Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
de burgemeester van Duiven
Samenvatting
1.1. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker.
Procesverloop
2.2. Met het besluit van 9 april 2026 heeft de burgemeester het bestreden besluit gewijzigd. Het bezwaar heeft van rechtswege mede betrekking op dit gewijzigde besluit. [1]
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3.1. De burgemeester heeft op 27 maart 2025 een officiële waarschuwing gegeven aan verzoeker, waarin is aangegeven dat zijn gedrag onacceptabel is en dat dit gedrag moet stoppen. Omdat uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 18 augustus 2025 blijkt dat de ernstige en herhaaldelijke overlast niet is gestopt heeft de burgemeester aan verzoeker op 22 augustus 2025 een tijdelijk huisverbod opgelegd voor de duur van 10 dagen. Dit huisverbod is met het besluit van 29 augustus 2025 voor de duur van 18 dagen verlengd. Na terugkeer is op 1 oktober 2026 aan verzoeker een gedragsaanwijzing opgelegd. De gedragsaanwijzing dient om de rust en veiligheid voor omwonenden te herstellen, verdere escalatie en herhaling van overlast te voorkomen en verzoeker de kans te geven om zijn gedrag aan te passen, zonder dat verdergaande maatregelen nodig zijn.
Conclusie en gevolgen
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.