ECLI:NL:RBGEL:2026:4157
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij intrekking ziekengeld
Verzoeker, werkzaam als onderwijsondersteuner via een uitzendbureau, meldde zich ziek en ontving aanvankelijk ziekengeld van het UWV. Na het niet verschijnen bij een medisch spreekuur schortte het UWV de betaling op en trok het het recht op ziekengeld per 21 januari 2026 in. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de betaling te hervatten.
De voorzieningenrechter overwoog dat bij financiële geschillen spoedeisend belang niet snel wordt aangenomen, tenzij sprake is van acute financiële nood of onomkeerbare situaties. Verzoeker stelde dat hij in acute financiële nood verkeerde, maar kon dit niet met concrete gegevens onderbouwen, ondanks verzoeken daartoe.
Het UWV betwistte het spoedeisend belang en wees erop dat verzoeker nog bij zijn ouders woont en dat het recht op ziekengeld opnieuw kan worden beoordeeld als hij meewerkt aan een spreekuur. Verzoeker weigerde echter mee te werken aan het spreekuur, waardoor hij de situatie zelf in stand hield.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.