Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
op de vraag van de rechter-commissaris “Wat heeft [naam 1] u verteld wat er met [naam 2] is gebeurd?”: “Helemaal niks. De politie heeft mij dingen ingefluisterd”;
en/of
nadat verdachte werd voorgehouden “U houdt mij voor wat er is opgenomen in het proces-verbaal bevindingen op bladzijde 1979 van het dossier: “ [verdachte] vertelde mij vd week dat hij geld kan verdienen omdat hier iemand op de B1 zit die verdacht word van moord maar lijk is niet gevonden. Hij zei tegen mij kan je mij helpen want er staat geld op als er tips binnen komen. Hij vertelde dit ALLEEN tegen mij zei hij. Hij vroeg hoe hij het moest aanpakken en wou OM laten komen hier naar de bajes om verhaal te doen. Nu kwam ik erachter door met collega’s te praten dat dit waarschijnlijk over [naam 1] gaat. “U vraagt mij of dit klopt”. “Daar weet ik niks van. Het gaat ook niet zo goed met mij, ik heb traumabehandeling. Ik kan het mij in ieder geval niet meer herinneren dat ik dit heb besproken met iemand van de P.I. Het is een corrupte bende in de Pl. te [plaats] en de meesten werken mee aan vieze plannetjes richting de heer [naam 1] ”;
en/of
“De politie, met name [agent] , begon toen uit de school te klappen en ze zeiden dat [naam 1] een moordenaar is en dat zij persoonlijk betrokken waren geraakt, omdat zij het zoontje hebben leren kenden. Ik ben daar toen op ingegaan, dat is achteraf misschien niet slim van mij. Zij lieten mij blijken dat ik misschien wel geschorst kon worden. Ik heb toen het spelletje meegespeeld. Ik sta niet achter die woorden, nog niet 1% daarvan”;
en/of
nadat verdachte werd voorgehouden: “U houdt mij voor dat ik tegenover de politie het volgende heb verklaard, pagina 1981 van het dossier: “V, En hoe heeft hij dat gedaan? A; Hij vertelde dat hij vanaf boven de trap vanachteren, hier ergens in zijn nek of schouder heeft hij gestoken en toen is hij van de trap gevallen. Hij heeft nog trots verteld dat hij die man een dag in huis heeft laten liggen“. U vraagt mij of ik dat heb verklaard. “De agenten hebben mij de informatie min of meer gegeven, voordat de bandopname aanging. Het is allemaal gebakken lucht. Zij hebben mij een schorsing toegezegd. Ik vond het al heel dubbel op dat moment”;
en/of
“De politie heeft mij vele verhalen verteld, voordat de bandopname is aangegaan”;
en/of
“De politie heeft mij gezegd dat hij van de trap is gevallen. Ik heb er zelf een draai aan gegeven”;
en/of
“De rechercheurs die betrokken zijn bij deze zaak hebben meerdere gedetineerden gesproken en daarin is veel besproken en is er veel aan hen beloofd”;
en/of
op de vraag “Wat weet u nog wel van wat [agent] u heeft gezegd over de trap?” Zij heeft mij 9 van de 10 keer gezegd dat ik vrij zou komen. Zij gaf aan dat het verhaal met de trap klopte en dat hetgeen ik verklaarde volgens haar klopte en zij bevestigde mij dit. [agent] zei mij: “Je hebt gelijk”;
en/of
nadat verdachte werd voorgehouden: “U zegt mij dat u in het proces-verbaal van de politie van het eerste verhoor nergens iets leest over een schorsing van de voorlopige hechtenis. U vraagt mij of dat dan vóór het gesprek tegen mij gezegd is”. Dat was voor het gesprek en niet één keer maar meerdere malen. Er is onderling contact geweest met de officier in mijn strafzaak en de officier in deze zaak. Er zouden connecties zijn. Zij, de politie, konden zonder afspraak de P.I. binnenlopen, omdat zij daar connecties hadden. Er is mij beloofd dat ik binnen no-time weer buiten zou staan, zodat ik bij mijn zieke kinderen kon zijn”;
