Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3532

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
521692925
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 47 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77m Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling jeugdige voor medeplegen bedreiging, poging diefstal, opzetheling, dierenmishandeling en afpersing

De rechtbank Gelderland heeft op 14 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een jeugdige verdachte geboren in 2007, zonder vaste woon- of verblijfplaats. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van bedreiging, poging tot diefstal in vereniging, medeplegen van opzetheling, dierenmishandeling en afpersing in vereniging.

De feiten vonden plaats tussen augustus 2024 en mei 2025 in Nijmegen en betroffen onder meer het dwingen van een slachtoffer tot vernederende handelingen, bedreiging met een mes, poging tot diefstal van een scooter, het medeplegen van opzetheling van scooters, het opzettelijk doden van een egel door mishandeling en het afpersen van een geldbedrag onder dreiging van geweld.

De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van slachtoffers, getuigen, de verdachte zelf en diverse proces-verbalen. De verdachte werd deels bekennend verklaard. De rechtbank nam ook een Pro Justitia rapportage in acht waaruit bleek dat de verdachte een normoverschrijdende gedragsstoornis en cannabisgebruik had, met een licht verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Gezien de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, legde de rechtbank een taakstraf van 160 uur op, waarvan 80 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals begeleiding en behandeling. De benadeelde partij in de bedreigingszaak werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur, waarvan 80 uur voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/216929-25; 05/257052-24; 05/163171-25; 05/216942-25 en 05/216953-25.
Datum uitspraak : 14 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Raadsman: mr. J. Velthoven, advocaat in Tiel.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Parketnummer 05/216929-25
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 6 augustus 2024 te Nijmegen,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een ander, te weten [aangever 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid
en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die
ander,
te weten voornoemde [aangever 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen,
niet te doen en/of te dulden door
- hem mee te nemen en/of te begeleiden naar een steegje en/of
- hem een tikkie te laten betalen en/of
- hem zijn horloge af te laten staan en/of geven en/of
- zijn ketting van zijn nek los te rukken en/of trekken, althans zijn ketting af te
pakken en/of
- hem op zijn knieën te laten zitten en sorry te zeggen en/of hem een biddend of
soortgelijk gebaar te laten maken naar de grond, terwijl dit werd
gefilmd/opgenomen en/of
- hem zijn T-shirt uit te laten trekken en af te laten staan/geven aan verdachte en/of
zijn mededader en/of
- hem een zakje snus te geven en hem vervolgens op dit zakje te laten kauwen en/of
door te laten slikken en/of
- zijn koptelefoon af te pakken en meermalen op de grond te gooien en/of
- hem in zijn gezicht te slaan.
Parketnummer 05/257052-24
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 augustus 2024 te Nijmegen,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[aangever 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling,
door die [aangever 2] een mes te tonen, althans zichtbaar voor die [aangever 2] een mes
(vast) te houden en/of die [aangever 2] dreigend de woorden "ik ben niet bang om jou
en je moeder af te maken" toe te voegen, althans woorden van gelijke dreigende
aard en/of strekking.
Parketnummer 05/163171-25
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 10 april 2025 te Nijmegen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om een scooter (kenteken: [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of
zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het
zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun
bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking
een of meerdere malen aan het stuur heeft getrokken en/of een of meerdere malen
tegen het stuur heeft getrapt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 april 2025 te Nijmegen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
opzettelijk en wederrechtelijk een scooter (kenteken: [kenteken 1] ), in elk geval enig
goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander
toebehoorde(n)
heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2.
hij op of omstreeks 10 april 2025 te Nijmegen,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een scooter (kenteken: [kenteken 2] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden
heeft gehad en/of heeft overgedragen,
terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden
krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden
dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Parketnummer 05/216942-25
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Hij op of omstreeks 6 mei 2025 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een of
meer anderen, althans alleen, zonder redelijk doel en/of met overschrijding van
hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, opzettelijk bij een dier, te
weten een egel, pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het
welzijn van dat dier heeft benadeeld, immers heeft/hebben hij en/of zijn
medeverdachte
- die egel meermalen op/tegen het lichaam geschopt en/of getrapt en/of
- die egel tegen de deur, althans de muur geschopt en/of getrapt en/of
- meermalen een betonnen (stoep)tegel, althans een soortgelijk (hard) voorwerp
op/tegen de egel gegooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 mei 2025 te Nijmegen op/aan [adres]
(op/aan het schoolplein van [basisschool] ), in elk geval openlijk in
vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer goederen,
te weten een egel, welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit
- het meermalen schoppen en/of trappen tegen het lichaam van die egel en/of
- het schoppen en/of trappen van die egel tegen een deur, althans een muur en/of
- het meermalen gooien van een betonnen (stoep-)tegel, althans een soortgelijk
hard voorwerp op/tegen de egel,
terwijl verdachte die egel opzettelijk heeft vernield.
