1.De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 september 2024 te Arnhem in de gemeente Arnhem als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, vrachtwagen), komende uit de richting Arnhem en/of gaande in de richting van Ede, daarmede rijdende over de weg, A12, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl het regende en/of het wegdek nat was en/of terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en/of terwijl de A12 ter plaatste bestond uit drie rijstroken en/of hij, verdachte, reed op de middenrijstrook (rijstrook 2),
- een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld (van rijstrook 3 naar rijstrook 2), althans is gaan wisselen, en/of
- ( daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast hem gelegen gedeelte van die weg, de A12, en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten en/of
- ( daarbij) zijn voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden, althans niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig terecht is gekomen/heeft gestuurd op/naar de voor hem, verdachte links gelegen rijstrook (rijstrook 1) (terwijl zich op die rijstrook een ander motorrijtuig bevond) en/of
- ( daarbij) in strijd met artikel 54 van het Reglement verkeersegels en verkeerstekens 1990 de bestuurster van een op de linkerrijstrook (rijstrook 1) rijdend motorrijtuig (personenauto) niet voor heeft laten gaan en/of
- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto, vrachtwagen) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (bedrijfsauto, vrachtwagen) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de A12) kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto) en/of waarna dat andere motorrijtuig (vervolgens) in een slip is geraakt,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor (aan) een ander(en) (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is/zijn ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 september 2024 te Arnhem in de gemeente Arnhem als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, vrachtwagen), komende uit de richting Arnhem en/of gaande in de richting van Ede, daarmede rijdende over de weg, A12, terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of terwijl het regende en/of het wegdek nat was en/of terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en/of
terwijl de A12 ter plaatste bestond uit drie rijstroken en/of hij, verdachte, reed op de middenrijstrook (rijstrook 2),
- een bijzondere manoeuvre, als bedoeld in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft uitgevoerd, namelijk met dat motorrijtuig van rijstrook heeft gewisseld (van rijstrook 3 naar rijstrook 2), althans is gaan wisselen, en/of
- ( daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het voor en/of naast hem gelegen gedeelte van die weg, de A12, en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten en/of
- ( daarbij) zijn voertuig onvoldoende onder controle heeft gehouden, althans niet met de nodige voorzichtigheid heeft bestuurd en/of met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig terecht is gekomen/heeft gestuurd op/naar de voor hem, verdachte links gelegen rijstrook (rijstrook 1) (terwijl zich op die rijstrook een ander motorrijtuig bevond) en/of
- ( daarbij) in strijd met artikel 54 van het Reglement verkeersegels en verkeerstekens 1990 de bestuurster van een op de linkerrijstrook (rijstrook 1) rijdend motorrijtuig (personenauto) niet voor heeft laten gaan en/of
- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of
- niet de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde voertuig (bedrijfsauto, vrachtwagen) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (bedrijfsauto, vrachtwagen) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de A12) kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto) en/of waarna dat andere motorrijtuig (vervolgens) in een slip is geraakt,
en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 september 2024 te Arnhem als bestuurder van een personenauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, A12, van rijstrook is gewisseld zonder een personenauto voor te laten gaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 27 september 2024 reed verdachte als beroepschauffeur op de A12 vanuit Arnhem in de richting van Ede met zijn vrachtwagen, met daaraan een oplegger gekoppeld. Verdachte reed met zijn voertuig op rijstrook 2. Op rijstrook 1 reed een personenauto met daarin [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en nog drie andere inzittenden.
Verdachte bewoog met zijn voertuig naar links en overschreed daarmee de rijstrookmarkering tussen rijstrook 1 en 2, zonder hierbij richting aan te geven. De personenauto is hierdoor uitgeweken naar links en overschreed daardoor de kantstreep. Verdachte bewoog met zijn voertuig vervolgens terug naar rechts. De personenauto bewoog ook abrupt naar rechts en bewoog voor de vrachtwagen van verdachte langs en botste vervolgens tegen de vangrail. De personenauto ketste hierna weer terug de rijbaan op en kwam daarna tot stilstand. De personenauto was zwaar gedeformeerd.
[slachtoffer 1] heeft als gevolg van het ongeval een gebroken sleutelbeen en enkele gescheurde ribben opgelopen, waarvoor zij geopereerd moest worden.[slachtoffer 2] moest het door het ongeval anderhalve week rustig aan doen en zij had last van rug- en nekklachten.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, omdat het uitsluitend niet verlenen van voorrang – door als beroepschauffeur van rijstrook te wisselen – geen grove schuld oplevert.
Beoordeling door de rechtbank
Getuige [getuige 1] (verder: [getuige 1] ) zat met vier vriendinnen in de auto met kenteken [kenteken] . [getuige 1] was de bestuurder van de auto. Het was donker en er was volgens haar sprake van lichte regen. [getuige 1] reed op – wat zij noemt – rijstrook 3 van de A12 (de rechtbank begrijpt dat zij rijstrook 1 bedoelt) en zij zag dat een vrachtwagen haar afsneed om op rijstrook 3 te rijden. Doordat er weinig afstand tussen de vrachtwagen en de auto van [getuige 1] was, remde zij. [getuige 1] zag en voelde dat haar auto onrustig werd, waardoor ze tegen de vangrail belandde en ze voelde dat de auto draaide.
