ECLI:NL:RBGEL:2026:410

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
ARN 24_5698
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Connect Carrier op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland wordt de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een Connect Carrier, een aan de rolstoel elektrische koppelbare bakfiets, beoordeeld. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem. De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft besloten de aanvraag af te wijzen. Eiseres heeft een sterk verminderde fysieke en energetische belastbaarheid door het Ehlers Danlossyndroom, wat haar mobiliteit beperkt. De rechtbank stelt vast dat eiseres voldoende gecompenseerd wordt in haar zelfredzaamheid en participatie door haar leaseauto, een boodschappenservice en het openbaar vervoer. De rechtbank concludeert dat de Connect Carrier niet noodzakelijk is voor eiseres om aan haar vervoersbehoefte te voldoen. De rechtbank wijst het beroep van eiseres af, waardoor de afwijzing van de aanvraag door het college in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/5698

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats 1], eiseres

(gemachtigde: mr. M.J.M. Sanders),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, het college

(gemachtigde: E. Soepenberg).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een Connect Carrier [1] op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiseres is het niet eens met deze afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht de aanvraag van eiseres voor een Connect Carrier heeft afgewezen
.Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor, voor zover hier van belang, een Connect Carrier. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 21 oktober 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 juli 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft een nadere reactie ingediend waar ook het college weer op heeft gereageerd.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, de gemachtigde van het college en mr. J. Hamam namens het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1992, heeft onder meer een sterk verminderde fysieke en energetische belastbaarheid als gevolg van het Ehlers Danlossyndroom, hypermobiele type. Als gevolg daarvan is zij sterk beperkt in haar mobiliteit, onder andere in het lopen van afstanden (< 100 meter aaneen) en in het fietsen op een (elektrische) tweewieler. Op 19 september 2022 is eiseres verhuisd van [plaats 2] naar [plaats 1]. Van de gemeente Apeldoorn had zij, na een door de gemeente Apeldoorn ingewonnen medisch advies van JPH consult, een vastframe rolstoel (een zogenaamde ‘Smoov’) en een Connect Carrier in bruikleen gekregen. Eiseres woont in [plaats 1] samen met haar partner en haar hond. Eiseres heeft van haar werkgever een leaseauto ter beschikking, die is aangepast door het UWV [2] , zodat de rolstoel van eiseres daarin past. Met de leaseauto kan eiseres 500 kilometer privé reizen, zonder dat dit meerkosten oplevert. Voordat eiseres hierover beschikte, reisde zij met het openbaar vervoer (bus en trein met assistentie).
3.1.
Eiseres heeft zich op 26 april 2022 gemeld bij het college, met de vraag of haar hulpmiddelen voor een vervoersvoorziening voor middellange afstand, na haar verhuizing naar [plaats 1], waaronder de Connect Carrier, overgenomen kunnen worden. Op 13 juni 2022 en op 6 september 2022 heeft een medewerker van Wijkteams [plaats 1] een gesprek gevoerd met eiseres. Bij het gesprek van 6 september 2022 was onder meer ook de ergotherapeut, [persoon A], van eiseres aanwezig. Het college heeft aan eiseres een rolstoel toegekend, met elektrische ondersteuning. Het college heeft bij het primaire besluit van 21 oktober 2022 de aanvraag van eiseres voor een Connect Carrier afgewezen.
3.2.
In bezwaar heeft het college een medisch advies opgevraagd bij Argonaut Advies B.V. (hierna: Argonaut). Dit advies is opgemaakt door arts F.J. Krewinkel op 7 mei 2024. Ook M. Storm, adviseur sociaal domein van Argonaut, heeft op 22 april 2024 een advies opgemaakt. Op een nadere vraag van eiseres heeft het college op 25 juni 2024 laten weten wat hierop de reactie van Storm is geweest. Met het bestreden besluit is het college, onder verwijzing naar het advies van de algemene bezwaarschriftencommissie, bij de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een Connect Carrier gebleven. Volgens het college is, onder verwijzing naar het advies van Argonaut, de rolstoel E-drive HD inclusief Li-ion accu een passende oplossing, waarmee eiseres zelfredzaam is en kan participeren. Er is geen noodzaak voor de Connect Carrier, omdat eiseres al beschikt over eigen middelen, zoals de leaseauto. Die kan zij gebruiken om met haar hond naar de hondenschool te gaan. Met de rolstoel kan zij de hond uitlaten en ook haar man kan de hond uitlaten. Voor de boodschappen kan eiseres gebruik maken van een boodschappenservice. Voor onverwachte boodschappen kan eiseres gebruik maken van de leaseauto of gasten vragen de boodschappen mee te nemen. In het medisch advies is er ook rekening mee gehouden, dat eiseres gebruik maakt van medicatie. Bovendien kan eiseres ook gedeeltelijk in haar vervoersbehoefte voorzien door gebruik te maken van het openbaar vervoer.