Parketnummer 05/216953-25
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 mei 2025 te Nijmegen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[aangever 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een enig geldbedrag (€20,00), in
elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [aangever 4] en/of een derde
toebehoorde(n)
door toen aldaar opzettelijk bedreigend en/of gewelddadig
- te eisen dat de (vermeende) schade aan de fiets van één van de verdachten,
althans een ander, zou worden vergoed en
- te zeggen dat hij, [aangever 4] , zo snel mogelijk twintig euro moest
betalen/overmaken, anders zouden er andere mensen bij gehaald worden en
- te zeggen dat [aangever 4] op moest schieten met het betalen/overmaken en zijn
moeder moest bellen voor geld en
- te zeggen dat [aangever 4] klappen zou krijgen als hij niet zou betalen/overmaken
en/of dat er consequenties zouden zijn indien hij niet zou betalen.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte (hierna: [verdachte] ) zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten onder de parketnummers 05/216929-25; 05/257052-24; 05/163171-25; 05/216942-25 en 05/216953-25. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten onder de parketnummers 05/216929-25 en 05/216942-25 is geen bewijsverweer gevoerd.
Ten aanzien van het ten laste gelegde feit onder het parketnummer 05/257052-24 is aangevoerd dat er wel sprake is geweest van een bedreiging, maar dat [verdachte] vrijgesproken moet worden van het voorhanden hebben van het mes nu uit het dossier onvoldoende is gebleken dat er een mes in het spel is geweest.
Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten onder het parketnummer 05/163171-25 is aangevoerd dat [verdachte] vrijgesproken moet worden van de poging tot diefstal omdat het opzet van [verdachte] niet gericht was op het zich toe-eigenen van de scooter. Ten aanzien van feit 2, de opzetheling, is geen bewijsverweer gevoerd.
Ten aanzien van het ten laste gelegde feit onder het parketnummer 05/216953-25 is vrijspraak bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat aangever het geld vrijwillig heeft overgemaakt en er geen sprake is geweest van geweld en/of bedreiging met geweld.
De beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05/216929-25 [1]
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 9 – 12;
- de verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2026.
Op basis van de opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het feit wettig en overtuigend is bewezen.
Parketnummer 05/257052-24 [2]
[aangever 2] heeft verklaard dat zij op 8 augustus 2024 met vrienden bij de Jumbo in Leuvensbroek (Nijmegen) was. Ter hoogte van de frietzaak zag zij [verdachte] en twee andere jongens staan. Een andere jongen, [naam] , kwam aanfietsen. Er ontstond een opstootje en [aangever 2] sprong tussen [naam] en een vriend van haar in. [verdachte] kwam toen dreigend op haar af en pakte een mes uit zijn broekzak. Terwijl hij het mes uitgeklapt vast had zei hij tegen haar “je weet wat er gaat gebeuren” en “ik ben niet bang om jou en je moeder af te maken”. [naam] keek [aangever 2] aan toen [verdachte] dit zei. Daarna liep iedereen weg. [3]
[getuige 1] heeft verklaard dat zij die dag samen met onder meer [aangever 2] bij de Jumbo was. De groep van [verdachte] liep hen achterna. Zij zag dat [verdachte] een mes in zijn hand voor zich hield. [4] Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij samen met onder meer [aangever 2] de groep van [verdachte] tegen is gekomen. [getuige 2] is toen bedreigd met een mes. [5]
[verdachte] heeft verklaard dat hij die bewuste dag samen met [naam] [aangever 2] tegen is gekomen. Zij hebben elkaar gesproken en er was sprake van een woordenwisseling. [6]
De rechtbank overweegt dat uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat de groep waartoe [verdachte] behoorde een woordenwisseling heeft gehad met de groep waartoe [aangever 2] behoorde. Uit de verklaringen van [aangever 2] , [getuige 1] en [getuige 2] volgt dat er een mes in het spel was. [aangever 2] en [getuige 1] hebben verklaard dat [aangever 2] met dit mes door [verdachte] is bedreigd. De rechtbank heeft geen reden om aan deze verklaringen te twijfelen. Op basis van deze bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de gedragingen van [verdachte] naar de uiterlijke verschijningsvorm erop gericht waren om [aangever 2] te bedreigen. Zij stonden heel dicht bij elkaar toen [verdachte] het mes toonde. Het is algemeen bekend dat het pakken en tonen van een mes door anderen als bedreigend kan worden ervaren. De rechtbank is ook van oordeel dat [verdachte] zich bewust is geweest van het voor [aangever 2] bedreigende karakter van zijn handeling toen hij het mes vastpakte en aan haar toonde, nu daarbij ook sprake was van een opstootje en een woordenwisseling.
