederlandse opsporingsautoriteiten. Onderzoek Stomp richt zich op de ANOM-accounts [account 1] alias [alias 1] , [account 2] alias [alias 2] , [account 3] , alias [alias 3] . Vanuit onderzoek 26Eagles ontving de Districtsrecherche Gelderland-Midden op 6 mei 2021 informatie dat op het adres [adres] te Angeren drugs zouden worden geproduceerd. Onderzoek met een warmtecamera bevestigde deze informatie. Hierna werd op 11 mei 2021 een instap gedaan.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich in vereniging schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair, feit 2, feit 3 en feit 4.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Verdachte heeft geen betrokkenheid gehad bij het drugslab. Hij had de containers in goed vertrouwen verhuurd aan [naam 2] en wist niet dat zich hierin een drugslab bevond; evenmin heeft hij de aanmerkelijke kans hierop welbewust aanvaard. Niet kan worden vastgesteld dat (telkens) verdachte wordt bedoeld in de ANOM-chatgesprekken tussen de medeverdachten wanneer wordt gesproken over de ‘eigenaar’. Ook kan uit deze gesprekken niet worden afgeleid dat de ‘eigenaar’ weet had van het drugslab. Bovendien is het enkel ter beschikking stellen van de containers onvoldoende voor medeplegen van de verweten voorbereidingshandelingen. Voor feit 2, 3 en 4 is verder aangevoerd dat verdachte geen bijdrage heeft geleverd aan het lozen van afvalstoffen uit het drugslab. Ook was de lozing voor hem niet zichtbaar.
Beoordeling door de rechtbank
Aantreffen synthetisch drugslab op scheepswerf verdachte
Op 11 mei 2021 deed de politie een instap op de locatie [adres] in Angeren. Het perceel betrof een scheepswerf van [bedrijf] B.V., toebehorend aan verdachte en zijn familie. [2] Naast de boothelling stonden meerdere zeecontainers. In twee geschakelde containers troffen verbalisanten van de Landelijke Faciliteit Ontmanteling (LFO) een – operationeel – synthetisch drugslab aan. Een van de twee containers, een bouwkeet, was in gebruik voor de opslag van onder meer (lege) jerrycans en waterstofgasflessen. De andere container was ingericht als productieruimte. Verbalisanten roken de geur van methylamine. In de containers werden goederen aangetroffen die deels zijn bemonsterd en onderzocht door het NFI. Uit onderzoek van de LFO en het NFI blijkt dat het (onder meer) gaat om:
- twee gebruikte en vervuilde drukreactieketels met een inhoudsmaat van circa 195 liter,
aangesloten op een waterstofgas cilinder;
- twee destillatieopstellingen met een inhoudsmaat van circa 195 liter, deels gevuld met een
bruine vloeistof, zijnde MDMA;
vaten, jerrycans, IBC’s of zakken met:
- circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt;
- circa 240 L aceton, circa 1460 liter verwerkt;
- circa 70 L zoutzuur, circa 590 liter verwerkt;
- circa 25 kg citroenzuur;
- circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite);
- circa 110 L PMK, minimaal 380 liter verwerkt. [3]
Het NFI heeft beschreven dat aceton en zoutzuur worden gebruikt voor de productie van synthetische drugs en dat methylamine gebruikt wordt als grondstof voor de vervaardiging van MDMA uit PMK. [4] Uit onderzoek van de LFO volgt dat gezien de aangetroffen hoeveelheid gebruikte hulp- en grondstoffen en productie gerelateerd afval, met behulp van de twee ketels en destillatieopstellingen op grote schaal MDMA is geproduceerd vanuit PMK middels de verhoogde druk methode. Er hebben meerdere kookrondes plaatsgevonden. [5]
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte betrokken is geweest bij het drugslab op zijn perceel.
ANOM-chatberichten over aangetroffen drugslab
In het dossier bevinden zich onderstaande ANOM-chatberichten, gestuurd door de accounts [account 1] alias [alias 1] , [account 2] alias [alias 2] en [account 3] alias [alias 3] . In het dossier wordt het account [account 1] toegeschreven aan medeverdachte [medeverdachte 3] , wordt het account [account 2] toegeschreven aan medeverdachte [medeverdachte 2] en worden de accounts [account 3] toegeschreven aan medeverdachte [medeverdachte 1] . [6] Daar waar in het dossier alleen de namen van de medeverdachten in de chatberichten zijn opgenomen en niet de accounts, zijn deze namen hieronder overgenomen.
