Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4260

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
05/317665-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 251 SrArt. 254b SrArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor seksueel corrumperen van drie minderjarige meisjes

De rechtbank Gelderland heeft op 29 mei 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het seksueel corrumperen van drie minderjarige meisjes in de periode van januari tot maart 2025. Verdachte zou de meisjes getuige hebben laten zijn van seksuele handelingen door in zijn auto met ontbloot geslachtsdeel te masturberen terwijl hij langzaam naast hen reed en claxonneerde.

De minderjarige getuigen verklaarden gedetailleerd over meerdere incidenten waarbij verdachte hen nadrukkelijk aankeek tijdens zijn handelingen. Verdachte gaf aan dat hij handelde uit stress en spanning en niet bewust de minderjarigen wilde betrekken, maar de rechtbank oordeelde dat het bewijs overtuigend was dat hij willens en wetens de meisjes getuige heeft doen zijn van zijn seksuele gedragingen.

De rechtbank kwalificeerde het feit als seksueel corrumperen van kinderen onder artikel 251 lid 1 onder Pro b Sr. Gelet op de ernst van het feit, de impact op de slachtoffers en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een taakstraf van 160 uren op, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht en ambulante behandeling. Een voorwaardelijke gevangenisstraf werd niet opgelegd vanwege het ontbreken van recidive en het feit dat verdachte direct na politiecontact stopte en hulp zocht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar wegens seksueel corrumperen van drie minderjarige meisjes.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/317665-25
Datum uitspraak : 29 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geb. datum ] 1998 in [geb. plaats] ,
wonende aan de [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. P.W.E. Hoezen, advocaat in Winterswijk.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
15 mei 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 januari 2025 tot en met 5 maart 2025 in de gemeente Berkelland, althans in Nederland, kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en/of [minderjarige 2] en/of [minderjarige 3] ,
getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door (telkens)
zich met ontbloot onderlijf en/of ontbloot geslachtsdeel in de auto te bevinden en/of
(hierbij) te masturberen en/of
(vervolgens) langzaam langs dat kind/die kinderen te rijden en/of enige tijd naast dat kind/die kinderen te blijven rijden en/of
(hieraan voorafgaand/hierbij) te claxonneren en/of
dat kind/die kinderen aan te kijken/staren en/of
naar zijn geslachtsdeel te kijken/wijzen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:
hij op één of meer tijdstippenin of omstreeks de periode van 8 januari 2025 tot en met 5 maart 2025 in de gemeente Berkelland, althans in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op de parallelweg langs de Borculoseweg tussen Borculo en Ruurlo, een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten het zich met ontbloot onderlijf en/of ontbloot geslachtsdeel in de auto te bevinden en/of (hierbij) te masturberen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde feit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat verdachte de minderjarigen opzettelijk getuige heeft willen laten zijn van zijn seksuele handelingen. Het was voor hem een manier om zijn eigen emoties en spanningen te reguleren en hij heeft tijdens de handelingen dan ook geen acht geslagen op de omgeving. Bovendien wist hij niet dat het om minderjarigen ging, omdat hij hen van achter is genaderd en zij dikke jassen met bontmuts droegen. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, als al tot een bewezenverklaring wordt gekomen, de gedragingen van verdachte eerder vallen onder het opzettelijk in het openbaar verrichten van handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid (artikel 254b van het Wetboek van Strafrecht (Sr)).
Beoordeling door de rechtbank
Bewijsmiddelen
Aangeefster [minderjarige 1] , geboren op [geb. datum ] 2010, heeft verklaard dat zij op 22 januari 2025, samen met onder andere [minderjarige 2] , naar school fietste over het fietspad naast de Borculoseweg (gemeente Berkelland). Op enig moment hoorde zij een auto achter zich claxonneren en deze auto kwam vervolgens naast haar rijden. Zij keek in de auto en zag een man in de auto zitten. De man had geen broek aan en zij zag dat de man zijn rechterhand bij zijn geslachtsdeel had en met zijn hand op en neer bewoog. De man keek haar aan terwijl hij dit deed en reed zachtjes voorbij.
