Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3806

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
05/151496-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVW 1994Art. 175 WVW 1994Art. 179 WVW 1994Art. 9 SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Taakstraf en rijontzegging voor aanmerkelijk onvoorzichtig rijden met zwaar letsel tot gevolg

Op 28 november 2024 reed verdachte op de N319 te Warnsveld en sloeg linksaf naar de Dennendijk zonder de tegemoetkomende auto voor te laten gaan, wat leidde tot een botsing met een andere bestuurder. Het slachtoffer liep zwaar lichamelijk letsel op, waaronder een gebroken heup, leverscheur en blijvende voetproblemen.

Verdachte verklaarde afgeleid te zijn door een navigatie en het verkeer achter zich, waardoor hij onvoldoende vooruit keek en zijn snelheid niet aanpaste. De rechtbank oordeelde dat dit gedrag een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid inhoudt, wat de botsing en het letsel aan het slachtoffer veroorzaakte.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte schuldig is aan overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 met zwaar lichamelijk letsel als gevolg. Gelet op de ernst van het letsel en de omstandigheden legde de rechtbank een taakstraf van 120 uren en een rijontzegging van 6 maanden op, conform de geldende oriëntatiepunten straftoemeting.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur taakstraf en 6 maanden rijontzegging wegens aanmerkelijk onvoorzichtig linksaf slaan met zwaar letsel tot gevolg.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.151496.25
Datum uitspraak : 2 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. D. van den Broek, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 maart 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 november 2024 te Warnsveld, gemeente Zutphen als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Toyota), daarmee rijdende op de weg, de N319, op de kruising met de Dennendijk, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
- niet of in onvoldoende mate naar het tegemoetkomende verkeer op die weg (de N319) heeft gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende ervan heeft vergewist of over die weg (de N319) tegemoetkomend verkeer naderde en/of
- in strijd met artikel 18 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bij het afslaan naar links, teneinde de Dennendijk op te rijden, een hem op dezelfde weg (de N319) tegemoetkomend voertuig (personenauto, merk Ford) niet heeft laten voorgaan en/of
- in strijd met artikel 19 van Pro voornoemd reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een tegemoetkomend dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto, merk Ford),
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 28 november 2024 te Warnsveld, gemeente Zutphen als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Toyota), daarmee rijdende op de weg, de N319, op de krusing met de Dennendijk,
- niet of in onvoldoende mate naar het tegemoetkomende verkeer op die weg (de N319) heeft gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende ervan heeft vergewist of over die weg (de N319) tegemoetkomend verkeer naderde en/of
- in strijd met artikel 18 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bij het afslaan naar links, teneinde de Dennendijk op te rijden, een hem op dezelfde weg (de N319) tegemoetkomend voertuig (personenauto, merk Ford) niet heeft laten voorgaan en/of
- in strijd met artikel 19 van Pro voornoemd reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of
- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een tegemoetkomend dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto, merk Ford),
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 28 november 2024 te Warnsveld, gemeente Zutphen als bestuurder van een personenauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N319, bij het afslaan naar links, teneinde de Dennendijk op te rijden, een hem op dezelfde weg tegemoetkomend voertuig (personenauto, merk Ford) niet heeft laten voorgaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit. Verdachte heeft weliswaar zijn aandacht tijdens het rijden verkeerd verdeeld, maar dat is onvoldoende om te spreken van schuld in de zin van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).
Beoordeling door de rechtbank
Verdachte reed op 28 november 2024 rond 21:21 uur in een personenauto, merk Toyota, over de N319, vanuit Warnsveld richting Vorden, en sloeg op een kruising linksaf naar de Dennendijk. Hierbij liet hij de tegemoetkomende en op dezelfde weg rijdende [slachtoffer] , bestuurder van een personenauto, merk Ford, niet voor gaan, waarna zij in botsing kwamen. [2]
Op de plaats van het verkeersongeval had de N319 een recht wegverloop. Beide bestuurders konden de weg overzien en hadden onbelemmerd zicht. [3]
[slachtoffer] heeft verklaard dat zij zag dat de tegemoetkomende auto richting aangaf en direct afsloeg. De auto ging enorm hard door de bocht. Toen de auto vlak voor haar afsloeg, trapte zij nog op de rem, maar dat was te laat. [4] Bij het ongeval heeft [slachtoffer] letsel opgelopen, te weten een gebroken en ontwrichte heup (waarin schroeven zijn geplaatst), een open botbreuk in haar hiel, een verbrijzelde en blijvend vervormde voet, een verkort linkerbeen, blijvende beperkingen in de beweeglijkheid van haar voet, dagelijks chronische pijn, een leverscheur en een litteken in haar lever. De toestand in haar voet is blijvend. [5]
Verdachte heeft verklaard dat hij aan het zoeken was waar hij linksaf moest slaan. Daarbij voelde hij zich opgejaagd door de auto die al enige tijd achter hem reed. Hij keek meer in zijn spiegels dan op de weg vóór hem. Het was een donkere weg en verdachte wist niet precies waar hij moest afslaan. In eerste instantie zag hij de afslag niet. Hij keek toen op de navigatie op zijn telefoon, die in een houder zat aan de linkerkant bij de voorruit, en sloeg linksaf. Verdachte reed vóór het ongeval ongeveer 80 km/u en is onrustiger door de bocht gegaan en heeft minder hard geremd dan hij normaal gesproken doet als hij een afslag neemt. Verdachte heeft de tegenligger niet gezien. [6]