De rechtbank is daarom van oordeel dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling.
Parketnummer 05/163171-25 [7]
Feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , p. 7 – 8;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 31 – 32;
- de verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2026.
Op basis van de opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat feit 1 primair wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank merkt tot slot op dat het verweer van de raadsman geen bespreking behoeft nu zijn cliënt ter terechtzitting een bekennende verklaring heeft afgelegd.
Feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , p. 15 – 16;
- de verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2026.
Op basis van de opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat feit 2 wettig en overtuigend is bewezen.
Parketnummer 05/216942-25 [8]
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 8 – 9;
- de verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2026.
Op basis van de opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel het primaire feit wettig en overtuigend is bewezen.
Parketnummer 05/216953-25 [9]
Aangever [aangever 4] heeft verklaard dat hij op 28 mei 2025 over het fietspad bij station Goffert in Nijmegen reed. Hij kwam op het fietspad dicht langs een andere persoon op de fiets. Toen [aangever 4] zijn fiets parkeerde kwamen er drie personen op hem af waaronder de man op de fiets die hij eerder tegen was gekomen. Deze man beweerde dat hij door [aangever 4] zijn toedoen schade aan zijn fiets had. De man zei dat als [aangever 4] hem een leugenaar zou noemen hij klappen zou krijgen en dat [aangever 4] zo snel mogelijk 20 euro moest overmaken omdat hij anders nog meer andere mensen erbij zou halen. [aangever 4] moest dit bedrag contant betalen. Omdat hij dat niet op zak had, moest hij zijn moeder bellen om te vragen of zij het geld op zijn rekening kon krijgen zodat hij de jongens kon betalen. In de tussentijd zeiden de jongens dat hij moest opschieten. Ook zeiden de jongens dat hij klappen zou krijgen als hij niet zou betalen. Toen moest [aangever 4] één van de jongens toevoegen op Snapchat en het geld overmaken via een betaalverzoek. Het rekeningnummer gekoppeld aan het betaalverzoek stond op naam van [verdachte] . [10]
Getuige [getuige 3] , de moeder van [aangever 4] , heeft verklaard dat zij werd gebeld door haar zoon. Zij hoorde dat [aangever 4] overstuur klonk. Hij zei tegen haar dat zij snel geld over moest maken omdat hij een lamp kapot zou hebben gereden. Op de achtergrond hoorde de moeder van [aangever 4] veel tumult en zij hoorde “als je het geld niet overmaakt, gaat je iets gebeuren”. Zij kreeg vervolgens een onbekend persoon aan de lijn die aangaf dat hij gewoon geld wilde hebben. Daarna werd de verbinding verbroken. [11]
Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat er drie jongens naar [aangever 4] toekwamen en dat zij zeiden dat [aangever 4] 20 euro moest overmaken om de schade aan de fiets te vergoeden. De jongens hebben [aangever 4] onder druk gezet om het geld te geven. Als [aangever 4] niet zou betalen zouden er consequenties zijn. [12]
[verdachte] heeft verklaard dat er schade was aan de fiets waarop een vriend van hem reed. Hij is toen met [aangever 4] gaan praten en heeft aangegeven dat [aangever 4] geld over moest maken zodat de schade werd vergoed. [13]
Aan [verdachte] is het medeplegen van afpersing met geweld en/of bedreiging met geweld ten laste gelegd. De rechtbank leidt uit voorgaande bewijsmiddelen af dat [verdachte] die bewuste middag samen met twee anderen [aangever 4] tegen is gekomen in de buurt van station Goffert in Nijmegen. [aangever 4] moest toen geld overmaken naar [verdachte] . Uit de verklaringen van [aangever 4] , zijn moeder en [getuige 4] maakt de rechtbank op dat er sprake was van een dreigende sfeer vanaf de kant van [verdachte] en zijn vrienden en dat [aangever 4] het geld over moest maken en dat hij anders klappen zou krijgen. De verklaring van [verdachte] dat hij alleen netjes met [aangever 4] heeft gesproken vindt de rechtbank, gelet op voornoemde verklaringen, niet geloofwaardig. De handelingen van [verdachte] en de mededaders waren gericht op de afpersing van [aangever 4] en de rechtbank vindt daarom dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit, met dien verstand dat geen sprake is geweest van het plegen van geweld, maar wel van het dreigen met geweld.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten onder de parketnummers 05/216929-25; 05/257052-24; 05/163171-25; 05/216942-25 en 05/216953-25 heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05/216929-25