4. Eiseres is niet eens met de afwijzing van haar aanvraag om een Connect Carrier. Op wat zij daartoe heeft aangevoerd gaat de rechtbank hierna in.
Ja-tenzij beleid
4.1.
Volgens eiseres blijkt uit door haar ingebrachte brieven over het tekenen en uitvoeren van het convenant toegang hulpmiddelen, dat het college een ‘ja-tenzij’ beleid hanteert ten aanzien van de overname van hulpmiddelen, die eerder zijn verstrekt door een andere gemeente. Volgens eiseres had het college, gelet op deze beleidsstukken, de Connect Carrier moeten overnemen.
4.1.1.
Het college heeft hier op gereageerd en gesteld dat de betreffende brieven geen beleidsstukken zijn van de gemeente, maar zien op landelijke convenanten die door de gemeente Arnhem niet zijn ondertekend en waaraan dus geen rechten kunnen worden ontleend. Eiseres heeft dit verder niet betwist. De rechtbank heeft ook geen reden om aan deze reactie van het college te twijfelen. Verder volgt uit de brieven dat de gemeente een ja-tenzij beleid hanteert waarbij het in principe de bedoeling is, dat de gemeente het hulpmiddel overneemt van de vorige gemeente. Het college heeft toegelicht waarom zij van mening is dat, bij toepassing van dit ja-tenzij beleid, er in het geval van eiseres geen aanleiding is om de Connect Carrier toch over te nemen. Eiseres heeft niet betwist dat er, op grond van het ja-tenzij beleid van het college, ruimte bestaat voor het college om de door eiseres gevraagde Connect Carrier niet over te nemen. Het tegendeel volgt ook niet uit de door eiseres ingebrachte brieven. De beroepsgrond dat het college, gelet op die brieven, de Connect Carrier had moeten overnemen, slaagt dan ook niet.
Het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB)
4.2.
Eiseres voert aan dat het stappenplan van de CRvB zoals benoemd in de uitspraak van 21 maart 2018 onvoldoende is doorlopen. [3]
4.2.1.
In deze uitspraak van de CRvB is uiteengezet op welke wijze het onderzoek naar maatschappelijke ondersteuning onder de Wmo 2015 moet plaatsvinden. Daarbij is – samengevat en voor zover hier van belang – overwogen dat, wanneer bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, het college allereerst moet vaststellen wat de hulpvraag is. Vervolgens zal het college moeten vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie. Wanneer die problemen voldoende concreet in kaart zijn gebracht, kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager. Het onderzoek moet er vervolgens op gericht zijn of en in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn, dient het college een maatwerkvoorziening te verlenen. Voor zover het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist, zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet kunnen ontbreken. [4]
4.2.2.
Zoals ook tijdens de zitting door eiseres desgevraagd is bevestigd, verschillen partijen niet van mening over wat de hulpvraag van eiseres is en welke problemen zij ondervindt bij haar zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Die problemen zijn door het college voldoende concreet in kaart gebracht. Niet in geschil is dat eiseres sterk beperkt is in haar mobiliteit en dus gecompenseerd moet worden in haar vervoersprobleem. Dat eiseres met haar hond de hondenschool wil bezoeken, ook in verband met de sociale contacten, dat zij met haar hond naar het bos wil kunnen, (zwaardere) boodschappen wil kunnen doen, op de hond van haar moeder wil kunnen passen en naar feestjes wil kunnen, is door het college meegewogen. Dat betekent dat deze stappen uit het stappenplan van de CRvB door het college voldoende zijn doorlopen. Partijen verschillen alleen van mening over de vraag of de uitkomst hiervan juist is, dus of de Connect Carrier nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van eiseres of dat dit niet nodig is, omdat eiseres hierin voldoende wordt voorzien, omdat zij ook gebruik kan maken van haar leaseauto, een boodschappenservice en het openbaar vervoer. De beantwoording van deze vraag komt hierna aan de orde.
Passende bijdrage
4.3.
