Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3759

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
ARN 24/4119
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 WaboArt. 2.2 WaboArt. 6.3.1 bestemmingsplanArt. 2.12 WaboArt. 8:58 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling omgevingsvergunning aanleg padelbanen en geluidschermen in bestemmingsplan Sport-1

De tennisvereniging vroeg een omgevingsvergunning aan voor de aanleg van drie padelbanen met reclame en lichtmasten binnen het bestemmingsplan 'Noord' met bestemming 'Sport-1'. Omwonenden (eisers) voerden beroep aan tegen de vergunning vanwege geluidsoverlast en stelden dat padel een lawaaisport is, wat volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan.

De voorzieningenrechter had de vergunning geschorst omdat hij padel als lawaaisport beschouwde. De rechtbank Gelderland oordeelt echter dat padel niet onder lawaaisport valt, omdat het geen motorisch of mechanisch geluid produceert zoals motorcross of autosport. De rechtbank volgt het college en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in deze uitleg.

Daarnaast stelde de rechtbank vast dat het college de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de geluidschermen heeft beoordeeld en dat geluidsoverlast geen onderdeel is van die beoordeling. De omgevingsvergunning blijft daarom in stand, het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de omgevingsvergunning voor de aanleg van drie padelbanen met geluidschermen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/4119

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiseres]

[eiser 2],
[eiser 3],
allen uit [plaats], gezamenlijk: eisers
(gemachtigde: mr. R.S. Wertheim),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Scherpenzeel