Op 8 februari 2021 stuurde [account 1] aan [account 2]
Denk morge bus ophalen, de eigenaaris ook nog bezig om alles op de plek te zetten, ga ik morge avond bij de opslag alle spullen halen, woensdagochtend beginnen met bouwen [7]
19 februari 2021 tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]
Op 2 en 8 maart 2021 stuurde [account 1] een video dan wel foto’s aan [account 3] in chatgesprekken waarin besproken werd dat de ‘roerder van krtel in krachtstroom kan’, en dat ‘de ketelbouwer met foto komt’. In het dossier is beschreven dat [account 1] hierbij de locatiegegevens aan had staan. Uit deze gegevens volgt dat de video’s werden gestuurd vanaf de [adres] in Angeren. [10]
15 maart 2021 berichten tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]
Had je eigenaarnog geappt
Ik ga nu daar heen (…)
En is hij er
Denk als hij er is dsn zou die nu wel wakker zijn
Ja dat is hij meestal toch wel maar net weekend geweest je weet het niwt(…)
Hij is er. Komt er net aan
28 maart 2021 berichten tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]
Moet gewoon pleite die mof
Hij moet die mof gewoon met smoes weg jagen
Ik ga daar niet terein op en die jongen onder druk zetten
(…) eigenaarmoet dig doen
Of [naam 1] moet die eigenaartexten
Heb net eigenaargesproke. Zijn al mensen valt niet op zegt hij
Kunnen ze ook ff langs de loods leggen
Staan daar toch al van zo'n soort flessen [de rechtbank begrijpt: vermoedelijk waterstofflessen]
Is eigenaar
(…)
Dan kan je sowieso niet snachts draaien (…)
Ik durf het wel aan alleen moet warmte element hebben (…)
Nacht hoor je meer dan overdag
Laat hemdie kraanaanzetten
30 maart 2021 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]
Heb je geen last gehad van de mensen daar buiten?
Zettn die grote kraan aan dan hoor je niet veel buiten
Ok en eigenaaris dje ook blij dat eerste rit bijna op zit
Ja die is gewoon relaxt. Was niet aan het pushen. Snapte ook wel dat zo lang duurde.
Had uitgelegd en gezegd draaien dubbele diensten nu. En hij is ook aan het werk hier.
Je moet ook goed zeggen gaat pas morgen allemaal weg dan weten we pas wat eruit komt en kunnen se vast iets verdelen
Zei dat we stagneerde op door de ketels en zei mattriaal aanleveren duurde langer.
Dan weten ze niet zijn doodsbang voor waterstof hun.
Maar volgens mij weet die eigenaarhet wel of hij denkt is gas.
31 maart 2021 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]
Ik zei gisteren sturen die jongenweg
Welke jonge
Dan draaien we 2x per dag
Die eigenaar
Slapen we in zijn huis
31 maart 2021 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3]
Ben je al daar
Ja
Vraag ff aan die eigenaar
Zie zozo geen eigenaat
Dat ik ff met hun 2 rondje wil lopen
Zeg samen met die ouwe
1 april 2021 tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]
Was alles gelukt?
Laatste beetje moet nog. Daar vriezen vraag wel of die eigenaar3 dagen daar blijft
Op 3 april 2021 stuurde [account 1] een foto .De politie heeft beschreven dat hierop een perceel met het logo van scheepswerf [bedrijf] B.V. te zien is. [12]
Op 7 april 2021 stuurde [account 2] een foto. Verbalisant heeft deze foto vergeleken met foto’s gemaakt door de LFO in het lab op de scheepswerf in Angeren en geconcludeerd dat deze foto’s overeenkomen. Op de foto’s zijn op dezelfde positie dezelfde drie deuren te zien. Ook komen de kleuren, zijpanelen en klinken van de deuren volledig overeen, evenals de kleur en het materiaal van de vloer. [13]
Gelet op de inhoud van de berichten, bezien in onderlinge samenhang, stelt de rechtbank vast dat deze berichten betrekking hebben op de opbouw van het drugslab in Angeren en de voortgang van de productie van synthetische drugs, MDMA, op deze locatie. Ook volgt uit de berichten dat hierbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de accounts [account 1] , [account 2] , [account 3] en dat [account 1] en [account 2] (onder meer) als laborant werkten. Voorts maakt de rechtbank uit de berichten op dat de gebruikers van deze accounts, de medeverdachten, actief contact hadden met de ‘eigenaar’ over onder meer de voortgang van het productieproces, de opslag van waterstofflessen en mensen die op het terrein liepen waardoor zij niet ongestoord konden werken.