Volgens eiseres is de Connect Carrier wel nodig om een passende bijdrage te kunnen leveren aan haar zelfredzaamheid en participatie. Zij heeft er daartoe onder meer op gewezen, dat zij met alleen haar rolstoel niet in haar vervoersbehoefte wordt voorzien, zij onvoldoende zelfredzaam is en onvoldoende kan participeren. Zij kan met die rolstoel namelijk ongeveer 32 kilometer rijden met een snelheid van maximaal zes kilometer per uur. De snelheid is een beperkende factor. Zij kan hiermee niet het centrum van [plaats 1] in en deelnemen aan sociale activiteiten. Als ze naar het centrum van [plaats 1] wil, is ze daar meer dan een uur mee bezig enkele reis. Daardoor wordt ze sterk beperkt in haar bewegingsvrijheid.
4.3.1.
Deze argumenten van eiseres zien op het bereik en de langzame snelheid van haar rolstoel. Die veranderen echter niet met de toewijzing van een Connect Carrier. Eiseres heeft tijdens de zitting bevestigd, dat zij niet de passendheid van haar rolstoel betwist, maar het haar alleen gaat om toekenning van de Connect Carrier. Reeds daarom kan dit deel van de beroepsgronden niet leiden tot het door eiseres gewenste resultaat.
4.4.
Eiseres betoogt verder dat ze met de rolstoel haar hond niet kan meenemen of boodschappen kan doen en dus ook niet kan zorgen voor het huishouden en voor haar hond, zoals bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo 2015. Haar hond is onderdeel van haar gezinsleven en gaat mee naar haar ouders, op bezoek, naar een terrasje en naar de hondenschool. Het werken met de hond is haar grootste vorm van recreatie. Ze wil met de hond gaan hooperen (een hondensport met een parcours). Dit is ook voor eiseres een soort van sport en heeft daarnaast een sociaal aspect. Naast haar werk heeft eiseres voornamelijk daar haar sociale contacten. Het afwijzen van de Connect Carrier is in strijd met artikel 4 van de Beleidsregels Wmo gemeente Arnhem 2020 (de Beleidsregels). Bij nood moet ze de hond ook mee kunnen nemen naar de dierenarts. Haar ouders passen ook regelmatig op de hond en zij op de hond van haar ouders. Zonder Connect Carrier kan ze haar ouders hierin niet meer ondersteunen. Hierdoor wordt haar zelfredzaamheid en participatie beperkt. Ook zijn zij en haar partner peetouders van twee kinderen. Zij passen regelmatig een weekend op de kinderen. Er is geen toegankelijke speeltuin in de buurt voor rolstoelgebruikers.
4.4.1.
Het college heeft zich op het standpunt gesteld, dat eiseres de hondenschool ook kan bezoeken door gebruik te maken van haar leaseauto. Volgens eiseres is dit geen optie, omdat autorijden qua prikkels best belastend voor eiseres. Haar man heeft geen rijbewijs en in verband met medicatie mag eiseres af en toe niet rijden in verband met een verminderde reactietijd. Bij verschillende medicatie mag ze afwisselend vier uur, 24 uur of een week niet rijden in verband met verminderd reactievermogen. Argonaut zegt dat het de eigen verantwoordelijkheid is van eiseres welke keuzes zij maakt, maar als zij geen gebruik kan maken van haar auto, is zij verder beperkt in haar bewegingsvrijheid. Dat de commissie zegt dat eiseres altijd de auto kan gebruiken, is dus niet juist. En zij kan met de auto ‘slechts’ 500 kilometer privé rijden. Als zij regelmatig de auto gebruikt naar vrienden en familie, is ze halverwege het jaar al door het aantal kilometers heen, dus wordt ze verder beperkt in haar bewegingsvrijheid. Dit is onvoldoende door het college meegewogen, aldus eiseres.
4.4.2.
Dit betoog slaagt niet. Het college heeft er terecht op gewezen, dat eiseres voor het bezoek aan de hondenschool gebruik kan maken van haar leaseauto. Het tegendeel is door eiseres niet aannemelijk gemaakt. Uit het advies en de nadere reactie van Argonaut volgt dat bij sporadisch gebruik van bepaalde medicatie, het reactievermogen negatief kan worden beïnvloed en eiseres daarin keuzes kan maken. Dat eiseres die keuzes niet zou kunnen maken en zij haar medicijngebruik niet kan aanpassen op wanneer zij de hondenschool wil bezoeken, heeft zij niet onderbouwd. Bovendien heeft eiseres tijdens de zitting toegelicht, dat zij één keer in de week ook met haar auto reist voor haar werk en daar dan zo nodig haar medicatie op aanpast. Eiseres heeft er verder op gewezen dat zij niet een hondenschool dichterbij kan bezoeken, omdat die niet de hondentraining aanbiedt die zij met haar rolstoel kan beoefenen, namelijk hooperen. Dit is volgens eiseres voor haar wel de manier om sociale contacten aan te gaan, een hobby uit te oefenen en te recreëren. Niet valt echter in te zien dat dit hooperen voor eiseres de enige manier is om sociale contacten aan te gaan, een hobby uit te oefenen of om er met haar hond op uit te gaan. In dit verband heeft het college tijdens de zitting terecht nog gewezen op de mogelijkheid van bijvoorbeeld vrijwilligersstichtingen. Dat dit voor eiseres niet mogelijk is, is door haar niet aannemelijk