Aangeefster [minderjarige 1] heeft daarnaast verklaard over eenzelfde soort incident op 29 januari 2025. Zij fietste die dag wederom op het fietspad naast de Borculoseweg , samen met [minderjarige 2] . Op enig moment hoorde zij een auto achter zich claxonneren. De auto kwam naast haar rijden en zij herkende de man in de auto als de man die zij een week eerder in de auto had zien masturberen. Zij zag dat de man zijn rechterhand bij zijn geslachtsdeel had en dat hij zijn hand op en neer bewoog. De man keek haar hierbij strak aan en reed haar langzaam voorbij. [2]
Aangeefster [minderjarige 2] , geboren op [geb. datum ] 2010, heeft verklaard dat zij op 29 januari 2025 samen met [minderjarige 1] van school naar huis fietste over de Parallelweg , gelegen naast de Borculoseweg . Op deze weg kwam een auto naast hen rijden. De auto reed traag en zij zag in de auto een man zitten zonder broek aan. De man was aan het masturberen en terwijl hij dit deed keek hij haar met grote indringende ogen aan. De man bleef een aantal seconden naast haar rijden en reed vervolgens in een sneller tempo door. Aangeefster [minderjarige 2] heeft daarnaast verklaard dat zij de man in de auto herkende als een man die dit eerder had gedaan, namelijk op 8 januari 2025 en 22 januari 2025. Op 8 januari 2025 had zij diezelfde man zien masturberen. Op 22 januari 2025 zag zij diezelfde man in de auto. Haar vriendinnen hadden toen gezien dat deze man aan het masturberen was. [3]
Aangeefster [aangever] heeft aangifte gedaan namens haar dochter [minderjarige 3] . Zij heeft verklaard dat haar dochter op 5 maart 2025 met twee vriendinnen van school naar huis fietste over de Parallelweg . [4] Getuige [minderjarige 3] , geboren op [geb. datum ] 2011, heeft verklaard dat er op enig moment een man in zijn auto naast haar en haar vriendinnen kwam rijden. De man staarde haar en haar vriendinnen aan en hij maakte een knikkende beweging met zijn hoofd naar zijn kruis. Zij keek toen naar beneden en zag zijn piemel. Zij zag dat de man zijn hand om zijn piemel had. [5]
Verdachte heeft verklaard dat hij in de periode van januari 2025 tot en met het stopgesprek op 6 maart 2025 wekelijks in de auto heeft gemasturbeerd. Hij deed dit voornamelijk op de Parallelweg (gelegen naast de Borculoseweg / Ruurloseweg ). Hij had die periode veel stress en spanning en dit was voor hem een uitlaatklep. [6]
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte met ontbloot geslachtsdeel in de auto heeft gezeten, daarbij heeft gemasturbeerd en langzaam langs [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] heeft gereden en enige tijd naast hen heeft gereden. Hij heeft bij verschillende gelegenheden geclaxonneerd, de kinderen tijdens het masturberen aangekeken en op één moment ook een knikkende beweging met zijn hoofd naar zijn geslachtsdeel gemaakt. De aangeefsters hebben gedetailleerd over deze gedragingen verklaard en de verklaringen ondersteunen elkaar. De rechtbank ziet dan ook geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld hoe dit juridisch gekwalificeerd moet worden. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van het ‘seksueel corrumperen’ (artikel 251 lid 1 onder Pro b Sr). De raadsvrouw heeft gesteld dat de gedragingen van verdachte eerder vallen onder het opzettelijk in het openbaar verrichten van handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid (artikel 254b Sr).