en/of
“Ja, dat is wel 10 keer met mij besproken als het niet meer was. Er is wel 10 keer beloofd dat ik op vrije voeten zou komen”. “Het is wel meer dan 10 keer gezegd”;
en/of
Op de vraag “Wat is er dan feitelijk tegen u gezegd?” Als ik een belastende verklaring zou afleggen in deze zaak, dan zou de officier van justitie in deze zaak contact opnemen met de officier van justitie in mijn zaak en dan zouden zij ervoor zorgen dat ik geschorst zou worden. Er was onderling al contact tussen hen”;
en/of
nadat verdachte werd voorgehouden “U zegt mij dat de eis ziet op het feit dat ik eerst zou moeten vertellen waar de vindplek van [naam 2] is en u vraagt mij of dat zo met mij is besproken”. Nee, dat is niet zo met mij besproken. Misschien is dat later wel tijdens de bandopname zo met mij besproken, want toen ging alles wel volgens de regels. De politie heeft mij helemaal gestoord gemaakt met terugbelverzoeken en zij zeiden dan aan de telefoon: “Meneer [verdachte] wij hebben groen licht”;
en/of
nadat verdachte werd voorgehouden: Is u gezegd: “We hebben groen licht”? Ja, dat hebben zij gezegd. Dat ging over mijn schorsing, dat ik geschorst zou worden en ik naar mijn kinderen kon”;
en/of
nadat verdachte werd voorgehouden: “Voordat de schorsing is afgewezen, is u toen door de politie tegen u gezegd: “Wij hebben groen licht”? Ja.
en/of
nadat verdachte werd voorgehouden: “Is de schorsing aangevraagd nadat u gehoord heeft dat er groen licht zou zijn voor een schorsing?” Ja, ik had verder ook geen andere argumenten om geschorst te worden. Het verzoek is ingediend, nadat de politie mij verteld had dat zij van de officieren hebben gehoord dat er tussen hen groen licht was voor een schorsing”;
en/of
“Ik moest eerst zoveel procent geven en dan kon ik alvast naar mijn kinderen, dat is mij toegezegd. De afspraak met de twee rechercheurs was dat ik dan buiten de rest zou verklaren. Dat hebben zij vast niet opgenomen, zoals heel veel dingen niet”;
en/of
nadat verdachte werd voorgehouden: “Klopt de verklaring? Klopt het of klopt het niet?” “Het klopt, het klopt als een bus”;
en/of
door bij voorlezing van zijn verklaring op te merken dat er ook meermaals contact is geweest met de officier in deze zaak, meneer Jansen, en dat daar ook mails en bewijzen van zijn.
De rechter-commissaris beëdigt de getuige de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen, omdat dit noodzakelijk wordt geacht in verband met de betrouwbaarheid van de door de getuige af te leggen verklaring.De getuige legt ten overstaan van de rechter-commissaris op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed af dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen.Wat heeft [naam 1] u verteld wat er met [naam 2] is gebeurd?Helemaal niks. Ik heb in de gevangenis wel eens wat opgevangen, maar nadien bleek dat niet te kloppen. Een dag voor mijn overplaatsing heeft hij mij wel gezegd dat hij er niets mee te maken heeft. U zegt mij dat ik tegenover de politie heb aangegeven dat ik wel wat zou weten over de verdwijning van [naam 2] . De politie heeft mij bepaalde dingen ingefluisterd. De politie heeft in gesprekken met mij aangegeven dat zij connecties bij het OM hebben. Zij hebben mij zelfs doorgeschakeld met een hulpofficier van justitie. Ik ben blij dat ik nu onder ede sta en ik de waarheid kan vertellen.