Wie wordt bedoeld met de ‘eigenaar’?
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte degene is die in bovengenoemde chatberichten wordt bedoeld met de ‘eigenaar’.
Verdachte heeft verklaard dat hij de containers waarin het drugslab was gevestigd, in de ten laste gelegde periode ter beschikking had gesteld aan een ander. Voorts heeft hij verklaard dat hij op het terrein woonde en werkte en daar dagelijks aanwezig was. Daarnaast verbleef hij ook wel bij zijn vriendin in [woonplaats] . Verder woonde alleen zijn moeder op het terrein. Op papier was [bedrijf] B.V. een familiebedrijf maar in de praktijk runde hij het bedrijf alleen, met hulp van zijn moeder. [14] Ook heeft hij verklaard dat hij de enige was die de grote kraan naast het drugslab bediende en kon bedienen. De kraan stond hele dagen te draaien. [15]
Uit de chatberichten volgt dat de ‘eigenaar’ op het terrein van het drugslab woonde en sliep en zeggenschap leek te hebben over vissers en anderen die op het terrein liepen. Gelet hierop, kan hiermee niet (mede) de eigenaar van het drugslab of de materialen worden bedoeld, zoals de raadsman heeft betoogd. Wel past verdachte in dit profiel. Ook werkte hij op de scheepswerf en overnachtte hij wel eens bij zijn vriendin, net zoals de ‘eigenaar’. Voorts was hij samen met zijn moeder eigenaar van de werf en de containers. ‘Die jongen’ en ‘die ouwe’ kunnen naar hen verwijzen. Bovendien was verdachte de enige die de kraan naast het drugslab bediende. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat met de ‘eigenaar’ verdachte wordt bedoeld. Dat verdachte geen ANOM-telefoon had leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel nu nergens uit blijkt dat de ‘eigenaar’ hiervan gebruik maakte. Verder maakt de rechtbank uit de inhoud van de berichten op dat voor de gespreksdeelnemers duidelijk was wie met de ‘eigenaar’ werd bedoeld. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat hiermee steeds dezelfde persoon werd bedoeld: verdachte.
De rechtbank gaat daarom voorbij aan zijn verklaring dat hij geen weet had van het drugslab.
feit 1 (voorbereidingshandelingen drugslab)
Rol van verdachte
Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte de containers ter beschikking heeft gesteld aan de medeverdachten terwijl hij wist dat zij deze gebruikten voor voorbereidings-handelingen voor de productie van synthetische drugs, MDMA. Dat verdachte de containers had verhuurd aan ene [naam 2] , zoals hij heeft verklaard, volgt de rechtbank niet, nu uit de chatberichten blijkt dat hij in contact stond en samenwerkte met medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] die het lab runden. Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte met hen heeft samengewerkt door voor hen de grote kraan aan te zetten zodat mensen op het terrein niet zouden horen dat men aan het produceren was.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld hoe de rol van verdachte bij het tenlastegelegde onder feit 1 juridisch moet worden gekwalificeerd. De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van verdachte zich beperken tot hetgeen hierboven is vastgesteld en naar hun aard beter passen bij medeplichtigheid dan bij medeplegen. Niet is gebleken dat verdachte een rol had in het geheel die maakt dat zijn bijdrage van voldoende gewicht was om te spreken van een nauwe en bewuste samenwerking bij de voorbereiding of bevordering van de productie van MDMA. Bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de inrichting van het lab of bij vergelijkbare voorbereidingshandelingen ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van ‘medeplegen’, ten laste gelegd onder feit 1 primair.
