ECLI:NL:RBGEL:2026:416

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
11772583
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 BWArt. 7:1 BWArt. 7:750 BWArt. 3.21 Bouwbesluit
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens lekkage dakkapel na zes jaar

De zaak betreft een geschil over lekkage aan een dakkapel die zes jaar na montage is geconstateerd. Eiser vordert schadevergoeding van Combi Dakkapel wegens vermeende tekortkomingen in de levering en montage.

De rechtbank stelt vast dat eiser geen contractspartij is, maar rechten heeft overgenomen van de oorspronkelijke koper. De kern van het geschil is of Combi Dakkapel tekort is geschoten. Uit de rapportage van een deskundige blijkt lekkage bij ramen en de aansluiting van het platte dak op het hellende dak, maar de oorzaak van de lekkage is onvoldoende onderbouwd als een tekortkoming van Combi Dakkapel.

De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de lekkage het gevolg is van ondeugdelijke levering of montage. De garantie op het hang- en sluitwerk was verlopen en de toegepaste richtlijn voor dakbedekking was niet van toepassing. De vordering tot schadevergoeding wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens lekkage dakkapel wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing tekortkoming.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 11772583 \ CV EXPL 25-1846
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: J.A.M. Drinkenburg,
tegen
COMBI DAKKAPEL B.V.,
te Doetinchem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Combi Dakkapel,
gemachtigde: mr. A.J. Meijer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 juli 2025,
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door Combi Dakkapel overgelegde aanvullende producties,
- de mondelinge behandeling van 21 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 23 december 2016 heeft Combi Dakkapel aan [naam 1] (hierna: [naam 1] ) een offerte uitgebracht voor het leveren en monteren van een dakkapel ten behoeve van de toenmalige woning van [naam 1] gelegen aan [adres] te [plaats] (hierna: de woning). In de offerte is, voor zover thans relevant, het volgende vermeld:
“(…)
Garantie :(…)
2 jaar : hang –en sluitwerk
(…)”
2.2.
Nadat [naam 1] akkoord is gegaan met de offerte, heeft Combi Dakkapel de dakkapel geleverd en gemonteerd.
2.3.
In 2018 heeft [naam 1] de woning aan [eiser] en wijlen haar echtgenoot [naam 2] (hierna: [naam 2] ) verkocht en geleverd.
2.4.
Op 8 november 2022 heeft [naam 2] aan Combi Dakkapel gemeld dat sprake is van een lekkage aan de twee kiepramen van de dakkapel.
2.5.
Bij e-mail van 4 juli 2023 heeft [naam 2] aan Combi Dakkapel bericht:
“Wellicht is het u niet ontgaan dat er gister d.d. 3 juli jl. een aantal buien over het land heen zijn getrokken. Toen ik gisteravond boven in mijn woning kwam ben ik dan ook erg geschrokken van de verschillende lekkages aan de dakkapel. Gemakshalve verwijs ik naar de verschillende foto’s toegevoegd in de bijlage waarop te zien is dat het water via de twee kipramen binnen stroomt alsmede ook tussen de glaslatten van het vaste raam. Verder stroomt het water tevens via het plafond van de dakkapel de kamer binnen.
(…)”
2.6.
Op 27 juni 2024 heeft TOP Expertise BV (hierna: TOP) de door [eiser] gemelde lekkages aan de dakkapel onderzocht. In de daarvan opgestelde rapportage d.d. 29 augustus 2024 is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
Geconstateerde gebreken:
1. Kieren en naden bij de sluitnaden draaikiepramen.
De sluitnaden bij de zij- en tussenstijlen zijn niet waterdicht. Hierdoor vindt waterinfiltratie bij de kieren en naden plaats (…) De aansluitingen bij de sluitnaden voldoen niet aan de eisen van waterdichtheid, zoals beschreven in het Bouwbesluit artikel 3.21. (…)
2. Lekkage bij de aansluiting tussen het hellend en platte dak.
Bij de aansluiting tussen het platte dak van de dakkapel en het hellend dak van de woning dringt lekwater door het plafond (…)
(…)
Het dak van de dakkapel is met een EPDM dakbedekking afgedicht. Om te kunnen onderbouwen of er sprake is van een gebrek, hebben wij aansluiting gezocht bij artikel 3.21 van het Bouwbesluit “Wering van vocht van buiten”, NEN-normen en verwijzingen en de VEBIDAK Vakrichtlijn. Laatstgenoemde bevat gebruikelijke normen, waarmee invulling wordt gegeven aan (de normen van) het Bouwbesluit. (…)
Indien dakbedekkingconstructies worden ontworpen zoals in de delen A, B, en D van de Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen staat beschreven en worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen in deel C en E van deze Vakrichtlijn dan kunnen prestaties worden bereikt als aangegeven in het Bouwbesluit 2012.
Op blad 73 van de VEBIDAK-vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen deel C (Uitgave 2018) onder de punten a t/m f, wordt aangegeven op welke wijze de aansluiting gerealiseerd moet worden. De randstroken tegen het hellend dakbeschot zijnnietovereenkomstig de daar vermelde detailtekening en onderstaande beschrijving uitgevoerd. Daarom is er sprake van een gebrek.
(…)
Omdat de aansluiting van het platte dak op het schuine dak niet waterkerend is uitgevoerd volgens de detailtekening “Code OS 10 M” op blz. 73 uit de VEBIDAK vakrichtlijn, lekt er water door het plafond van de slaapkamer. Dit is door ons tijdens het bewateren van het dak vastgesteld.
(…)
De aansluiting van het platte dak op het schuine dak is niet waterdicht en voldoet niet aan artikel 3.21 van het Bouwbesluit en is daarom als een gebrek te beschouwen.
(…)”
2.7.
Bij brief van 14 november 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] de verplichting van Combi Dakkapel tot nakoming van de overeenkomst omgezet in een verplichting tot vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.8.
Bij brief van 30 augustus 2025 heeft TOP gereageerd op de opmerkingen die Combi Dakkapel heeft gemaakt over de rapportage van 29 augustus 2024. Daarin is onder meer het volgende vermeld:
“(…) Het feit dat de lekkage ook bij de aansluiting tussen het raam en kozijn de slaapkamer binnendringt kan er op wijzen dat het hang en sluitmechanisme niet optimaal werkt. (…)”

