ECLI:NL:RBGEL:2026:407

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
256870-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersongeval met letsel door roekeloos rijgedrag

Op 13 januari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 31 december 2024 in Lichtenvoorde een verkeersongeval heeft veroorzaakt. De verdachte, een beginnend bestuurder, reed met een snelheid tussen de 91 en 97 km/u, terwijl de maximumsnelheid ter plaatse 80 km/u was. Hij negeerde een rood verkeerslicht dat al 21,8 seconden op rood stond en kwam in botsing met een andere auto, bestuurd door een slachtoffer dat letsel opliep. De officier van justitie beschuldigde de verdachte van roekeloos rijgedrag, maar de verdediging pleitte voor vrijspraak, stellende dat er geen sprake was van opzet of ernstige schuld. De rechtbank oordeelde dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend had gereden, wat leidde tot het ongeval. De rechtbank legde een taakstraf van 80 uren op en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden, met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank overwoog dat de verdachte, ondanks zijn beginnende status als bestuurder, een grotere mate van voorzichtigheid diende te betrachten in het verkeer.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05-256870-25
Datum uitspraak : 13 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsvrouw: mr. R.J.T. Leijzer, advocaat in Zutphen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 31 december 2024 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre,
als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto),
komende uit de richting van Harreveld, daarmede rijdende over de Europaweg (N18),
roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl hij vermoeid was en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of,
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl op de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan de aldaar geplaatste, voor zijn, verdachte, van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 21,8 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer gelegen tussen de 91 kilometer per uur en 97 kilometer per uur en/of
- niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, bevindende verkeer en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Europaweg (N18)) voor die kruising aangebrachte stopstreep te (blijven) stoppen immers bleef hij niet stoppen voor een voor hem rijrichting bestemde driekleurig verkeerslicht dat (ongeveer) 21,8 seconden rood licht uitstraalde, maar is hij (door)gereden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te (blijven) stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting terwijl hij rechtdoor ging de dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een personenauto niet voor te laten gaan en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of
te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor ander ([slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:
hij op of omstreeks 31 december 2024 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre,
als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto),
komende uit de richting van Harreveld, daarmede rijdende over de Europaweg (N18),
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of
terwijl het donker was en/of
terwijl hij vermoeid was en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl op de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan de aldaar geplaatste, voor zijn, verdachte, van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 21,8 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",
- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer gelegen tussen de 91 kilometer per uur en 97 kilometer per uur en/of
- niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of de voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en/of het zich op de kruisende weg, de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, bevindende verkeer en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Europaweg (N18)) voor die kruising aangebrachte stopstreep te (blijven) stoppen immers bleef hij niet stoppen voor een voor hem rijrichting bestemde driekleurig verkeerslicht dat (ongeveer) 21,8 seconden rood licht uitstraalde, maar is hij (door)gereden en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te (blijven) stoppen, door rood te rijden en/of een op de kruisende weg van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan,
of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting terwijl hij rechtdoor ging de dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een personenauto niet voor te laten gaan en/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of
te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
meer subsidiairalthans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:
hij op of omstreeks 31 december 2024 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre als bestuurder van een voertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 31 december 2024 rond 04:17 uur reed verdachte als bestuurder van een personenauto (Mazda) over de Europaweg (N18) in Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre. Verdachte kwam uit de richting van Harreveld. [2] Op de kruising met de Zieuwentseweg/Richterslaan en de N18 kwam verdachte in botsing met een andere personenauto (Audi). Het was op dat moment donker en de wegverlichting was in werking. Voor beide bestuurders werd het zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd. [3]
Ten tijde van het ongeval was de verkeersregelinstallatie in werking. Verdachte was rond 04:17:12,8 uur de stopstreep gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten op dat moment minimaal 21,8 seconden rood licht uitstraalden. De bestuurder van de Audi was om 04:17:11,0 uur de stopstreep aan zijn zijde gepasseerd, terwijl de voor hem geldende verkeerslichten op dat moment minimaal 5,6 seconden groen licht uitstraalden. Verdachte was het kruispunt genaderd met een gemiddelde indicatieve snelheid die lag tussen de 91 km/u en 97 km/u. De maximumsnelheid ter plaatse bedroeg 80 km/u. [4]
Op het moment van het ongeval was verdachte vermoeid. Hij is goed bekend met de verkeerssituatie ter plaatse. [5] Verdachte is beginnend bestuurder. [6]
Als gevolg van het ongeval heeft de bestuurder van de Audi, [slachtoffer], letsel opgelopen. [7]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), zoals primair ten laste gelegd, in die zin dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden als gevolg waarvan het ongeval heeft plaatsgevonden. Door dit ongeval heeft het slachtoffer letsel opgelopen waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde, omdat schuld in de zin van artikel 6 WVW niet bewezen kan worden. Hiertoe is, kort gezegd, het volgende aangevoerd. Verdachte heeft de verkeersregels niet opzettelijk geschonden en bovendien ook niet in ernstige mate, zodat roekeloosheid niet bewezen kan worden. Er is bovendien geen sprake van een causaal verband tussen de snelheid van verdachte en het ongeval. Verdachte heeft het verkeerslicht over het hoofd gezien en is door rood gereden. Dit betreft een enkel moment van onoplettendheid, zodat geen sprake is een aanmerkelijke mate van verwijtbaarheid of ernstige schuld in de zin van artikel 6 WVW.