Wettelijk kader
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 251 lid 1 aanhef Pro en onder b Sr het seksueel corrumperen van kinderen strafbaar wordt gesteld. Strafbaar is degene die een kind beneden de leeftijd van zestien jaren (of een persoon die zich als zodanig voordoet) getuige doet zijn van een handeling of een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking. In de delictsomschrijving ligt het opzetvereiste besloten in de woorden ‘getuige doet zijn’, waardoor de leeftijd van het kind aan het opzetvereiste is onttrokken. Voorwaardelijk opzet is voldoende voor de vervulling van het opzetvereiste. Daarnaast geldt dat voor strafbaarheid niet is vereist dat de gedraging van de dader leidt tot het wilsbesluit van het kind om te (blijven) kijken. Ook onverhoedse confrontaties vallen onder de reikwijdte. Het bestanddeel ‘getuige doet zijn’ omvat iedere vorm van waarneming. Het kan hierbij onder andere gaan om de waarneming van een seksuele gedraging die in reële aanwezigheid van het kind wordt verricht.
Bewijsoverweging
Verdachte heeft verklaard dat hij niet wilde dat anderen zouden zien dat hij aan het masturberen was en dat hij de minderjarigen dus niet opzettelijk getuige heeft willen laten zijn van de seksuele handeling. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Uit het dossier blijkt dat verdachte met ontbloot geslachtsdeel naast aangeefsters [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en getuige [minderjarige 3] is gaan rijden, heeft geclaxonneerd, dat hij naar hen heeft gekeken of gestaard en dat hij één keer met zijn hoofd naar zijn geslachtsdeel heeft geknikt om zijn aandacht op zijn geslachtsdeel te vestigen. De rechtbank leidt daaruit af dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte bezig was de aandacht van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op zijn geslachtsdeel te richten en hen daarmee willens en wetens getuige heeft doen zijn van de seksuele handeling. Bij de verklaring van de verdachte dat hij tijdens het masturberen geen aandacht had voor zijn omgeving, sluit niet aan dat hij uit veiligheidsoverwegingen niet op de hoofdweg, maar de parallelweg is gaan rijden en hij heeft geclaxonneerd en langzaam langs de meisjes is gereden. Ten aanzien van het verweer van de raadsvrouw dat verdachte niet wist dat het om minderjarigen ging, nu zij dikke jassen met bontmutsen droegen, merkt de rechtbank op dat voor een veroordeling voor artikel 251 lid 1 aanhef Pro en onder b Sr opzet op de minderjarige leeftijd van het kind niet is vereist.
Conclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
één ofmeer tijdstippen in
of omstreeksde periode van 8 januari 2025 tot en met 5 maart 2025 in de gemeente Berkelland, althans in Nederland, kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [minderjarige 1] en
/of[minderjarige 2] en
/of[minderjarige 3] ,
getuige heeft doen zijn van een handeling
en/of een visuele weergavevan seksuele aard
en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren,door (telkens)
zich met
ontbloot onderlijf en/ofontbloot geslachtsdeel in de auto te bevinden en
/of
(hierbij) te masturberen en
/of
(vervolgens) langzaam langs
dat kind/die kinderen te rijden en
/ofenige tijd naast
dat kind/die kinderen te blijven rijden en
/of
(hieraan voorafgaand/hierbij) te claxonneren en
/of
dat kind/die kinderen aan te kijken/staren en
/of
naar zijn geslachtsdeel te kijken/wijzen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een handeling van seksuele aard op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met een proeftijd van drie jaar en met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om bij een bewezenverklaring van het subsidiaire feit geen straf op te leggen. Zij heeft verder verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft zijn leven goed op orde en is verantwoordelijk voor een jong gezin. Daarnaast heeft zij verzocht rekening te houden met het feit dat hij ten tijde van het tenlastegelegde veel stress en spanning ervaarde.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte heeft drie minderjarige meisjes (van vijftien en veertien jaar oud) getuige laten zijn van seksuele handelingen. De meisjes fietsten van of naar school en verdachte kwam naast hen rijden in de auto terwijl hij een ontbloot geslachtsdeel had en aan het masturberen was. Hij heeft getoeterd, de meisjes aangekeken tijdens het masturberen en op één moment ook een knikkende beweging gemaakt richting zijn geslachtsdeel. De meisjes hebben allemaal verklaard dat zij van de gebeurtenis(sen) zijn geschrokken. Eén van de meisjes heeft verklaard dat zij erg angstig was en om haar heen bleef kijken of ze de man niet weer zou zien. Verdachte heeft met zijn handelen de seksuele integriteit van de drie minderjarige meisjes geschonden. Hij heeft hen geconfronteerd met een seksuele gedraging waar zij nog niet aan toe waren, waardoor zij mogelijk zijn geschaad in hun seksuele ontwikkeling.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 21 april 2026, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.