Bij voorlezing merkt de getuige op dat er ook er ook meermaals contact is geweest met de officier van justitie in deze zaak, meneer Jansen, en dat daar ook mails en bewijzen van zijn.Hoe is het contact met de politie tot stand gekomen in de P.I.?Ik heb dat zelf geregeld. Ik wilde mijzelf indekken. Ik heb voor [naam 1] een telefoontje gedaan vanuit de P.I., omdat hij in beperkingen zat. Ik heb een telefoontje gedaan naar een meisje, haar naam is [naam 4] . Ik hoorde later waar het verhaal over ging en daar wilde ik niks mee te maken hebben. Ik wilde niet met iets te maken hebben, waar ik niet bij betrokken ben en dat is de reden waarom ik de politie heb ingeschakeld.
Is de politie bij u langsgekomen?Ik heb eerst telefonisch contact gehad via de opa van mijn kinderen en na een dag of twee stonden zij er.
Wie is er langsgekomen?Twee rechercheurs, een man en een vrouw. De vrouw heet volgens mij [agent] .
Wanneer was dat?Dat weet ik niet, zij zijn een paar keer geweest.
De politie is bij mij langsgekomen en zij vertelden mij dat zij contact hadden gehad met de opa van mijn kinderen. Zij vroegen mij waar het over ging en hoe en wat. Ik heb gezegd dat ik een telefoontje heb gepleegd voor [naam 1] en ik heb gezegd dat het ging om het wegmaken van spullen. Ik heb gezegd dat ik er verder niks mee te maken heb. De politie, met name [agent] , begon toen uit de school te klappen en ze zeiden dat [naam 1] een moordenaar is en dat zij persoonlijk betrokken waren geraakt, omdat zij het zoontje hebben leren kenden. Ik ben daar toen op ingegaan, dat is achteraf misschien niet slim van mij. Zij lieten mij blijken dat ik misschien wel geschorst kon worden. Ik heb toen het spelletje meegespeeld. Ik sta niet achter die woorden, nog niet 1% daarvan.
U houdt mij voor dat ik tegenover de politie het volgende heb verklaard, pagina 1980 van het dossier: "Hij heeft mij toch wel verteld dat hij het toch wel zelf heeft gedaan weetje ”. U vraagt mij of dat klopt. Zij hebben niet alles meegenomen op papier. Ik stond er totaal niet achter. Ik was die ochtend een zombie, ik zat zwaar onder de medicatie. Ik slikte toen nog 100 mg oxazepam per dag.
U houdt mij voor dat ik tegenover de politie het volgende heb verklaard, pagina 1981 van het dossier: “V; En hoe heeft hij dat gedaan? A; Hij vertelde dat hij vanaf boven de trap vanachteren, hier ergens in zijn nek of schouder heeft hij gestoken en toen is hij van de trap gevallen. Hij heeft nog trots verteld dat hij die man een dag in huis heeft laten liggen. "U vraagt mij of ik dat heb verklaard. De agenten hebben mij de informatie min of meer gegeven, voordat de bandopname aanging. Het is allemaal gebakken lucht. Zij hebben mij een schorsing toegezegd. Ik vond het al heel dubbel op dat moment. Bij voorlezing merkt de getuige op dat hij informatie van de politie heeft gekregen en in combinatie met de informatie die hij in de P.I. hoorde, hij dit verklaard heeft.
(...)
De rechter-commissaris merkt nogmaals op dat hij hier onder ede staat en dat hij de waarheid moet spreken. De rechter-commissaris zegt tegen de getuige dat hij een groot probleem kan krijgen als hij onder ede iets verklaart, maar uit ambtsedige processen-verbaal iets anders zou blijken.U houdt mij voor dat uit een proces-verbaal van bevindingen van 13 juli 2023 blijkt dat ik het volgende zou hebben gezegd tijdens een gesprek met de politie (pagina 2003 van het dossier):
“ [verdachte] gaf aan dat hij niet eerder wilde vertellen waar het lichaam van [naam 2] ligt, dan dat hij buiten is. Wel is hij bereid om nog enkele nadere pikante details te vertellen over de wijze waarop er met het lichaam is om gegaan. ”U vraagt mij om mijn reactie.Is allemaal niet waar, ik heb dit allemaal gezegd om bij mijn zieke kinderen te kunnen zijn.