De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994. Daarvoor moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Het gedrag van de verdachte wordt in die beoordeling afgemeten aan dat wat van een verkeersdeelnemer in het algemeen en gemiddeld genomen mag worden verwacht..
De rechtbank stelt vast dat verdachte reed met vrij zicht en met ongeveer 80 km/u op een overzichtelijke weg. Omdat er al enige tijd iemand kort achter hem reed, voelde hij zich opgejaagd en was hij langere tijd meer bezig met het verkeer achter hem dan met het verkeer voor hem. Daarnaast had verdachte zijn aandacht op de navigatie omdat hij wist dat hij ergens linksaf moest slaan maar niet precies wist waar. Verdachte was dus langere tijd onvoldoende alert op wat er voor hem gebeurde en vooral bezig met zijn spiegels en zijn navigatiemiddel. Toen verdachte zag waar hij moest afslaan is hij met hoge snelheid linksaf geslagen en vervolgens in botsing gekomen met de tegenligger. Verdachte heeft deze tegenligger niet gezien terwijl deze auto voor hem gedurende langere tijd zichtbaar is geweest. Immers, het was donker, deze auto voerde verlichting, de weg was recht en verdachte had onbelemmerd zicht.
De rechtbank concludeert dat verdachte langere tijd onvoldoende vooruit heeft gekeken en zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast om veilig linksaf te kunnen slaan. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. De rechtbank is daarmee van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. Het ongeval is dan ook aan verdachte zijn schuld te wijten.
Ook is de rechtbank van oordeel dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer [slachtoffer] . Er is sprake van operatief ingrijpen en de gevolgen zijn (naar het zich laat aanzien) blijvend. De rechtbank acht dan ook het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks28 november 2024 te Warnsveld, gemeente Zutphen als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Toyota), daarmee rijdende op de weg, de N319, op de kruising met de Dennendijk,
zeer, althansaanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend
en/of onachtzaamheeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
- niet
of in onvoldoende matenaar het tegemoetkomende verkeer op die weg (de N319) heeft gekeken
en/of is blijven kijkenen
/ofzich niet
of in onvoldoendeervan heeft vergewist of over die weg (de N319) tegemoetkomend verkeer naderde en
/of- in strijd met artikel 18 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bij het afslaan naar links, teneinde de Dennendijk op te rijden, een hem op dezelfde weg (de N319) tegemoetkomend voertuig (personenauto, merk Ford) niet heeft laten voorgaan en
/of- in strijd met artikel 19 van Pro voornoemd reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en
/of- is gebotst tegen
, althans in aanrijding gekomen meteen tegemoetkomend dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto, merk Ford),
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel
of zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht
, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Primair:
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte een verkeerde afweging heeft gemaakt toen hij linksaf wilde slaan. Hij wilde het juist goed doen. Daarbij heeft verdachte meermalen geprobeerd in contact te komen met het slachtoffer en heeft hij zelf ook licht lichamelijk letsel overgehouden aan het ongeval. De raadsvrouw vindt daarom een taakstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid niet passend.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan een verkeersongeval, waardoor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Verdachte reed ongeveer 80 km/u en wilde linksaf slaan. Verdachte kon niet direct zien waar hij moest afslaan en voelde zich opgejaagd door de auto achter hem. Hij keek meer in zijn spiegels en naar zijn navigatiemiddel dan naar de weg vóór hem. Toen verdachte op de navigatie zag waar hij moest afslaan is hij met hoge snelheid linksaf geslagen en vervolgens in botsing gekomen met de tegenligger. Hij heeft de tegenligger niet gezien omdat hij langere tijd niet vooruit heeft gekeken. Verdachte heeft onvoldoende opgelet en dat heeft grote consequenties voor het slachtoffer. Zij heeft hieraan zwaar en blijvend lichamelijk letsel overgehouden, waaronder een gebroken heup, een leverscheur en een verbrijzelde voet. Zij ondervindt hiervan chronische pijn en de verwachting is dat haar voet nooit meer volledig zal herstellen. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat het slachtoffer naast het lichamelijk letsel ook psychische schade heeft opgelopen. Tevens zijn haar opleiding, plannen en carrière in één klap stilgevallen. Het is onzeker of zij ooit weer volledig kan werken of haar beroep kan uitoefenen.
Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij zich schuldig voelt en dat hij de gevolgen voor het slachtoffer vreselijk vindt.
De rechtbank heeft acht geslagen op de geldende oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin voor het veroorzaken van een verkeersongeval met aanmerkelijke schuld en zwaar lichamelijk letsel het oriëntatiepunt een taakstraf van 120 uren en een rijontzegging van 6 maanden is. De rechtbank ziet in de door de raadsvrouw aangevoerde omstandigheden geen aanleiding hiervan af te wijken.
Alles overwegend acht de rechtbank een taakstraf van 120 uren en een rijontzegging van 6 maanden passend en geboden. De rechtbank acht een ontzegging van de rijbevoegdheid passend bij de gevolgen van het rijgedrag van verdachte voor het slachtoffer.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 9, 22 c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een
taakstrafvan
120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

ontzegtverdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigente besturen voor de duur van
6 maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 april 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024560308, gesloten op 3 mei 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 3 t/m 5;
3.Het proces-verbaal FO Verkeer, p. 42.
4.Het proces-verbaal van verhoor betrokkene [slachtoffer] , p. 10.
5.Schriftelijke slachtofferverklaring, p. 2 en 3.
6.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 maart 2026; het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 26.