Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4200

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
AWB-26_1854
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.M. Emaus Visschers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor verbouwing tot drie woningen

Op 13 maart 2026 verleende het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande woning met bedrijfsruimte tot drie woningen op een locatie in Nijmegen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze vergunning en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 20 mei 2026. Verzoeker stelde dat er een spoedeisend belang bestond omdat vergunninghouder al was gestart met voorbereidende sloop- en verbouwingswerkzaamheden, wat tot onomkeerbare situaties en schade aan zijn woning zou kunnen leiden. Het college en vergunninghouder betwistten dit spoedeisend belang.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de huidige werkzaamheden klein en omkeerbaar zijn en dat er nog geen sprake is van ingebruikname van de woningen. Tevens werd verwacht dat de bezwaarprocedure binnen twee maanden afgerond zou zijn. Gezien deze omstandigheden ontbrak het spoedeisend belang en kon verzoeker de beslissing op bezwaar afwachten.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/1854

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. M.J.A. Arts),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen

(gemachtigde: mr. H. Kuhnen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[derde-partij] B.V. uit [plaats] (vergunninghouder)
(gemachtigde: mr. M. Boes).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de op
13 maart 2026 verleende omgevingsvergunning voor het verbouwen van de bestaande woning met bedrijfsruimte tot 3 woningen op de locatie [locatie 1] en [locatie 2] in [plaats]. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft bezwaar gemaakt en verzoekt om een voorlopige voorziening. Hij voert daartoe een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af, omdat een spoedeisend belang ontbreekt. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Op 28 februari 2025 heeft vergunninghouder een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van de bestaande woning met bedrijfsruimte tot 3 woningen op de locatie [locatie 1] en [locatie 2] in [plaats] ingediend.
2.1.
Bij besluit van 13 maart 2026 is een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten:
- technische bouwactiviteit;
- het bouwen van een bouwwerk (omgevingsplan);
- afwijken van de regels in het Omgevingsplan.
2.2.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.3.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Ook vergunninghouder heeft schriftelijk gereageerd.
2.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van het college, de gemachtigde van vergunninghouder, [persoon A] en [persoon B].

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang
3. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. [1]
4. Verzoeker voert aan dat hij een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Hij vreest dat de omgevingsvergunning op korte termijn door vergunninghouder zal worden gebruikt en dat dit leidt of kan leiden tot onomkeerbare situaties en in gebruik name van de woningen. Vergunninghouder is reeds gestart met (voorbereidende) sloop- en (ver)bouw(ings)werkzaamheden. Naast hinder en overlast heeft dat bij verzoeker ook schade aan het stucwerk veroorzaakt. Verzoeker woont daar met zijn gezin en heeft alle recht en belang bij een rustig woon- en leefklimaat. Daarnaast heeft verzoeker geen zicht op de verkoop en het tijdspad met betrekking tot de ingebruikname van de woningen.
5. Het college en vergunninghouder betwisten dat er aan de zijde van verzoeker een spoedeisend belang bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening.
6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Vergunninghouder heeft op zitting toegelicht dat er op dit moment inpandig slechts kleine werkzaamheden plaatsvinden, zoals het verplaatsen/aanleggen van leidingen en het mogelijk plaatsen van een tussenwand. Deze werkzaamheden zijn omkeerbaar. Grote werkzaamheden durft vergunninghouder op dit moment niet aan vanwege de hoge kosten en de onzekerheid over wat uiteindelijk is toegestaan. Bovendien heeft hij op dit moment ook nog geen aannemer die de werkzaamheden kan gaan uitvoeren. Van in gebruik name van de woningen, zoals door verzoeker wordt gevreesd, is dus voorlopig nog geen sprake. Het college heeft op zitting aangegeven dat op zeer korte termijn een hoorzitting kan worden gepland. Een beslissing op bezwaar zal binnen enkele weken na de hoorzitting worden genomen. Hieruit maakt de voorzieningenrechter op dat de bezwaarprocedure naar verwachting binnen twee maanden kan worden afgerond.
Gelet hier op en het feit dat er op dit moment geen onomkeerbare werkzaamheden plaatsvinden, is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening en dat verzoeker de beslissing op bezwaar kan afwachten. De stelling van verzoeker dat hij overlast ervaart en dat er eerder schade is ontstaan, maakt dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter thans niet anders.

Conclusie en gevolgen

7. Nu een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus Visschers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).