Wel acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van MDMA, zoals onder feit 1 subsidiair ten laste is gelegd. Verdachte wist dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] de containers gebruikten voor de voorbereiding van de productie van synthetische drugs. Verdachte heeft hieraan bewust meegewerkt door de containers hiervoor ter beschikking te stellen. Anders dan bij feit 1 primair, is ‘het aanzetten van de kraan’ niet opgenomen in de tenlastelegging van feit 1 subsidiair. Uit de chatberichten is op te maken dat de voorbereiding van het drugslab is gestart op 8 februari 2021. De rechtbank zal de periode in de bewezenverklaring in die zin verkorten.
Vrijspraak feit 2, 3 en 4 (vervuiling van de bodem en de Neder-Rijn)
Vaststaat dat de houten vloeren van de containers waarin het drugslab was gevestigd, niet vloeistofdicht waren en dat er geen lekbakken stonden. In de vloer zat een groot gat en tussen de houten planken zaten kieren waardoor de grond onder de containers zichtbaar was. Hierdoor konden gevaarlijke afvalstoffen en andere chemische vloeistoffen die in het lab aanwezig waren, bij het morsen tijdens de opslag, verwerking en overslag ongehinderd in de bodem lopen dan wel onbelemmerd in de bodem worden gebracht, wat ook is gebeurd. Uit onderzoek blijkt dat de bodem op deze plaatsen ernstig verontreinigd is geraakt met MDMA en/of N-acetvl-MDA, afkomstig van de productie van drugs uit het lab.
Ook staat vast dat er een ondergrondse afvoerpijp vanaf het drugslab naar de Neder-Rijn liep en dat via deze pijp gevaarlijke afvalstoffen afkomstig van de productie van MDMA, illegaal in de oever en het oppervlaktewater van de Neder-Rijn zijn gebracht.
Hierboven is al uiteengezet dat verdachte niet kan worden aangemerkt als medepleger van de voorbereidingshandelingen onder feit 1. De rechtbank ziet voorts geen bewijs dat verdachte een van de onder feit 2 en 3 verweten handelingen met afvalstoffen heeft verricht of heeft nagelaten, dan wel betrokken is geweest bij de afvallozing via een afvoerpijp in de Neder-Rijn ten laste gelegd onder feit 4. Evenmin kan worden gesteld dat bij het tenlastegelegde onder feit 2, 3 of 4 sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten.
Daarbij is niet gebleken dat verdachte weet had van de handelswijze van de medeverdachten in het drugslab of dat hij heeft moeten zien dat er drugsafval werd gedumpt of geloosd. De rechtbank zal verdachte daarom van deze feiten vrijspreken.
4.De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. subsidiair
[medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en /of[medeverdachte 3]
in op of omstreeksde periode van 8 februari 2021 tot en met 11 mei 2021 te Angeren, gemeente Lingewaard tezamen en in vereniging met een ander ofanderen , althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk telen,bereiden, bewerken, verwerken, v erkopen, afleveren, verstrekken
vervoerenvan MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I
voor te bereiden en/of te bevorderen
- Twee (2) gebruikte en vervuilde drukreactieketels inhoudsmaat circa 195 liter groot en aangesloten op een waterstofgas cilinder
- Twee (2) destillatieopstellingen inhoudsmaat circa 195 liter met een gedeeltelijke vulling van bruin/zwarte vloeistof
- Circa 580 L methylamine en methanol, circa 390 liter verwerkt
- Circa 240 L aceton, circa 1460 liter verwerkt
- Circa 70 L zoutzuur, circa 590 liter verwerkt
- Circa 25 kg citroenzuur
- Circa 25 kg natriumboorhydride (natrium dithionite)
- Circa 110 L PMK, minimaal 380 liter verwerkt
ten behoeve van de productie van die MDMA voorhanden heeft gehad, waarvan die [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en /of[medeverdachte 3] wist (en ) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
bij en/oftot het plegen van welk misdrijf verdachte op/in of omstreeksde periode van 8 februari2021 tot en met 11 mei 2021, te Angeren, gemeente Lingewaard
opzettelijk behulpzaam is geweest en/ofopzettelijk gelegenheid , middelen en/of inlichtingenheeft verschaft, door
- het ter beschikking stellen/verhuren van een (zee)container en /ofeen (aan die container vastzittende) bouwkeet op het perceel [adres] te Angeren.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 subsidiair:
Medeplichtigheid aan het medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 vanPro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, door een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit verschaffen.
