Op 26 mei 2026 heeft de rechtbank Gelderland een eindvonnis gewezen in een strafzaak tegen verdachte, waarbij onder meer een schadevergoedingsmaatregel aan een minderjarige werd opgelegd. In het oorspronkelijke vonnis was abusievelijk een onjuiste datum vermeld voor de aanvang van de wettelijke rente over het toegekende smartengeld.
Met het herstelvonnis van 29 mei 2026 corrigeert de rechtbank deze fout door de juiste aanvangsdatum van de wettelijke rente vast te stellen op 3 augustus 2024. Daarnaast bevestigt de rechtbank dat verdachte verplicht is een bedrag van € 6.766,69 aan materiële schade en smartengeld te betalen aan de Staat ten behoeve van de benadeelde minderjarige.
De wettelijke rente over de materiële schade begint te lopen vanaf 13 september 2025 en over het smartengeld vanaf 1 juli 2024, tot het volledige bedrag is voldaan. Bij niet-betaling kan gijzeling van maximaal 58 dagen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.
Het herstelvonnis vormt een onlosmakelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan. De griffier zal het herstelvonnis aan het oorspronkelijke vonnis hechten en aan partijen toezenden.