Het Vossenhol BV c.s. startte een kort geding tegen [gedaagde 1] B.V. met vorderingen tot betaling en verbod op beslaglegging. Tijdens de procedure werd de rechter gewraakt, waarna de zaak werd stilgelegd. Vervolgens startte Het Vossenhol BV c.s. een tweede procedure met vergelijkbare vorderingen, waarna zij verzocht de eerste procedure door te halen.
[gedaagde 1] B.V. wenste vergoeding van haar proceskosten in de eerste procedure, omdat Het Vossenhol BV c.s. de tweede procedure had gestart terwijl de wrakingsprocedure liep. De voorzieningenrechter oordeelde dat Het Vossenhol BV c.s. door eigen handelen het belang in de eerste procedure had laten vervallen en veroordeelde hen hoofdelijk tot betaling van de proceskosten.
De volledige proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat er geen bijzondere omstandigheden waren en de kosten voor de wraking en zitting voor rekening van [gedaagde 1] B.V. kwamen. De proceskosten werden begroot op €7.050,00 inclusief griffierecht en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.