Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:4341

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
350843-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 57 SrArt. 2 OpiumwetArt. 10 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor handel in harddrugs en medeplegen cocaïnehandel

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren wegens handel in verschillende soorten harddrugs en medeplegen van het bezit en verkoop van cocaïne. Verdachte handelde gedurende tweeëneenhalf jaar in drugs en kocht in die periode ten minste twee keer een kilo cocaïne.

De rechtbank sprak verdachte vrij van de poging tot invoer van 366 kilogram cocaïne, omdat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte wist of had moeten weten dat het beoogde misdrijf het invoeren en verhandelen van cocaïne betrof. De verklaringen en chatgesprekken boden geen overtuigend bewijs van (voorwaardelijke) opzet op dit misdrijf.

De bewezenverklaring omvatte het bezit, verkoop en vervoer van cocaïne op 21 februari en 19 april 2025 in Utrecht, en de handel in cocaïne en 3MMC in Geldermalsen en andere plaatsen. De rechtbank achtte medeplegen bewezen op basis van verklaringen van een medeverdachte die drugs voor verdachte rondbracht.

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de lange duur van de handel, de samenwerking met anderen en het advies van de reclassering. Gezien de jonge leeftijd van verdachte en zijn voornemen tot gedragsverandering, werd een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar passend geacht. Daarnaast werden de auto en telefoons die bij de handel werden gebruikt verbeurd verklaard, terwijl horloges en andere telefoons werden teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor handel in harddrugs en medeplegen, vrijgesproken van poging invoer cocaïne.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.350843.24
Datum uitspraak : 19 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] [woonplaats],
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats].
Raadsman: mr. W.B.O. van Soest, advocaat in Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 september 2025, 25 november 2025, 3 februari 2026, 14 april 2026 en 19 mei 2026.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van vorderingen tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1
Hij en/of zijn mededader(s) op/in of omstreeks de periode van de maand februari 2025 in Geldermalsen en/of Gorinchem, althans in Nederland en/of te Antwerpen en/of Beerse (België), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een partij van 366 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, binnen het grondgebied van Nederland te brengen en/of het verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van die partij cocaïne, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet,
- vanuit Nederland naar Antwerpen en/of Beerse, in elk geval naar België is/zijn gereden en/of een of meer anderen daar naar toe heeft/hebben laten rijden en/of instructies gegeven over het afreizen en/of het vervoer
naar België en/of aldaar een container heeft/hebben gespot en/of gevolgd en/of een of meer anderen daarover informatie en/of instructies gegeven en/of
- met een of meer anderen (telefonisch en/of via chatberichten) contacten heeft/hebben onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt en/of instructies gegeven over het volgen van die container en/of het uithalen van een hoeveelheid cocaïne uit die container en/of het invoeren en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne en/of over de verdeling van die partij cocaïne en/of de opbrengst daarvan en/of
-een medeverdachte (een uithaler) €100 heeft betaald voor benzine (om de reis naar België te kunnen maken)
- op de uitkijk heeft gestaan/heeft gepost teneinde die container met die drugs te kunnen onderscheppen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of één of meer mededaders op/in of omstreeks de periode van de maand februari 2025 in Geldermalsen en/of Gorinchem, althans in Nederland en/of te Antwerpen en/of Beerse (België), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn medeverdachte (n) voorgenomen misdrijf om opzettelijk een partij van 366 kilogram, in elk geval een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, binnen het grondgebied van Nederland te brengen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van die partij cocaïne, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet,
- vanuit Nederland naar Antwerpen en/of Beerse, in elk geval naar België is/zijn gereden en/of een of meer anderen daar naar toe heeft/hebben laten rijden en/of instructies gegeven over het afreizen en/of het
vervoer naar België en/of aldaar een container heeft/hebben gespot en/of gevolgd en/of een of meer anderen daarover informatie en/of instructies gegeven en/of
- met een of meer anderen (telefonisch en/of via chatberichten) contacten heeft/hebben onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt en/of instructies gegeven over het volgen van die container en/of het uithalen van een hoeveelheid cocaïne uit die container en/of het invoeren en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne en/of over de verdeling van die partij cocaïne en/of de opbrengst daarvan en/of
- een medeverdachte (een uithaler) €100 te betalen voor benzine (om de reis naar België te kunnen maken)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks de periode van 20 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Geldermalsen, althans in Nederland en/of Antwerpen en/of Beerse, althans in België opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft hij, verdachte een medeverdachte (een uithaler) €100 betaald voor benzine (om de reis naar België te kunnen maken);