gemaakt. Hetzelfde geldt voor alternatieven (anders dan het bezoeken van de dichtstbijzijnde speeltuin) om er met de petekinderen op uit te gaan. Van strijd met het door eiseres genoemde artikel 4 van de Beleidsregels is dan ook geen sprake. Bovendien staat daarin ook genoemd dat een inwoner er zich soms bij neer moet leggen dat er belemmeringen blijven, of dat hij zich enige beperkingen zal moeten getroosten, dat de ondersteuning zich in die zin beperkt tot wat noodzakelijk is in het licht van zelfredzaamheid en participatie en ook niet per definitie betekent dat hij alle hobby’s moet kunnen uitoefenen die hij voorheen uitoefende. Het is ook vaste rechtspraak van de CRvB dat de verplichting om een maatwerkvoorziening te bieden niet zo ver gaat dat de aanvrager in exact dezelfde positie wordt gebracht, dan waarin hij verkeerde voor hij de ondersteuning nodig had. [5] Het gebruik kunnen maken van de leaseauto geldt ook voor het bij nood naar de dierenarts moeten. Bovendien zou dit in een voorkomend geval ook door de partner van eiseres of een ander kunnen worden gedaan.
4.4.3.
Dat eiseres met haar auto ‘slechts’ 500 kilometer privé kan rijden maakt het oordeel niet anders. Dit geldt namelijk ook voor mensen die geen beperkingen ondervinden in de zelfredzaamheid en participatie. En bovendien heeft het college er terecht op gewezen, dat eiseres voor het bezoeken van familie en vrienden en andere sociale uitstapjes, ook gebruik kan maken van het openbaar vervoer. Eiseres heeft in dat verband aangevoerd dat openbaar vervoer voor haar niet haalbaar is, omdat het vaak ontoegankelijk is of er storingen zijn. De stress daarvan maakt haar ziek, waardoor ze niet kan werken. Volgens eiseres zijn de liften op de stations vaak stuk en ben je bij de trein afhankelijk van assistentie, waardoor een reis vaak veel langer duurt en je bepaalde reizen niet kan maken. Bij Valys zijn er al maanden beperkingen op het boeken. Je moet je reis acht uur van te voren boeken. Dat zijn geen opties om te reizen op een tijdstip van je eigen keuze. Op veel plekken (bijvoorbeeld een hondenschool buiten de bebouwde kom) kun je niet komen met het openbaar vervoer en de hond kan niet mee met de regiotaxi of Valys. Verder heeft eiseres er op gewezen, dat de rolstoelplekken in een bus zeer beperkt zijn en de plankjes van de bus vaak niet werken, waardoor ze haar al regelmatig hebben laten staan. Dit lost het vervoersprobleem volgens eiseres dus niet op.
4.4.4.
Ook dit betoog slaagt niet. Dat eiseres medisch niet in staat is om met het openbaar vervoer te reizen, is niet aannemelijk gemaakt. Dat liften soms stuk zijn, er een afhankelijkheid is van assistentie en er daarom door haar niet altijd zal kunnen worden gereisd op de door haar gewenste tijdstippen is juist en heel vervelend, maar maakt niet dat het gebruik van openbaar vervoer (op andere tijdstippen) niet mogelijk is. Bovendien is het college niet gehouden om technische mankementen binnen het openbaar vervoer op te lossen via een Wmo-voorziening. Hetzelfde geldt ten aanzien van de gestelde problemen bij het reizen met de bus.
4.4.5.
Over het kunnen doen van boodschappen heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres hiervoor gebruik kan maken van de boodschappenservice en dat eiseres voor het doen van onverwachte boodschappen gebruik kan maken van de leaseauto of bezoek kan vragen boodschappen mee te nemen. Dat eiseres bij Picnic, waar zij haar boodschappen bestelt, tot een bepaalde waarde aan boodschappen moet bestellen, voordat er aan huis geleverd wordt, betekent niet dat het voor haar niet mogelijk is om hier gebruik van te maken. Zij kan er ook voor kiezen om dan in één keer meer te bestellen. Bovendien heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat haar partner niet in staat is om – waar nodig – hierin een rol te spelen.
5. De rechtbank begrijpt dat eiseres vanwege haar beperkingen niet kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, zoals mensen zonder beperkingen dat wel kunnen en dat zij daarvan hinder ondervindt en dit als zwaar ervaart. In deze zaak moet echter beoordeeld worden of eiseres ook zonder de Connect Carrier voldoende wordt gecompenseerd in haar beperkingen bij haar zelfredzaamheid of participatie. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Van strijd met het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap [6] of soortgelijke regelgeving is dan ook geen sprake.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht de aanvraag van eiseres om een Connect Carrier heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. N. ter Horst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Artikel 1.1.1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
(...)

