Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3999

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
26/1785
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 172a GemeentewetArt. 151d GemeentewetArt. 2:79 Algemene Plaatselijke Verordening Duiven 2025Art. 6:19 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gebiedsverbod wegens ernstige overlast en openbare ordeverstoring

De burgemeester van Duiven legde aan verzoeker een gebiedsverbod op voor drie maanden vanwege ernstige en herhaalde overlast, waaronder agressie, bedreiging en mishandeling van omwonenden en hulpverleners. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar weinig kans van slagen heeft.

De overlast begon in 2017 en escaleerde met incidenten in 2021 en maart 2026, waaronder het grijpen naar de keel van een buurvrouw en het bedreigen van een vrouw in haar auto. De burgemeester gaf eerder waarschuwingen, huisverboden en gedragsaanwijzingen, maar de overlast bleef aanhouden. Het gebiedsverbod omvat een wijk rondom de woning van verzoeker, met een aangewezen looproute om zijn woning te bereiken.

Verzoeker stelde dat het gebiedsverbod te ruim was omdat het zijn woning omvat, maar de voorzieningenrechter vond de maatregel proportioneel en evenwichtig gezien de ernst van de overlast en de veiligheidssituatie in de buurt. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en het gebiedsverbod blijft van kracht.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebiedsverbod wordt afgewezen en het gebiedsverbod blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/1785

