ECLI:NL:RBGEL:2026:4229
Rechtbank Gelderland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen standplaatsvergunning poffertjessalon
Deze uitspraak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van 10 maart 2026 waarbij een standplaatsvergunning is verleend voor een poffertjessalon op een locatie in een plaats. Verzoekster, exploitant van een horecagelegenheid naast deze locatie, betoogt dat de vergunning leidt tot een onevenredige aantasting van haar exploitatiemogelijkheden, omdat het terras niet gebruikt kan worden en de toegang tot het restaurant ernstig wordt belemmerd.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van verzoekster, maar constateert dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd of alternatieve locaties zijn onderzocht en de belangenafweging niet volledig is toegelicht. Desondanks acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de vergunninghouder een aanzienlijk omzetverlies zal lijden indien de poffertjessalon niet op de locatie mag staan.
Verzoekster heeft de horecagelegenheid recent overgenomen en was zich bewust van de aanwezigheid van de poffertjessalon. Gezien deze omstandigheden weegt het belang van de vergunninghouder zwaarder dan dat van verzoekster. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de standplaatsvergunning voor de poffertjessalon wordt afgewezen.