Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
3.2 De(…)
onroerende zaak wordt voor de daaraan volgens het taxatierapport van makelaar [makelaardij] toegekende waarde van € 340.000,00 toegedeeld aan de man, onder de opschortende voorwaarde zoals vermeld in art. 3.5.
woning aan de man geschiedt onder de opschortende voorwaarde dat de in art. 3.4 genoemde hypotheeknemer de vrouw ontslaat uit haar hoofdelijke verplichting met betrekking tot de genoemde hypotheekschuld.
3.Het geschil
4.De beoordeling
subsidiairV. voor het deel dat ziet op betaling van een dwangsom voor iedere dag dat [de gedaagde] het verkoopproces op andere wijze frustreert, wordt afgewezen omdat te onbepaald is op welke handelingen van [de gedaagde] deze vordering ziet. De vordering onder
zowel primair als subsidiairIV., voor zover deze ziet op betaling van een dwangsom indien de verplichting uit de vordering onder
zowel primair als subsidiairI. niet wordt nagekomen, wordt afgewezen. De vordering dat dit vonnis in de plaats treedt van de medewerking aan de levering door [de gedaagde] indien [de gedaagde] weigert aan deze verplichting te voldoen wordt toegewezen. Een prikkel in de vorm van een dwangsom is daarom niet meer nodig.