De rechter-commissaris merkt op dat hij overweegt om een proces-verbaal van meineed op te maken en vraagt of de getuige en zijn advocaat daar overleg over willen voeren. De getuige vindt dat niet nodig, de advocaat merkt op dat zij hier van tevoren over heeft gesproken met haar cliënt.(...)
(...)
(...)
(...)
Is na dit gesprek ook met u besproken dat u binnen no-time op vrije voeten zou komen?Ja, dat is wel 10 keer met mij besproken als het niet meer was. Er is wel 10 keer beloofd dat ik op vrije voeten zou komen.
Mr. [commissaris] :
Bedoelt u die 10 keer letterlijk?Het is wel meer dan 10 keer gezegd.
Officier van justitie:
Wat moest u daar dan voor doen/tegenoverstellen?Zoveel als mogelijk slechte dingen over [naam 1] verklaren, daar kwam het op neer, puntje bij paaltje. Daar kwam het in mijn ogen in ieder geval op neer.
Wat is er dan feitelijk tegen u gezegd?Als ik een belastende verklaring zou afleggen in deze zaak, dan zou de officier van justitie in deze zaak contact opnemen met de officier van justitie in mijn zaak en dan zouden zij ervoor zorgen dat ik geschorst zou worden. Er was onderling al contact tussen hen. Ik heb al die tijd in mijn achterhoofd gehouden dat ik in gesprekken met de politie niet onder ede heb verklaard. Als ik ook maar een week of meer bij mijn kinderen was geweest, dan had ik onder ede verklaard wat ik vandaag vertel.
(...)
"
Wij leggen uit dat er al naar zijn zaak is gekeken, maar de Officier is er heel simpel in, het is een eis.”
U zegt mij dat de eis ziet op het feit dat ik eerst zou moeten vertellen waar de vindplek van [naam 2] is en u vraagt mij of dat zo met mij is besproken.Nee, dat is niet zo met mij besproken. Misschien is dat later wel tijdens de bandopname zo met mij besproken, want toen ging alles wel volgens de regels. De politie heeft mij helemaal gestoord gemaakt met terugbelverzoeken en zij zeiden dan aan de telefoon: “Meneer [verdachte] wij hebben groen licht
Is u gezegd: “We hebben groen licht”?Ja, dat hebben zij gezegd.
Wat bedoelden zij daar dan mee?Dat ging over mijn schorsing, dat ik geschorst zou worden en ik naar mijn kinderen kon. Ik ben toen naar de rechtbank geweest. De schorsing werd van tafel geveegd en niemand wist ergens van. Mijn advocaat was daar ook bij, maar zij wist ook van niks en kon weinig zeggen.
Voordat de schorsing is afgewezen, is u toen door de politie tegen u gezegd: “Wij hebben groen licht”?Ja.
Is de schorsing aangevraagd nadat u gehoord heeft dat er groen licht zou zijn voor een schorsing?Ja, ik had verder ook geen andere argumenten om geschorst te worden. Het verzoek is ingediend, nadat de politie mij verteld had dat zij van de officieren hebben gehoord dat er tussen hen groen licht was voor een schorsing. [agent] heeft een terugbelverzoek voor mij achtergelaten in de gevangenis en ik heb met haar daarover gebeld. Ik voelde mij over die terugbelverzoeken overigens ongemakkelijk. Ik ontving namelijk vaker terugbelverzoeken van haar waardoor PIW-ers en medegedetineerden dat ook meekregen.
(...)
(...)
Klopt het of klopt het niet?Het klopt, het klopt als een bus.