Getuige [getuige 2] (verder: [getuige 2] ) heeft verklaard dat hij op rijstrook 2 van de A12 reed. Hij zag dat er een auto voor hem reed en voor die auto reed een vrachtwagen. [getuige 2] zag dat de vrachtwagen geen richting aangaf en wisselde van baan van rijstrook 2 naar rijstrook 1. [getuige 2] zag dat de vrachtwagen een rode auto raakte die op rijstrook 1 reed. Deze auto knalde vervolgens tegen de vangrail aan de linkerkant. [getuige 2] zag de auto voor de vrachtwagen langs tollen en de auto kwam voor de vrachtwagen op rijstrook 1 tot stilstand.
Bij het uitkijken van dashcam beelden is op minuut 00:11 te zien dat in de verte een vrachtwagen naar links bewoog en de rijstrookmarkering tussen rijstrook 1 en 2 begon te overschrijden, zonder richting aan te geven. Te zien is dat op dat moment op rijstrook 1 zich een personenauto (nagenoeg) naast de vrachtwagen bevond. Op minuut 00:13 is te zien dat de vrachtwagen bijna volledig op rijstrook 1 reed. De personenauto die (nagenoeg) naast de vrachtwagen op rijstrook 1 reed, week uit naar links en overschreed daardoor een deel van de kantstreep. Op minuut 00:14 is te zien dat de vrachtwagen zich naar rechts bewoog en dat de personenauto de kantstreep inmiddels bijna volledig had overschreden. Vervolgens is te zien dat de personenauto abrupt naar rechts bewoog. Dit is door de verbalisant die de beelden heeft uitgekeken herkend als het in een slip raken van een voertuig. Op minuut 00:15 is te zien dat de personenauto voor de auto langs bewoog, in de richting van de rechter geleiderail. Ook is te zien dat de remlichten van de vrachtwagen begonnen uit te stralen. Op minuut 00:16 botste de personenauto tegen de rechter geleiderail. De vrachtwagen reed inmiddels weer bijna volledig op rijstrook 2.
Verdachte heeft in zijn verhoor verklaard dat hij dagelijks op de plaats van het ongeval komt. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij niet volgens de regels heeft gereden. Hij was kort voor het ongeval afgeleid. Hij was met een collega van hem aan het bellen (via een headset) en moest tijdens het gesprek niesen. Verdachte keek voor zich en probeerde ondertussen een tissue te pakken uit zijn rugzak. Hij reed toen over de linkerlijn op de weg. Meteen hierna ging hij weer terug naar zijn rijstrook. Verdachte had toen dit gebeurde één hand aan het stuur.
Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994
De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval, en zo ja in welke gradatie. Dit is in de tenlastelegging tot uitdrukking gebracht met de bewoordingen ‘zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam’. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is in zijn algemeenheid vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van ten minste een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en voorts naar de overige omstandigheden van het geval.
Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat verdachte met zijn vrachtwagen is verplaatst van rijstrook 2 naar rijstrook 1. Hij heeft daarbij geen richting aangegeven en heeft daarbij ook onvoldoende op de weg en de overige weggebruikers gelet. Hij was aan het bellen en probeerde een tissue uit zijn rugzak te pakken, omdat hij moest niesen. Daardoor was hij afgeleid. Terwijl hij hiermee bezig was had hij maar één hand aan het stuur. Op rijstrook 1 reed op dat moment een personenauto, waar onder andere slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zaten. De rechtbank concludeert dat de vrachtwagen van verdachte bijna volledig op rijstrook 1 heeft gereden en niet enkel kort de rijmarkering met zijn linker wielen heeft overschreden. De situatie vanaf het moment dat hij de rijstrookmarkering begon te overschrijden tot hij (nagenoeg) volledig op rijstrook 1 reed duurde meerdere seconden. Het betrof derhalve niet slechts een kort moment van onoplettendheid. Doordat verdachte met zijn vrachtwagen nagenoeg volledig op rijstrook 1 terecht is gekomen, is de bestuurder van de personenauto uitgeweken naar links richting de geleiderail, waardoor de auto uiteindelijk in een slip is geraakt, naar rechts over de weg is geschoten en tegen de geleiderail aan de rechterkant van de weg is gebotst en weer terug is geschoten de weg op waar deze uiteindelijk tot stilstand is gekomen.
De rechtbank is van oordeel dat voor het rijden met een groot voertuig, zoals in het geval van verdachte een vrachtwagen met oplegger die ook nog beladen was, over het algemeen al een hoge mate van voorzichtigheid mag worden geëist. Andere weggebruikers zijn immers kwetsbaar ten opzichte van een dergelijk groot en zwaar voertuig. Daarbij komt dat het ten laste gelegde plaatsvond in de avond, waardoor het donker op de weg was en terwijl het wegdek vochtig was. Dit vergt extra voorzichtigheid. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat deze voorzichtigheid van verdachte in het bijzonder mocht worden verwacht, vanwege zijn kennis en ervaring als beroepschauffeur.
Alles overziend heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet de nodige voorzichtigheid en oplettendheid betracht met een ernstig ongeval tot gevolg. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Verdachte is tekortgeschoten in de op hem rustende zorgplicht om in het verkeer voorzichtig en oplettend te zijn. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich, met het voorgaande weggedrag, aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gedragen en daarmee schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.
Letsel
Gelet op het hierboven beschreven letsel van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , is de rechtbank van oordeel dat bij hen sprake is van zodanig lichamelijk letsel – ontstaan door het ongeval – dat daaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. [slachtoffer 1] had een gebroken sleutelbeen en gescheurde ribben, waardoor ze geopereerd moest worden en [slachtoffer 2] had last van rug- en nekklachten.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.