Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3683

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/05/451749 / HA ZA 25-208
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:101 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming poortwachtersgarantie bij loonsanctie wegens re-integratieverzuim

Snel Industrie voor Karton en Papiervenredeling B.V. vordert van Assist Verzuim B.V. vergoeding van een door het UWV opgelegde loonsanctie wegens vermeend niet tijdig en adequaat starten van een tweede-spoor re-integratietraject voor een zieke werknemer. In de overeenkomst tussen partijen is een poortwachtersgarantie opgenomen die inhoudt dat Assist Verzuim de loonsanctie vergoedt indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

De rechtbank stelt vast dat Snel aan alle voorwaarden van de poortwachtersgarantie heeft voldaan, waaronder het continueren van het verzuimdossier bij Assist Verzuim, het opvolgen van adviezen en het benutten van bezwaar- en beroepsmogelijkheden tegen de loonsanctie. De discussie over de interpretatie van de garantie leidt tot de conclusie dat geen tekortkoming van Assist Verzuim vereist is om aanspraak te maken op de garantie.

Assist Verzuim betoogt dat de vordering is vervallen wegens het verstrijken van de vervaltermijn in de algemene voorwaarden, maar de rechtbank oordeelt dat deze termijn niet vereist dat de rechtsvordering binnen een jaar wordt ingesteld, slechts dat aanspraken tijdig kenbaar worden gemaakt. Snel heeft tijdig gesommeerd en de rechtsvordering ingesteld na afloop van bezwaar- en beroepsprocedures.

De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van de loonsanctie toe, veroordeelt Assist Verzuim tot betaling van wettelijke rente vanaf de dagvaarding en wijst de vordering tot vergoeding van indirecte schade af wegens uitsluiting in de algemene voorwaarden. De proceskosten worden aan Assist Verzuim opgelegd.

Uitkomst: Assist Verzuim wordt veroordeeld tot vergoeding van de loonsanctie van € 27.193,60 en betaling van rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/451749 / HA ZA 25-208 / 1547 / 876
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
SNEL INDUSTRIE VOOR KARTON EN PAPIERVEREDELING B.V,
gevestigd te Bemmel,
eisende partij,
hierna te noemen: Snel,
advocaat: mr. N.W.L. Nijkamp,
tegen
ASSIST VERZUIM B.V.,
gevestigd te Rijssen-Holten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Assist Verzuim,
advocaat: mr. J.A. Kopp.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 augustus 2025,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 november 2025,
- de rolberichten waarin partijen aangeven niet tot overeenstemming te zijn gekomen en om vonnis vragen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
Snel heeft Assist Verzuim ingeschakeld voor de begeleiding bij de re-integratie van een van haar werknemers. Desondanks heeft het UWV Snel een loonsanctie opgelegd, omdat zij niet aan haar re-integratieverplichting heeft voldaan. In deze procedure vordert Snel vergoeding van die loonsanctie, althans een bedrag aan schadevergoeding.
2.2.
In de overeenkomst tussen partijen is een poortwachtersgarantie opgenomen, op grond waarvan Assist Verzuim onder bepaalde omstandigheden is gehouden een opgelegde loonsanctie te vergoeden. De rechtbank stelt vast dat aan de voorwaarden van die garantie is voldaan en zal de vordering van Snel tot vergoeding van de loonsanctie daarom toewijzen.

3.De feiten

3.1.
Snel, een bedrijf dat verpakkingen produceert, heeft vanaf 1 januari 2020 gebruik gemaakt van de diensten van Assist Verzuim op het gebied van verzuimbegeleiding.
3.2.
In november 2020 is tussen partijen gesproken over de voortzetting van de dienstverlening. Snel heeft toen gekozen voor een Assist Compleet-abonnement, waarna een nieuwe overeenkomst is gesloten.
3.3.
In deze overeenkomst ‘Arbodienstverlening’ met het Assist Compleet-abonnement (hierna: de overeenkomst) staat, voor zover hier van belang:
“Duur verzuimbegeleiding
Wet Verbetering Poortwachter
Bij onze adviezen en werkzaamheden volgen wij de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Verbetering Poortwachter. Per ziekmelding begeleiden we uw werknemer 104 weken, vanaf zijn eerste ziektedag.
(…)
Poortwachtergarantie
De verantwoordelijkheid voor de begeleiding van arbeidsongeschikte werknemers ligt altijd bij de werkgever. Deze verantwoordelijkheid wordt nooit overgenomen door assist Verzuim. Assist Verzuim ondersteunt u om te voldoen aan uw verplichtingen.
(…)
Loonsanctie UWV
Als het UWV oordeelt dat er voldoende re-integratieactiviteiten zijn verricht, zal het UWV verder gaan met de WIA-beoordeling. Helaas gebeurt het echter steeds vaker dat het UWV oordeelt dat er re-integratiekansen zijn gemist. Het gevolg is dat u verplicht wordt het loon van uw werknemer maximaal een jaar door te betalen! En let op: uw verzuimverzekering geeft geen vergoeding voor de loonsanctie van dit derde jaar loondoorbetaling. Waardoor de kosten volledig voor uw rekening komen.
U hebt ons ingeschakeld om u te begeleiden bij uw re-integratieverplichtingen. Omdat wij overtuigd zijn van onze kwaliteit, bieden wij op de abonnementen Uitgebreid en Compleet onze unieke Poortwachtergarantie. Dat betekent dat als u een loonsanctie opgelegd krijgt, wij die betalen!
Voorwaarden
Er gelden uiteraard wel enkele voorwaarden:
- Het verzuimdossier is tijdens de hele ziekteperiode bij ons in behandeling geweest.
- U en uw werknemer hebben onze adviezen meteen en zonder voorbehoud opgevolgd.
- U en uw werknemer hebben adviezen van derde partijen die wij hebben ingeschakeld, meteen en zonder voorbehoud opgevolgd.
- U heeft tijdens de hele verzuimperiode uitsluitend bedrijfsartsen via ons ingeschakeld.
- De loonsanctie is niet opgelegd of mede opgelegd vanwege een tekortkoming van een door u ingeschakelde en of gecontracteerde derde (bijvoorbeeld een re-integratiebureau).
- U heeft de door het UWV opgelegde loonsanctie onverwijld aan ons meegedeeld.
- Alle bezwaar- en beroepsmogelijkheden zijn benut om de sanctie ongedaan te maken.
(…)
Vergoeding
Onder onze Poortwachtergarantie vergoeden wij aan u de bruto loonkosten van uw werknemer tot het maximum dagloon volgens de sociale verzekeringswetten. Bijkomende kosten zoals bijvoorbeeld werkgeverslasten, pensioen, leaseauto en onkosten vergoeden wij niet.
(…)
Geen Poortwachtergarantie
Uiteraard vervalt de Poortwachtergarantie wanneer onze overeenkomst eindigt.
Aansprakelijkheid
In onze Algemene voorwaarden staan algemene aansprakelijkheid beperkende voorwaarden. Eerder las u ook de voorwaarden die gelden voor Poortwachtergarantie. Hieronder leest u nog een aantal bepalingen die specifiek gelden voor verzuimbegeleiding.
(…)”
3.4.
In de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn, staat, voor zover hier van belang:

M Aansprakelijkheid
1. (…)
2. Voor alle directe schade van opdrachtgever, op enigerlei wijze verband houdend met, dan wel veroorzaakt door niet, niet tijdige of niet behoorlijke uitvoering van de opdracht, is de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer beperkt tot maximaal de voor de opdracht gefactureerde vergoeding(en) excl. BTW. Bij duurovereenkomsten is deze aansprakelijkheid voor opdrachtnemer beperkt tot het totaal van de door opdrachtnemer gefactureerde vaste vergoedingen voor deze overeenkomst in het kalenderjaar waarin de aansprakelijkheid is ontstaan. (…)
3. Voor alle indirecte schade, waaronder begrepen maar niet beperkt tot stagnatie in de geregelde gang van zaken in de onderneming van opdrachtgever, op enigerlei wijze verband houdend met, dan wel veroorzaakt door een fout in de uitvoering van de werkzaamheden door opdrachtnemer, behoudens opzet of grove schuld, is deze nimmer aansprakelijk.
(…)
P Vervaltermijn
Voor zover in deze algemene voorwaarden niet anders is bepaald, vervallen vorderingsrechten en andere bevoegdheden van opdrachtgever uit welke hoofde ook jegens opdrachtnemer in verband met het verrichten van werkzaamheden door opdrachtnemer in ieder geval na één jaar na het moment waarop opdrachtgever bekend werd of redelijkerwijs bekend kon zijn met het bestaan van deze rechten en bevoegdheden.
(…)”
3.5.
Op 4 januari 2022 heeft mevrouw [de werkneemster] , een werkneemster van Snel, zich ziekgemeld.
3.6.
Bij brief van 6 februari 2023 heeft Vitaal Loopbaan op verzoek van Assist Verzuim Snel een voorstel gestuurd voor een tweede-spoortraject voor [de werkneemster] met de keuze tussen een traject van zes maanden of negen maanden. Hierbij is vermeld dat het UWV een tweede-spoortraject van minimaal zes maanden als adequaat beoordeelt. Snel heeft de offerte op 7 februari 2022 voor akkoord ondertekend en daarbij gekozen voor een tweede-spoortraject van zes maanden.
3.7.
Het tweede-spoortraject bij Vitaal Loopbaan is op 21 maart 2023 gestart.
3.8.
In juli 2023 heeft er een overleg plaatsgevonden tussen Snel en Assist Verzuim, waarin is gesproken over de onvrede van Snel over het tweede-spoortraject bij Vitaal Loopbaan. Enige tijd na dit overleg heeft Snel het tweede-spoortraject zelf opgepakt, waarbij een HR-medewerker van Snel, mevrouw [hr-medewerker] , een aantal gesprekken met [de werkneemster] heeft gevoerd.
3.9.
Assist Verzuim heeft in haar portal op 26 oktober 2023 de volgende notitie geplaatst:
“medewerker ingepland voor een consult bij de bedrijfsarts ivm vraag of huidige belastbaarheid in vervangende werkzaamheden passend is en inzet tweede spoor nog van haar kan worden verwacht? Werknemer is akkoord. Helaas kan ik de afspraak pas 30-11-23 plannen”
3.10.
Bij brief van 22 november 2023 heeft het UWV een loonsanctie opgelegd aan Snel, waardoor Snel verplicht is om het loon van [de werkneemster] door te betalen tot 8 januari 2025. In het eveneens meegestuurde arbeidsdeskundig rapport concludeert de arbeidsdeskundige dat de re-integratie richting spoor 2 niet tijdig is gestart, dat de re-integratie richting spoor 2 niet adequaat is geweest en dat de werkgever alsnog een re-integratietraject richting spoor 2 moet afronden. In het rapport staat, voor zover hier van belang:

Tijdigheid spoor 2
Re-integratie richting spoor 2 moet ingezet worden op het moment dat duidelijk is dat binnen de eigen werkgever geen passende arbeidsmogelijkheden zijn of binnen 6 weken na de 52ste verzuimweek. Re-integratie richting spoor 2 moet gestart zijn op 14 februari 2023, wordt gestart op 21 maart 2023 en is daarmee NIET tijdig. Hierdoor stagneert de re-integratie.
De werkgever geeft aan dat het re-integratiebureau tijdig gestart is met re-integratie richting spoor 2. Op 19 januari 2023 is namelijk al een offerte aangevraagd, op 07 februari 2023 is de offerte ontvangen en op 08 februari 2023 is deze offerte als akkoord gegeven door de werkgever. Ik vind dat geen deugdelijke grond omdat een offerte nog geen plan is om de afstand tussen het persoonprofiel en zoekprofiel te verkleinen. De datum van het trajectplan wordt normaal gesproken gehanteerd als ingangsdatum re-integratie richting spoor 2. In het trajectplan staat echter het volgende:
 Op 21 maart 2023 heeft het re-integratiebedrijf de goedkeuring ontvangen.
 Op 24 maart 2023 heeft een intakegesprek plaatsgevonden waarbij een begin gemaakt wordt met de inventarisatie voor het opstellen van een persoonprofiel.
Op basis hiervan kan ik stellen dat re-integratie richting spoor 2 eigenlijk zelfs pas na 24 maart 2023 gestart is.
Adequaat spoor 2
In het trajectplan staat een persoonprofiel en een zoekprofiel. Er wordt aangegeven dat middels sollicitatietraining en scholing (Nederlandse taal) de afstand tussen het persoonprofiel en zoekprofiel verkleind gaat worden.
In het eindrapport d.d. 15 september 2023 wordt aangegeven dat geoefend is met sollicitatiebrieven. Mevrouw [de werkneemster] blijft echter hulp nodig hebben bij het solliciteren en aanpassen van de brief. Mevrouw [de werkneemster] is aangemeld bij het Taalhuis in Arnhem en mevrouw kan naar het inloopspreekuur om haar opties te bespreken. De werkgever heeft besloten het spoor 2 traject niet te verlengen omdat ze niet tevreden zijn over het traject. Er is dan ook geen sprake van een adequaat re-integratietraject waardoor de re-integratie stagneert. Dat wordt tevens bevestigd door onderstaande gegevens:
 Mevrouw [de werkneemster] is niet in staat om zelfstandig te solliciteren.
 Mevrouw [de werkneemster] is slechts aangemeld bij het Taalhuis en verder moet ze zich melden op een inloopspreekuur.
(…)”
3.11.
De bedrijfsarts heeft op 30 november 2023 geoordeeld dat er nog mogelijkheden zijn voor [de werkneemster] in het tweede spoor.
3.12.
Assist Verzuim heeft namens Snel op 17 januari 2024 bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het UWV om een loonsanctie op te leggen. Op 13 februari 2024 heeft het UWV het bezwaar ongegrond verklaard.
3.13.
Op 25 januari 2024 is het tweede-spoortraject herstart met Vitaal Loopbaan als begeleider.
3.14.
Op 14 mei 2024 heeft Assist Verzuim namens Snel een bekortingsverzoek ingediend bij het UWV. Hierin verzoekt Assist Verzuim het UWV om de periode van de loonsanctie in te korten omdat zij de tekortkomingen waarop de loonsanctie is gebaseerd, heeft gerepareerd. Bij beslissing van 2 juli 2024 heeft het UWV dit verzoek afgewezen, omdat er volgens het UWV nog altijd onvoldoende was gedaan aan de ontwikkeling van de Nederlandse taal en het taalniveau nog niet was getoetst. Nadat [de werkneemster] op 3 juli 2024 was ingeschreven voor het project Taalmaatje en op 9 september 2024 haar taalniveau op A-2 was beoordeeld, heeft Assist Verzuim het UWV op 19 september 2024 nogmaals verzocht om verkorting van de loonsanctie. Daarmee heeft het UWV op 2 oktober 2024 ingestemd, waarmee de loondoorbetalingsverplichting is vastgesteld tot 12 november 2024.
3.15.
In een e-mailbericht van 6 november 2024 van de advocaat van Snel aan Assist Verzuim staat, voor zover hier van belang:

Samenvatting en verzoek
Samenvattend handhaaft Snel het eerder ingenomen standpunt dat Assist Verzuim de contractuele afspraken moet nakomen en de loonkosten dient te vergoeden waar Snel mee is geconfronteerd. Snel heeft hier mondeling al verschillende keren aandacht voor gevraagd (onder meer in het teamoverleg met Assist Verzuim op 7 december 2023 en in eerdere gesprekken die gingen over het indienen van bezwaar, het indienen van een bekortingsverzoek (2x) en voortzetting van de re-integratie), maar kreeg daar eerder geen duidelijke reactie op. Assist Verzuim handelde verder wel in lijn met de poortwachtersgarantie door de verzuimbegeleiding voort te zetten, het 2e spoortraject te vergoeden en actie te ondernemen richting het UWV tegen de loonsanctie. De enige stap die nog resteert, ziet op vergoeding van de loonkosten.
Indien Assist Verzuim niet vrijwillig bereid is de hiervoor genoemde loonkosten van
€ 27.193,60 bruto te voldoen, zal ik namens Snel vervolgstappen zetten om alle schade die is geleden vergoed te krijgen door de wijze waarop Assist Verzuim met het dossier van mevrouw [de werkneemster] (…) is omgegaan. Ik ga er vanuit dat Assist Verzuim het daar niet op laat aankomen.”
3.16.
Na het einde van de loonsanctie op 12 november 2024 is aan [de werkneemster] een WIA-uitkering toegekend en heeft Snel het dienstverband beëindigd.
3.17.
In de correspondentie tussen Snel en Assist Verzuim heeft Snel steeds laten weten de kosten van de loonsanctie vergoed te willen krijgen, hetgeen Assist Verzuim steeds heeft geweigerd.
3.18.
Snel heeft de overeenkomst tussen partijen opgezegd met ingang van
1 januari 2025. Partijen zijn niet tot een regeling gekomen.