hulpmiddel:roerende zaak die bedoeld is om beperkingen in de zelfredzaamheid of de participatie te verminderen of weg te nemen;
(...)
Artikel 2.3.2
1. Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.
(...)
4. Het college onderzoekt:
de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
e behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a, verschuldigd zal zijn.
(...)
Artikel 2.3.5
(...)
3. Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Arnhem 2019
Artikel 2.2 Begrenzing van het recht op een maatwerkvoorziening
1. Er bestaat geen recht op een maatwerkvoorziening of een pgb voor het inkopen van een dergelijke voorziening, indien:
(...)
c. op grond van enige andere wettelijke of niet-wettelijke regeling aanspraak op de voorziening bestaat;
(...)
3. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
Artikel 3.3.1 Voorwaarden
Een inwoner kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor vervoer indien:
a. als gevolg van aantoonbare beperkingen in zijn situatie gebruik van het openbaar vervoer niet mogelijk is en;
b. de onmogelijkheid om zelfstandig gebruik te maken van het openbaar vervoer ook met een hierop gerichte training niet op te lossen is en;
c. hij niet met beschikbare hulp van personen uit zijn sociale netwerk of vrijwilligers kan reizen of op een andere manier kan worden begeleid en;
d. in zijn vervoersbehoefte niet voorzien kan worden door gebruikmaking van een in het huishouden beschikbare auto.
Artikel 3.3.2 Collectief vraagafhankelijk vervoer
1. Indien een inwoner ingevolge artikel 3.3.1 is geïndiceerd voor een maatwerkvoorziening voor vervoer, bestaat de voorziening in beginsel uit een kortingspas voor de regiotaxi. De regiotaxi levert collectief deur tot deur vervoer.
2. Indien een inwoner aantoonbare beperkingen heeft die het onmogelijk maken om gebruik te maken van de reguliere regiotaxi als bedoeld in het eerste lid, kan een extra indicatie voor kamer-tot-kamervervoer of individueel vervoer via taxi of rolstoeltaxi worden toegewezen.
3. Voor het reizen met de regiotaxi is een ritbijdrage verschuldigd als bedoeld in artikel 2.5, zesde lid.
4. Een inwoner die naar het oordeel van het college op medische gronden is aangewezen op begeleiding, kan gratis een begeleider laten meereizen.
Artikel 3.3.3 Individuele maatwerkvoorziening voor vervoer
Een inwoner die ingevolge artikel 3.3.1. is geindiceerd voor een maatwerkvoorziening voor vervoer en voor wie een voorziening als bedoeld in artikel 3.3.2 geen passende voorziening is, kan in aanmerking komen voor een op de persoon toegesneden oplossing voor zijn vervoersprobleem.
Beleidsregels Wmo gemeente Arnhem 2020
Hoofdstuk 2 Algemeen afwegingskader
(...)
4. Aanvaardbaar niveau
Het streven is om de inwoner op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen dat bij zijn situatie past. Daarbij zijn van belang de situatie van de inwoner voordat hij getroffen werd door zijn beperkingen, alsmede de situatie van personen in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie die geen beperkingen hebben.
Aanvaardbaar wil aan de andere kant zeggen, dat de inwoner zich er soms bij neer moet leggen dat er belemmeringen blijven, of dat hij zich enige beperkingen zal moeten getroosten. De ondersteuning beperkt zich in die zin tot wat noodzakelijk is in het licht van zelfredzaamheid en participatie, en breidt zich niet uit tot wat de inwoner noodzakelijk vindt in het kader van smaak. Het betekent ook niet per definitie dat hij alle hobby’s moet kunnen uitoefenen die hij voorheen uitoefende.
(...)
9. Goedkoopst adequate voorziening
Indien een voorziening moet worden ingezet, wordt gekeken naar de inzet van algemene voorzieningen. Zijn deze niet aanwezig of bieden ze geen of onvoldoende oplossing, dan kan (aanvullend daarop) een maatwerkvoorziening worden ingezet.
Bij een maatwerkvoorziening wordt gekozen voor de goedkoopst adequate voorziening. Er zijn vaak meerdere geschikte oplossingen, maar er wordt gekozen voor de oplossing die naar objectieve maatstaven de goedkoopste is. Indien de inwoner een duurdere voorziening wil (die eveneens adequaat is) komen de meerkosten voor rekening van de inwoner.

