ECLI:NL:RBGEL:2026:406

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
840720-14
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beoordeling van noodzaak tot voortzetting tenuitvoerlegging van de maatregel plaatsing in inrichting voor stelselmatige daders

Op 9 januari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak van de terbeschikkingstelling van betrokkene, geboren in 1954 en verblijvende bij de FPA Mesdag in Zuidlaren. Betrokkene was eerder veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met voorwaarden, welke maatregel op 7 augustus 2015 inging. De rechtbank heeft de noodzaak tot voortzetting van de terbeschikkingstelling beoordeeld, waarbij de officier van justitie een verlenging van twee jaar heeft gevorderd. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende processtukken, waaronder adviezen van de kliniek en rapporten over de behandeling van betrokkene. Tijdens de zitting op 12 december 2025 is betrokkene niet verschenen, maar haar raadsman heeft gepleit voor beëindiging van de maatregel en het afgeven van een zorgmachtiging. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de risicobepalende stoornissen nog aanwezig zijn en dat het recidiverisico hoog is bij directe beëindiging van de maatregel. De rechtbank heeft daarom besloten om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, met de opmerking dat de situatie over een jaar opnieuw geëvalueerd zal worden. De rechtbank heeft ook benadrukt dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/840720-14
Datum uitspraak: 9 januari 2026
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene], hierna: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats],
verblijvende bij de FPA Mesdag in Zuidlaren (onder verantwoordelijkheid van FPC De Oostvaarderskliniek in Almere, hierna: de kliniek).
Raadsman: mr. M.P.T. Peters, advocaat te Zutphen.

Procedure

Betrokkene is op 16 maart 2015 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 7 augustus 2015.
Bij beslissing van 29 april 2016 van deze rechtbank is alsnog de verpleging van overheidswege bevolen. De maatregel is het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 25 augustus 2023.
Bij vordering van 2 juli 2025, ingekomen op dezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
Bij tussenbeslissing van 12 september 2025 is door deze rechtbank de beslissing ten aanzien van de vordering verlenging terbeschikkingstelling aangehouden voor de duur van drie maanden, waarbij de officier van justitie de opdracht is gegeven onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een zorgmachtiging.
De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:
  • het adviesrapport van de kliniek van 2 juni 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
  • het proces-verbaal van de zitting op 29 augustus 2025;
  • aanvullende informatie van de kliniek in een brief van begin december 2025, waarin de kliniek blijft bij het advies de maatregel te verlengen met twee jaren;
  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen;
  • de stukken inzake de zorgmachtiging:
o de medische verklaring, de bevindingen van de geneesheer-directeur, de zorgkaart en het zorgplan.
Ter zitting van 12 december 2025 zijn gehoord:
  • de raadsman van betrokkene, mr. M.P.T. Peters;
  • de deskundige M. Oudhof, GZ-psycholoog, psychotherapeut en plaatsvervangend hoofd behandeling;
  • de officier van justitie, mr. C. van den Heuvel.Betrokkene is niet verschenen. Zij is in het kader van deze verlengingsprocedure wel gehoord op 29 augustus 2025.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Het openbaar ministerie heeft – na een onderzoek daarnaar te hebben ingesteld – geen verzoek ingediend voor een zorgmachtiging, nu uit het advies van de kliniek en de recente nadere informatie duidelijk naar voren is gekomen waarom een verlenging van de maatregel voor de duur van twee jaren noodzakelijk is. Met betrokkene lijkt nu voorzichtig een goede samenwerking te ontstaan en er is een duidelijk kader. Zij kan daar nu verder van profiteren. Zoals wordt aangegeven in de stukken over de zorgmachtiging zal betrokkene eerst nog meer moeten oefenen met onbegeleid verlof voordat voldoende is in te schatten wat de risico’s zijn op het moment dat zij meer vrijheid krijgt. Pas dan kan een vervolgstap worden gezet. Het verzoek zorgmachtiging dient dan ook te worden afgewezen.
De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor beëindiging van de maatregel en heeft de rechtbank verzocht ambtshalve een zorgmachtiging af te geven. Aan de criteria voor een zorgmachtiging is voldaan en het recidiverisico in zorg is laag. Aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel wordt niet voldaan. Een zorgmachtiging biedt een doelmatiger behandelkader voor betrokkene dan het kader van terbeschikkingstelling.

De beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen. Gezien de omstandigheden en context van het indexdelict, heeft de rechtbank eerder beslist dat dit delict moet worden aangemerkt als een geweldsdelict als bedoeld in artikel 38e Sr.
De maatregel is daarmee opgelegd in verband met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale kenmerken, een posttraumatische stressstoornis en een stoornis in alcoholgebruik. De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Uit het rapport blijkt dat voor betrokkene is gezocht naar een rustige plek met een groene omgeving, waar voldoende (forensische) kennis aanwezig is om risico’s te signaleren. Betrokkene is daarop doorgestroomd naar de nieuwe tiny houses (pre-resocialisatie) binnen de muren van de Oostvaarderskliniek, om te kunnen leren omgaan met zelfstandigheid en minder toezicht. Ze is goed in de samenwerking, kan tegenslagen verdragen en veroorzaakt aan het begin geen incidenten. Op momenten van spanning verslechtert de samenwerking, maar ze is in staat om relatief snel weer te herstellen. Onbegeleid verlof wordt goedgekeurd en betrokkene werkt naar tevredenheid op een dagbestedingsplek buiten de muren van de kliniek. De gepraktiseerde verloven leiden niet tot risicovolle situaties. Op enig moment wordt betrokkene door een incident teruggeplaatst op een afdeling in het structuurcluster. Ze gedijt daar weer goed bij de structuur en ondersteuning die op de afdeling worden geboden. Onbegeleid verlof is sinds maart 2025 wederom gemachtigd en gestart. Kleine incidenten kunnen zich blijven voordoen, maar naar de mening van de kliniek staat dit niet in de weg aan het aanvragen van transmuraal verlof. Haar impulsiviteit blijft haar bij vlagen parten spelen, maar als daar sprake van is, lukt het haar steeds beter om zich terug te trekken en haar stemming weer om te draaien.
Per 1 juli is betrokkene in het kader van transmuraal verlof naar FPA Zuidlaren verhuisd, waar zij een positieve groei laat zien. De verwachting is dat er nog wel tijd nodig is om een goede doorstroomplek te kunnen vinden (gedacht wordt aan beschermd en/of begeleid wonen). De ervaring leert dat ze enige tijd nodig heeft om te wennen aan begeleiding en een warme overdracht, aan een team dat haar kent, hetgeen noodzakelijk is om ondertiteling te geven aan haar gedrag aangezien ze dat op spanningsvolle momenten minder goed kan reguleren. Indien ze binnen de twee jaar is ingebed bij een vervolginstelling en er sprake is van een stabiel toestandsbeeld, kan, naar inschatting van de kliniek, mogelijk worden overgegaan tot een voorwaardelijke beëindiging.
De officier van justitie heeft onderzoek gedaan of een zorgmachtiging op dit moment al in de rede ligt. Psychiater Bakker geeft in de medische verklaring van 24 november 2025 aan dat betrokkene eerst een substantieel aantal keren met onbegeleid verlof moet hebben geoefend in Zuidlaren en dat na evaluatie en toetsing hiervan een zorgmachtiging vervolgens een reëel perspectief is. De geneesheer-directeur sluit zich hierbij aan in de brief met bevindingen van 25 november 2025 en geeft aan dat hoewel er sprake is van zowel een psychiatrische stoornis als risico op ernstig nadeel er nog niet wordt voldaan aan de zorgvuldigheidsvereisten. Betrokkene is namelijk langere tijd niet in staat geweest tot het uitoefenen van onbegeleid verlof en op dit moment is er onvoldoende inschatting te maken van de risico’s die kunnen ontstaan wanneer ze meer vrijheden krijgt. De voorgeschiedenis heeft aangetoond dat probleembesef tekort schiet en dat ze, hoewel milder dan eerder, nog altijd geneigd is tot impulsief gedrag en zich daarin lastig laat sturen of begrenzen, met risico op recidive. Omdat nog geen beeld verkregen is van hoe ze om zal gaan met meer vrijheid is niet goed in te schatten of een zorgmachtiging op dit moment voldoende veiligheid en kader biedt om ernstig nadeel af te wenden.
Deskundige Oudhof heeft ter zitting benadrukt dat zij alleen kan verklaren over de behandeling van betrokkene in het kader van de tbs-maatregel, omdat de kliniek niet beschikt over de stukken van de zorgmachtigingsprocedure. Zij heeft toegelicht dat het recidiverisico van betrokkene laag is in zorg, maar hoog wordt als betrokkene uit zorg is. In 2020 en 2024 heeft ze nog agressief gedrag laten zien, ondanks haar gezondheid en lichamelijke beperkingen (de verwonding van de STM-er die een pols tussen deur en deurkozijn kreeg). In de uitvoeringspraktijk worden bovendien problemen gezien als de tbs-maatregel in deze fase wordt beëindigd en wordt overgegaan naar een zorgmachtiging. Op dit moment is voorzichtig sprake van een goede samenwerking en autonomie is voor betrokkene belangrijk. Ze heeft nu een duidelijk kader en kan daarvan profiteren. Vervolgens moet worden gekeken wat een goede vervolgplek is. Ze heeft nu heel recent een (vervangende) scootmobiel tot haar beschikking gekregen en heeft onlangs een enkele keer onbegeleid verlof kunnen praktiseren.
