Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar Woo-verzoek van 14 september 2025, waarin zij informatie over beleidsregels en werkinstructies van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden opvroeg.
Het college heeft op 21 november 2025 alsnog een besluit genomen, maar eiseres is het niet eens met dit besluit. Hierdoor is het beroep ook gericht tegen dit alsnog genomen besluit. De rechtbank verwijst dit deel van het beroep naar het college voor behandeling als bezwaar, omdat het wenselijk is dat eerst een bestuurlijke heroverweging plaatsvindt.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen (proces)belang meer heeft bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, omdat het college inmiddels heeft beslist. Daarom verklaart de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk.
Ten aanzien van de vergoeding van griffierecht en proceskosten oordeelt de rechtbank dat het niet tijdig nemen van het besluit mede het gevolg is van de wijze van indiening van het Woo-verzoek door eiseres, mede gezien de hoeveelheid en inhoud van haar verzoeken. Ook is er geen sprake van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarom hoeft het college geen griffierecht of proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter W.P.C.G. Derksen en griffier F.E.M. Rosmalen op 1 juni 2026 te Arnhem.