Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[verzoeker] ,
Feiten
Procedure
Verzoek
€ 1.060,--.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Verzoeker werd op 16 februari 2023 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van het beramen of plegen van een terroristisch misdrijf en een misdrijf met terroristisch oogmerk. Op 21 februari 2023 werd de bewaring bevolen, maar de voorlopige hechtenis werd diezelfde dag geschorst. De officier van justitie besloot op 3 oktober 2024 tot niet-verdere vervolging en maakte dit onherroepelijk bekend aan verzoeker.
Verzoeker diende op 6 februari 2026 een verzoek tot schadevergoeding in op grond van artikel 533 Sv Pro, voor immateriële schade geleden door de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. De advocaat voerde aan dat het verzoek tijdig was omdat het sepot pas op 28 januari 2026 aan verzoeker was kenbaar gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien het sepot al op 3 oktober 2024 in het advocatenportaal was geüpload en de advocaat daarmee tijdig op de hoogte was gesteld. De mogelijkheid tot notificatie via e-mail bestond en verzoeker had deze informatie kunnen ontvangen en delen. De termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar beschouwd, waardoor verzoeker niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de wettelijke termijn.