4.Het geschil

4.1.
Snel vordert – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat Assist Verzuim is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen bestaande overeenkomst en aansprakelijk is voor alle schade die daaruit hetzij direct, hetzij indirect voortvloeit,
II. Assist Verzuim veroordeelt tot betaling binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan Snel van de door het UWV opgelegde loonsanctie begroot op een bedrag van € 27.193,60 bruto, vermeerderd met rente,
III. Assist Verzuim veroordeelt tot betaling binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan Snel van de indirecte schade die Snel heeft geleden vanwege de inzet van haar eigen werknemers om de re-integratie voort te zetten begroot op € 3.500,00,
IV. Assist Verzuim veroordeelt in de proceskosten.
4.2.
Snel legt aan haar eerste vordering ten grondslag dat Assist Verzuim tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de verzuimovereenkomst ten aanzien van de re-integratie van [de werkneemster] . Volgens Snel is Assist Verzuim niet tijdig het tweede spoor gestart en heeft Assist Verzuim niet gezorgd voor een adequaat tweede-spoortraject. Als gevolg van deze tekortkomingen is aan Snel een loonsanctie opgelegd. Snel legt aan haar tweede vordering nakoming van de in de overeenkomst opgenomen poortwachtersgarantie ten grondslag. Zij stelt dat aan de voorwaarden daarvan is voldaan en dat Assist Verzuim de loonsanctie aan haar moet vergoeden. Ook heeft zij schade geleden bestaande uit de kosten van de extra inzet van haar medewerkers vanwege de door het UWV opgelegde voortzetting van de re-integratie van [de werkneemster] . Deze schade moet Assist Verzuim haar vergoeden (de derde vordering).
4.3.
Assist Verzuim betwist dat Snel een beroep toekomt op de poortwachtersgarantie en dat zij tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst. Verder betwist Assist Verzuim dat sprake is van schade en van causaal verband tussen de gestelde schade en haar gedragingen. Ook betwist zij dat aan de voorwaarden van de poortwachtersgarantie is voldaan. Assist Verzuim doet een beroep op eigen schuld van Snel (artikel 6:101 BW Pro) door te stellen dat het aan Snel zelf te wijten is dat de loonsanctie is opgelegd; zij heeft immers de begeleiding voor de re-integratie naar het tweede spoor zelf overgenomen. Mocht er volgens de rechtbank toch enige vergoedingsplicht zijn, dan is het vorderingsrecht op grond van de onder P van haar algemene voorwaarden opgenomen vervaltermijn vervallen of is de aansprakelijkheid beperkt in het onder M opgenomen exoneratiebeding, aldus Assist Verzuim.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Assist Verzuim heeft met het sluiten van de overeenkomst de taak op zich genomen om Snel te ondersteunen in de op haar als werkgever vanuit de Wet verbetering poortwachter opgelegde verplichtingen bij de begeleiding van haar arbeidsongeschikte werknemers. Hierbij heeft Assist Verzuim bij het abonnement Compleet een poortwachtersgarantie aangeboden. Deze houdt in dat als de werkgever aan een zevental voorwaarden voldoet, waaronder het opvolgen van de adviezen van Assist Verzuim, Assist Verzuim de loonactie betaalt in het geval het UWV uiteindelijk toch van oordeel is dat re-integratiekansen zijn gemist en het UWV een loonsanctie oplegt. Partijen verschillen van mening over de vraag hoe de poortwachtersgarantie moet worden uitgelegd. Het antwoord op die vraag is afhankelijk van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden (de Haviltex-maatstaf [1] ).
5.2.
Snel stelt dat het voldoen aan de zeven voorwaarden bij de poortwachtersgarantie voldoende is om aanspraak te kunnen maken op de poortwachtersgarantie. Assist Verzuim betwist dit en voert aan dat de poortwachtersgarantie zo moet worden uitgelegd dat aan een aanspraak op de poortwachtersgarantie de eis is verbonden dat Assist Verzuim in haar re-integratie-inspanningen tekort is geschoten.
5.3.
De rechtbank oordeelt als volgt. In de overeenkomst is de poortwachtersgarantie uitgebreid omschreven. Daarbij is niet de eis opgenomen dat naast het voldoen aan de zeven voorwaarden ook een tekortkoming van Assist Verzuim moet komen vast te staan. Assist Verzuim heeft onvoldoende onderbouwd dat dit wel de bedoeling is geweest en dit ligt ook niet in lijn met wat onder het kopje ‘loonsanctie UWV’ is opgenomen (zie 3.3) over de mogelijkheid dat er ondanks de nodige re-integratie-inspanningen toch een loonsanctie wordt opgelegd. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat aan de poortwachtersgarantie niet de eis is verbonden dat Assist Verzuim moet zijn tekortgeschoten. De rechtbank zal hieronder nagaan of aan alle voorwaarden van de poortwachtersgarantie is voldaan, zoals Snel stelt en Assist Verzuim betwist.
5.4.
Het gaat om de volgende voorwaarden die onder 3.3 zijn opgenomen en die de rechtbank heeft genummerd.
Het verzuimdossier is tijdens de hele ziekteperiode bij ons in behandeling geweest.
