De gemeente Arnhem is eigenaar van een bedrijfspand in Arnhem dat sinds 2017 werd verhuurd aan NewFuture Zorg B.V., die het pand onderverhuurde aan onder meer de VOF die een zorgboerderij exploiteert. Na een huurachterstand werd de huurovereenkomst met NewFuture Zorg in 2024 beëindigd, waarna de VOF het gebruik van de zorgboerderij voortzette op basis van een bruikleenovereenkomst zonder huurbetaling.
De gemeente heeft de bruikleenovereenkomst per 1 januari 2026 opgezegd en een nieuwe huurder, Vloww B.V., geselecteerd. De VOF weigerde te ontruimen, waarna de gemeente een kort geding startte. De rechtbank oordeelt dat de opzegging rechtsgeldig was, ondanks het ontbreken van een opzegtermijn in de bruikleenovereenkomst, en dat de gemeente geen zwaarwegende grond hoefde te geven.
De rechtbank weegt het belang van de gemeente bij ontruiming en het starten van de nieuwe huurder zwaarder dan het belang van de VOF bij voortzetting van de zorgboerderij. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een dwangsom en veroordeling in proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de VOF geen recht had op voortzetting van het gebruik zonder nieuwe huurovereenkomst.