ECLI:NL:RBGEL:2026:3833

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
C/05/461604 / HZ ZA 26-7
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.C. Russcher
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 RvArt. 195 RvArt. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering inzage schikkingsvoorstellen in geschil over testcapaciteitsovereenkomst

In deze civiele bodemzaak tussen Stichting Open Nederland (SON) en Check B.V. staat een geschil centraal over de afwikkeling van een overeenkomst waarbij Check testcapaciteit voor Covid-19 testen moest leveren. SON vordert betaling van een groot bedrag wegens vermeende tekortkomingen van Check in personeelsinzet per testafnameplek.

In een incident vordert Check inzage en afschrift van schikkingsvoorstellen die SON aan andere testaanbieders heeft gedaan, gebaseerd op een lagere personeelsinzet dan waar SON Check op baseert. Check stelt dat dit relevant is voor gelijke behandeling en aanbestedingsrechtelijke beginselen.

De rechtbank oordeelt dat de gevraagde gegevens betrekking hebben op rechtsbetrekkingen waarbij Check geen partij is en dat Check onvoldoende heeft onderbouwd waarom deze gegevens direct verband houden met haar eigen rechtsbetrekking met SON. Ook is onvoldoende belang aangetoond. Daarom wordt de incidentele vordering afgewezen en wordt Check veroordeeld in de proceskosten van het incident.

De hoofdzaak blijft verder in behandeling en zal op een later moment worden behandeld. Het vonnis is gewezen door mr. P.C. Russcher en op 13 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Check af wegens gebrek aan voldoende belang en direct verband met de rechtsbetrekking.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/461604 / HZ ZA 26-7
Vonnis in incident van 13 mei 2026
in de zaak van
STICHTING OPEN NEDERLAND,
te Amsterdam,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: SON,
advocaat: mr. A.D. Polkerman,
tegen
CHECK B.V.,
te Putten,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Check,
advocaat: mr. N.A. Aalbers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding,
  • de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot inzage en afschrift van gegevens,
  • de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.Het geschil in de hoofdzaak

2.1.
De hoofdzaak betreft een geschil over de afwikkeling van de overeenkomst tussen partijen op grond waarvan Check tegen betaling van een vergoeding door SON verplicht was om onder meer te voorzien in een bepaalde gegarandeerde capaciteit voor het testen van personen op het coronavirus (Covid-19). De aldus door Check ter beschikking te stellen testcapaciteit vormde samen met door andere testaanbieders ter beschikking gestelde testcapaciteit een landelijk dekkend netwerk voor toegangstesten dat SON in 2021 heeft opgezet in het kader van het programma ‘Testen voor Toegang’.
2.2.
SON vordert op verschillende, als primair tot uiterst subsidiair aangeduide, gronden dat Check wordt veroordeeld tot betaling van € 14.283.880, althans € 12.360.977, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag. SON legt daaraan, zeer kort samengevat, ten grondslag dat zij met Check afspraken heeft gemaakt over een minimale personele bezetting per testafnameplek en het achteraf afleggen van verantwoording daarover, en dat Check niet aan haar verplichtingen heeft voldaan. Met het oog op haar vordering in deze procedure stelt SON zich onder meer op het standpunt dat Check op grond van de overeenkomst verplicht was minimaal 2,5 personeelsleden per testafnameplek in te zetten. Voor zover Check minder dan 2,5 personeelsleden per testafnameplek heeft ingezet, had zij volgens SON geen recht op een vergoeding. SON heeft gedurende de looptijd van de overeenkomst wekelijks vergoedingen uitbetaald op basis van een eenzijdige opgave door Check van het door haar ter beschikking gestelde aantal testafnameplekken. SON heeft deze opgaven van Check niet voorafgaand aan de uitbetaling van de vergoedingen gecontroleerd, maar meent dat achteraf een controle en nacalculatie zou plaatsvinden. Voor zover Check vergoedingen heeft ontvangen voor testafnameplekken waarvoor Check niet minimaal 2,5 personeelsleden heeft ingezet, vordert SON in deze procedure de vergoedingen terug.
2.3.
Check voert verweer en vraagt de rechtbank om SON niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen af te wijzen. In dat verband betwist Check onder meer dat zij op grond van de overeenkomst verplicht was om een specifiek minimumaantal personeelsleden per testafnameplek in te zetten, en dat zij verplicht was om verantwoording af te leggen op de door SON omschreven wijze.

