ECLI:NL:RBGEL:2026:4179
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding aanslag inkomstenbelasting 2017 wegens ernstig verwijtbaar handelen
Belanghebbende, een toeslagenouder gedupeerd door de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht om kwijtschelding van een openstaande aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2017, inclusief een vergrijpboete en belastingrente. De aanslag was ambtshalve opgelegd vanwege het niet indienen van aangifte en betrof een geschatte winst uit onderneming en belastbaar inkomen.
De ontvanger van de Belastingdienst wees het verzoek om kwijtschelding af, waarna belanghebbende bezwaar maakte. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de vergrijpboete terecht was opgelegd vanwege stelselmatig niet indienen van aangiften sinds 2003, wat kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen in de zin van artikel 26a, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990.
De rechtbank stelde dat het ontbreken van financiële middelen voor een boekhouder geen vrijstelling biedt van de eigen verantwoordelijkheid om aangifte te doen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de aanslag inclusief boete en rente blijft onverminderd van kracht, en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van kwijtschelding van de aanslag IB/PVV 2017 met vergrijpboete wordt ongegrond verklaard.