Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 21 oktober 2025;
- het verweerschrift, ingekomen op 17 december 2025.
- de repliek van de man, ingekomen op 3 maart 2026;
- de dupliek van de vrouw, ingekomen op 13 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Partijen waren geregistreerd partners, waarvan het partnerschap in 2019 werd ontbonden met een alimentatieverplichting van de man aan de vrouw. In een scheidingsconvenant is een alimentatiebedrag en termijn overeengekomen, waarbij de man sinds 2026 € 2.439,44 per maand betaalt.
De man verzocht de rechtbank om de alimentatie per 1 maart 2029 te beëindigen en de huidige alimentatie jaarlijks te verminderen. Hij baseerde dit op artikel 1:157 lid 3 oud Pro BW en voerde aan dat de vrouw voldoende tijd had gehad haar verdiencapaciteit te vergroten, dat fiscale faciliteiten versoberd zijn en dat de vrouw in 2029 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
De rechtbank oordeelde dat vanwege het ingrijpende karakter van een alimentatielimitering hoge eisen aan de stelplicht worden gesteld. De vrouw is door het UWV voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard en ontvangt een IVA-uitkering. De rechtbank achtte de onderbouwing van de man onvoldoende om de alimentatie te beperken en wees het verzoek af.
De rechtbank benadrukte dat de wettelijke termijn van twaalf jaar uit het convenant geldt en dat toekomstige omstandigheden zoals het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd pas op dat moment kunnen leiden tot herziening.
De beschikking is gegeven door rechter E.L. de Jongh en uitgesproken op 23 april 2026.
Uitkomst: Het verzoek van de man tot beperking van de partneralimentatie wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en de arbeidsongeschiktheid van de vrouw.