Uitspraak
[handelsnaam],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
alsmede [gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
Rechtbank Gelderland
Eiser en gedaagde sloten een overeenkomst voor de installatie van diverse installaties in een nieuwbouwwoning, met een totale aanneemsom van €73.500. Gedaagde had in een offerte een overheidssubsidie van €7.742 vermeld, maar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wees later de subsidieaanvraag af.
Eiser vorderde betaling van dit subsidiebedrag op grond van dwaling met nadeelscompensatie en wanprestatie, alsmede herstel van gebreken. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij juiste informatie een voordeligere overeenkomst had gesloten, waardoor nadeelscompensatie faalde. Ook was geen sprake van wanprestatie omdat geen garantie was gegeven en schade onvoldoende onderbouwd was.
De herstelvordering werd afgewezen omdat het ene gebrek reeds was hersteld en het andere onvoldoende was toegelicht en betwist werd door gedaagde. In reconventie vorderde gedaagde betaling van een openstaand bedrag, waarvan €2.846,93 werd toegewezen met wettelijke rente. Het overige meerwerkbedrag van €994,97 werd afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid.
De kantonrechter wees de vorderingen van eiser af en veroordeelde hem tot betaling van het toegewezen bedrag aan gedaagde, met proceskostenveroordeling ten laste van eiser.
Uitkomst: Vorderingen eiser afgewezen; eiser moet €2.846,93 plus rente aan gedaagde betalen.