." [3]
’En ik ga gewoon van die mensen zijn eerlijkheid uit, weet je, ze gaan het met hogerhand allemaal overleggen.‘ [4]
blijkbaar is het niet genoeg en nu willen jullie alles en moet ik maar hopen op de gok, beetje mazzel, dat ik wat terugkrijg’. De politie verbaliseerde vervolgens dat sprake is van een patstelling. Verdachte wil eerst garantie en de officier van justitie wil eerst informatie. [5]
3.De bewezenverklaring
of omstreeks20 december 2023 te Arnhem,
in ieder geval in Nederland,in het kabinet van de rechter-commissaris in de rechtbank Gelderland, als getuige in de strafzaak tegen [naam 1] , nadat hij op de bij de wet voorgeschreven wijze door de rechter-commissaris werd beëdigd als getuige en hij (daarbij) de eed
en/of verklaringhad afgelegd de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen,
in elk geval in een geval waarin een wettelijk voorschrift eenverklaring onder ede vorderde en/of daaraan rechtsgevolgen verbond, mondeling persoonlijk opzettelijk als getuige een valse verklaring onder ede heeft afgelegd, door – zakelijk weergegeven
– als volgt te verklaren:
op de vraag van de rechter-commissaris “Wat heeft [naam 1] u verteld wat er met [naam 2] is gebeurd?”: “
Helemaal niks.De politie heeft mij dingen ingefluisterd”;
en
/ofnadat verdachte werd voorgehouden “U houdt mij voor wat er is opgenomen in het proces-verbaal bevindingen op bladzijde 1979 van het dossier: “ [verdachte] vertelde mij vd week dat hij geld kan verdienen omdat hier iemand op de B1 zit die verdacht word van moord maar lijk is niet gevonden. Hij zei tegen mij kan je mij helpen want er staat geld op als er tips binnen komen. Hij vertelde dit ALLEEN tegen mij zei hij. Hij vroeg hoe hij het moest aanpakken en wou OM laten komen hier naar de bajes om verhaal te doen. Nu kwam ik erachter door met collega’s te praten dat dit waarschijnlijk over [naam 1] gaat. “U vraagt mij of dit klopt”. “Daar weet ik niks van. Het gaat ook niet zo goed met mij, ik heb traumabehandeling. Ik kan het mij in ieder geval niet meer herinneren dat ik dit heb besproken met iemand van de P.I. Het is een corrupte bende in de Pl. te Arnhem en de meesten werken mee aan vieze plannetjes richting de heer [naam 1] ”;en/of
“De politie, met name [agent] , begon toen uit de school te klappen en ze zeiden dat [naam 1] een moordenaar is en dat zij persoonlijk betrokken waren geraakt, omdat zij het zoontje hebben leren kenden.
Ik ben daar toen op ingegaan, dat is achteraf misschien niet slim van mij. Zij lieten mij blijken dat ik misschien wel geschorst kon worden. Ik heb toen het spelletje meegespeeld. Ik sta niet achter die woorden, nog niet 1% daarvan”;en/of
nadat verdachte werd voorgehouden: “U houdt mij voor dat ik tegenover de politie het volgende heb verklaard, pagina 1981 van het dossier: “V, En hoe heeft hij dat gedaan? A; Hij vertelde dat hij vanaf boven de trap vanachteren, hier ergens in zijn nek of schouder heeft hij gestoken en toen is hij van de trap gevallen. Hij heeft nog trots verteld dat hij die man een dag in huis heeft laten liggen“. U vraagt mij of ik dat heb verklaard. “De agenten hebben mij de informatie min of meer gegeven, voordat de bandopname aanging. Het is allemaal gebakken lucht. Zij hebben mij een schorsing toegezegd.
Ik vond het al heel dubbel op dat moment”;
en
/of“De politie heeft mij vele verhalen verteld, voordat de bandopname is aangegaan”;
en
/of“De politie heeft mij gezegd dat hij van de trap is gevallen. Ik heb er zelf een draai aan gegeven”;
en/of“De rechercheurs die betrokken zijn bij deze zaak hebben meerdere gedetineerden gesproken en daarin is veel besproken en is er veel aan hen beloofd”;en
/ofop de vraag “Wat weet u nog wel van wat [agent] u heeft gezegd over de trap?” Zij heeft mij 9 van de 10 keer gezegd dat ik vrij zou komen.
