ECLI:NL:RBGEL:2026:4194
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afwijzing bezwaar BPM-heffing wegens vermeende schending Unierecht
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte van belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor een Mercedes-Benz A-Klasse Diesel, waarbij hij de historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde heeft opgegeven. De inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat het taxatierapport niet deugdelijk is en dat belanghebbende niet aan zijn bewijslast heeft voldaan.
De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2026 behandeld, waarbij belanghebbende niet is verschenen ondanks tijdige en juiste uitnodiging. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar terecht ongegrond heeft verklaard, omdat belanghebbende geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd die de uitspraak op bezwaar onderbouwen.
Belanghebbende stelde dat de BPM-heffing in strijd is met het Unierecht, maar heeft dit niet concreet toegelicht of aannemelijk gemaakt. De rechtbank benadrukt dat zij niet ambtshalve hoeft te toetsen op schending van het Unierecht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding of teruggaaf van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het bezwaar tegen BPM-heffing wordt ongegrond verklaard.