U en uw werknemer hebben onze adviezen meteen en zonder voorbehoud opgevolgd.
U en uw werknemer hebben adviezen van derde partijen die wij hebben ingeschakeld, meteen en zonder voorbehoud opgevolgd.
U heeft tijdens de hele verzuimperiode uitsluitend bedrijfsartsen via ons ingeschakeld.
De loonsanctie is niet opgelegd of mede opgelegd vanwege een tekortkoming van een door u ingeschakelde en of gecontracteerde derde (bijvoorbeeld een re-integratiebureau).
U heeft de door het UWV opgelegde loonsanctie onverwijld aan ons meegedeeld.
Alle bezwaar- en beroepsmogelijkheden zijn benut om de sanctie ongedaan te maken.
5.5.
Niet in geschil is dat aan voorwaarde 4, 6 en 7 is voldaan. Verder heeft Assist Verzuim niet, althans onvoldoende, betwist dat Snel heeft voldaan aan voorwaarde 3 en 5. De discussie spitst zich toe op voorwaarde 1 en 2.
Voorwaarde 1
5.6.
Snel heeft Assist Verzuim direct ingeschakeld om haar te begeleiden bij het verzuim van [de werkneemster] , waarna Assist Verzuim het eerste-spoortraject volledig heeft begeleid. Na het eerste jaar verzuim heeft de werkgever op grond van de Wet verbetering poortwachter de verplichting om een tweede-spoortraject op te starten. Voor dit deel van de verzuimbegeleiding heeft Assist Verzuim Snel geadviseerd om Vitaal Loopbaan in te schakelen. Snel heeft dat advies opgevolgd, waarna Vitaal Loopbaan is ingeschakeld.
5.7.
Snel stelt dat Assist Verzuim tijdens het tweede-spoortraject van Vitaal Loopbaan betrokken is gebleven bij het verzuimdossier van [de werkneemster] door zogezegd ‘een vinger aan de pols te houden’. Assist Verzuim betwist dit en voert aan dat het tweede-spoortraject geheel onder Vitaal Loopbaan viel; zij had daar geen bemoeienis mee.
5.8.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet gezegd worden dat alleen vanwege de betrokkenheid van Vitaal Loopbaan het verzuimdossier niet meer bij Assist Verzuim in behandeling is. Dit strookt ook niet met de vermelding in de overeenkomst dat Assist Verzuim per ziekmelding de werknemer 104 weken zal begeleiden, vanaf de eerste ziektedag (zie 3.3). In deze periode van 104 weken valt immers ook het tweede spoor. De omstandigheid dat Assist Verzuim kennelijk geen specialisme voor het tweede-spoortraject in huis heeft, waardoor zij voor dat traject de inzet van een re-integratiebedrijf als Vitaal Loopbaan adviseert en in die zin minder direct betrokken is, kan er niet toe leiden dat daarmee niet meer zou zijn voldaan aan voorwaarde 1. Als dat de bedoeling van Assist Verzuim zou zijn geweest, dan had zij dat duidelijk in haar voorwaarden moeten opnemen en Snel daar bij haar advies voor Vitaal Loopbaan op moeten wijzen. Niet gebleken is dat zij dit heeft gedaan. En daarnaast is er wel steeds begeleiding geweest van de bedrijfsarts van Assist Verzuim, zodat ook niet gezegd kan worden dat er in het geheel geen betrokkenheid van Assist Verzuim meer is geweest en het verzuimdossier niet meer bij Assist Verzuim in behandeling was.
5.9.
Partijen zijn het erover eens dat het tweede-spoortraject bij Vitaal Loopbaan op
21 maart 2023 feitelijk is gestart en dat dit op 21 september 2023 is geëindigd. Voor het einde van dit tweede-spoortraject hebben partijen met elkaar gesproken over de mogelijkheid dat Snel zelf het tweede-spoortraject op zich zou nemen. Ook als Snel [de werkneemster] vervolgens op of rond 18 september 2023 meer is gaan begeleiden dan zij daarvoor deed, zoals zij ter zitting heeft bevestigd, betekent dit niet per definitie dat Snel geen beroep meer kan doen op de poortwachtersgarantie.
5.10.
Van Assist Verzuim mag in de eerste plaats worden verwacht dat zij, indien het haar bedoeling is dat de begeleiding door Snel gevolgen heeft voor de poortwachtersgarantie, dit duidelijk in de poortwachtersgarantie opneemt. Dit heeft Assist Verzuim niet gedaan. Verder is gesteld noch gebleken dat er in het overleg tussen partijen is gesproken over eventuele gevolgen van deze beslissing van Snel voor een eventuele toekomstige aanspraak op de poortwachtersgarantie. De rechtbank acht ook niet evident dat dit gevolgen zou hebben voor een eventueel beroep op de poortwachtersgarantie, omdat daarmee de verzuimbegeleiding niet meer bij Assist Verzuim in behandeling zou zijn. Assist Verzuim kiest er immers zelf voor om in een overeengekomen periode van verzuimbegeleiding van 104 weken geen directe betrokkenheid te hebben bij het tweede-spoortraject. Assist Verzuim betoogt weliswaar dat zij Snel heeft geadviseerd om het traject met Vitaal Loopbaan voort te zetten, maar dit heeft zij niet onderbouwd. Ook als dit betoog juist is, geeft dit geen of althans onvoldoende blijk van bezwaar van Assist Verzuim tegen deze beslissing van Snel om in afwijking van dit advies [de werkneemster] zelf te gaan begeleiden. Assist Verzuim had Snel in dat gesprek expliciet moeten wijzen op de gevolgen voor de poortwachtersgarantie. Daarbij heeft Assist Verzuim ook ter zitting verklaard dat zij het doorgaans ook prima vindt als een werkgever besluit om het tweede-spoortraject zelf op te pakken, mits dit adequaat gebeurt. Hieruit leidt dat de begeleiding door Snel in dit geval geen gevolgen heeft voor de verantwoordelijkheid van Assist Verzuim en haar aanspraak op de poortwachtersgarantie.