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. V.P.J. Tuma),
en

de burgemeester van Duiven

(gemachtigden: D.M.C. Backer, drs. C.F. Coumans, S. Tjassens).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om aan verzoeker een gebiedsverbod op te leggen voor de duur van drie maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft bezwaar gemaakt en verzoekt om een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe voert hij een aantal gronden aan.
1.1. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 30 maart 2026 heeft de burgemeester aan verzoeker een gebiedsverbod opgelegd voor de omgeving van het [locatie 1] in [plaats]. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2. Met het besluit van 9 april 2026 heeft de burgemeester het bestreden besluit gewijzigd. Het bezwaar heeft van rechtswege mede betrekking op dit gewijzigde besluit. [1]
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 april 2026 gelijktijdig met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening met procedure 26/2020 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoeker woont aan het [locatie 1] [huisnummer] in [plaats]. Sinds 2017 is sprake van ernstige overlastproblematiek die door verzoeker wordt veroorzaakt. Er is sprake van een structureel patroon van meldingen over geluidsoverlast, agressie en bedreiging. Sinds 2020 is er sprake van intimiderend en agressief gedrag naar omwonenden en medewerkers van overheidsinstanties, waaronder de gijzeling en mishandeling van een hulpverlener in 2021. In de buurt heerst een sfeer van angst en onveiligheid, veroorzaakt door verzoeker.
3.1. De burgemeester heeft op 27 maart 2025 een officiële waarschuwing gegeven aan verzoeker, waarin is aangegeven dat zijn gedrag onacceptabel is en dat dit gedrag moet stoppen. Omdat uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 18 augustus 2025 blijkt dat de ernstige en herhaaldelijke overlast niet is gestopt heeft de burgemeester aan verzoeker op 22 augustus 2025 een tijdelijk huisverbod opgelegd voor de duur van 10 dagen. Dit huisverbod is met het besluit van 29 augustus 2025 voor de duur van 18 dagen verlengd. Na terugkeer is op 1 oktober 2026 aan verzoeker een gedragsaanwijzing opgelegd. De gedragsaanwijzing dient om de rust en veiligheid voor omwonenden te herstellen, verdere escalatie en herhaling van overlast te voorkomen en verzoeker de kans te geven om zijn gedrag aan te passen, zonder dat verdergaande maatregelen nodig zijn.
3.2.
Op zaterdag 28 maart 2026 heeft verzoeker een woordenwisseling gehad met een buurvrouw, waarbij hij haar naar de keel zou hebben gegrepen. De politie beschreef dat verzoeker niet voor rede vatbaar zou zijn geweest. Ook op zondag 29 maart 2026 waren er diverse meldingen bij de politie over overlast en mishandeling. Daarbij stond verzoeker onder meer te schreeuwen op het balkon en gooide hij met stokken. Ook is hij achter twee minderjarige meisjes op de fiets aan gerend en heeft hij een van de meisjes van haar fiets getrokken. Het meisje en verzoeker kwamen hierdoor ten val. Verder heeft hij een vrouw in haar auto bedreigd.
3.3.
De burgemeester heeft in deze incidenten aanleiding gezien een huisverbod op te leggen voor de duur van tien dagen op grond van artikel 151d, derde lid, van de Gemeentewet, in combinatie met artikel 2:79 van Pro de Algemene Plaatselijke verordening Duiven 2025. Bij uitspraak van 3 april 2026 heeft de voorzieningenrechter het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. [2] Met het besluit van 8 april 2026 heeft de burgemeester het huisverbod met 18 dagen verlengd. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. [3]
3.4.
De burgemeester heeft in de incidenten tevens aanleiding gezien met toepassing van artikel 172a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet aan verzoeker een gebiedsverbod op te leggen. Het gebiedsverbod houdt in dat verzoeker zich gedurende de periode van 31 maart 2026 tot en met 30 juni 2026 niet mag bevinden in het gebied rond het [locatie 1] dat wordt begrensd door de volgende straten: [locatie 2], [locatie 3], [locatie 4] en [locatie 5].
Vanaf de dag dat het tijdelijk huisverbod eindigt geldt voor verzoeker een aanlooproute om zijn woning te kunnen bereiken. Het is verzoeker toegestaan via de [locatie 6], [locatie 4], [locatie 5] en [locatie 7] van en naar zijn woning te gaan.
plattegrond gebiedsverbod en looproute; afbeelding tbv publicatie verwijderd
Toetsingskader
4. Op grond van artikel 172a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet kan de burgemeester, onverminderd artikel 172, derde lid, en hetgeen bij gemeentelijke verordening is bepaald omtrent de bevoegdheid van de burgemeester om bevelen te geven ter handhaving van de openbare orde, aan een persoon die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven:
a. zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente.
In het zesde lid is bepaald dat het bevel geldt voor een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden, in welk geval het bevel ten hoogste driemaal kan worden verlengd met een door de burgemeester vast te stellen periode van telkens ten hoogste drie maanden.
Oordeel van de voorzieningenrechter5. Het opleggen van een gebiedsontzegging maakt een inbreuk op de bewegingsvrijheid van de betrokkene. Daarom kan de burgemeester hier niet lichtvaardig toe besluiten en moet het besluit tot het opleggen van een gebiedsontzegging goed onderbouwd worden. Niet in geschil is dat verzoeker herhaaldelijk de openbare orde heeft verstoord en dat er ernstige vrees is voor verdere verstoring van de openbare orde. Dat betekent dat de burgemeester bevoegd is om een gebiedsverbod op te leggen.
6. Verzoeker heeft aangevoerd dat het gebiedsverbod zo ruim is dat het mede zijn woning omvat. Dit maakt het gebiedsverbod te verstrekkend, zo stelt hij.
6.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de gronden van verzoeker zien op het gebiedsverbod, zoals de burgemeester dit in het besluit van 30 maart 2026 heeft geformuleerd. Nadien heeft de burgemeester het besluit evenwel gewijzigd en een looproute aangewezen, die het verzoeker mogelijk maakt om zijn woning te bereiken. Op de zitting heeft verzoeker betoogd dat de aangewezen looproute onverlet laat dat er omstandigheden kunnen zijn dat die weg is afgesloten en niet gebruikt zou kunnen worden.
6.2.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het gebied waar het verbod op ziet weliswaar groot is en de woning van verzoeker omvat, maar door de door de burgemeester aangewezen looproute kan verzoeker wel zijn woning bereiken. Dat het door onverwachte omstandigheden kan voorkomen dat de route niet gebruikt zou kunnen worden, maakt niet dat het gebiedsverbod te verstrekkend is. Als de aanlooproute voor langere tijd geblokkeerd is, kan de burgemeester (gedeeltelijk) ontheffing verlenen van het gebiedsverbod. En zoals namens de burgemeester op de zitting is toegelicht, is het in een concrete situatie aan de politie om te bepalen of tegen overtreding van het gebiedsverbod opgetreden wordt. Uit de overgelegde stukken en hetgeen op de zitting is besproken is gebleken dat de onrust in de buurt als gevolg van de gedragingen van verzoeker groot is. Tijdens de voor de buurt georganiseerde informatieavond liepen de emoties hoog op. Onder de aanwezigen waren gevoelens van angst, onveiligheid en onrust aanwezig. Het door de burgemeester aangewezen gebied omvat de wijk rondom de woning van verzoeker, en omvat de straat waar de meisjes wonen die verzoeker achterna is gerend. In het gebied is ook supermarkt Jumbo gelegen, omdat verzoeker daar ook voor overlast zorgt. De voorzieningenrechter acht dit niet onredelijk. Ook overigens is niet gebleken dat het aangewezen gebied te groot is of anderszins onevenredig zou zijn.
6.3.
De voorzieningenrechter is concluderend van oordeel dat de burgemeester de gebiedsontzegging evenwichtig heeft mogen achten.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat er geen reden is om aan te nemen dat het bestreden besluit in bezwaar niet in stand zal blijven. Voor het treffen van een voorlopige voorziening is daarom geen reden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af. Dat betekent dat het besluit tot het opleggen van een gebiedsverbod niet wordt geschorst.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd de uitspraak
te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit is bepaald in artikel 6:19, van de Algemene wet bestuursrecht
3.ARN 26/2020.