Recidivegevaar
De terugval in recidive wordt door de kliniek in zorg ingeschat als laag. Hoewel betrokkene in de afgelopen jaren bekend is met het verbaal reageren op het moment dat ze tegenslag ervaart, lijkt ze dit in de loop van de tijd steeds beter te hanteren met de juiste begeleiding. Signalen van instabiliteit zijn duidelijk waarneembaar en bij een ontregeling kan snel geïntervenieerd worden. Daarnaast is er een grotere kans (gezien de geschiedenis) op onttrekking. In zorg met uitbreiding naar transmuraal verlof wordt het recidiverisico ingeschat op laag tot matig. Uit zorg, bij het beëindigen van de maatregel, wordt het recidiverisico en het risico op gewelddadig gedrag als hoog ingeschat. Bij een hypothetisch ontslag vallen externe beschermende factoren zoals toezicht, structuur en begeleiding weg. Betrokkene heeft geen netwerk om op terug te vallen. Door de hoge spanning zullen de vijandigheid en het antisociale gedrag meer op de voorgrond staan, wat vervolgens tot conflicten kan leiden met mogelijk agressie tot gevolg. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Uit het advies, en uit de ter terechtzitting door de deskundige gegeven toelichting, blijkt dat de risicobepalende stoornissen nog aanwezig zijn en het recidiverisico hoog is bij directe beëindiging van de maatregel. Uit de stukken blijkt dat betrokkene nog relatief kort op een nieuwe plek woont en ook pas sinds kort weer onbegeleid verlof heeft kunnen uitoefenen, nu ze weer een scootmobiel tot haar beschikking heeft. De rechtbank vindt het op dit moment daarom nog niet verantwoord om (ambtshalve) over te gaan tot verlening van een zorgmachtiging en de maatregel te beëindigen. De rechtbank betrekt daarbij ook de bedenkingen die de psychiater en de geneesheer-directeur daarover hebben, met name over de risico-inschatting die nog onvoldoende duidelijk is in de nieuwe situatie.
Duidelijk is dat de aarzelingen en, uiteindelijk de - negatieve – conclusies om nu niet over te stappen van de terbeschikkingstelling naar zorgmachtiging, hoofdzakelijk zijn ingegeven door onvoldoende recente ervaring met gedrag van betrokkene tijdens verlof. Dit gebrek aan effectieve verlofmogelijkheden is echter geheel toe te schrijven aan het feit dat betrokkene is aangewezen op een scootmobiel. Die had zij wel in de Oostvaarderskliniek, maar niet in de FPA Mesdag in Zuid-Laren. Een scootmobiel is wel aangevraagd bij de gemeente, maar dat laat kennelijk maanden op zich wachten. Het is nogal schrijnend te moeten constateren dat het resocialisatietraject maandenlang tot stilstand is gekomen vanwege bureaucratisch gedoe over het ter beschikking stellen van een scootmobiel. Het is onbegrijpelijk dat FPA Mesdag, niet meteen zelf heeft gezorgd voor een scootmobiel zodat betrokkene haar verlof kon blijven invullen zoals ze dat voorheen in de Oostvaarderskliniek deed. Dan had nu wellicht een zorgmachtiging kunnen worden afgegeven.
De psychiater geeft aan dat na evaluatie en toetsing van het onbegeleid verlof een zorgmachtiging een reëel perspectief is. Dat zou over een jaar wel duidelijk moeten kunnen zijn. Daarom zal over een jaar, en niet pas over twee jaar, worden geëvalueerd hoe het traject vordert. Als alles goed verloopt, gaat de rechtbank er van uit dat alsdan ook weer de mogelijkheden van een zorgmachtiging worden onderzocht.
Bij de volgende verlengingszitting is het van belang dat er in elk geval ook een deskundige van de kliniek waar betrokkene op dat moment verblijft aanwezig is en dat deze deskundige ook op de hoogte is van de stukken omtrent een eventuele zorgmachtiging.
De rechtbank betreurt het dat de deskundige van de Oostvaarderskliniek niet heeft kunnen beschikken over de stukken van de ZM-voorbereiding. Zij heeft daarom niet volledig en adequaat kunnen reageren op de actuele situatie. Dit moet anders bij de voorbereiding van een verlengingszitting waar ook een zorgmachtiging aan de orde is. De rechtbank wijst er op dat ook de behandelaren van de tbs-kliniek een medische achtergrond hebben, BIG-geregistreerd zijn en geheimhoudingsplicht hebben en bovendien al uit en te na bekend zijn met het verleden en de medische problematiek van betrokkene.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom met één jaar verlengen.

De beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met
één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, als voorzitter, mr. J.M. Breimer en mr. Y. Rikken, als rechters in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger en mr. S.I. Nelissen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 januari 2026.

mr. S.I. Nelissen is buiten staat om deze beslissing mede te ondertekenen.