Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4307

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
05-047608-23; 26-003626
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 533 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot schadevergoeding na sepot wegens terroristisch misdrijf niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker werd op 16 februari 2023 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van het beramen of plegen van een terroristisch misdrijf en een misdrijf met terroristisch oogmerk. Op 21 februari 2023 werd de bewaring bevolen, maar de voorlopige hechtenis werd diezelfde dag geschorst. De officier van justitie besloot op 3 oktober 2024 tot niet-verdere vervolging en maakte dit onherroepelijk bekend aan verzoeker.

Verzoeker diende op 6 februari 2026 een verzoek tot schadevergoeding in op grond van artikel 533 Sv Pro, voor immateriële schade geleden door de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis. De advocaat voerde aan dat het verzoek tijdig was omdat het sepot pas op 28 januari 2026 aan verzoeker was kenbaar gemaakt.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, aangezien het sepot al op 3 oktober 2024 in het advocatenportaal was geüpload en de advocaat daarmee tijdig op de hoogte was gesteld. De mogelijkheid tot notificatie via e-mail bestond en verzoeker had deze informatie kunnen ontvangen en delen. De termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar beschouwd, waardoor verzoeker niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
parketnummer : 05-047608-23
raadkamernummer : 26-003626
datum : 27 mei 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] (China),
wonende op [adres] [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker.
Advocaat: mr. A. Cinar, advocaat te Heerlen.

Feiten

Verzoeker is op 16 februari 2023 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van het beramen, het dreigen met- danwel het plegen van een terroristisch misdrijf, danwel een misdrijf (met terroristisch oogmerk) aangaande de Wet wapens en munitie.
Op 21 februari 2023 is de bewaring bevolen en op dezelfde dag is de voorlopige hechtenis geschorst.
De officier van justitie heeft beslist verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 3 oktober 2024 aan verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden. De door de officier van justitie aan de niet (verdere) vervolging verbonden voorwaarden zijn vervuld.

Procedure

Het verzoekschrift is op 6 februari 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 13 mei 2026 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.
Verzoeker en de raadsman zijn, met kennisgeving, niet in raadkamer verschenen.

Verzoek

Het verzoek strekt tot vergoeding van de immateriële schade die verzoeker als gevolg van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis heeft geleden tot een bedrag van in totaal
€ 1.060,--.
De advocaat heeft aangevoerd dat het verzoek op tijd is gedaan omdat, nadat hij heeft gerappelleerd, het Openbaar Ministerie pas op 28 januari 2026 het sepot aan verzoeker kenbaar heeft gemaakt.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het verzoek omdat dit verzoek te laat in ingediend. Op 3 oktober 2024 is het sepot geüpload in het advocatenportaal. Vanaf dat moment wist de advocaat dus dat de zaak is geseponeerd.

Beoordeling

Op grond van artikel 533, derde lid, Sv dient een verzoek tot schadevergoeding binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak te worden ingediend. Het verzoek is op 6 februari 2026 op de griffie binnengekomen en de rechtbank ziet geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De rechtbank overweegt als volgt.
Op 3 oktober 2024 is de sepotmededeling geüpload in het advocatenportaal.
Volgens de op Rechtspraak.nl te raadplegen “Werkinstructie Advocatenportaal Mijn Strafdossier” komt een advocaat na het inloggen in een startscherm met daarin al zijn dossiers. Als er aan een dossier nieuwe stukken zijn toegevoegd, verschijnt een “enveloppe” bij het betreffende dossier. Verder kent het Advocatenportaal de mogelijkheid om een notificatie te ontvangen als er nieuwe stukken aan een dossier zijn toegevoegd, te weten:
1. Geen notificatie e-mail ontvangen;
2. Direct een notificatie e-mail ontvangen: na ieder toegevoegd stuk in het strafdossier ontvangt u een notificatiemail. In de mail staat vermeld in welke map een nieuw stuk is toegevoegd;
3. Dagelijks notificatie e-mail: eenmaal per dag ontvangt u een notificatiemail. In de mail staat aangegeven in welke map of mappen documenten zijn toegevoegd.
De advocaat is tijdig op de hoogte gesteld van het sepot of hij had deze informatie tijdig kunnen ontvangen en kunnen delen met zijn cliënt. Onder deze omstandigheid komt het voor rekening en risico van verzoeker dat niet eerder om een vergoeding is verzocht. Daarom zal verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.

Beslissing

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.J.H. van Laethem, rechter, in tegenwoordigheid van G.C.F.J. Derkx, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.