Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3784

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
05/298072-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 57 SrArt. 312 SrArt. 4 Penitentiaire beginselenwetArt. 6:2:10 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen twee gewelddadige straatroven in Arnhem

Op 7 november 2025 pleegde verdachte samen met medeverdachten twee gewelddadige straatroven op de Korenmarkt in Arnhem. Bij het eerste incident werd slachtoffer 1 aangevallen, mishandeld en beroofd van een rugzak met onder meer een muziekbox en een tasje met persoonlijke eigendommen. Camerabeelden en getuigenverklaringen bevestigen de betrokkenheid van verdachte en medeverdachten.

Bij het tweede incident werd slachtoffer 2 eveneens met geweld overvallen, waarbij hij meerdere tanden verloor door de mishandeling. Verdachte sloeg en schopte het slachtoffer herhaaldelijk en nam diens tasje met waardevolle spullen mee. Ook hier zijn camerabeelden en aangetroffen gestolen goederen als bewijs gebruikt.

De rechtbank oordeelt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van diefstal met geweld, gezien de nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachten en het gebruik van grof geweld. Verdachte heeft een licht verstandelijke beperking en een antisociale persoonlijkheidsstoornis, maar vertoont onvoldoende gedragsverandering ondanks eerdere bijzondere voorwaarden.

De officier van justitie vorderde 24 maanden gevangenisstraf, de verdediging vroeg om een deels voorwaardelijke straf. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 20 maanden op, met aftrek van voorarrest, vanwege de ernst van de feiten, het recidivegevaar en het falen van eerdere interventies. Tevens wordt een eerder opgelegde voorwaardelijke straf ten uitvoer gelegd.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf voor twee gewelddadige straatroven en de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/298072-25 + 16/014815-24 (TUL)
Datum uitspraak : 23 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. R.I. Takens, advocaat in Amsterdam, deels waargenomen door mr. L. Stek, kantoorgenoot.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

1.
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een rugzak (merk: Nike) met daarin een muziekbox (merk: Roseland) en/of een tasje met inhoud (bankpas, insulinespuiten, een of meerdere geldbedragen, sleutels en/of muziekoortjes), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 1]
- aan te spreken en/of aan de praat te houden, en/of
- meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuist, althans met zijn hand, te slaan tegen het hoofd en/of lichaam, en/of
- meermalen, althans eenmaal, met kracht in het kruis en/of het lichaam te schoppen en/of trappen;
2.
hij op of omstreeks 7 november 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tasje met inhoud (telefoon (Apple), sleutels, legitimatiebewijs en/of bankpas) in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 2]
- meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuist, althans met zijn hand, te slaan tegen het hoofd en/of lichaam, en/of
- meermalen, althans eenmaal, met kracht tegen het hoofd en/of lichaam te schoppen en/of trappen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1: diefstal met geweld in vereniging gepleegd, slachtoffer [slachtoffer 1]
Aangever [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) heeft verklaard dat hij op 7 november 2025 rond 2:00 uur op de Korenmarkt in Arnhem was. Hij stond voor horecagelegenheid The Cavern toen een man met een Arabisch uiterlijk en donkere kleding naar hem toe kwam gelopen. Daarna kwamen er twee andere mannen bij, ook met een Arabisch uiterlijk en donkere kleding. Meteen daarna werd [slachtoffer 1] in elkaar geslagen. Ze schopten en sloegen hem en alles deed pijn. [slachtoffer 1] is ook buiten bewustzijn geweest. [slachtoffer 1] kan zich vaag herinneren dat de mannen zijn spullen overgooiden naar elkaar. Tijdens de mishandeling hebben de mannen zijn Nike rugtas met daarin een zwarte bluetooth box en zijn heuptasje met Rabobank-pas, twee insuline spuiten, € 80,00 contant geld, huissleutels en oortjes meegenomen. [2]
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat er later die nacht transacties waren gedaan met zijn pinpas. [3] De betaalpas van [slachtoffer 1] is later die nacht aangetroffen in een papiercontainer. [4] De weggenomen muziekbox is bij de aanhouding bij verdachte aangetroffen. [5]
In het procesdossier bevinden zich camerabeelden (opgenomen door de publieke camera's binnen het horecaconcentratiegebied van Arnhem) van het incident. Deze beelden zijn beschreven door een die daarbij opmerkt dat de door hem als [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] aangeduide personen die op de beelden te zien zijn volledig voldoen aan het signalement van de aangehouden verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] . In die beschrijving van de beelden staat - samengevat - onder meer het volgende. [6]
‘Videobestand 1 (202_Korenmarkt_Cavern)’
[slachtoffer 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) lopen samen en stoppen bij een muurtje. Na een aantal minuten verschijnen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en voegen zich bij [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2] . Kort daarna doet [medeverdachte 1] zijn arm om de nek van [slachtoffer 1] en trekt hij [slachtoffer 1] naar achter. [slachtoffer 1] komt los, pakt zijn tas en loopt weg. Verdachte loopt achter hem aan en blijft heel dicht achter hem lopen. Verdachte pakt een tasje van [slachtoffer 1] en gooit deze richting [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , die nog bij het muurtje staan. [medeverdachte 1] pakt het tasje. Als [slachtoffer 1] naar [medeverdachte 1] toeloopt en er bijna is, gooit [medeverdachte 1] het tasje weer terug naar verdachte. [slachtoffer 1] maakt een slaande beweging richting [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] pakt [slachtoffer 1] vast en duwt hem naar achteren tegen een fiets aan.