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Combi Dakkapel zal veroordelen tot betaling van een bedrag van in totaal € 13.855,47 (€ 12.774,13 + € 1.081,34), vermeerderd met wettelijke rente en Combi Dakkapel zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met wettelijk rente.
3.2.
Combi Dakkapel voert verweer concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vooropgesteld wordt dat [eiser] geen contractspartij is van Combi Dakkapel. [eiser] heeft gesteld dat zij alle rechten en aanspraken van [naam 1] heeft overgenomen. Combi Dakkapel heeft die stelling niet betwist. Daarmee staat vast dat eventuele vorderingen van [naam 1] jegens Combi Dakkapel zijn overgegaan op [eiser] .
4.2.
Tussen [naam 1] en Combi Dakkapel is een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan Combi Dakkapel (onderdelen van) een dakkapel aan [naam 1] heeft geleverd en een dakkapel heeft gemonteerd voor een door [naam 1] betaalde aanneemsom. Daarmee is sprake van zowel een koopovereenkomst (artikel 7:1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)) als van een overeenkomst van aanneming van werk (artikel 7:750 BW Pro).
4.3.
Kern van het geschil is de vraag of Combi Dakkapel is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst die zij met [naam 1] heeft gesloten en zo ja, of Combi Dakkapel de door [eiser] gevorderde vervangende schadevergoeding ter hoogte van € 12.774,13 is verschuldigd.
4.4.
[eiser] stelt dat de dakkapel diverse lekkages heeft. Volgens [eiser] is sprake van een lekkage bij zowel a) de ramen van de dakkapel als b) de aansluiting tussen het hellende dak van de woning en het platte dak van de dakkapel. Deze gestelde lekkages zullen hierna afzonderlijk aan de orde komen.
a) lekkage ramen/kozijnen
4.4.1.
Niet in geschil is dat ter plaatse van de twee draaikiepramen van de dakkapel sinds november 2022 water naar binnen lekt. [eiser] stelt, althans zo worden haar stellingen begrepen, dat deze lekkage is ontstaan omdat Combi Dakkapel de dakkapel ondeugdelijk heeft geplaatst, dan wel omdat zij ondeugdelijke ramen/kozijnen heeft geleverd. Gelet op de gemotiveerde betwisting hiervan door Combi Dakkapel, had het op de weg van [eiser] gelegen om deze stelling met concrete feiten en omstandigheden of stukken te onderbouwen. [eiser] heeft dat onvoldoende gedaan. Zij heeft enkel verwezen naar de rapportage van 29 augustus 2024 van TOP (zie hiervoor 2.6.). Deze rapportage kan echter niet dienen als onderbouwing van de stelling dat Combi Dakkapel haar werkzaamheden ondeugdelijk heeft verricht, dan wel dat zij ondeugdelijke ramen/kozijnen heeft geleverd. In de rapportage van TOP is weliswaar vermeld dat de sluitnaden bij de zij- en tussenstijlen niet waterdicht zijn en dat daardoor waterinfiltratie bij de kieren en naden plaatsvindt maar de oorzaak van dit gebrek blijft in de rapportage in het midden. Uit het enkele feit dat de sluitnaden bij de zij- en tussenstijlen bijna zes jaar na plaatsing van de dakkapel niet meer waterdicht zijn, kan niet zonder meer worden afgeleid dat Combi Dakkapel gebrekkige ramen/kozijnen heeft geleverd of haar werkzaamheden ondeugdelijk heeft verricht. Aan dit gebrek kunnen, zoals Combi Dakkapel terecht heeft aangevoerd, ook oorzaken ten grondslag liggen die na de levering en montage van de dakkapel zijn ontstaan. De brief van TOP van 30 augustus 2025 (zie hiervoor 2.8.) wijst ook in die richting. Hierin geeft zij aan dat de lekkage bij de aansluiting tussen het raam en het kozijn erop kan wijzen dat het hang- en sluitmechanisme niet optimaal werkt. Niet gesteld of gebleken is dat het hang- en sluitwerk gebrekkig was bij oplevering van de dakkapel. Voorts is de garantie op het hang- en sluitwerk al vier jaar voor het zichtbaar worden van de lekkage verlopen (zie hiervoor 2.1.). [eiser] heeft aan de gestelde tekortkoming in de nakoming aan de zijde van Combi Dakkapel geen andere stukken ten grondslag gelegd. De conclusie is dan ook dat [eiser] haar stellingen op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. Niet gebleken is derhalve dat Combi Dakkapel ondeugdelijke ramen/kozijnen heeft geleverd of dat zij haar werkzaamheden op dit punt ondeugdelijk heeft verricht.