3.Het geschil in het incident

3.1.
Check vordert in het incident dat de rechtbank SON zal bevelen om aan Check inzage en afschrift te verstrekken van door SON aan bepaalde testaanbieders aangeboden schikking(en) op basis van 1 fte per testafnameplek.
3.2.
Ter onderbouwing van haar vordering voert Check aan dat zij heeft vernomen dat SON aan bepaalde testaanbieders een schikking op basis van 1 fte per testafnameplek heeft aangeboden of op die basis schikkingen heeft getroffen. Op grond van de beginselen van het aanbestedingsrecht en het door SON zelf in de dagvaarding vermelde oogpunt van zorgvuldigheid en gelijke behandeling van testaanbieders is van belang dat SON daarover openheid van zaken geeft. Check heeft daarom recht op en belang bij inzage en afschrift van de schikkingsvoorstellen die SON heeft gedaan waarbij zou worden afgerekend op basis van 1 fte per testafnameplek, dan wel minder dan 2,5 fte per testafnameplek.
3.3.
SON voert verweer en vraagt de rechtbank om de vordering in het incident af te wijzen, met veroordeling van Check in de kosten van het incident. Daartoe voert SON aan dat de verlangde gegevens onvoldoende zijn bepaald (onder meer omdat het petitum van de vordering niet aansluit bij de toelichting daarop), dat SON niet beschikt over de verlangde gegevens, en dat Check onvoldoende belang heeft bij inzage en afschrift van de verlangde gegevens (onder meer omdat de verlangde gegevens niet zien op de rechtsbetrekking tussen SON en Check). Voor het geval dat de rechtbank toch van oordeel is dat aan de vereisten voor inzage en afschrift is voldaan, meent SON dat sprake is van gewichtige redenen die zich tegen inzage en afschrift verzetten.