‘Videobestand 2 (106_Korenmarkt)
[medeverdachte 1] schopt [slachtoffer 1] met zijn rechtervoet en verdachte voegt zich bij hen. [medeverdachte 1] maakt een schoppende beweging tegen het linkerbeen van [slachtoffer 1] , waardoor [slachtoffer 1] op zijn rug valt. [slachtoffer 1] draait door op zijn zij, waarna [medeverdachte 1] zijn rechterbeen omhoog doet en deze met harde snelheid weer neerzet op het hoofd van [slachtoffer 1] . [medeverdachte 1] maakt daarna nog twee keer een schoppende beweging op het hoofd van [slachtoffer 1] en raakt hem daarbij daadwerkelijk.
Videobestand 1 (202_Korenmarkt_Cavern)(vervolg)’
Verdachte en [medeverdachte 1] lopen samen weg. Verdachte heeft nog steeds het tasje dat hij eerder van [slachtoffer 1] had gepakt in zijn hand.
Bovengenoemde camerabeelden zijn ook ter terechtzitting getoond. Verdachte heeft verklaard zichzelf te herkennen op de beelden. Verdachte heeft erkend dat hij het tasje van [slachtoffer 1] heeft gepakt en meegenomen. [7]
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte wordt - kortgezegd - verdacht van het medeplegen van diefstal met geweld. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard als vast is komen te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling daarvan kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarnaast geldt een dubbel opzetvereiste. De verdachte moet zowel opzet op de onderlinge samenwerking met de mededader(s) hebben gehad, als opzet op het gronddelict: in casu de straatroof.
Gezien het feit dat [medeverdachte 1] geweld heeft gebruikt, verdachte daar continu bij aanwezig was en niets heeft gedaan om het geweld te stoppen, samen met het feit dat zowel verdachte als [medeverdachte 1] de tas van [slachtoffer 1] in handen hebben gehad en dat verdachte het tasje vervolgens heeft meegenomen, is de rechtbank van oordeel dat hier sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. Ook volgt hieruit naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte het oogmerk had om zich met de medeverdachte de spullen van [slachtoffer 1] wederrechtelijk toe te eigenen, door geweld te gebruiken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit, te weten diefstal met geweld in vereniging.