(gemachtigde: mr. N.L.H. Teijema).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[derde-partij], uit [plaats] (de tennisvereniging)
(gemachtigde: mr. M. Bekooy).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning voor het aanleggen van drie padelbanen met reclame en lichtmasten. Eisers zijn het niet eens met omgevingsvergunning. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college in redelijkheid de omgevingsvergunning kon verlenen. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 1 december 2023 heeft het college aan de tennisvereniging een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van drie padelbanen met reclame en lichtmasten. Met de beslissing op bezwaar van 12 juni 2024 is het college bij deze omgevingsvergunning gebleven.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Eisers hebben ook verzocht om een voorlopige voorziening.
2.2.
Met de uitspraak van 22 juli 2024 heeft de voorzieningenrechter de beslissing op bezwaar geschorst.
2.3.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eisers hebben een nader schriftelijk stuk ingediend.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers samen met [persoon A] (geluidsdeskundige van [naam bedrijf] B.V.), de gemachtigde van het college samen met [persoon B] en [persoon C] (geluidsdeskundige van het college), [persoon D] en [persoon E] namens de tennisvereniging en de gemachtigde van de tennisvereniging.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. De tennisvereniging heeft op 14 september 2023 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de aanleg van drie padelbanen met reclame en lichtmasten aan de [locatie] in [plaats]. Op 1 december 2023 heeft het college de omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten “bouwen” [1] en “het maken of voeren van handelsreclame”. [2]
3.1.
Eisers wonen in de buurt van de tennisvereniging en vrezen voor geluidsoverlast door de beoogde padelbanen.
3.2.
Het bestemmingsplan “Noord” is van toepassing en het perceel heeft de bestemming “Sport – 1”. De gronden zijn bestemd voor sportvoorzieningen. Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan valt in ieder geval het gebruik van gronden en bouwwerken voor lawaaisporten. [3]
3.3.
Met de beslissing op bezwaar van 12 juni 2024 heeft het college de omgevingsvergunning in stand gelaten. In aanvulling daarop heeft het college ook voor de activiteit “strijdig gebruik” de omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van twee geluidsschermen van vier meter hoog. [4]
3.4.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar en hebben gelijktijdig verzocht om een voorlopige voorziening om de omgevingsvergunning te schorsen in afwachting van de uitspraak op hun beroep.
3.5.
Met de uitspraak van 22 juli 2024 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland de beslissing op bezwaar geschorst. [5] De voorzieningenrechter is van oordeel dat padel in dit geval een lawaaisport is, als bedoeld in het bestemmingsplan. Het college had daarom ook moeten beoordelen of hij voor die activiteit ook wilde afwijken van het bestemmingsplan.
Stukken buiten beschouwing
4. Op de zitting heeft de rechtbank besloten de door eisers op 13 februari 2026 ingediende stukken buiten beschouwing te laten. Deze stukken zijn weliswaar meer dan tien dagen voor de zitting [6] ingediend, maar ze zijn dusdanig uitgebreid en voorzien van een geluidsadvies, dat het college en de tennisvereniging onvoldoende tijd hebben gehad hierop te reageren. Bovendien is het een reactie op het verweerschrift van het college, dat op 17 april 2025 door de rechtbank is ontvangen. Niet valt in te zien waarom eisers zo lang gewacht hebben met het indienen van de nadere stukken.
Is padel een lawaaisport?
5. Eisers betogen dat de padelbanen niet voldoen aan de regels van het bestemmingsplan. Op het perceel is volgens het bestemmingsplan lawaaisport niet toegestaan. In het bestemmingsplan is geen definitie van lawaaisport opgenomen. Volgens eisers mocht het college niet aansluiten bij de definitie uit het voorgaande bestemmingsplan. Die definitie luidde: schietsporten, waarbij de sport ook bovengronds wordt uitgeoefend, en motorische sporten. Aan een definitie van een eerder bestemmingsplan komt volgens eisers geen betekenis toe. Omdat het begrip lawaaisporten niet gedefinieerd is, moet worden aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Volgens eisers heeft padel een hoog geluidbronvermogen van gemiddeld 91 dB(A), met pieken van 108 dB(A). De ruimtelijke uitstraling is niet vergelijkbaar met die van tennis. Padel maakt als brongeluid 8 dB(A) meer aan geluid dan tennis. De ruimtelijke uitstraling is hierdoor een factor 9 groter dan tennis, dat wil zeggen dat één padelbaan net zoveel geluid uitstraalt als negen tennisbanen. De commissie bezwaarschriften heeft ook geadviseerd dat padel onder lawaaisport valt. Ook heeft de voorzieningenrechter dit geoordeeld.
5.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat padel geen lawaaisport is. Omdat lawaaisport niet in het bestemmingsplan is gedefinieerd, heeft het college aansluiting gezocht bij het normaal spraakgebruik. In het “Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal” (Van Dale) is lawaaisport gedefinieerd als: een sport waarbij veel lawaai wordt gemaakt (zoals motorcross en autosport). Volgens het college wordt deze definitie nader ingekleurd door definities die in de (ruimtelijke ordenings)praktijk gebruikt worden. Het college heeft daarom ook gekeken naar begripsomschrijvingen van de VNG en Infomil. De VNG omschrijft lawaaisport als: “
de autosport, de motorsport, de modelvliegsport, karting en soortgelijk geluid producerende sporten”. Volgens de uitleg van Infomil horen bij lawaaisporten ook sporten waarbij explosies in de vorm van schieten voorkomen:
“lawaaisporten zijn bijvoorbeeld schietsporten, zoals kleiduifschieten, motor- en autocross of modelvliegen”. Volgens het college zijn de voorbeelden van Van Dale niet-limitatief, maar het college vindt dat er wel belang moet worden gehecht aan de voorbeelden. De genoemde sporten zijn namelijk sporten waarbij hulpmiddelen (denk aan motoren) worden gebruikt. Padel is een sport die volledig met behulp van spierkracht wordt uitgeoefend. Volgens het college ligt dat in lijn met sporten als honkbal, hockey, tennis, golf en voetbal. De opvatting dat padel meer vergelijkbaar is met tennis dan met één van de genoemde voorbeelden van lawaaisporten, wordt volgens het college ook gedeeld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). [7]
5.2.
Het college stelt zich verder op het standpunt dat het oordeel van de voorzieningenrechter dat bij 91 dB(A) sprake is van onaangenaam en hard geluid niet juist is. Het bronvermogen van padel is niet doorslaggevend om tot de conclusie te komen dat padel een lawaaisport is. Er moet volgens het college ook gekeken worden naar de immissie en niet alleen naar de emissie. De emissie (het bronvermogen) wordt gebruikt om onder andere de immissie te berekenen. Dat is gedaan met het akoestisch onderzoek. In het akoestisch onderzoek is aangetoond dat door het plaatsen van een geluidsscherm de situatie voldoet aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. De immissiewaarde voldoet dus aan de wet- en regelgeving en het bronvermogen wordt enkel als rekenmiddel gebruikt. Als er wel naar het bronvermogen wordt gekeken, dan is padel volgens het college ook niet te kwalificeren als lawaaisport. Daarvoor verwijst het college naar de onderstaande schematische weergave:
Bijlage schematische vergelijking bij verweerschrift
5.3.
Op de plek waar de padelbanen zijn gepland, geldt “Bestemmingsplan Noord” met de bestemming “Sport-1”. Die gronden zijn bestemd voor “sportvoorzieningen” en “vrijetijdsvoorzieningen” [8] en het is verboden deze gronden te gebruiken of laten gebruiken voor en/of als “lawaaisporten”. [9]
5.4.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld hoe lawaaisport moet worden uitgelegd. In de planregels is geen definitie opgenomen van het begrip “lawaaisporten”. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan volgt ook niet wat kan worden verstaan onder “lawaaisporten”. De stelling van het college dat betekenis toekomt aan het begrip uit het vorige bestemmingsplan vanwege de conserverende aard van het geldende bestemmingsplan, volgt de rechtbank niet. Dat een bestemmingsplan in algemene zin conserverend van aard is, betekent namelijk niet dat de planwetgever ook specifieke bestemmingsplanbegrippen heeft willen overnemen. In dat geval had het op de weg van de gemeenteraad gelegen om daarover een bestemmingsplanbegrip op te nemen.
5.5.
Dit betekent dat aansluiting moet worden gezocht bij het algemene spraakgebruik. In dat geval kan volgens vaste rechtspraak van de Afdeling worden gekeken naar de betekenis in de Van Dale. De Van Dale definieert lawaaisport als “
sport waarbij veel lawaai wordt gemaakt (zoals motorcross en autosport)”. Hoewel de voorbeelden uit de Van Dale niet limitatief zijn, begrijpt de rechtbank hier wel uit dat het moet gaan om een sport waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd. Dat geluid moet zodanig zijn dat er lawaai wordt gemaakt. De Van Dale definieert lawaai als “
hard, onaangenaam geluid”. Dat padel als hinderlijk wordt ervaren, betekent niet dat er ook sprake is van lawaai. Anders dan de voorzieningenrechter is de rechtbank daarom van oordeel dat padel geen lawaaisport is. Het is daarom ook niet in strijd met de regels van het bestemmingsplan.
5.2.
Op de zitting is uitvoerig gesproken over het bronvermogen en het maximale geluidniveau van padel. Volgens eisers heeft het college in het verweerschrift het gemiddelde geluidniveau van padel vergeleken met geluidbronvermogens van een crossmotor, schietsport en een modelvliegtuig. Dat is volgens eisers een verkeerde vergelijking, omdat padel een hoge slagfrequentie heeft van 30 tot 40 slagen per minuut met meer dan 108 dB(A) per slag. Dat had het college volgens eisers ook moeten verwerken in de tabel. De rechtbank stelt vast dat het college in de schematische vergelijking is uitgegaan van het gemiddeld geluidniveau. Daarin is padel te vergelijken met bijvoorbeeld hockey of voetbal. Volgens normaal spraakgebruik worden die sporten ook niet als lawaaisport beschouwd. Ook in het bronvermogen van padel ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat padel een lawaaisport is.
5.3.
De beroepsgrond slaagt niet.
Is er sprake van onevenredige geluidhinder?
6. Eisers betogen dat het college bij de omgevingsvergunning voor de geluidschermen ten onrechte niet gekeken heeft naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het totale aangevraagde project, inclusief de voor de omgeving te verwachten geluidhinder. De padelbanen kunnen niet worden gebruikt zonder de geluidschermen. Dat blijkt ook uit het geluidsrapport dat bij de vergunningaanvraag is gevoegd. Het college had daarom ook moeten ingaan op het akoestisch onderzoek van bureau [naam bedrijf] van 10 januari 2024. Eisers hebben dit in de bezwaarfase al in gebracht.
6.1.
Zoals hiervoor is overwogen, past padel binnen het bestemmingsplan en, zoals ook volgt uit de door de omwonenden genoemde uitspraak, betekent dat dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van padel zelf niet ter discussie kan staan. Weliswaar wijkt het college voor de geluidschermen zelf wel af van het bestemmingsplan, maar daarvan heeft het college de ruimtelijke aanvaardbaarheid beoordeeld. Geluidsoverlast is daar geen onderdeel van. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van de geluidschermen hebben eisers niet bestreden met andere gronden. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van D. van Til, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
2.Artikel 2.2, eerste lid, onder h, van de Wabo.
3.Artikel 6.3.1 onder d van het bestemmingsplan.
4.Artikel 2.1, eerste lid, onder c, en artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2, van de Wabo in combinatie met artikel 4, onderdeel 3, van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.
6.Artikel 8:58 van Pro de Awb.
7.Het college verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1746.
8.Artikel 6.1 van de planregels van Bestemmingsplan Noord.
9.Artikel 6.3.1, onder d, van de planregels van Bestemmingsplan Noord.