5.11.
In de tweede plaats heeft te gelden dat Assist Verzuim in de periode waarin Snel het tweede-spoortraject heeft begeleid contact heeft gehouden met Snel over de verzuimbegeleiding van [de werkneemster] door de inzet van de bedrijfsarts van Assist Verzuim. Snel heeft verklaard dat zij op 26 oktober 2023 nog aan Assist Verzuim heeft gevraagd of de huidige belastbaarheid in vervangende werkzaamheden van [de werkneemster] wel passend is en of [de werkneemster] wel re-integratie-inspanningen kan verrichten in het tweede-spoortraject, waarna Assist Verzuim op 30 november 2023 een afspraak voor [de werkneemster] bij de bedrijfsarts heeft ingepland. Dit blijkt ook uit de onder 3.9 opgenomen notitie in de portal. Hoewel Assist Verzuim ter zitting heeft betoogd dat deze notitie ook kan zien op een andere werknemer, staat vast dat [de werkneemster] inderdaad op 30 november 2023 is gezien door de bedrijfsarts. Daarnaast had het ook op de weg van Assist Verzuim gelegen om, nu het gaat om een tekst die door een werknemer van Assist Verzuim in de portal is gezet, in haar eigen administratie na te gaan of dit inderdaad [de werkneemster] betreft en, indien dit niet het geval is, te komen met een gemotiveerde en met stukken onderbouwde betwisting. Dit heeft zij echter nagelaten. Hieruit volgt dat het verzuimdossier de gehele periode bij haar in behandeling is gebleven.
5.12.
Kort nadat Snel het tweede-spoortraject naar zich toe heeft getrokken (21 september 2023) heeft het UWV op 22 november 2023 de loonsanctie opgelegd. Van deze periode kan dus niet gezegd worden dat Assist Verzuim geen enkele bemoeienis meer heeft gehad met de verzuimbegeleiding, waardoor niet aan de eerste voorwaarde zou zijn voldaan. Nadat de loonsanctie was opgelegd, hebben partijen op 7 december 2024 overleg gevoerd en heeft Assist Verzuim namens Snel bezwaar aangetekend bij het UWV tegen de loonsanctie. Assist Verzuim heeft toen ook actie ondernomen om het re-integratietraject voort te zetten volgens de instructie van het UWV en heeft daarbij Vitaal Loopbaan weer ingezet.
5.13.
De conclusie is dan ook dat Assist Verzuim de gehele periode in meer of mindere mate betrokken is geweest bij het verzuimdossier, zodat is voldaan aan voorwaarde 1.
Voorwaarde 2
5.14.
Om tot de conclusie te kunnen komen dat Snel een advies van Assist Verzuim niet heeft opgevolgd en dat daarmee niet voldaan is aan voorwaarde 2, moet het, naar het oordeel van de rechtbank, voor Snel wel duidelijk zijn geweest dat het niet opvolgen van het advies consequenties heeft voor de poortwachtersgarantie. Zoals onder 5.10 al overwogen, is dit niet duidelijk geweest op het moment dat Snel het tweede-spoortraject in september 2023 (ook) is gaan begeleiden. Het bij de start van het tweede-spoortraject door Assist Verzuim gegeven advies om Vitaal Loopbaan in te schakelen heeft Snel opgevolgd.
5.15.
In geschil is nog of Snel dit advies tijdig heeft opgevolgd, nu juist het moment van het ingaan van het tweede-spoortraject een belangrijk verwijt is bij de opgelegde loonsanctie. Snel stelt op dit punt dat zij de offerte op 7 februari 2023, die zij daags daarvoor heeft ontvangen, heeft ondertekend en geretourneerd. Assist Verzuim betwist weliswaar niet dat Snel de offerte op 7 februari 2023 heeft ondertekend, maar voert aan dat het Snel is geweest die voor de vertraging heeft gezorgd, waardoor Vitaal Loopbaan pas op 21 maart 2023 is gestart met het tweede-spoortraject. Assist Verzuim heeft echter niet duidelijk gemaakt en ook niet onderbouwd op welke wijze Snel voor die vertraging heeft gezorgd. Uit het door Assist Verzuim opgestelde bezwaar tegen de loonsanctie [2] blijkt dit ook niet; uit het daar beschreven relaas volgt niet dat Snel na haar akkoord nog betrokken was bij het opstarten van het tweede spoor, laat staan dat zij dat proces heeft vertraagd. Dit leidt tot de conclusie dat ook is voldaan aan de tweede voorwaarde.
Gevolgen einde overeenkomst voor aanspraak op de poortwachtersgarantie
5.16.
Assist Verzuim heeft eerst op zitting erop gewezen dat in de overeenkomst is opgenomen dat de poortwachtersgarantie vervalt wanneer de overeenkomst eindigt en er daarom nu volgens haar geen recht meer bestaat op nakoming van de poortwachtersgarantie, omdat de overeenkomst per 1 januari 2025 door Snel is beëindigd.
5.17.