Feit 2: diefstal met geweld in vereniging gepleegd, slachtoffer [slachtoffer 2]
Aangever [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) heeft verklaard dat hij op 7 november 2025 in Arnhem was. Rond 03:00 uur kreeg hij een discussie met jongens. [slachtoffer 2] zei tegen hen “
Wat doe je blij, kom om de hoek dan”. Eenmaal om de hoek voelde [slachtoffer 2] een klap op zijn achterhoofd, waardoor hij op de grond viel. Hij voelde dat er op zijn hoofd werd getrapt. Er viel een tand uit zijn mond en zijn schouders, gebit en knieën deden pijn. Iemand die het incident had gezien vertelde hem daarna dat de jongens zijn tasje hadden weggenomen. In het tasje zaten huissleutels, legitimatie, bankpas en telefoon. [8] Ook mist [slachtoffer 2] zijn rode Airpods. Hij is door het incident verscheidene tanden verloren. [9]
Ook van dit incident bevinden zich camerabeelden (opgenomen door de publieke camera's binnen het horecaconcentratiegebied van Arnhem) in het procesdossier. Deze beelden zijn beschreven door een verbalisant die daarbij opmerkt dat de door hem als [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] aangeduide personen die op de beelden te zien zijn volledig voldoen aan het signalement van de aangehouden verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] . In die beschrijving van de beelden staat - samengevat - onder meer het volgende. [10]
Iets voor 03:00 uur ’s nachts lopen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de Duizelsteeg in de richting van de Hoogstraat. Op de Hoogstraat hebben zij contact met elkaar en gaan vervolgens uit elkaar. [medeverdachte 2] loopt naar cafetaria Sam Sam en gaat daar naar binnen. Verdachte en [medeverdachte 1] lopen in de richting van de Varkensstraat. Zij verdwijnen onder uit beeld. Daarna komt [slachtoffer 2] de Duizelsteeg uitlopen en de Hoogstraat oplopen. [slachtoffer 2] kijkt in de richting van verdachte en [medeverdachte 1] , wijst in hun richting en zegt iets. Hij loopt vervolgens ook via de Hoogstraat in de richting van de Varkensstraat. Ook hij verdwijnt onder uit beeld. Op dat moment loopt [medeverdachte 2] uit cafetaria Sam Sam, in de richting van waar [slachtoffer 2] , verdachte en [medeverdachte 1] gegaan zijn.
Op andere beelden is te zien dat [medeverdachte 1] vrijwel direct na aankomst op de kruising Hoogstraat/Varkensstraat een paar donkerkleurige handschoenen aan trekt. Hij steekt de straat over en gaat met zijn rug tegen de gevel van een pand staan, uit het zicht van [slachtoffer 2] . Verdachte gaat wel in het zicht van [slachtoffer 2] staan. Verdachte maakt een uitnodigend gebaar naar [slachtoffer 2] , alsof hij hem vraagt de Varkensstraat in te gaan. [slachtoffer 2] en verdachte zijn in gesprek. Als [slachtoffer 2] verdachte langzaam nadert, komt [medeverdachte 2] plotseling aansnellen in de richting van [slachtoffer 2] en trapt [medeverdachte 2] [slachtoffer 2] met veel kracht onderuit. [slachtoffer 2] komt hierdoor ten val en valt met zijn rug op straat. [medeverdachte 1] trapt [slachtoffer 2] direct daarna tegen het hoofd. Verdachte trapt [slachtoffer 2] vervolgens met kracht tegen zijn onderrug en rukt daarna het tasje van [slachtoffer 2] van zijn lichaam, waardoor het hengsel kapot getrokken wordt. Verdachte trapt [slachtoffer 2] vervolgens in het gezicht en [medeverdachte 1] slaat [slachtoffer 2] tegen het gezicht. Verdachte trapt [slachtoffer 2] op het lichaam en [medeverdachte 1] raakt [slachtoffer 2] op het hoofd met zijn scheenbeen of knie. Verdachte trapt [slachtoffer 2] met kracht in zijn zij. Ondertussen pakt [medeverdachte 2] [slachtoffer 2] vast en lijkt de zakken van zijn kleding te bevoelen. [medeverdachte 1] slaat [slachtoffer 2] tegelijkertijd meerdere malen tegen het hoofd. Terwijl [medeverdachte 1] dit doet, trapt verdachte [slachtoffer 2] tweemaal tegen het hoofd. Daarna trapt [medeverdachte 1] [slachtoffer 2] nogmaals met veel kracht tegen het hoofd. Hierdoor valt [slachtoffer 2] naar achteren. [medeverdachte 2] blijft de zakken in de kleding van [slachtoffer 2] bevoelen. [slachtoffer 2] is 18 seconden lang met kracht geschopt en geslagen door de verdachten. De verdachten lopen weg en verdachte heeft het tasje van [slachtoffer 2] nog steeds vast in zijn rechterhand.
