ECLI:NL:RBGEL:2026:343

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
11971911
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 sub c RvArt. 94 lid 2 RvArt. 96 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident inzake bestuurdersaansprakelijkheid en cao-naleving

De Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) vordert naleving van de cao PB en cao SFPB en betaling van een bedrag van €54.000 wegens vastgestelde cao-overtredingen tegen meerdere besloten vennootschappen, waaronder een bestuurder van een ontbonden vennootschap.

SFPB bracht de zaak per abuis aan bij de kantonrechter, terwijl zij meent dat de handelsrechtbank bevoegd is vanwege de hoogte van de vordering en bestuurdersaansprakelijkheid. De kantonrechter stelt echter dat zaken betreffende collectieve arbeidsovereenkomsten en de uitleg daarvan onder zijn bevoegdheid vallen, ook als de vordering hoger is dan €25.000.

De kantonrechter acht zich bevoegd op grond van artikel 93 sub c en Pro artikel 94 lid 2 Rv Pro, omdat de schadevordering voortvloeit uit de cao-naleving en de vorderingen samenhang vertonen. De zaak wordt niet ambtshalve verwezen naar de handelsrechtbank. De gedaagden krijgen gelegenheid tot het indienen van een conclusie van antwoord, en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en wijst ambtshalve verwijzing naar de handelsrechtbank af.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11971911 \ CV EXPL 25-3217
Vonnis van 2 januari 2026
in de zaak van
de stichting
Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging
gevestigd te 's-Gravenhage
eisende partij
hierna te noemen: SFPB
gemachtigde: mr. D.P. op den Velde
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 1]in haar hoedanigheid van bestuurder van de thans ontbonden besloten vennootschap
De Grote Broer B.V.
gevestigd te [vestigingsplaats]
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 2]
gevestigd te [vestigingsplaats]

3 [gedaagde 3]

wonende te [woonplaats]
gedaagde partijen
hierna samen te noemen: [gezamenlijke gedaagden]
gemachtigde: mr. S.J.B. Drijber.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 48;
- de e-mail van 17 november 2025 van deze rechtbank waarin partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich bij akte uit te laten over ambtshalve verwijzing naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank, locatie Arnhem;
- de akten uitlaten van partijen.
1.2.
Ten slotte is de datum van het vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
SFPB vordert bij dagvaarding om [gezamenlijke gedaagden] te veroordelen tot naleving van de cao PB en de cao SFPB en tot het nabetalen van de vastgestelde cao overtredingen. Daarbij vordert SFPB een bedrag van € 54.000 als forfaitaire schadevergoeding, de wettelijke rente, buitengerechtelijk en de proceskosten.
2.2.
SFPB stelt in haar akte dat de zaak per abuis is aangebracht bij de afdeling kanton in plaats van de afdeling handelszaken van deze rechtbank. De vordering van SFPB is hoger dan € 25.000 en gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid. SFPB is daarom van mening dat de zaak behandeld dient te worden door de afdeling handelszaken. [gezamenlijke gedaagden] sluit zich hier bij aan.
SFPB heeft nog wel aangegeven dat zij geen bezwaar heeft tegen behandeling van deze zaak door de kantonrechter op grond van artikel 96 Rv Pro, aangezien [gezamenlijke gedaagden] zich ondertussen bij de kantonrechter heeft gesteld.
2.3.
Artikel 93 sub c Rv Pro bepaalt dat door de kantonrechter worden behandeld en beslist (onder meer) zaken betreffende een collectieve arbeidsovereenkomst en algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst. SFPB heeft in het petitum van haar dagvaarding onder i. naleving van de daarin genoemde cao’s gevorderd. Daarnaast acht de kantonrechter het niet uitgesloten dat de bepalingen, waarvan SFPB onder punt 28 van de dagvaarding heeft gesteld dat [gezamenlijke gedaagden] deze heeft overtreden, zullen moeten worden uitgelegd. Een en ander brengt met zich mee dat deze zaak een zaak is ‘betreffende een collectieve arbeidsovereenkomst’ en daarmee valt onder de bevoegdheid van de kantonrechter. De kantonrechter acht zich op grond van artikel 94 lid 2 Rv Pro eveneens bevoegd kennis te nemen van de onder ii. gevorderde schadevordering nu deze vordering voortvloeit uit de door SFPB gestelde niet-naleving van de cao en de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet.
Gelet op het voorgaande acht de kantonrechter zich bevoegd kennis van deze zaak te nemen en hierin te beslissen, zodat van ambtshalve verwijzing naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank wordt afgezien.
2.4.
[gezamenlijke gedaagden] heeft nog geen conclusie van antwoord ingediend. Daartoe zal zij in de gelegenheid worden gesteld, zoals hierna beslist.
2.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
30 januari 2026voor het indienen van een conclusie van antwoord door [gezamenlijke gedaagden] ;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026.
40140 \ 560