ECLI:NL:RBGEL:2026:3765

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
11904902 \ AZ VERZ 25-46
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:14 BWArt. 2:15 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot nietigverklaring besluit VvE-vergadering over vrijwillige betaling servicekosten

De zaak betreft een geschil tussen appartementseigenaren en de Vereniging van Eigenaars (VvE) over een besluit genomen tijdens de vergadering van eigenaars op 27 augustus 2025. De VvE had jarenlang de servicekosten gelijkelijk verdeeld, in strijd met het splitsingsreglement dat betaling naar rato van breukdelen voorschrijft. Na juridische procedures heeft de VvE bedragen terugbetaald aan eigenaren die onverschuldigd hadden betaald.

Tijdens de vergadering werd een voorstel aangenomen waarbij acht appartementseigenaren vrijwillig werden verzocht om te weinig betaalde bijdragen uit het verleden aan te zuiveren. Verzoekers stelden dat dit voorstel een besluit was in de zin van artikelen 2:14 en 2:15 BW en dat het besluit nietig of vernietigbaar was wegens strijd met het splitsingsreglement en de redelijkheid en billijkheid.

De kantonrechter oordeelde dat de instemming met het voorstel geen besluit met rechtsgevolg was, maar een vrijwillige bijdrage zonder betalingsverplichting. Er was geen wijziging van rechten en plichten van de eigenaren en geen impliciete kwijtschelding van vorderingen. De stemming was een zakelijke, proceseconomische keuze en geen juridische handeling die de status van de vorderingen wijzigde.

Daarom ontbrak de grondslag voor nietigverklaring of vernietiging en werden de verzoeken afgewezen. Verzoekers werden veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is op 13 mei 2026 uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: Het verzoek tot nietigverklaring of vernietiging van het besluit van de VvE-vergadering wordt afgewezen omdat geen sprake is van een besluit met rechtsgevolg.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer / rekestnummer: 11904902 \ AZ VERZ 25-46
Beschikking van 13 mei 2026
in de zaak van

1.[naam verzoeker 1] ,2. [naam verzoeker 2] ,3. [naam verzoeker 3] ,

allen wonende te [plaatsnaam] ,
verzoekende partijen,
hierna afzonderlijk te noemen [verzoeker sub. 1] en [verzoeker sub. 2 & 3] en samen te noemen: verzoekers,
gemachtigde: mr. H. Krans,
tegen
[naam verwerende VvE],
gevestigd te [plaatsnaam] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. J.C. Bruins.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek- en verweerschrift.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Verzoekers zijn verschenen, tezamen met hun gemachtigde. Namens de VvE zijn verschenen: mevrouw [de voorzitter] (interim voorzitter), de heer [de penningmeester] (penningmeester), mevrouw [de secretaris] (secretaris) en haar gemachtigde. Tijdens de mondelinge behandeling is gelijktijdig het verzoekschrift behandeld dat bekend is onder het zaak- en rekestnummer: 11905324 \ AZ VERZ 25-47. Dit verzoekschrift is ook ingediend door verzoekers tegen de VvE. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken in de beide zaken.
1.3.
De uitspraak is bepaald op 14 mei 2026. Vanwege Hemelvaartsdag wordt de beschikking vandaag bij vervroeging uitgesproken. Gelijktijdig beslist de kantonrechter op het andere verzoekschrift bij afzonderlijke beschikking.