4.4.2.
[eiser] stelt verder dat tevens sprake is van een lekkage aan het vaste raam en dat Combi Dakkapel hiervoor verantwoordelijk is. [eiser] heeft deze stelling, hoewel dit op haar weg had gelegen, niet onderbouwd. In de rapportage van TOP wordt de lekkage aan het vaste raam niet genoemd en daaruit blijkt evenmin dat voor zover al sprake is van een gebrek aan het vaste raam, de lekkage wordt veroorzaakt omdat de kozijnen/ramen ondeugdelijk zijn of omdat Combi Dakkapel haar werkzaamheden ondeugdelijk heeft verricht. Van een gebrek aan het vaste raam dat is veroorzaakt door een ondeugdelijk geleverd product of ondeugdelijk uitgevoerde werkzaamheden is dan ook niet gebleken.
b) lekkage bovenzijde dakkapel
4.4.3.
Tussen partijen staat vast dat op 3 juli 2023 aan de bovenzijde van de dakkapel ter plaatse van de aansluiting tussen het hellend dak van de woning en het platte dak van de dakkapel regenwater naar beneden is gelekt. Partijen verschillen van mening over de vraag of deze lekkage is ontstaan omdat Combi Dakkapel de dakkapel ondeugdelijk heeft gemonteerd. Combi Dakkapel heeft dit betwist. Zij heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van een eenmalige lekkage die is veroorzaakt door hevige regenval tijdens een storm.
4.4.4.
Waar het [eiser] is die stelt dat de lekkage aan de bovenzijde van de dakkapel is ontstaan omdat Combi Dakkapel de dakkapel ondeugdelijk heeft gemonteerd, ligt het, gelet op de gemotiveerde betwisting van die stelling door Combi Dakkapel, op de weg van [eiser] om deze stelling te onderbouwen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft zij dat onvoldoende gedaan. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.4.5.
[eiser] heeft ter onderbouwing van haar stellingen verwezen naar de rapportage van TOP. Daarin heeft TOP, kort gezegd, vermeld dat sprake is van een gebrek omdat Combi Dakkapel de randstroken tegen het hellend dakbeschot niet overeenkomstig de in de
VEBIDAK-vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen deel C(uitgave 2018) heeft gemonteerd.
4.4.6.
Combi Dakkapel heeft de juistheid van voormelde bevinding van TOP betwist. Zij heeft daartoe aangevoerd dat TOP bij haar beoordeling de verkeerde richtlijn heeft toegepast. In dit geval is sprake van een EPDM-dakbedekking en op dit soort dakbedekkingen is de
VEBIDAK-vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen deel Cniet van toepassing. De verwerkingsinstructies genoemd in de richtlijn zijn van toepassing op bitumen dakbedekkingen en daarvan is in dit geval geen sprake. Dit betekent dat de flap die onder de dakpannen is bevestigd, maximaal 25 centimeter lang mag zijn en dus niet tot maximaal de schoorsteen van het dak moet komen zoals TOP meent, aldus Combi Dakkapel.
4.4.7.
[eiser] heeft tegenover de betwisting van de toepasbaarheid van voormelde richtlijn niets ingebracht. Gelet hierop kan geen waarde worden gehecht aan de bevinding van TOP dat sprake is van een gebrek aangezien deze bevinding is gebaseerd op de stelling dat Combi Dakkapel de dakkapel niet heeft gemonteerd overeenkomstig voormelde richtlijn. [eiser] heeft voor het overige ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat Combi Dakkapel de dakkapel ondeugdelijk heeft gemonteerd. Evenmin heeft zij foto’s overgelegd waaruit blijkt dat ook na 3 juli 2023 regenwater vanaf de bovenzijde van de dakkapel naar beneden lekt. Niet gebleken is dan ook dat sprake is van een gebrek aan de dakkapel dat is veroorzaakt door een ondeugdelijke montage.
4.5.
De slotsom is dat niet is vast komen te staan dat Combi Dakkapel is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Omdat [eiser] haar stellingen op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd, wordt aan bewijslevering niet toegekomen. Voor toewijzing van de gevorderde vervangende schadevergoeding bestaat dan ook geen grondslag. De vordering van [eiser] zal derhalve worden afgewezen.
4.6.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Combi Dakkapel worden vastgesteld en begroot op:
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
947,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
lt