Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7 van 27 januari 2026,
- het uitstelverzoek van gedaagde, ingediend op 27 januari 2026,
- de aanvullende producties 8 tot en met 12 van eiseres, ingediend op 29 januari 2026,
- de reactie van eiseres op het uitstelverzoek, ingediend op 29 januari 2026,
- de beslissing van de voorzieningenrechter dat geen uitstel wordt verleend van 29 januari 2026,
- de eisvermeerdering van eiseres, ingediend op 3 februari 2026,
- de herhaalde uitstelverzoeken van gedaagde, ingediend op 3 en 4 februari 2026,
- de beslissingen van de voorzieningenrechter dat geen uitstel wordt verleend van 3 en 4 februari 2026,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 5 februari 2026,
- de spreekaantekeningen van eiseres
- de door eiseres na de zitting toegezonden procesvolmacht, ingediend op 6 februari 2026.
2.De beoordeling
3.De beslissing
- het verstrekken van inzicht via een online portal voor elke installatie-eigenaar / appartementseigenaar in verbruik en opwekking op dag- en jaarbasis tot en met heden en dit inzicht schriftelijk aan de beheerder van eiseres te verstrekken via diens e-mailadres [e-mailadres beheerder] ,
- het uitvoeren van een visuele inspectie van het PV-systeem op locatie inclusief controle van de waterkleppen en functioneren schakelaars, gevolgd door de verstrekking van een schriftelijk inspectieverslag aan de beheerder van eiseres via diens e-mailadres [e-mailadres beheerder] binnen vijf werkdagen na de uitvoering van de inspectie,
- het verstrekken van inzicht via een online portal voor elke installatie-eigenaar / appartementseigenaar in verbruik en opwekking op dag- en jaarbasis vanaf heden tot 1 juli 2026 en dit inzicht schriftelijk aan de beheerder van eiseres te verstrekken via diens e-mailadres [e-mailadres beheerder] ,
- verstrekking aan eiseres van tussentijdse rapportages over het eerste half jaar van 2026 als daarom per e-mail door eiseres wordt gevraagd, steeds binnen vijf werkdagen na het gedane verzoek, op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat gedaagde niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van