Bijlage 8: Richtlijn Vervoersvoorzieningen

Omschrijving:

Het zich kunnen verplaatsen is van belang bij zelfstandige maatschappelijke participatie. Vandaar dat [plaats 1] ook bijdraagt aan een openbaar vervoer in de regio welke in principe rolstoel- en rollatortoegankelijk is voor mensen met een fysieke beperking: gemeente Arnhem heeft geïnvesteerd in het toegankelijk maken van bushaltes en bussen, zodat deze voor een zo groot mogelijk publiek bereikbaar zijn. Daardoor wordt verwacht dat het grootste deel van de inwoners in staat is om gebruik te maken van het openbaar vervoer, ook wanneer iemand rolstoelafhankelijk is. Het openbaar vervoer geldt als algemene voorziening dan ook expliciet als voorliggend op een aanspraak op vervoersvoorzieningen op grond van de Wmo 2015. Dat is ook wenselijk omdat het openbaar vervoer mensen een relatief grote vorm van verplaatsingsvrijheid biedt. Indien gebruik maken van het reguliere openbaar vervoer door beperkingen niet mogelijk is, dan kan de inwoner mogelijk in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening op grond van de Wmo 2015.

Doel:

Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer c.q. sociale verbanden aangaan, brengt met zich mee dat men zich met een vervoermiddel in de directe leefomgeving moet kunnen verplaatsen. Wanneer een cliënt een probleem ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie in relatie tot het vervoer kan daarvoor gezocht worden naar een oplossing. Er wordt onderzocht in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien, hulp kan inschakelen van het eigen netwerk of gebruik kan maken van een algemene voorziening. In het gesprek met de inwoner zal overlegd worden voor welke verplaatsingen op welke afstanden de beperkingen ondervonden worden en hoe deze het beste zijn op te lossen. De verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag.

Afwegingskader

Aanvullend op het algemene afwegingskader in hoofdstuk 1 van de Beleidsregels spelen specifiek voor vervoersvoorzieningen nog andere afwegingen een rol.
• Langdurige noodzaak
Dit element uit het algemene afwegingskader kan voor vervoersvoorzieningen als volgt verder uitgewerkt worden: de persoon met beperkingen moet de voorziening niet slechts tijdelijk nodig hebben, maar voor langere tijd. De grens van wat langdurig noodzakelijk is wordt bepaald door de vraag: gaat de beperking over of is het blijvend. Als iemand een probleem heeft dat acht of tien maanden zal duren maar daarna over zal zijn, mag er van worden uitgegaan dat geen sprake is van langdurige noodzaak.
Dat geldt overigens niet bij een aanvrager die terminaal ziek is. Als de levensverwachting bijvoorbeeld vier maanden is, is duidelijk dat het probleem voor betrokkene blijvend is. Er wordt dan uitgegaan van langdurige noodzaak.
• Structurele vervoersbehoefte
Om voor een vervoersvoorziening in aanmerking te komen moet naast langdurige noodzaak sprake zijn van een structurele vervoersbehoefte. Onder een structurele vervoersbehoefte wordt verstaan dat de inwoner meerdere malen per maand (in ieder geval meer dan 12 keer per jaar) een vervoersprobleem ervaart als bedoeld in art.3.3.1 van de verordening.
• Productspecifieke afwegingen
De specifieke afwegingen staan per product vermeld onder productsoorten.
In de volgende gevallen wordt geen vervoersvoorziening verstrekt:
• Als het gaat om woon-werkverkeer
De vervoersvoorziening is niet bedoeld om te reizen naar bijvoorbeeld een sociale werkplaats of verplaatsingen in het kader van een betaalde baan Het woon-werkverkeer valt niet onder de Wmo 2015, daarvoor blijven werkgever en werknemer gezamenlijk verantwoordelijk (aanvraag via UWV).
• Als het gaat om zittend ziekenvervoer
De vervoersvoorziening is niet bedoeld voor reizen naar medische behandelingen waarvoor vervoer via de Zvw mogelijk is.
• Dubbele of overlappende voorzieningen
In principe worden er niet meerdere vervoersvoorzieningen en/of rolstoelvoorzieningen gecombineerd verstrekt. Zo is een combinatie van scootmobiel en elektrische rolstoel niet mogelijk. Uitzondering hierop zou enkel de Avan-pas kunnen zijn; deze kan, indien de individuele vervoersbehoefte daartoe noodzaakt, worden gecombineerd met een hulpmiddel voor vervoer
• Bovenregionaal vervoer (Valys)
Alle bovenregionale vervoersdoelen (meer dan 25 kilometer) vallen buiten de reikwijdte van de Wmo 2015. Daarvoor wordt door het Ministerie van VWS Valys beschikbaar gesteld. Valys is een vervoerssysteem voor bovenregionaal vervoer en valt buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente.
• Boodschappen doen
Voor enkel het doen van boodschappen wordt geen vervoersvoorziening ingezet, hiervoor wordt verwezen naar boodschappenservices die o.a. vanuit verschillende supermarkten worden aangeboden of (indien van toepassing) de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning.