hij op
of omstreeks6 augustus 2024 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen,een ander, te weten [aangever 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en
/ofdoor bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die
ander, te weten voornoemde [aangever 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden door
- hem mee te nemen en/of te begeleiden naar een steegje en
/of
- hem een tikkie te laten betalen en
/of
- hem zijn horloge af te laten staan en/of geven en
/of
- zijn ketting van zijn nek los te rukken en/of trekken
, althans zijn ketting af te pakkenen
/of
- hem op zijn knieën te laten zitten en sorry te
latenzeggen en/of hem een biddend of soortgelijk gebaar te laten maken naar de grond, terwijl dit werd gefilmd/opgenomen en
/of
- hem zijn T-shirt uit te laten trekken en af te laten staan/geven aan verdachte en/of zijn mededader en
/of
- hem een zakje snus te geven en hem vervolgens op dit zakje te laten kauwen en/of door te laten slikken en
/of
- zijn koptelefoon af te pakken en meermalen op de grond te gooien en
/of
- hem in zijn gezicht te slaan.
Parketnummer 05/257052-24
hij op
of omstreeks9 augustus 2024 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,[aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door die [aangever 2] een mes te tonen, althans zichtbaar voor die [aangever 2] een mes (vast) te houden en/of die [aangever 2] dreigend de woorden "ik ben niet bang om jou en je moeder af te maken" toe te voegen
, althans woorden van gelijke dreigende
aard en/of strekking.
Parketnummer 05/163171-25
1.
hij op
of omstreeks10 april 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader
(s)voorgenomen misdrijf om een scooter (kenteken: [kenteken 1] ),
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s)toebehoorde
(n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/ofdat
/dieweg te nemen goed
/goederenonder
zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking een of meerdere malen aan het stuur heeft getrokken en/of een of meerdere malen
tegen het stuur heeft getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op
of omstreeks10 april 2025 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen,een scooter (kenteken: [kenteken 2] ),
althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader
(s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist
(en
),
althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoedendat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Parketnummer 05/216942-25
hij op
of omstreeks6 mei 2025 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een
of meerander
en,
althans alleen,zonder redelijk doel en/of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, opzettelijk bij een dier, te weten een egel, pijn en
/ofletsel heeft veroorzaakt en
/ofde gezondheid en
/ofhet welzijn van dat dier heeft benadeeld, immers hebben hij en
/ofzijn medeverdachte
- die egel meermalen op/tegen het lichaam geschopt en/of getrapt en
/of
- die egel tegen de deur, althans de muur geschopt en/of getrapt en
/of
- meermalen een betonnen (stoep)tegel, althans een soortgelijk (hard) voorwerp op/tegen de egel gegooid.
Parketnummer 05/216953-25
hij op
of omstreeks28 mei 2025 te Nijmegen tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door
geweld en/ofbedreiging met geweld [aangever 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een enig geldbedrag (€20,00),
in elk geval enig goed, dat
/diegeheel of ten dele aan die [aangever 4] en/of een derde toebehoorde(n) door toen aldaar opzettelijk bedreigend
en/of gewelddadig
- te eisen dat de (vermeende) schade aan de fiets van één van de verdachten,
althans een ander,zou worden vergoed en
- te zeggen dat hij, [aangever 4] , zo snel mogelijk twintig euro moest betalen/overmaken, anders zouden er andere mensen bij gehaald worden en
- te zeggen dat [aangever 4] op moest schieten met het betalen/overmaken en zijn moeder moest bellen voor geld en
- te zeggen dat [aangever 4] klappen zou krijgen als hij niet zou betalen/overmaken en/of dat er consequenties zouden zijn indien hij niet zou betalen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05/216929-25
Medeplegen van een ander door geweld, enige andere feitelijkheid en bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen en te dulden.