Zij gaf aan dat het verhaal met de trap klopte en dat hetgeen ik verklaarde volgens haar klopte en zij bevestigde mij dit. [agent] zei mij: “Je hebt gelijk”;en
/ofnadat verdachte werd voorgehouden: “U zegt mij dat u in het proces-verbaal van de politie van het eerste verhoor nergens iets leest over een schorsing van de voorlopige hechtenis. U vraagt mij of dat dan vóór het gesprek tegen mij gezegd is”. Dat was voor het gesprek en niet één keer maar meerdere malen.
Er is onderling contact geweest met de officier in mijn strafzaak en de officier in deze zaak. Er zouden connecties zijn. Zij, de politie, konden zonder afspraak de P.I. binnenlopen, omdat zij daar connecties hadden.Er is mij beloofd dat ik binnen no-time weer buiten zou staan, zodat ik bij mijn zieke kinderen kon zijn”;
en
/of“Ja, dat is wel 10 keer met mij besproken als het niet meer was. Er is wel 10 keer beloofd dat ik op vrije voeten zou komen”. “Het is wel meer dan 10 keer gezegd”;
en
/ofOp de vraag “Wat is er dan feitelijk tegen u gezegd?” Als ik een belastende verklaring zou afleggen in deze zaak, dan zou de officier van justitie in deze zaak contact opnemen met de officier van justitie in mijn zaak en dan zouden zij ervoor zorgen dat ik geschorst zou worden. Er was onderling al contact tussen hen”;
/ofnadat verdachte werd voorgehouden “U zegt mij dat de eis ziet op het feit dat ik eerst zou moeten vertellen waar de vindplek van [naam 2] is en u vraagt mij of dat zo met mij is besproken”. Nee, dat is niet zo met mij besproken. Misschien is dat later wel tijdens de bandopname zo met mij besproken, want toen ging alles wel volgens de regels. De politie heeft mij helemaal gestoord gemaakt met terugbelverzoeken en zij zeiden dan aan de telefoon: “Meneer [verdachte] wij hebben groen licht”;en
/ofnadat verdachte werd voorgehouden: Is u gezegd: “We hebben groen licht”? Ja, dat hebben zij gezegd. Dat ging over mijn schorsing, dat ik geschorst zou worden en ik naar mijn kinderen kon”
;en
/ofnadat verdachte werd voorgehouden: “Voordat de schorsing is afgewezen, is u toen door de politie tegen u gezegd: “Wij hebben groen licht”? Ja.
en
/ofnadat verdachte werd voorgehouden: “Is de schorsing aangevraagd nadat u gehoord heeft dat er groen licht zou zijn voor een schorsing?” Ja,
ik had verder ook geen andere argumenten om geschorst te worden. Het verzoek is ingediend, nadat de politie mij verteld had dat zij van de officieren hebben gehoord dat er tussen hen groen licht was voor een schorsing”;en
/of“Ik moest eerst zoveel procent geven en dan kon ik alvast naar mijn kinderen, dat is mij toegezegd. De afspraak met de twee rechercheurs was dat ik dan buiten de rest zou verklaren.
Dat hebben zij vast niet opgenomen, zoals heel veel dingen niet”;
en
/ofnadat verdachte werd voorgehouden: “Klopt de verklaring? Klopt het of klopt het niet?” “Het klopt, het klopt als een bus”;
en/ofdoor bij voorlezing van zijn verklaring op te merken dat er ook meermaals contact is geweest met de officier in deze zaak, meneer Jansen, en dat daar ook mails en bewijzen van zijn.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf
8.De toegepaste wettelijke bepalingen
9.De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;
een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.