Uitgangspunten

• De bijdrage van de gemeente beperkt zich tot het verplaatsen per vervoermiddel in de eigen woon- en leefomgeving. Het gaat om lokaal verplaatsen, dat wil zeggen verplaatsingen in een straal van 25 kilometer rond de woning.
• Bij de vaststelling van het meest geschikte vervoermiddel wordt rekening gehouden met de persoonskenmerken en vervoersbehoefte van de inwoner.
• Er wordt geen onbeperkte kosteloze vervoermogelijkheid aangeboden. Immers ook een persoon zonder beperkingen moet voor vervoer kosten maken. Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere situatie op vervoersgebied dan daarvoor (men heeft bijvoorbeeld al een auto en is gewend daarmee in de vervoersbehoefte te voorzien) is er geen noodzaak tot het bieden van een oplossing.
Als eerste wordt gekeken of een inwoner beperkingen heeft bij het buitenshuis verplaatsen die opgelost kunnen worden door zelfstandig gebruik te maken van het openbaar vervoer, al dan niet met een daarop gerichte training (o.a. De Reiskoffer). En of hij/zij met beschikbare hulp van personen uit zijn sociale netwerk en/of van vrijwilligers kan reizen. Tot slot wordt ook gekeken of hij/zij niet in zijn vervoersbehoefte kan voorzien door gebruikmaking van een in het huishouden beschikbare auto en/of voorliggende voorzieningen zoals bijvoorbeeld Automaatje of de Zonnebloemauto.
Als al deze opties niet mogelijk zijn kan de inwoner mogelijk in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening.

Productsoorten

I Collectief vraagafhankelijk vervoer (Wmo)