2.De feiten

2.1.
Bij notariële akte van splitsing van 17 april 2000 is het appartementsgebouw aan de [straatnaam] te [plaatsnaam] gesplitst in appartementsrechten. In artikel 2 leden Pro 1 en 3 van het in de splitsingsakte opgenomen splitsingsreglement is bepaald dat iedere eigenaar gerechtigd is voor het in de akte bepaalde breukdeel en dat de eigenaars voor die breukdelen verplicht zijn bij te dragen in de gemeenschappelijke schulden en kosten, waaronder de servicekosten.
2.2.
Sinds de ingebruikname van de appartementen in 2001 heeft de VvE de servicekosten in afwijking van de splitsingsakte gelijkelijk over de appartementseigenaars verdeeld in plaats van naar rato van de breukdelen. Per oktober 2020 is de VvE de servicekosten gaan incasseren in overeenstemming met de splitsingsakte.
2.3.
[verzoeker sub. 1] is eigenaar van het appartementsrecht gelegen aan de [straatnaam] [huisnummer 1] te [plaatsnaam] en [verzoeker sub. 2] en [verzoeker sub. 3] zijn eigenaar van het appartementsrecht gelegen aan de [straatnaam] [huisnummer 2] te [plaatsnaam] . Zij zijn van rechtswege lid van de VvE.
2.4.
Naar aanleiding van juridische procedures, heeft de VvE aan enkele appartementseigenaren bedragen terugbetaald, die onverschuldigd waren voldaan. In totaal heeft de VvE € 12.877,00 betaald. Aan [verzoeker sub. 1] is € 3.874,20 aan hoofdsom betaald. Laatstgenoemd bedrag heeft betrekking op het door [verzoeker sub. 1] in de periode augustus 2015 t/m augustus 2020 onverschuldigd betaalde bedrag aan de VvE.
2.5.
Ter voorbereiding op de vergadering van eigenaars van 27 augustus 2025 is onder agendapunt 6 het voorstel “Innen van verschuldigde betalingen” opgenomen. In de bijbehorende toelichting staat dat het innen van achterstallige bijdragen bij voormalige eigenaren nagenoeg onmogelijk wordt geacht en wordt voorgesteld:
“(…) De betaling van €12.877,- wordt gedragen door de huidige appartementseigenaren die in strijd met de splitsingsakte te weinig hebben betaald (…)”
2.6.
Tijdens de vergadering van eigenaars op 27 augustus 2025 heeft de bestuurssecretaris naar aanleiding van dit voorstel uitdrukkelijk bevestigd dat het hier “
geen incasso betreft maar een vrijwillige betaling”. Het voorstel is vervolgens in stemming gebracht en met een meerderheid van stemmen aangenomen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Verzoekers verzoeken de kantonrechter om het besluit genomen op de vergadering van eigenaars van 27 augustus 2025 nietig te verklaren dan wel te vernietigen met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de VvE in de proceskosten, waarbij tevens wordt bepaald dat verzoekers niet via omslag in de door hen aan de VvE te betalen kosten hoeven bij te dragen.
3.2.
Verzoekers leggen aan hun verzoek ten grondslag dat de instemming van de vergadering op 27 augustus 2025 met het bestuursvoorstel moet worden aangemerkt als besluit als bedoeld in de artikelen 2:14 BW en 2:15 BW. Zij voeren aan dat het verzoek aan een selecte groep van slechts acht eigenaren om te weinig betaalde bijdragen uit het verleden vrijwillig aan te zuiveren, impliciet een besluit tot kwijtschelding inhoudt voor de overige (ex-)eigenaren. Volgens verzoekers is dit besluit nietig omdat het in strijd is met het splitsingsreglement, waarin de verdeling naar rato van breukdelen dwingend is voorgeschreven, dan wel is het besluit vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.
3.3.
De VvE voert verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek met, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, veroordeling van verzoekers in de proceskosten. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Inleidend overweegt de kantonrechter als volgt. Deze procedure kent een lange voorgeschiedenis. Vanaf het moment van oprichting van de VvE is langdurig door de VvE in strijd met de splitsingsakte gehandeld. Immers de servicekosten werden geïncasseerd op basis van gelijkheid, hetgeen niet in overeenstemming is met de splitsingsakte. Pas na verloop van zo’n twintig jaren is dit veranderd. De servicekosten werden vanaf oktober 2020 geïncasseerd op basis van breukdelen. Vanwege de doorbelasting van de servicekosten op basis van gelijkheid, hebben appartementseigenaren meer betaald dan noodzakelijk op grond van de regeling in de splitsingsakte. Daartegenover staat dat andere appartementseigenaren minder hebben betaald. Nadat enkele appartementseigenaren (waaronder [verzoeker sub. 1] ) een vordering tot onverschuldigde betaling hadden ingesteld, welke uiteindelijk door het gerechtshof Arnhem -Leeuwarden is toegekend, heeft de VvE in totaal € 12.877,00 terugbetaald. Voor dit bedrag is een financiële dekking noodzakelijk. Initieel heeft de VvE deze dekking willen zoeken in een regeling waarbij acht appartementseigenaren die in het verleden een te laag bedrag aan servicekosten hebben betaald, naar rato van hun breukdeel, een storting aan de VvE zouden doen. [verzoeker sub. 2 & 3] zou op grond daarvan € 337,10 moeten voldoen. Dit voorstel is door de VvE geagendeerd op de vergadering van 27 augustus 2025.