Parketnummer 05/257052-24
Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling.
Parketnummer 05/163171-25
feit 1:
Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak of verbreking;
feit 2:
Medeplegen van opzetheling.
Parketnummer 05/216942-25
Medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 2.1 van de Wet Dieren gegeven verbod.
Parketnummer 05/216953-25
Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat [verdachte] zal worden veroordeeld tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor de duur van 160 uren waarvan 80 uren voorwaardelijk en met aftrek van de tijd die door [verdachte] al in voorlopige hechtenis is doorgebracht. Aan het voorwaardelijke strafdeel dient een proeftijd voor de duur van twee jaar te worden verbonden en de door de psycholoog geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van [verdachte] .
Ernst van de feiten
[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten. Hij heeft samen met een ander en met geweld [aangever 1] gedwongen om (onder meer) zijn goederen af te staan, op zijn knieën een biddend gebaar te maken en hij heeft hem daarbij in het gezicht geslagen. Dit gebeurde terwijl [aangever 1] door [verdachte] werd gefilmd. De rechtbank vindt het invoelbaar dat [aangever 1] ontzettend bang moet zijn geweest en zich vernederd moet hebben gevoeld. [verdachte] heeft zich ook schuldig gemaakt aan de bedreiging van [aangever 2] en aan de afpersing van [aangever 4] . Voor deze drie slachtoffers geldt dat er geweld tegen hen werd gepleegd of dat er werd gedreigd met geweld. De rechtbank vindt dat het gaat om nare, ernstige en ook om gemene feiten. Door het handelen van [verdachte] zijn bij de slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid ontstaan. [verdachte] heeft een grove inbreuk gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer en op het gevoel van veiligheid van de slachtoffers. Hij heeft ook laten zien geen respect te hebben voor de lichamelijke integriteit van anderen en ook niet voor andermans goederen en eigendommen.
[verdachte] heeft zich ook schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal in vereniging en aan het medeplegen van opzetheling van twee scooters. Dit zijn ergerlijke feiten die tot overlast en financiële schade leiden. Door zo te handelen heeft [verdachte] laten blijken geen respect te hebben voor andermans goederen en heeft zich enkel laten leiden door – schijnbaar – zijn eigen financiële voordeel.
Tot slot heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan het doodmaken van een egel. [verdachte] heeft, samen met zijn mededader, een egel meerdere keren (tegen een muur) geschopt, en vervolgens meermalen een stoeptegel op de egel gegooid. De egel is hierdoor gedood. [verdachte] heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan dierenmishandeling. Uit het dossier blijkt hoe ernstig de egel door [verdachte] en zijn mededader is toegetakeld. [verdachte] heeft hiermee op weerzinwekkende wijze dit kwetsbare beestje, dat zich op geen enkele manier heeft kunnen verweren, gedood.
De rechtbank vindt dat [verdachte] zich door zo te handelen schuldig heeft gemaakt aan een reeks ernstige strafbare feiten.
Persoon van [verdachte]
De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van [verdachte] van 11 maart 2026, waaruit blijkt dat [verdachte] niet eerder door de strafrechter is veroordeeld.
Over [verdachte] is een Pro Justitia rapportage opgesteld. Uit deze rapportage van psycholoog Pyrek van 28 januari 2026 blijkt het volgende. Bij [verdachte] was ten tijde van de strafbare feiten sprake van een normoverschrijdende gedragsstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. [verdachte] was ten tijde van het plegen van de strafbare feiten beperkt in de keuzevrijheid van zijn handelen. Het advies van de deskundige is om de strafbare feiten in (licht) verminderde mate aan [verdachte] toe te rekenen. Ten aanzien van het recidiverisico is gerapporteerd dat de kans op herhaling van gewelds- en vermogensdelicten groot is. In welke mate [verdachte] op dit moment een stabiele leefsituatie heeft is niet duidelijk geworden. Hoge risicofactoren zijn zijn gebrekkige impulscontrole, emotie- en agressieregulatie en zijn sociale onverstoorbaarheid om zijn eigen gang te kunnen gaan. De kans op recidive wordt voornamelijk bepaald door zijn eigen impulsieve normoverschrijdende gedachten en door de beïnvloedbaarheid van anderen. Om het recidiverisico te verkleinen is een gedwongen strafrechtelijk kader noodzakelijk. Door de psycholoog is daarom geadviseerd om aan [verdachte] een voorwaardelijk strafdeel op te leggen met hieraan verbonden een aantal bijzondere voorwaarden. Een opgelegde begeleiding en toezicht van de reclassering is nodig en enigszins haalbaar om zicht te krijgen op zijn dagelijks functioneren en om invloed uit te kunnen oefenen op de risicofactoren.