Verder is bepleit dat het letsel van het slachtoffer niet kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel, maar als letsel waardoor tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Ten aanzien van het (meer) subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Artikel 6 WVW
Voor een bewezenverklaring van het misdrijf zoals bedoeld in artikel 6 WVW moet worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen of zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Daarbij dient in ieder geval sprake te zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend handelen door verdachte.
Is er sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW?
Om tot het oordeel te komen dat verdachte schuld heeft aan het ongeval zoals bedoeld in artikel 6 WVW, is vereist dat het rijgedrag van de verdachte zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam is geweest. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast geldt dat niet alleen uit de ernst van de gevolgen kan worden afgeleid dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Een enkel moment van onoplettendheid is over het algemeen niet voldoende voor het aannemen van aanmerkelijke schuld.
Onder roekeloosheid als zwaarste schuldvorm moet worden verstaan een buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn de omstandigheden, zoals hiervoor vastgesteld, niet toereikend voor het oordeel dat verdachte roekeloos heeft gereden. De rechtbank acht dit deel van de tenlastelegging dan ook niet bewezen.
Ten aanzien van de vraag of verdachte zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden overweegt de rechtbank als volgt.
Vast staat dat verdachte niet is gestopt voor de stopstreep die op zijn rijbaan voor de kruising op de Europaweg (N18) was aangebracht, maar is doorgereden terwijl de verkeerslichten op zijn rijbaan op dat moment al 21,8 seconden op rood stonden. De rechtbank overweegt dat verdachte, gelet op de verkeerssituatie ter plaatse, over langere afstand zicht moet hebben gehad op het (rode) verkeerslicht. Uit het feit dat verdachte – volgens zijn eigen verklaring – het rode verkeerslicht in zijn geheel niet heeft opgemerkt, volgt dat hij zijn aandacht kennelijk over een langere afstand en gedurende langere tijd in onvoldoende mate op het verkeer en de verkeerssituatie heeft gericht. Van een enkel moment van onoplettendheid is dus geen sprake. Verdachte heeft de bestuurder van de Audi, die van links kwam en voor wie het verkeerslicht op groen stond, niet voor laten gaan en hij reed daarbij harder dan ter plaatse was toegestaan. Verdachte heeft zijn snelheid daarmee niet zodanig geregeld dat hij in staat was zijn auto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de kruising kon overzien en waarover deze vrij was. Als gevolg hiervan is verdachte in botsing gekomen met de Audi.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden als gevolg waarvan het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Schuld in de zin van artikel 6 WVW is daarmee bewezen.
Letsel
De rechtbank stelt voorop dat onder zwaar lichamelijk letsel op grond van artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht onder meer wordt begrepen: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden en storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken heeft geduurd. Ook buiten deze gevallen kan lichamelijk letsel als zwaar worden beschouwd als dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurder van de Audi, [slachtoffer], als gevolg van het ongeval een gebroken borstbeen, een gebroken duim, een pijnlijke schouder en psychische problemen in de vorm van herbelevingen heeft opgelopen. Hierdoor kon hij minimaal drie maanden niet werken. [8]
Naar het oordeel van de rechtbank kan het letsel dat door de gedragingen van verdachte bij het slachtoffer is veroorzaakt, gelet op de aard en de gevolgen daarvan zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt, niet gekwalificeerd worden als zwaar lichamelijk letsel. Hierbij betrekt de rechtbank dat het gebroken borstbeen weliswaar serieus letsel is, maar dat medisch ingrijpen hiervoor niet noodzakelijk was en het slachtoffer hiervan is hersteld.
