3.3.Artikel 2.29 van het Bbl luidt als volgt. Onverminderd regels in het omgevingsplan over het in stand houden van een bouwwerk die betrekking hebben op de ernstige ontsiering van het uiterlijk van dat bouwwerk, geldt het verbod, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten, niet voor een omgevingsplanactiviteit voor zover de activiteit betrekking heeft op een van de volgende bouwwerken:
c. een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening in een dak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
1°. bij plaatsing in het achterdakvlak, een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak of een plat dak:
i. de constructie steekt niet meer dan 0,6 m uit buiten het dakvlak respectievelijk het platte dak; en
ii. zijkanten, onder- en bovenzijde meer dan 0,5 m van de randen van het dakvlak of het platte dak; en
2°. bij plaatsing in een ander dakvlak dan bedoeld onder 1°:
i. de constructie steekt niet uit buiten het dakvlak; en
ii. zijkanten, onder- en bovenzijde meer dan 0,5 m van de randen van het dakvlak;
(…)
e. een kozijn, kozijninvulling, gevelpaneel, isolatieplaat of boeideel, of stucwerk, bij plaatsing in of aan de achtergevel of een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel van een hoofdgebouw, of in of aan een gevel van een bijbehorend bouwwerk, voor zover die gevel is gelegen in achtererfgebied.
Is er sprake van een overtreding?
4. Niet in geschil is dat de woning in afwijking van de verleende omgevingsvergunning wordt gebouwd. Gelet op de inhoud van de overgelegde stukken en het besprokene op zitting stelt de voorzieningenrechter vast dat verzoeker de navolgende wijzigingen in de bouw(constructie) van de woning heeft aangebracht:
- aanpassingen van kozijnen en het laten vervallen van de lichtstraat in het dakvlak;
- verschuiving van de trapopgang in hetzelfde vloerveld en versmalling van het trapgat;
- wijziging van een betonnen afwerkvloer naar droogbouw gipsen vloerelementen;
- wijziging houten dakafwerking met daaronder bitumineuze dakbedekking naar sendzimir verzinkt stalen felsdakplaten.
5. Verzoeker stelt dat er wijzigingen zijn aangebracht met betrekking tot kozijnen in meerdere gevels van de woning en de lichtstraat in het dakvlak. Deze wijzigingen vallen volgens verzoeker onder vergunningsvrije activiteiten zoals verwoord in artikel 2.29, onder c respectievelijk e, van het Bbl.
Het college betwist dat het wijzigen van kozijnen en het verwijderen van de lichtstraat vergunningsvrij zijn.
6. De voorzieningenrechter stelt vast dat artikel 2.29, onder c, van de Bbl, ziet op het plaatsen van een lichtstraat en niet zoals door verzoeker is betoogd ook op het verwijderen van een lichtstraat. Daarbij heeft het college aangegeven dat het verwijderen van de lichtstraat ook gevolgen heeft voor de hoeveelheid daglicht in de woning en dat moet worden getoetst of nog aan de criteria van het bouwbesluit wordt voldaan. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het verwijderen van de lichtstraat daarom niet vergunningsvrij op grond van voormeld artikel. Dat de lichtstraat niet in een leefruimte was ingetekend, maakt het niet anders.