Belanghebbende verzocht bij de inspecteur van de Belastingdienst om toepassing van het bijzonder tarief motorrijtuigenbelasting (MRB) voor zijn kampeerauto. De inspecteur wees dit verzoek af omdat de kampeerauto niet aan alle fiscale inrichtingseisen voldoet, met name de minimale breedte van de binnenruimte van 90 cm wordt niet gehaald.
Belanghebbende stelde dat de kampeerauto wel aan de inrichtingseisen voldoet, waaronder twee vaste zitplaatsen, een vaste tafel en een keukenblok met een minimale hoogte van 60 cm. De inspecteur erkende dat de zitplaatsen en tafel voldeden, maar betwistte dat de keukenvoorziening aan de eisen voldeed vanwege het ontbreken van een ingebouwde uitneembare watervoorziening. Tevens werd het fiscale blok van 90 cm breedte niet gehaald.
De rechtbank oordeelde dat het niet voldoen aan de minimale breedte van 90 cm een doorslaggevende inrichtingseis is en dat het beroep daarom ongegrond is. De discussie over de watervoorziening bleef onbesproken omdat het niet voldoen aan de breedte-eis al voldoende was voor afwijzing. Het beroep tegen de afwijzing van het bijzonder kampeertarief wordt verworpen en de uitspraak op bezwaar blijft in stand.