Door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) is op 27 maart 2026 een brief opgesteld over [verdachte] . Uit de berichtgeving van de Raad komt naar voren dat [verdachte] niet op de afspraak die ze met hem hadden gemaakt is verschenen en dat zij [verdachte] niet meer hebben kunnen bereiken. De Raad heeft daarom geen rapportage over [verdachte] kunnen opstellen. De raadsonderzoeker heeft verder aangegeven dat de Pro Justitia rapportage is besproken met de gedragsdeskundige en dat de Raad de visie van de Pro Justitia rapporteur deelt.
Ter terechtzitting is door de deskundige van de Raad naar voren gebracht dat het van belang is dat [verdachte] wordt ondersteund in het opbouwen van een pro sociaal leven en dat behandeling nodig is om het risico op recidive te verkleinen.
Conclusie
Alles afwegende komt de rechtbank tot de volgende conclusies. De rechtbank neemt de conclusies van de Pro Justitia rapportage over [verdachte] over. Bij de bepaling van de straf zal de rechtbank uitgaan van de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid van [verdachte] . De rechtbank overweegt verder dat het gaat om een ernstige feiten, waarbij zij in strafverzwarende zin meeweegt dat alle feiten samen met een of meer anderen zijn gepleegd. Concluderend vindt de rechtbank een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor de duur van 160 uren passend en geboden. Van deze 160 uren zullen 80 uren voorwaardelijk zijn zodat [verdachte] een stevige stok achter de deur krijgt die hem kan helpen om geen strafbare feiten meer te plegen. Aan dit voorwaardelijke strafdeel verbindt de rechtbank een proeftijd van twee jaren en alle door de Pro Justitia psycholoog geadviseerde bijzondere voorwaarden. De rechtbank vindt deze bijzondere voorwaarden nodig omdat uit de rapportage en de toelichting op de terechtzitting is gebleken dat [verdachte] gebaat is bij het volgen van behandeling en de opbouw van een goed leven. De tijd die door [verdachte] al in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht wordt op de straf in mindering gebracht.

8.De beoordeling van de civiele vordering

Parketnummer 05/257052-24
Namens de benadeelde partij [aangever 2] is een vordering tot schadevergoeding ingediend, zonder dat hierbij een bedrag is genoemd.
Standpunten
De officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
Overweging van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat er door dan wel namens de benadeelde partij geen bedrag tot schadevergoeding is ingediend. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering verklaren.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 45, 47, 77 a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 284, 285, 311, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2.1 en 8.12 van de Wet Dieren.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder de parketnummers 05/216929-25; 05/257052-24; 05/163171-25; 05/216942-25 en 05/216953-25, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op
een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;
  • bepaalt dat
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
  • stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
  • zich gedurende de proeftijd houdt aan de aanwijzingen en het toezicht van de (jeugd)reclassering;
  • deelneemt aan een I-Respect training of soortgelijke training van de (jeugd)reclassering, indien de (jeugd)reclassering het nodig acht;
  • meewerkt aan een urinecontrole, indien de (jeugd)reclassering het nodig acht;
  • meewerkt aan een forensische behandeling bij de polikliniek van GGzE-De Catamaran of soortgelijke instelling, indien de (jeugd)reclassering het nodig acht.
 stelt als overige voorwaarden dat:
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
 geeft opdracht aan de (jeugd)reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
ten aanzien van de benadeelde partij [aangever 2]
 verklaart de benadeelde partij [aangever 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bril (voorzitter tevens kinderrechter), mr. I.D. Jacobs en
mr. G.M.L. Tomassen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A.M. Disberg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 april 2026.
mr. Bril is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024365463, gesloten op 9 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024370398, gesloten op 12 augustus 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
3.Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 7 – 8.
4.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 12.
5.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 10 – 11.
6.De verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2026.
7.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025165397, gesloten op 29 mei 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
8.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025210531, gesloten op 15 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
9.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025267062, gesloten op 31 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
10.Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , p. 6 – 8 en fotobijlage hierbij, p. 9 – 10.
11.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 14.
12.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] , p. 11 – 12.
13.De verklaring van [verdachte] afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2026.