Bovengenoemde camerabeelden zijn ook ter terechtzitting getoond. Verdachte heeft verklaard zichzelf te herkennen op de beelden. Verdachte heeft erkend dat hij [slachtoffer 2] meerdere keren heeft geslagen en geschopt en dat hij het tasje van het lichaam van [slachtoffer 2] heeft weggenomen. [11]
Bij de fouillering van [medeverdachte 1] zijn rode Apple Airpods aangetroffen, genaamd “ [slachtoffer 2] 's Airpods Pro”. [slachtoffer 2] heeft bevestigd dat dit zijn oortjes zijn. [12]
De gestolen pinpas van [slachtoffer 2] is bij verdachte aangetroffen. [13]
Beoordeling van de rechtbank
Verdachte wordt - kortgezegd - net als bij feit 1 verdacht van het medeplegen van diefstal met geweld. Verdachte heeft gedurende 18 seconden [slachtoffer 2] continu geslagen en geschopt en ondertussen het tasje van [slachtoffer 2] van zijn lichaam gerukt, terwijl [medeverdachte 1] ook bleef slaan en schoppen en [medeverdachte 2] het lichaam van [slachtoffer 2] bleef bevoelen. Verdachte en de medeverdachten zijn vervolgens samen vertrokken. Bij de aanhouding van verdachte is de pinpas van [slachtoffer 2] bij hem aangetroffen. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte het oogmerk had om zich met de medeverdachte de spullen van [slachtoffer 2] wederrechtelijk toe te eigenen, door geweld te gebruiken. Uit de samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook dat hier sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering van het strafbare feit.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit, te weten diefstal met geweld in vereniging.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op
of omstreeks7 november 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een
of meerandere
n,
althans alleen,een rugzak (merk: Nike) met daarin een muziekbox (merk: Roseland) en
/ofeen tasje met inhoud (bankpas, insulinespuiten, een of meerdere geldbedragen, sleutels en
/ofmuziekoortjes),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en
/ofzijn mededader
(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld en
/ofgevolgd van geweld
en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad
, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzijhet bezit van het gestolene te verzekeren
,door die [slachtoffer 1]
-
aan te spreken en/of aan de praat te houden, en/of- meermalen, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuist, althans met zijn hand, te slaan tegen het hoofd en/of lichaam, en/of- meermalen
, althans eenmaal,met kracht
in het kruis en/oftegenhet lichaam te schoppen
en/of trappen;
2.
hij op
of omstreeks7 november 2025 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,een tasje met inhoud (telefoon (Apple), sleutels, legitimatiebewijs en
/ofbankpas)
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en
/ofzijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld en
/ofgevolgd van geweld
en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken
,of om, bij betrapping op heterdaad
, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 2]
- meermalen
, althans eenmaal, met kracht met gebalde vuist, althans met zijn hand, te slaan tegen het hoofd en
/of lichaam, en
/of- meermalen
, althans eenmaal,met kracht tegen het hoofd en
/oflichaam te schoppen
en/of trappen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren, in vereniging gepleegd;
feit 2:
diefstal vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren, in vereniging gepleegd.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gevraagd rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte inziet dat hij fout is geweest en daar verantwoordelijkheid voor neemt. Eerder is een uitgebreid pakket aan bijzondere voorwaarden opgelegd, maar nu ziet verdachte echt in dat het roer om moet en realiseert hij zich dat hij problemen heeft waar hij aan moet werken. De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de LOVS en daar niet van af te wijken, maar een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen zodat verdachte met zichzelf aan de slag kan.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een tweetal straatroven op dezelfde (uitgaans)avond kort na elkaar. Bij deze straatroven zijn beide slachtoffers plotseling aangevallen en is grof geweld op hen uitgeoefend. Verdachte heeft daarbij in beide gevallen spullen weggenomen en bij een van de slachtoffers zelfs in het gezicht en op het hoofd getrapt, terwijl het slachtoffer al op de grond lag en hij het tasje al gestolen had. Verdachte heeft geen enkel respect getoond voor de slachtoffers, hun lichamelijke integriteit en hun persoonlijke eigendommen. Verdachte heeft niet stilgestaan bij het feit dat een dergelijk incident een grote impact heeft op het leven van de slachtoffers, niet alleen op het moment van de straatroof zelf, maar vaak ook nog lange tijd daarna. Straatroven maken niet alleen een grove inbreuk op het gevoel van veiligheid van de slachtoffers, maar hebben doorgaans ook impact op mensen in de omgeving en de samenleving als geheel. Ook in dit geval waren omstanders onvrijwillig getuige van hevig geweld tijdens het uitgaan.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 26 maart 2026. De reclassering beschrijft dat het psychosociaal functioneren van verdachte wordt gekenmerkt door een licht verstandelijke beperking, beperkte copingvaardigheden, een laag probleembesef, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en de behoefte aan externe sturing. Verdachte toont een combinatie van onmacht en beperkte intrinsieke motivatie, waardoor de interventies tot nu toe onvoldoende hebben geleid tot gedragsverandering. Het risico op recidive, letsel en het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met een breed pakket aan bijzondere voorwaarden.