6.De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
7.De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
8.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1 primair en de andere drie feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden.
Het standpunt van de verdediging
In geval van een veroordeling heeft de raadsman gepleit voor een taakstraf met eventueel daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarbij heeft hij gewezen op de redelijke termijn die met twee jaar is overschreden, de kleine rol van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft van februari 2021 tot en met mei 2021 de medeverdachten gefaciliteerd bij voorbereidingshandelingen voor de productie van MDMA door hiervoor twee containers op zijn bedrijfsterrein aan hen ter beschikking te stellen. Verdachte lijkt zich hierbij te hebben laten leiden door het vooruitzicht snel en gemakkelijk geld te verdienen. Vervolgens hebben de medeverdachten in de containers op grote schaal MDMA geproduceerd. Door zijn handelen is verdachte een kleine maar onmisbare schakel geweest in het geheel.
Verdachte heeft hiermee een bijdrage geleverd aan het in stand houden van het criminele drugscircuit. Met de productie van en de handel in harddrugs wordt snel en veel geld verdiend, wat vaak gepaard gaat met diverse vormen van ondermijnende criminaliteit. Ook is het een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs waaronder MDMA schadelijke gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid.
De reclassering heeft in een rapport van 18 februari 2026 beschreven welke ingrijpende financiële en persoonlijke gevolgen deze zaak heeft gehad voor verdachte, zijn familie en het bedrijf. Het bedrijfsterrein van verdachte is ernstig verontreinigd geraakt door de drugsproductie. De grond moest worden gesaneerd en verdachte en het bedrijf hebben hiervoor flinke kosten moeten maken. Ook heeft het bedrijf hierdoor reputatieschade geleden. Dit heeft ertoe geleid dat verdachte het familiebedrijf heeft verkocht. De reclassering schat de kans op herhaling in als laag.
Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde is in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen. De rechtbank vindt deze straf in dit geval toch niet passend. De strafbare handelingen zijn inmiddels vijf jaar geleden en de redelijke termijn voor berechting is overschreden met twee jaar. Ook heeft verdachte geen relevant strafblad. Voorts acht de rechtbank aanzienlijk minder bewezen dan de officier van justitie. Wel vindt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van twee jaar op zijn plaats en daarnaast een maximale taakstraf van 240 uur. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank ziet geen reden voor oplegging van bijzondere voorwaarden en zal daarom volstaan met de algemene voorwaarde geen strafbaar feit te plegen.
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 10 a van de Opiumwet.
10.De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 1 primair, feit 2, feit 3 en feit 4;
verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker, voorzitter, mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 april 2026.
Mrs. Van Breevoort-de Bruin en Duinkerke zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Voetnoten
1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, Districtsrecherche Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossier Onderzoek ON4R021049 STOMP (PL0600- 202103960), gesloten op 8 mei 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van bevindingen p. 1084-1085, het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 621 en uittreksels van de Kamer van Koophandel p. 1425-1430.
3.Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 623-626, gelezen in onderlinge samenhang met het rapport van het NFI p. 760-761.
4.Het rapport van het NFI p. 762.
5.Het proces-verbaal van bevindingen van de LFO p. 626-627.
6.Het proces-verbaal van bevindingen p. 806-813.
7.Het proces-verbaal van bevindingen p. 767.
8.Het proces-verbaal van bevindingen p. 976.
9.Het proces-verbaal van bevindingen p. 996.
10.Het proces-verbaal van bevindingen p. 826-827 en 829-830.
11.Het proces-verbaal van bevindingen p. 996-1009.
12.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoeksbevindingen cryptocommunicatie onderzoek 26Eagles: Lablocatie [adres] te Angeren p. 772.
13.Het proces-verbaal van bevindingen Anom-chats p. 942-944.
14.Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 316-319 en p. 322 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 maart 2026.
15.Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 337.