Het gaat hier om een situatie waarin voor de beëindiging van de overeenkomst de loonsanctie al is opgelegd (op 22 november 2023), er een beroep is gedaan op nakoming van de poortwachtersgarantie (de brief van 6 november 2024) en de loonsanctie is geëindigd (op 21 november 2024). In de bepaling waar Assist Verzuim naar verwijst is niet geregeld hoe moet worden omgegaan met al opgelegde loonsancties. Dit betekent dat de bepaling voor deze situatie moet worden uitgelegd aan de hand van de eerder genoemde Haviltex-maatstaf (zie 5.1).
5.18.
Naar het oordeel van de rechtbank kan de bepaling niet zo worden uitgelegd dat er geen beroep meer kan worden gedaan op de poortwachtersgarantie bij een reeds opgelegde loonsanctie indien de overeenkomst juist is beëindigd vanwege onvrede over de afwikkeling van het gedane beroep op de poortwachtersgarantie. De bedoeling van partijen was dat Snel met de keuze voor het Assist Compleet-abonnement op het gebied van verzuimbegeleiding zou worden ontzorgd. Assist Verzuim heeft vanuit haar overtuiging over haar eigen aanpak de garantie gegeven dat zij, indien onverhoopt een loonsanctie wordt opgelegd, de loonsanctie zal vergoeden mits Snel voldoet aan alle voorwaarden en al haar adviezen van Assist Verzuim opvolgt. Als het de bedoeling van Assist Verzuim zou zijn geweest dat de overeenkomst - tot het moment dat een aanspraak op de poortwachtersgarantie volledig is afgerond - niet kan worden beëindigd zonder dat dit gevolgen heeft voor de aanspraak op de poortwachtersgarantie, dan had Assist Verzuim dit in de overeenkomst op moeten nemen. Assist Verzuim heeft dit niet gedaan, zodat dit risico nu voor haar rekening komt.
5.19.
Het voorgaande zou anders kunnen zijn indien de overeenkomst was geëindigd gedurende de begeleiding en nadien een loonsanctie zou zijn opgelegd. In die situatie zou Assist Verzuim niet al het nodige hebben kunnen doen om die loonsanctie te voorkomen en is het begrijpelijk dat de poortwachtersgarantie vervalt. In die zin valt het woord ‘uiteraard’ in de vervalbepaling te begrijpen. In dit geval heeft Assist Verzuim echter gedurende de gehele ziekteperiode tot en met het eindigen van de loonsanctie invloed kunnen uitoefenen op het verloop. Haar belofte om de loonsanctie te vergoeden zou een wassen neus worden indien zij daaronder uit zo komen indien de overeenkomst wordt geëindigd vanwege haar weigering om haar belofte na te komen. Haar verweer gaat daarom ook niet op.
Tussenconclusie
5.20.
Dit betekent dat aan alle voorwaarden is voldaan, Snel met succes een beroep doet op de poortwachtersgarantie en Assist Verzuim haar daarin opgenomen verbintenis tot vergoeding van de loonsanctie moet nakomen. De rechtbank komt daarmee niet toe aan de beoordeling van het beroep van Snel op wanprestatie en het beroep van Assist Verzuim op eigen schuld van Snel.
Vervaltermijn
5.21.
Assist Verzuim beroept zich op de in de algemene voorwaarden opgenomen vervaltermijn (onder P) en concludeert dat het vorderingsrecht van Snel is vervallen, omdat er meer dan een jaar is verstreken tussen de loonsanctie (22 november 2023) en de ingestelde rechtsvordering (de dagvaarding van 30 april 2025).
5.22.
Snel betwist dat haar vordering is vervallen en neemt het standpunt in dat met de in de voorwaarden opgenomen vervaltermijn niet is bedoeld dat binnen één jaar een rechtsvordering moet worden ingesteld. Dit past volgens Snel ook niet bij de bedoeling van de overeenkomst, nu Assist Verzuim als onderdeel van de overeenkomst eerst heeft geholpen bij het indienen van bezwaar tegen de opgelegde loonsanctie en een tweetal bekortingsverzoeken heeft gedaan, zodat Snel daar eerst de uitkomst van mocht afwachten voordat zij aanspraak zou maken op de vergoeding van de loonsanctie. Daarnaast is het beroep op de vervaltermijn ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, aldus Snel.
5.23.
De rechtbank oordeelt als volgt. Op zichzelf is de vervaltermijn die is opgenomen in de algemene voorwaarden wel van toepassing op de beoordeling van de tijdigheid van deze nakomingsvordering. In de bepaling is niet met zoveel woorden opgenomen dat binnen één jaar na bekendheid met de loonsanctie een rechtsvordering moet zijn ingesteld. De vraag is echter of deze bepaling zo wel moet worden uitgelegd, zoals Assist Verzuim stelt en Snel betwist. Ook hierbij geldt de onder 5.1 opgenomen Haviltex-maatstaf.
5.24.
Naar het oordeel van de rechtbank kan deze bepaling niet zo worden uitgelegd dat partijen hebben bedoeld overeen te komen dat een vorderingsrecht van Snel als opdrachtgever komt te vervallen als dit vorderingsrecht niet binnen één jaar na bekend worden met de loonsanctie in rechte is ingesteld. Het doel van een vervalbeding is het geven van zekerheid aan de debiteur, in dit geval Assist Verzuim, dat zij niet na een lange tijd nog kan worden belast met een vordering van een crediteur, in dit geval Snel. Een vervalbeding zorgt ervoor dat crediteuren vorderingsrechten binnen een afzienbare tijd geldend moeten maken. Dat heeft Snel in dit geval gedaan door Assist Verzuim op 6 november 2024 en daarmee tijdig te sommeren tot betaling van de loonsanctie. Als Assist Verzuim had gewild dat