Verder heeft de reclassering beschreven dat in het toezicht (opgelegd als bijzondere voorwaarde als onderdeel van een voorwaardelijke straf in een andere zaak) een ‘advies voortijdige negatieve beëindiging toezicht’ is uitgebracht. Verdachte heeft in onvoldoende mate meegewerkt aan de bijzondere voorwaarden. Gedurende het toezicht zijn meerdere behandelpogingen ingezet, welke voortijdig zijn afgebroken wegens de vele no-shows. Tevens is de inzet van een multidisciplinair team onvoldoende effectief gebleken om verdachte binnen het traject te houden en tot gedragsverandering te bewegen. Verdachte is herhaaldelijk niet verschenen op afspraak bij de reclassering, De Waag en overige afspraken die essentieel waren voor de uitvoering van het toezicht. Dit patroon van vermijdend gedrag en het niet nakomen van afspraken belemmert de uitvoerbaarheid van het toezicht en maakt dat de interventies niet van de grond komen.
Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat deze zeer uitgebreid is en verdachte al vaker meerdere bijzondere voorwaarden opgelegd heeft gekregen.
Strafoplegging
De ‘Oriëntatiepunten voor de straftoemeting’ van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) noemen voor strafoplegging bij een straatroof
met licht geweld of verbale bedreigingals oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, bij recidive acht maanden. Het gaat hier om een veel zwaardere zaak, met twee ernstige straatroven in een kort tijdsbestek in openbaar uitgaansgebied, waarbij steeds grof geweld is gebruikt en tegen het hoofd van het slachtoffer is getrapt. Verdachte heeft een uitgebreid strafblad en is vaker veroordeeld voor diefstal en geweldsfeiten.
Nu verdachte eerder al meermaals is veroordeeld tot deels voorwaardelijke straffen met daarbij bijzondere voorwaarden en nu weer de fout in is gegaan, is de oplegging, opnieuw, van een (al dan niet deels) voorwaardelijke gevangenisstraf naar het oordeel van de rechtbank een gepasseerd station. Verdachte heeft diverse keren de kans gehad om met hulp en toezicht zijn leven een andere wending te geven. Dat heeft niet geleid tot het gewenste effect: het heeft verdachte er niet van weerhouden nu (opnieuw) over te gaan tot het medeplegen van twee straatroven met grof geweld. De samenleving vraagt van de rechtbank om, als voorwaardelijke straffen niet helpen om herhaling te voorkomen, de schade die verdachte berokkent door misdrijven te blijven plegen, te vergelden met een voelbare straf. Daarom acht de rechtbank nu geen andere reactie passend en geboden dan een langdurige, onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 20 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 16/014815-24)

De politierechter heeft verdachte op 29 maart 2024 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 weken (met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht).
De officier van justitie vordert de (gedeeltelijke) tenuitvoerlegging van die straf.
De raadsman heeft bepleit primair de proeftijd van de voorwaardelijke straf te verlengen of subsidiair om te zetten in een taakstraf.
De rechtbank overweegt dat zowel het primair als het subsidiaire standpunt van de verdediging niet onderbouwd is. De rechtbank ziet geen aanleiding de proeftijd te verlengen of de voorwaardelijke gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf. Immers, bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Kennelijk heeft de voorwaardelijk opgelegde straf verdachte er niet van weerhouden daarna twee mensen met geweld te beroven. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 47, 57 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 beveelt de
tenuitvoerleggingvan de op 29 maart 2024 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een
gevangenisstraf van 12 (twaalf) weken(met aftrek) (parketnummer 16/014815-24).
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Tegelaar (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. A.J.H. Steenweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Benbouazza, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 april 2026.
mr. Steenweg is buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025539897, gesloten op 9 november 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 7 november 2025, p. 28.
3.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 november 2025, p. 33.
4.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2025, p. 49.
5.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2025, p. 51.
6.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 november 2025, p. 55-57.
7.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 april 2026.
8.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 7 november 2025, p. 19.
9.Proces-verbaal verhoor slachtoffer [slachtoffer 2] d.d. 8 november 2025, p. 23.
10.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2025, p. 59-61.
11.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 april 2026.
12.Kennisgeving van inbeslagneming/eerste beslissing, p. 191.
13.Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 november 2025, p. 47.