ECLI:NL:RBGEL:2026:4078
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering Verklaring Omtrent het Gedrag
Verzoeker heeft op 28 november 2025 een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een functie als flexkracht in de zorg. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 19 maart 2026 afgewezen vanwege een verdenking van mishandeling in de relationele sfeer. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft, omdat hij door het ontbreken van de VOG zijn werkzaamheden in de gehandicaptenzorg niet kan uitvoeren en financieel afhankelijk is van zijn inkomen. De toetsing van de aanvraag vindt plaats aan de hand van het objectieve criterium, dat kijkt naar het risico voor de samenleving, en het subjectieve criterium, waarbij het belang van de aanvrager wordt afgewogen tegen dat risico.
Verzoeker betwist de verdenking en beroept zich op de onschuldpresumptie, maar de voorzieningenrechter stelt dat de Staatssecretaris mag uitgaan van de feitelijke registraties in het Justitieel Documentatiesysteem. De verdenking vormt volgens de rechter een belemmering voor het verkrijgen van de VOG. Ook weegt de Staatssecretaris het belang van de samenleving zwaarder dan dat van verzoeker, mede omdat de verdenking recent is en het Openbaar Ministerie tot vervolging is overgegaan.
Daarom heeft het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de VOG wordt afgewezen wegens onvoldoende kans van slagen.