Voor sociaal recreatief vervoer kennen we het collectief vraagafhankelijk vervoer (Avan). Op deze voorziening geldt het primaat, dat wil zeggen dat alleen wanneer door het wijkteam, zo nodig op basis van medisch advies, is vastgesteld dat deze voorziening om medische of sociale redenen ongeschikt is, een andere vervoersvoorziening mogelijk is.
Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (regiotaxi) in Avan kennen we een Wmo-vervoerspas. Met de pas kan de inwoner tegen gereduceerd tarief reizen met de regiotaxi van Avan. Aan de hand van de vervoersbehoefte wordt bepaald hoeveel kilometer de inwoner op jaarbasis tegen gereduceerd tarief gebruik kan maken van Avan.
Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer via Avan gelden de volgende kaders:
1. Het vraagafhankelijk vervoer is van deur tot deur. De chauffeur helpt bij het in- en uitstappen en begeleidt, indien nodig en mogelijk, tot aan de deur.
2. De deur als bedoeld in 1 is bij bijvoorbeeld een flat, appartementencomplex of verzorgingshuis de centrale toegangsdeur.
3. De minimale afstand waarover een inwoner vervoerd kan worden is 500 meter voor een enkele rit.
4. In Avan mogen hulpmiddelen zoals rolstoel, rollator en scootmobiel worden meegenomen. Het is echter niet mogelijk om de scootmobiel mee te nemen als de enkele reis 5 km of korter is.
5. Indien een inwoner herhaaldelijk zonder afzegging geen gebruik maakt van ritten die hij heeft aangevraagd (zgn. loosmeldingen) kan (al dan niet tijdelijk) zijn Wmo-vervoerspas geblokkeerd worden, waardoor gebruik van Avan niet meer mogelijk is.
6. Als er sprake is van structurele begeleiding voor en na de rit en dezelfde begeleider de inwoner ook tijdens de rit begeleidt, dan dient onderzocht te worden of het niet mogelijk is om gebruik te maken van het OV als voorliggende voorziening.
Voor het aantal kilometers dat tegen gereduceerd tarief gereisd kan worden met het vraagafhankelijk vervoer geldt:
• Maximaal 1500 kilometer per jaar, aangezien dit voldoende is voor de stadse omgeving;
• Maximaal 750 kilometer per jaar voor inwoners die naast de Wmo-vervoerspas tevens een andere op grond van de Wmo verstrekte vervoersvoorziening hebben, bijvoorbeeld een scootmobiel.
Bijzondere indicaties:
Deze extra indicaties kunnen worden toegekend indien de aanvrager al is geïndiceerd voor collectief vervoer.
• Kamer tot Kamer en individueel vervoer
Voor de extra indicaties kamer-tot-kamer vervoer en individueel vervoer (voorheen Zorgtaxi) kan men in aanmerking komen mits er sprake is van een medische verklaring afgegeven door een medisch specialist waarin is geformuleerd waarom de indicatie noodzakelijk is.
• Collectief aanvullend vervoer per rolstoeltaxibus
Indien inwoner een rolstoel moet meenemen die niet opvouwbaar is, dan wel gezeten in de rolstoel vervoerd moet worden, komt de rolstoeltaxibus aan de orde. De rolstoel moet voldoen aan de daarvoor gestelde eisen van zittend rolstoel vervoer.
• Collectief aanvullend vervoer per personenauto
Indien het vervoer per taxibus om medische redenen niet mogelijk is, kan als oplossing voor vervoersproblemen gekozen worden voor vervoer per personenauto.
• Voorinzitgarantie
Bij vervoer met Avan bestaat de mogelijkheid van de voorinzitgarantie. Dit is de aanduiding voor de omstandigheid dat betrokkene te allen tijde voorin de taxi, d.w.z. naast de bestuurder, kan zitten tijdens de rit. Deze voorinzitgarantie wordt bijvoorbeeld gegeven als er problemen zijn met de beschikbare beenruimte achterin.
• Medisch begeleider
Indien het tijdens de rit (medisch) noodzakelijk is dat er een begeleider aanwezig is kan er een indicatie medisch begeleider worden afgegeven. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om het uitvoeren van medisch noodzakelijke handelingen tijdens de rit of zeer ernstig gedragsmatige redenen. Voor de begeleider wordt geen ritbijdrage gevraagd. Voor deze extra indicatie kan men in aanmerking komen mits er sprake is van een medische verklaring afgegeven door een medisch specialist waarin is geformuleerd waarom de indicatie noodzakelijk is.
In het collectief vervoer kennen we geen bijzondere indicatie voor een sociaal begeleider.
Van bijzondere indicaties wordt terughoudend gebruik gemaakt. Voor alle bijzondere indicaties geldt dat ze vermeld worden in de toekenningsbeschikking.
Mocht na toewijzing van de voorziening vraagafhankelijk vervoer uit gegevens van Avan blijken dat de inwoner minimaal 1 jaar geen of incidenteel gebruik maakt van Avan, kan het college de voorziening stop zetten. Als de inwoner daarna alsnog gebruik wenst te maken van de voorziening dient er opnieuw een keukentafelgesprek met de inwoner gevoerd te worden om de noodzaak van de voorziening vast te stellen.
(...)

III Individuele maatwerk vervoervoorzieningen

Deze voorzieningen worden in bruikleen verstrekt aan de inwoner.
(...)

Bijlage 9: Richtlijn Rolstoelvoorziening

Omschrijving:

In het kader van de Wmo kunnen voor verplaatsingen binnen- en buitenshuis rolstoelen worden verstrekt. Voor dergelijke verplaatsingen zijn er twee soorten rolstoelen: de handbewogen rolstoel en de elektrische rolstoel. Deze voorzieningen worden in bruikleen verstrekt aan de inwoner.
(...)

Afwegingskader

Aanvullend op het algemene afwegingskader in hoofdstuk 1 van de Beleidsregels spelen specifiek voor rolstoelvoorzieningen nog andere afwegingen een rol.
(...)
 Dubbele of overlappende toewijzingen
In principe worden er niet meerdere vervoersvoorzieningen en/of rolstoelvoorzieningen gecombineerd verstrekt. Zo is een combinatie van elektrische rolstoel en scootmobiel niet mogelijk. Uitzondering hierop zou enkel de Avan-pas kunnen zijn; deze kan, indien de individuele vervoersbehoefte daartoe noodzaakt, worden gecombineerd met een rolstoelvoorziening.
(...)

III Aanpassingen aan rolstoelen

Met aanpassingen wordt bedoeld: extra onderdelen die niet standaard op een rolstoel zitten, maar wel noodzakelijk zijn voor de cliënt. De noodzaak voor de aanpassingen moet medisch aangetoond zijn.
Accessoires moet worden onderscheiden van aanpassingen. Accesoires zijn doorgaans niet noodzakelijk, maar wenselijk en worden daarom niet vergoed.

Voetnoten

1.Dit is een aan de rolstoel elektrische koppelbare bakfiets voor het vervoer van kinderen, een huisdier en/of de boodschappen.
2.UWV = Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
4.Rechtsoverweging 4.4.2.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 18 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1402.
6.Ook wel: het VN-verdrag Handicap.