ECLI:NL:RBGEL:2026:3497
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstand wegens verblijf buitenland
Eiseres, een alleenstaande moeder met een minderjarige zoon met autisme, ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Zutphen trok haar bijstand in per 27 oktober 2025 omdat zij langer dan 28 dagen in het buitenland verbleef, wat niet is toegestaan.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat zij niet in haar levensonderhoud kon voorzien en dat er sprake was van een spoedeisend belang. Het college betwistte dit en wees op ontvangen toeslagen, kinderbijslag, alimentatie en andere betalingen die eiseres had ontvangen en had kunnen gebruiken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij een spoedeisend belang had. Er was geen sprake van een dreigende noodsituatie zoals uithuiszetting of afsluiting van nutsvoorzieningen. Ook was er een betalingsregeling voor de huur en geen bewijs van achterstanden voor andere vaste lasten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.