Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4314

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
840532-17
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e SrArt. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens hoog recidiverisico en complexe psychopathologie

Betrokkene is sinds april 2018 terbeschikking gesteld met bevel tot verpleging vanwege een geweldsmisdrijf. De maatregel is eerder verlengd en recentelijk heeft de officier van justitie verzocht om een verlenging van twee jaar. De rechtbank heeft op 22 mei 2026 uitspraak gedaan over dit verzoek.

Uit de rapporten van de kliniek, psychiater en psycholoog blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, diverse middelenstoornissen en een verstandelijke beperking, met een langdurige geschiedenis van middelengebruik en psychotische ontregeling. Ondanks behandeling blijft betrokkene een hoog risico lopen op recidive, vooral bij het wegvallen van begeleiding en structuur.

De deskundigen adviseren een verlenging van twee jaar vanwege de beperkte prognose en het ontbreken van een geschikte vervolginstelling. Betrokkene en zijn raadsman pleiten voor een verlenging van één jaar om een eerder toetsmoment te creëren, maar de rechtbank acht dit onvoldoende gegrond.

De rechtbank concludeert dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen en verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar. Er is geen sprake van een niet voortvarend verloop van de behandeling of bijzondere omstandigheden die een kortere verlenging rechtvaardigen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging met twee jaar vanwege het hoge recidiverisico en de complexe problematiek van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Parketnummer: 05/840532-17
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] , (hierna: betrokkene)

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [kliniek] (hierna: de kliniek).
Raadsman: mr. A.R. Ytsma, advocaat te Amsterdam.

Procedure

Betrokkene is op 10 april 2018 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 25 april 2018 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 27 mei 2024. Deze beslissing is door het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden bij beslissing van 31 oktober 2024 bevestigd.
Bij vordering van 20 maart 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
  • het adviesrapport van de kliniek van 25 februari 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen;
  • het advies van psychiater E.A.M. Schouten, van 11 januari 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
  • het advies van psycholoog P.E. Geurkink, van 10 januari 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren.
Ter zitting van 11 mei 2026 zijn gehoord:
  • betrokkene;
  • zijn raadsman;
  • de deskundige J. Visser, psycholoog en hoofd behandeling ; en
  • de officier van justitie.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.
De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor een verlenging van één jaar.
Hij heeft aangevoerd dat de maatregel met één jaar verlengd moet worden met het oog op een eerder toetsmoment van de voortgang van de behandeling, nu betrokkene al lange tijd wacht op de plaatsing in een vervolginstelling en er nog steeds geen plek is gevonden.

De beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling
.
In het vonnis waarin de terbeschikkingstelling is opgelegd is overwogen dat de terbeschikkingstelling werd opgelegd ter zake van een geweldsmisdrijf ex artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer perso(o)n(en). De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, een stoornis in het gebruik van alcohol, cannabis, amfetamine en een opioïde. Daarnaast blijkt uit de diagnostiek van de kliniek dat betrokkene een verstandelijke beperking heeft, waarbij zij opmerken dat bij betrokkene jarenlange excessief middelengebruik en jarenlange psychotische ontregeling een verklaring zijn voor de cognitieve achteruitgang en de matig verstandelijke beperking. Uit het rapport van de psycholoog en psychiater blijkt ook dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en bovenvermelde stoornissen in het gebruik van middelen. De psychiater stelt dat geen sprake is van een matig verstandelijke beperking, omdat – in lijn met hetgeen de kliniek stelt – de cognitieve achteruitgang toe te schrijven is aan de schizofrenie in combinatie met de lange geschiedenis van middelengebruik. Bij instelling op anti-psychotische medicatie zijn de wanen en hallucinaties bij betrokkene goeddeels, maar niet volledig, verbleekt. Zijn beleving blijft echter gekleurd door achterdocht, en onder invloed van stresserende omstandigheden kan hij gemakkelijk in beslag worden genomen door paranoïde gedachten. Er is daarnaast sprake van sterke cognitieve achteruitgang. Het intellectueel functioneren van betrokkene wordt door de kliniek als laagbegaafd ingeschat. Ondanks langdurige behandeling blijft middelengebruik bij betrokkene op de voorgrond staan; betrokkene gebruikt tijdens behandelingen regelmatig middelen, waaronder cannabis, alcohol, amfetamine en heroïne. Uit het vorenstaande blijkt dat de stoornissen nog altijd aanwezig zijn.
Verloop van de maatregel
Door instelling op medicatie, verblijf in een gestructureerde setting en bejegening passend bij zijn licht verstandelijke beperking is het toestandsbeeld van betrokkene gestabiliseerd. Wel blijft betrokkene een man die in ernstige mate beïnvloed wordt door zijn problematiek. Dit in combinatie met het nagenoeg ontbrekende ziektebesef en -inzicht maakt dat hij afhankelijk zal blijven van externe structuur, toezicht en begeleiding om ontregeling en daarmee delictgedrag te voorkomen. De mate van interne verandering zal naar alle waarschijnlijkheid beperkt zijn gezien de chroniciteit van de problematiek en de beperkte belastbaarheid. Derhalve is de prognose op dit gebied beperkt. Ter zitting heeft de deskundige toegelicht dat betrokkene op 6 mei 2026 niet tijdig is teruggekeerd van verlof en een forse terugval in alcoholgebruik had. Dit komt volgens de deskundige door een toename van spanningen bij betrokkene, onder meer door een aanmeldingsprocedure bij de Forensisch Psychiatrische Afdeling (hierna: FPA) in [locatie] . De kliniek heeft betrokkene namelijk aangemeld bij de FPA [locatie] . Deze FPA richt zich meer op de LVB-problematiek en deze kliniek heeft ook goede contacten in verband met de doorstroom naar een voorziening die is gericht op langdurig verblijf. De [kliniek] is nog in afwachting van de beslissing op de aanmelding bij de FPA [locatie] . Er wordt ondertussen verder gezocht naar een kliniek of instelling waar betrokkene met het huidige risicoprofiel langdurig kan verblijven. Gezien de chroniciteit en complexiteit van de problematiek is de verwachting dat betrokkene langdurig afhankelijk blijft van (gedwongen) zorg, toezicht en extern georganiseerd risicomanagement om het recidiverisico voldoende te beteugelen, hetgeen geboden wordt in de Voorde. Het behandelingsteam is in overleg met verschillende partijen voor een duurzame uitstroom richting en een passende locatie, echter zijn de geschikte locaties beperkt. De verwachting is dan ook niet dat een doorstroom op korte termijn gerealiseerd kan worden. Indien een dergelijke verhuizing mogelijk blijkt in het komende jaar, is daarmee nog geen zicht op een beëindiging van de terbeschikkingstelling, gezien het nog altijd hoge risico bij het beëindigen van de tbs. Derhalve adviseert de kliniek de terbeschikkingstelling te verlengen met de termijn van twee jaar.
Recidivegevaar
In het geval van directe beëindiging van de tbs is de verwachting dat betrokkene op korte termijn terug zal vallen in middelengebruik en medicatieontrouw, waardoor hij psychotisch zal ontregelen. Dit heeft al snel maatschappelijke teloorgang, een toename van impulsiviteit en (agressieve) verwervingsdelicten om aan geld en drugs te komen tot gevolg. Psychiatrische ontregeling en oplopende spanningen bij betrokkene hebben mogelijk agressief gedrag tot gevolg. Hiermee wordt de kans op terugval in gewelddadig gedrag en het recidiverisico door de kliniek ingeschat als hoog. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Gelet op de huidige situatie, de nog te nemen stappen, de complexe psychopathologie en geringe responsiviteit op behandeling, wordt geadviseerd de huidige tbs-maatregel met bevel tot verpleging met twee jaar te verlengen. Ter voorkoming van recidive is forensisch extern risicomanagement nog steeds noodzakelijk. Er wordt verder gezocht naar een kliniek of instelling waar betrokkene met het huidige risicoprofiel langdurig kan verblijven en ondertussen zullen bij blijvende stabiliteit in de huidige setting de vrijheden van betrokkene langzaam worden uitgebreid. Dit traject zal naar verwachting meer dan één jaar in beslag nemen. Het recidiverisico wordt, bij het wegvallen van begeleiding en structuur, als hoog ingeschat. Volgens het verlengingsadvies valt niet te verwachten dat dit binnen een jaar zal wijzigen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een niet voortvarend verloop van de behandeling van betrokkene of van andere bijzondere omstandigheden waardoor het aangewezen is de maatregel met één jaar te verlengen om een vinger aan de pols te houden en een extra toetsmoment te gelasten. Uit het rapport en wat ter zitting is besproken volgt dat indien een verhuizing mogelijk blijkt in het komende jaar daarmee nog geen zicht is op een beëindiging van de maatregel, gezien het nog altijd hoge risico bij het beëindigen van de tbs-maatregel. De rechtbank volgt betrokkene en zijn raadsman daarom niet in hun verzoek. Op grond van op het vorenstaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.

De beslissing

De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met
twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.G.E. ter Hart, als voorzitter, mr. J.M.J.M. Doon en mr. T. Kok, als rechters in tegenwoordigheid van mr. A. Hessel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2026.