voor het verstrijken van de vervaltermijn de vordering in rechte zou zijn ingesteld, had zij dat met zoveel woorden in de bepaling moeten opnemen. Een vorderingsrecht is immers niet hetzelfde als een rechtsvordering. Met dat laatste wordt gedoeld op de bevoegdheid of het middel om een materieel recht (het vorderingsrecht) geldend te maken. Weliswaar heeft Assist Verzuim verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant [3] waarin is geoordeeld dat het verzenden van een aansprakelijkstelling onvoldoende is om een vervalbeding te verlengen of uit te laten werken, maar dit betreft een andere situatie dan hier aan de orde is. Het verschil zit er namelijk in dat Snel op 6 november 2024 wel (tevergeefs) aan Assist Verzuim heeft gevraagd om de loonsanctie daadwerkelijk te betalen, terwijl in de aangehaalde uitspraak enkel aansprakelijk lijkt te zijn gesteld.
5.25.
Bij gebreke van een termijn waarbinnen de aanspraak in rechte moet worden gedaan, moet vervolgens gekeken worden of het instellen van een rechtsvordering op
13 april 2025 (de dag van de betekening van de dagvaarding) ertoe leidt dat Assist Verzuim alsnog een beroep kan doen op het vervalbeding. Bij de beoordeling hiervan acht de rechtbank van belang dat er volgens de voorwaarden van de poortwachtersgarantie eerst nog bezwaarmogelijkheden moesten worden benut en dat Assist Verzuim daarvoor voor Snel bezwaar heeft ingesteld en een tweetal bekortingsverzoeken heeft gedaan. Dan ligt het niet voor de hand dat Snel dat traject doorkruist met het instellen van een rechtsvordering jegens Assist Verzuim, te meer nu niet direct duidelijk is dat de loonsanctie in bezwaar stand houdt en/of de uiteindelijke duur van de loonsanctie zal worden bekort. De maatstaven van redelijkheid en billijkheid brengen dan mee dat Snel de definitieve uitkomst van het traject van bezwaar op 13 februari 2024 en bekortingsverzoeken op 2 oktober 2024 mocht afwachten. Kort daarna, op 6 november 2024, heeft zij Assist Verzuim buiten rechte gesommeerd. Toen reactie uitbleef heeft zij op 13 april 2025 de onderhavige rechtsvordering ingesteld en dat acht de rechtbank tijdig. Dit betekent dat het beroep op de vervaltermijn niet opgaat.
Exoneratie
5.26.
Tot slot doet Assist Verzuim een beroep op de exoneratie die is opgenomen in de algemene voorwaarden (onder M, zie 3.4). Daarmee miskent Assist Verzuim echter dat het beroep op de poortwachtersgarantie een nakomingsvordering is en geen vordering tot schadevergoeding vanwege aansprakelijkheid. Voor het beroep op de poortwachtersgarantie is ook niet vereist dat sprake is van een niet behoorlijk vervullen taak. Het beroep van Assist Verzuim op de exoneratie gaat dan ook niet op.
Conclusie
5.27.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Snel terecht een beroep doet op de poortwachtersgarantie en dat de nakomingsvordering zal worden toegewezen. Voor een verklaring voor recht zoals deze onder I. is gevorderd, bestaat geen belang, zodat de rechtbank dit deel van de vordering zal afwijzen. Op grond van de poortwachtersgarantie heeft Snel recht op een vergoeding voor de bruto loonkosten. Dit betekent dat de vordering onder II, zijnde de betaling van een bruto bedrag van € 27.193,60 zal worden toegewezen.
5.28.
Snel vordert rente over deze vordering vanaf datum van het verzuim, maar laat na te concretiseren wanneer volgens haar dat verzuim intreedt. Dit volgt in ieder geval niet uit haar brief van 6 november 2024. De rechtbank zal daarom de wettelijke rente toewijzen vanaf 30 april 2025 (de datum van de dagvaarding).
5.29.
Tussen partijen is niet in geschil dat de onder III. gevorderde vergoeding van een bedrag van € 3.500,00 aan kosten voor de inzet van medewerkers tijdens de verzuimbegeleiding valt te kwalificeren als indirecte schade. Deze kosten kunnen niet op grond van de poortwachtersgarantie worden vergoed. Assist Verzuim beroept zich op de in haar algemene voorwaarden opgenomen exoneratie voor indirecte schade. Nu niet is betwist dat deze schade is uitgesloten in de toepasselijke algemene voorwaarden, wordt de vordering onder III afgewezen.
5.30.
Assist Verzuim is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Snel worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,25
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.672,00
(2 punten × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.978,25

6.De beslissing

6.1.
veroordeelt Assist Verzuim binnen twee weken na heden aan Snel te betalen een bedrag van € 27.193,60 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2025 tot aan de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Assist Verzuim in de proceskosten van € 4.978,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Assist Verzuim niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Olthof en in het openbaar uitgesproken op
22 april 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158
2.Productie 12 bij dagvaarding