Verzoekers hebben op 12 mei 2026 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend dat volgens hen connex is aan een eerder beroep met dossiernummer 25/4749. De voorzieningenrechter heeft eerder op 4 november 2025 een soortgelijk verzoek afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Inmiddels heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak.
Gezien de lopende behandeling van het hoger beroep bij de Afdeling verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om van het nieuwe verzoek kennis te nemen. Het verzoek wordt daarom doorverwezen naar de Afdeling voor verdere afhandeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.P.C.G. Derksen en griffier A. de Wijse-Hageman, waarbij de griffier verhinderd was de uitspraak te ondertekenen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.