De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 23 april 2026. Hieruit volgt dat verdachte zijn leven grotendeels op orde heeft en er sprake is van stabiliteit op het gebied van wonen, daginvulling en relatie. Ook heeft hij kinderen en zijn er geen problemen op het gebied van middelengebruik. Verder geeft de reclassering aan dat verdachte voldoende moreel besef heeft om te weten dat zijn gedrag onacceptabel was. De reclassering schat het recidiverisico in als laag. Desondanks adviseert de reclassering bij een veroordeling een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling. In de behandeling kan aandacht worden besteed aan de tenlastegelegde handelingen, de gevolgen van een veroordeling voor het zelfbeeld en de toekomst en hoe hij kan omgaan met het feit dat er in zijn leven meermaals weinig aandacht was voor zijn moeilijkheden/emoties.
De rechtbank heeft tenslotte rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de mogelijk verstrekkende gevolgen die een veroordeling voor verdachte heeft. Daarnaast heeft verdachte aangegeven dat hij een jong gezin heeft met twee kinderen en ten tijde van het tenlastegelegde een moeilijke periode had en veel stress ervaarde.
De straf
Alles afwegende ziet de rechtbank, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank heeft gezien dat verdachte niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie, dat het feit gepleegd is over één korte periode waarin er veel gebeurde in het leven van verdachte en hij direct nadat de politie bij hem een stopgesprek heeft gevoerd, is gestopt en hulp heeft gezocht. Ook heeft hij tijdens de zitting zijn excuses aangeboden, kan de strafzaak verstrekkende gevolgen hebben voor hem en zijn omgeving en wordt het recidiverisico ingeschat als laag. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank worden volstaan met de oplegging van een taakstraf van 160 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke deel van de straf de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering, te weten een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling. De rechtbank ziet geen aanleiding om een langere proeftijd op te leggen dan twee jaar.

8.De beoordeling van de civiele vordering

Bij de stukken bevindt zich een verzoek tot schadevergoeding van [minderjarige 3] . Dit voegingsformulier is echter niet ingevuld en evenmin ondertekend. De rechtbank beschouwt deze daarom als niet ingediend en zal hier geen beslissing over nemen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 251 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op
een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;
  • bepaalt dat
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
  • stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
  • zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Er zal gezocht worden naar een manier waarop de meldplichtcontacten kunnen plaatsvinden, zonder dat verdachte op de locatie van de reclassering hoeft te komen, waarbij hij mensen kan tegenkomen die hij kent vanuit zijn werk bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. Dat is goed mogelijk via beeldbellen, omdat de meldplichten uitsluitend tot doel hebben om toe te zien op de behandelverplichting. De meldplicht duurt in ons advies zolang de behandeling loopt. Bij afsluiting van de behandeling zullen de actieve meldplichten worden beëindigd;
  • zich gedurende de proeftijd laat behandelen door een forensische polikliniek, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandelen. De behandeling is gericht op omgaan met spanningen, seks als coping en het zelfbeeld, gekoppeld aan de veroordeling en reacties daarop uit de omgeving.
 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voornoemde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.D. Leen (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. G. Pesselse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.I. Nelissen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 mei 2026.
mr. G. Pesselse is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek SKOPJE / ONRBC25412, gesloten op 14 november 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte door [minderjarige 1] , p. 14-15.
3.Het proces-verbaal van aangifte door [minderjarige 2] , p. 18-19.
4.Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] , p. 22-23.
5.Het proces-verbaal van verhoor getuige [minderjarige 3] , p. 26-29.
6.De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 15 mei 2026.