Wel staat vast dat het slachtoffer door het letsel tijdelijk was verhinderd in de uitoefening van normale bezigheden. De rechtbank acht het primair ten laste gelegde in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks31 december 2024 te Lichtenvoorde in de gemeente Oost Gelre,
als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto),
komende uit de richting van Harreveld, daarmede rijdende over de Europaweg (N18),
roekeloos, in elk geval zeer, althansaanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en
/ofonachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en
/of
terwijl het donker was en
/of
terwijl hij vermoeid was en
/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en
/of,
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en
/of
terwijl op de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan de aldaar geplaatste, voor zijn, verdachte, van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 21,8 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",
- heeft gereden met een
(aanzienlijk)hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur,
in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was,namelijk met een snelheid van ongeveer gelegen tussen de 91 kilometer per uur en 97 kilometer per uur en
/of
- niet of in onvoldoende mate te kijken en/of te blijven kijken naar het direct voor hem gelegen weggedeelte van die weg en
/ofde voor hem bestemde en geldende verkeerslichten en
/ofhet zich op de kruisende weg, de kruising van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, bevindende verkeer en
/of
- in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg te geven aan het in 68 lid 1 onder c van voormeld reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Europaweg (N18)) voor die kruising aangebrachte stopstreep te
(blijven)stoppen immers bleef hij niet stoppen voor een voor
zijnhemrijrichting bestemde driekleurig verkeerslicht dat (ongeveer) 21,8 seconden rood licht uitstraalde, maar is hij
(door
)gereden en
/of
- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te
(blijven)stoppen, door rood te rijden en
/ofeen op de kruisende weg van de Europaweg (N18) met de Zieuwentseweg en de Richterslaan, of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting terwijl hij rechtdoor ging de dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een personenauto niet voor te laten gaan en
/of
- in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig te regelen dat hij in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg en
/ofdie kruising kon overzien en waarover deze vrij
was/waren en
/of
te botsen tegen, althans in aanrijding te komen met de voornoemde personenauto,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer] )
zwaar lichamelijk letsel ofzodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte een geldboete wordt opgelegd en geen (onvoorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte first offender is, hijzelf als gevolg van het ongeval ook drie maanden arbeidsongeschikt is geweest en hij als kostwinner zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte is op een kruispunt met een te hoge snelheid door rood gereden en heeft hierdoor een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Op de kruising is hij vol in botsing gekomen met een auto die door een groen verkeerslicht reed. Verdachte heeft zijn aandacht onvoldoende gericht op het verkeer en de verkeerssituatie en heeft daarmee onvoldoende rekening gehouden met de aanwezigheid van andere verkeersdeelnemers. Met zijn handelen heeft hij gevaar veroorzaakt voor andere weggebruikers. Dat gevaar heeft geresulteerd in een ernstig ongeval, waarbij het slachtoffer lichamelijk letsel heeft opgelopen. Hoewel geen sprake was van zwaar lichamelijk letsel in de zin van de wet, weegt de rechtbank wel mee dat het slachtoffer fors letsel heeft opgelopen. Verdachte mag van geluk spreken dat het slachtoffer en hijzelf er relatief goed vanaf zijn gekomen.
De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte als gevolg van het ongeval zelf ook ernstig letsel had waardoor hij enige tijd niet heeft kunnen werken.
Verder weegt de rechtbank mee dat verdachte beginnend bestuurder is en werkzaam is als vrachtwagenchauffeur. In die hoedanigheid neemt hij veelvuldig deel aan het verkeer en van hem mag dan ook een grotere mate van voorzichtigheid en oplettendheid worden verwacht.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op het strafblad van verdachte waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en hij niet eerder in aanraking in geweest met politie en justitie wegens verkeersovertredingen.
Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf van 80 uren passend. Gelet op het feit dat verdachte beginnend bestuurder is en hij zijn rijbewijs nodig heeft om zijn werk te kunnen uitoefenen, legt de rechtbank daarnaast een geheel voorwaardelijke rijontzegging op voor de duur van zes maanden. De rechtbank ziet dit als een stevige waarschuwing om zich te gedragen zoals van een verkeersdeelnemer mag worden verwacht.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een taakstraf van 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;
 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden;
 bepaalt dat deze ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.D. Jacobs (voorzitter), mr. S.W. van Kasbergen en mr. J.M.E. Langen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.I. Warringa, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024610361, gesloten op 21 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal aanrijding overtreding, p. 4-9.
3.Proces-verbaal FO Verkeer, p. 19, 29.
4.Proces-verbaal analyse VRI data, p. 51-68.
5.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 116-117.
6.Proces-verbaal aanrijding overtreding, p. 7.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 112; geneeskundige verklaring, p. 111.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 112; geneeskundige verklaring, p. 111.