ECLI:NL:RBGEL:2026:4194

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
AWB 23/7675
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen afwijzing bezwaar BPM-heffing wegens vermeende schending Unierecht

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte van belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor een Mercedes-Benz A-Klasse Diesel, waarbij hij de historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde heeft opgegeven. De inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat het taxatierapport niet deugdelijk is en dat belanghebbende niet aan zijn bewijslast heeft voldaan.

De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2026 behandeld, waarbij belanghebbende niet is verschenen ondanks tijdige en juiste uitnodiging. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur het bezwaar terecht ongegrond heeft verklaard, omdat belanghebbende geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd die de uitspraak op bezwaar onderbouwen.

Belanghebbende stelde dat de BPM-heffing in strijd is met het Unierecht, maar heeft dit niet concreet toegelicht of aannemelijk gemaakt. De rechtbank benadrukt dat zij niet ambtshalve hoeft te toetsen op schending van het Unierecht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding of teruggaaf van griffierecht.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het bezwaar tegen BPM-heffing wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 23/7675

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 27 mei 2026

in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Doetinchem, de inspecteur.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 13 oktober 2023.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte van belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) met aangiftenummer [aangiftenummer].
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens de inspecteur deelgenomen, [persoon A] en [persoon B].
Belanghebbende is door de griffier zowel bij aangetekende brief, verzonden op 8 april 2026, als bij gewone brief, verzonden op 29 april 2026, aan het adres [adres] te [plaats], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De aangetekende brief is retour ontvangen door de rechtbank op 29 april 2026. Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu de brieven zijn verstuurd aan het adres van belanghebbende zoals dat geregistreerd staat in de basisregistratie personen, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig, en op het juiste adres is aangeboden.

Feiten

1. Belanghebbende heeft op 3 januari 2023 aangifte BPM gedaan voor een Mercedes-Benz A-Klasse Diesel (de auto) met VIN eindigende op [nummer]. Belanghebbende heeft de historische nieuwprijs van de auto bepaald op € 53.506 en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op € 22.509. De historische bruto BPM heeft belanghebbende bepaald op € 9.877 (op basis van een CO2-uitstoot van 131 gr/km) en de verschuldigde BPM op
€ 4.154. Bij de aangifte heeft belanghebbende een taxatierapport van Grondstra taxaties gevoegd met datum 3 december 2022. In dat rapport is schade aan de auto ter grootte van
€ 8.082,36 bruto vermeld.
2. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte bij brief ontvangen door de inspecteur op 27 januari 2023.
3. Datum van eerste toelating van de auto (in Duitsland) is 29 juni 2022. Tenaamstelling in het Nederlandse kentekenregister heeft plaatsgevonden op
19 januari 2023. Het kenteken van de auto is [kenteken].

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of de inspecteur het bezwaar van belanghebbende tegen de voldoening op aangifte terecht ongegrond heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
5. Belanghebbende is van mening dat de BPM in strijd met het Unierecht is geheven en verzoekt om rentevergoeding en een proceskostenvergoeding wegens de in strijd met het Unierecht geheven belasting.
6. De inspecteur is van mening dat het taxatierapport van belanghebbende niet deugt. Voor zover nodig beroept de inspecteur zich op interne compensatie omdat teruggevallen dient te worden op de forfaitaire afschrijvingstabel. Verder is de inspecteur van mening dat niet duidelijk is waarom belanghebbende vindt dat teveel belasting op aangifte is voldaan, en heeft belanghebbende niet aan de op hem rustende bewijslast voldaan. Belanghebbende heeft geen inkoopfactuur overgelegd terwijl hij daartoe wel was gehouden, aldus de inspecteur.
7. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur het bezwaar van belanghebbende terecht ongegrond heeft verklaard. De redenen waarom de inspecteur het bezwaar heeft afgewezen staan duidelijk en gemotiveerd vermeld in de uitspraak op bezwaar van 13 oktober 2023. De rechtbank sluit zich daarbij aan en verwijst kortheidshalve naar die uitspraak. Belanghebbende heeft in beroep geen inhoudelijke gronden tegen de uitspraak op bezwaar aangevoerd. Hij heeft slechts vermeld dat het bezwaar ten onrechte ongegrond is verklaard en dat het Unierecht is geschonden. Hoe die laatste stelling zich verhoudt tot de Nederlandse BPM-regelgeving in het algemeen, en de voor de auto in kwestie aangegeven BPM in het bijzonder, heeft belanghebbende in het geheel niet duidelijk gemaakt. Daarmee heeft belanghebbende niet voldaan aan zijn stelplicht, laat staan dat hij zijn stelling omtrent schending van het Unirecht aannemelijk heeft gemaakt. Hier voegt de rechtbank aan toe dat zij niet ambtshalve gehouden is te toetsen of sprake is van een schending van het Unierecht. [1]

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Vaatstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.S. Verzijlbergen, griffier.
Uitgesproken op 27 mei 2026.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
griffier
rechter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vergelijk Hoge Raad 12 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1084, r.o. 3.4.1.