4.2.
Tijdens de vergadering is vanwege het bestuur meegedeeld dat zeven van de acht appartementseigenaren op basis van vrijwilligheid reeds het door hen verschuldigde bedrag aan de VvE hebben betaald. Enkel [verzoeker sub. 2 & 3] heeft geen betaling verricht. Naar aanleiding van deze ontwikkeling is het aan de vergadering voorgelegde agendapunt aangepast. Deze aanpassing ziet erop dat de dekking van het bedrag van € 12.877,00 wordt gezocht in de vrijwillige betaling door acht appartementseigenaren.
Is sprake van een besluit?
4.3.
Alvorens te kunnen beoordelen of de door verzoekers aangevallen besluitvorming nietig dan wel vernietigbaar is, dient te worden vastgesteld of de instemming van de vergadering op 27 augustus 2025 met het voorstel van het bestuur, inhoudende dat een achttal eigenaren wordt verzocht de te weinig betaalde bijdragen uit het verleden vrijwillig aan te zuiveren, kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 2:14 en Pro 2:15 BW. Indien deze instemming namelijk niet als besluit kwalificeert, kan van nietigheid of vernietigbaarheid geen sprake zijn.
4.4.
Voor een besluit in de zin van de artikelen 2:14 BW en 2:15 BW is vereist dat de beslissing van de vergadering van eigenaars is aan te merken als een rechtshandeling. Dit betekent – onder meer – dat de beslissing gericht moet zijn op het tot stand brengen van een bepaald rechtsgevolg. De juridische positie van de VvE moet door de stemming zijn gewijzigd of definitief zijn vastgesteld. Een louter feitelijke mededeling of een vrijblijvend verzoek van de vergadering aan de VvE mist een dergelijk rechtsgevolg.
4.5.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de notulen van de vergadering blijkt dat de secretaris tijdens de beraadslagingen uitdrukkelijk heeft bevestigd dat het hier “
geen incasso betreft maar een vrijwillige betaling”. Dit is doorslaggevend. Door de instemming van de vergadering expliciet te beperken tot een louter vrijwillige bijdrage is geen betalingsverplichting ontstaan. Ook is aan het bestuur van de VvE geen instructie gegeven om al dan niet over te gaan tot incasseren van bedragen. De bestaande rechten en plichten van de individuele eigenaars zijn door deze stemming dan ook niet gewijzigd.
4.6.
Het betoog van verzoekers dat sprake is van een impliciete kwijtschelding voor de overige (ex-)eigenaren wordt niet gevolgd. Het feit dat de vergadering van eigenaars op dit moment de keuze maakt om enkel acht huidige eigenaren te benaderen voor een traject van vrijwillige aanzuivering, kan niet worden gelijkgesteld met een rechtshandeling waarbij vorderingen op derden tenietgaan. Van een onherroepelijke afstand van recht is geen sprake. In dat laatste geval zou wel sprake zijn geweest van een besluit.
4.7.
Bij gebreke van een expliciet besluit tot kwijtschelding voor de gehele groep schuldenaren, blijven de juridische aanspraken van de VvE op alle achterstallige bijdragen onverkort voortbestaan. De stemming van 27 augustus 2025 kan dan ook niet worden gezien als een besluit dat rechten wegstreept, maar als de bekrachtiging van een praktisch invorderingsbeleid. Dat zeven eigenaren reeds vrijwillig hebben betaald, maakt dit niet anders. De VvE heeft een zakelijke afweging gemaakt om nu alleen de huidige eigenaren aan te spreken, omdat zij het innen bij voormalige eigenaren op dit moment “
nagenoeg onmogelijk” acht. Dit is een proceseconomische keuze over de inzet van middelen en geen juridische handeling die de status van de vorderingen zelf wijzigt.
4.8.
Nu de bestreden beslissing van de vergadering niet is gericht op een rechtsgevolg, is geen sprake van een besluit in de zin van de wet. De basis voor nietigverklaring of vernietiging ontbreekt dan ook. De verzoeken zullen daarom worden afgewezen.
4.9.
Verzoekers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat deze procedure gezamenlijk met de andere procedure op de mondelinge behandeling is behandeld, zal voor de mondelinge behandeling 0,5 punt worden toegekend. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
- salaris gemachtigde
432,00
(1,5 punt tarief € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
576,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken af,
5.2.
veroordeelt verzoekers in de proceskosten van € 576,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als verzoekers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking met betrekking tot de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op
13 mei 2026.
26396 \ 51588