4.De beoordeling in het incident

Uitleg vordering
4.1.
SON voert aan dat de inhoud van de vordering in het incident onduidelijk is, omdat het petitum op twee punten afwijkt van de door Check (in randnummer 116 van de conclusie van antwoord) gegeven toelichting. Ten eerste is volgens SON onduidelijk of de vordering alleen ziet op schikkingsvoorstellen op basis van 1 fte per testafnameplek (petitum) of ook op voorstellen op basis van tussen 1 fte en 2,5 fte per testafnameplek (toelichting). Ten tweede is onduidelijk of de vordering alleen ziet op schikkingsvoorstellen die SON heeft gedaan (petitum) of ook op schikkingen die SON heeft getroffen, ongeacht of daaraan een voorstel van SON is voorafgegaan (toelichting). SON meent dat bij de uitleg van de vordering het petitum leidend is.
4.2.
De rechtbank stelt voorop dat bij de uitleg van een petitum niet slechts acht moet worden geslagen op de bewoordingen daarvan, maar dat ook betekenis toekomt aan de inhoud van hetgeen aan de eis ten grondslag is gelegd, de wijze waarop de wederpartij de eis heeft opgevat en redelijkerwijs heeft moeten opvatten, en het overige partijdebat. [1] Check vordert inzage en afschrift van schikkingsvoorstellen op basis van 1 fte. In de toelichting schrijft Check dat zij belang heeft bij inzage en afschrift van schikkingsvoorstellen op basis van 1 fte dan wel minder dan 2,5 fte per testafnameplek. Mede tegen de achtergrond van het geschil in de hoofdzaak, waarbij SON zich op het standpunt stelt dat Check minimaal 2,5 personeelsleden per testafnameplek moest inzetten en Check dit betwist, oordeelt de rechtbank dat het petitum aldus moet worden begrepen dat Check inzage en afschrift vordert van schikkingsvoorstellen van SON op basis van 1 fte tot 2,5 fte per testafnameplek.
Vereisten recht op inzage en afschrift
4.3.
Check baseert haar vordering op art. 195 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Voor toewijzing van deze vordering moet in ieder geval aan de vereisten uit art. 194 lid 1 Rv Pro zijn voldaan. Op grond van art. 194 lid 1 Rv Pro heeft een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht op inzage of afschrift van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. Het is aan Check als partij die om inzage en afschrift verzoekt om te stellen en zo nodig bewijzen dat aan deze cumulatieve vereisten is voldaan.
4.4.
Het recht op inzage en afschrift bestaat alleen ten aanzien van gegevens over een rechtsbetrekking waarbij degene die de gegevens vordert partij is. Daaruit volgt dat een partij bij een rechtsbetrekking alleen recht heeft op inzage en afschrift van gegevens die rechtstreeks verband houden met die rechtsbetrekking en dat haar recht tot die informatie is beperkt. [2] In deze zaak is niet in geschil dat sprake is van een rechtsbetrekking tussen SON en Check. Het is echter de vraag of de vordering van Check ziet op gegevens over een rechtsbetrekking waarbij zij partij is. Check vordert immers inzage en afschrift van schikkingsvoorstellen die SON zou hebben gedaan aan andere testaanbieders met wie zij, al dan niet onder gelijke voorwaarden als met Check, heeft gecontracteerd. Dit betreft gegevens over de rechtsbetrekkingen tussen SON en andere testaanbieders, waarbij Check geen partij is. Check heeft niet toegelicht waarom de door haar verlangde gegevens toch rechtstreeks verband houden met de rechtsbetrekking tussen SON en haar, hoewel dit wel op haar weg had gelegen. Bij die stand van zaken heeft Check onvoldoende onderbouwd dat sprake is van gegevens over een rechtsbetrekking waarbij Check partij is. De incidentele vordering is om die reden niet toewijsbaar.
4.5.
Daar komt nog bij dat Check onvoldoende heeft onderbouwd dat zij voldoende belang heeft bij inzage en afschrift van de verlangde gegevens. Check heeft in dit verband slechts aangevoerd dat het op grond van de beginselen van aanbestedingsrecht en het door SON zelf in randnummer 8 van de dagvaarding vermelde oogpunt van zorgvuldigheid en gelijke behandeling van testaanbieders, van belang is dat SON openheid van zaken geeft over schikkingsvoorstellen die zij aan andere testaanbieders heeft gedaan. De rechtbank gaat voorbij aan het eerste argument, omdat Check ten onrechte heeft nagelaten om toe te lichten op welke beginselen zij precies het oog heeft en waarom daaruit het vereiste voldoende belang voortvloeit. Het tweede argument gaat evenmin op, omdat SON in randnummer 8 van de dagvaarding slechts een toelichting geeft op de omvang van de dagvaarding. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – laat zich daaruit geen belang van Check bij inzage en afschrift van de verlangde gegevens afleiden. Ook het ontbreken van voldoende belang maakt dat de incidentele vordering niet toewijsbaar is.
4.6.
Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of aan de overige vereisten van art. 194 lid 1 Rv Pro is voldaan. De rechtbank zal de vordering in het incident afwijzen.
Proceskosten
4.7.
De incidentele vordering van Check wordt afgewezen, zodat zij heeft te gelden als in het ongelijk gestelde partij. Check zal daarom in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten van SON worden begroot op € 842,00 (€ 653,00 aan salaris advocaat (1 punt, tarief II) + € 189,00 aan nakosten) plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
in het incident
5.1.
wijst de vordering van Check af,
5.2.
veroordeelt Check in de kosten van het incident, aan de zijde van SON tot op heden begroot op € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Check niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de onder 5.2 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
5.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van [datum] 2026 voor beraad rolrechter over het bepalen van een mondelinge behandeling,
5.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Russcher en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

Voetnoten

1.HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1070, onder 3.4.3.
2.Zie Kamerstukken II, 2019-2020, 35498, nr. 3 (MvT), p. 48 en ten aanzien van art. 843a Rv (oud) HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1834, onder 3.6.4.