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in de periode van de maand februari 2025 in Geldermalsen en/of Gorinchem, althans te Nederland en/of te Antwerpen en/of te Beerse, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of het verkopen en/of afleveren en/of
verstrekken en/of vervoeren van 366 kilogram, in elk geval een grote hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a,
vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- met een of meer anderen (telefonisch en/of via chatberichten) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven over het invoeren en/of uithalen en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne (die verstopt/geladen was in een container) en/of over de verdeling van die partij cocaïne en/of de opbrengst daarvan en/of
- met een of meer uithalers (telefonisch en/of via chatberichten) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven over het afreizen en/of het vervoer naar België en/of die uithaler(s) aan te sturen en/of opdrachten te geven teneinde die cocaïne uit een container en/of uit een loods bij een bedrijf te halen en/of
- een medeverdachte (een uithaler) €100 te betalen voor benzine (om de reis naar België te kunnen maken)
- op de uitkijk te staan/te posten teneinde die container met die drugs te kunnen onderscheppen;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) in de periode van
de maand februari 2025 in Geldermalsen en/of Gorinchem, althans te Nederland en/of te Antwerpen en/of te Beerse, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden
en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of het verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van 366 kilogram, in elk geval een grote hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader (s), wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- met een of meer anderen (telefonisch en/of via chatberichten) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven over het invoeren en/of uithalen en/of vervoeren van een hoeveelheid cocaïne (die verstopt/geladen was in een container) en/of over de verdeling van die partij cocaïne en/of de opbrengst daarvan en/of
- met een of meer uithalers (telefonisch en/of via chatberichten) contacten te onderhouden en/of informatie uit te wisselen en/of afspraken te maken en/of instructies te geven over het afreizen en/of het vervoer naar België en/of die uithaler(s) aan te sturen en/of opdrachten te geven teneinde die cocaïne uit een container en/of uit een loods bij een bedrijf te halen en/of
- door naar België af te reizen en/of op zoek te gaan naar een container waar drugs in zouden zijn verborgen/aanwezig zouden zijn
- op de uitkijk te staan/te posten teneinde die container met die drugs te kunnen onderscheppen bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks de
periode van 20 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Geldermalsen, althans in Nederland en/of Antwerpen en/of Beerse, althans in België opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,
immers heeft hij, verdachte een medeverdachte ([medeverdachte 2]) €100 betaald voor benzine (om de reis naar België te kunnen maken);
2
hij op of omstreeks 21 februari 2025 te Utrecht, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft gekocht en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3
hij op of omstreeks 19 april 2025 te Utrecht, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft gekocht en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4
hij in of omstreeks de periode van november 2022 tot en met 17 juni 2025 te Geldermalsen, gemeente West Betuwe en/of één of meer andere plaatsen, althans te Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, meermalen, althans eenmaal heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3MMC (Miauw), zijnde cocaïne en/of 3MMC (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, anders dan de feiten zoals vermeld onder 2 en 3 in de vordering tot bewaring.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Feit 1 – container met 366 kg cocaïne in België
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meer subsidiair dan wel meest subsidiair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit.
Beoordeling door de rechtbank
Om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde, in welke variant dan ook, te komen moet er bewijs zijn dat verdachte wist of had moeten weten dat hij meewerkte aan handelingen strekkende tot het uithalen van cocaïne uit een container. Met andere woorden: de rechtbank moet de vraag beantwoorden of (voorwaardelijke) opzet op het gepoogde, dan wel voorbereide misdrijf kan worden bewezen.
De verdachte heeft verklaard dat hij zijn neef [medeverdachte 2] € 100 heeft gegeven, omdat deze daarom vroeg. Hij wist niet waar zijn neef naartoe ging en hoorde pas achteraf wat er zich nabij de haven van Antwerpen had afgespeeld.
De officier van justitie stelt zich daarentegen op het standpunt dat verdachte wel degelijk voorafgaand wist wat het plan was. Volgens de officier van justitie is dit af te leiden uit het chatgesprek dat verdachte had met zijn neef [medeverdachte 2] (tevens medeverdachte) waarin [medeverdachte 2] aan verdachte vraagt of hij zijn auto mag meenemen. [medeverdachte 2] zegt ‘Moet ff iemand helpen’ en verdachte zegt ‘Ja ik heb gehoord’. Verdachte geeft ook antwoord op de vraag van [medeverdachte 2] of er genoeg benzine in de auto zit, op de zitting concludeerde de officier van justitie hieruit dat verdachte kennelijk geweten moet hebben waar [medeverdachte 2] naartoe ging.
Ook is er vertrouwelijke communicatie opgenomen tussen verdachte en een onbekende waarin verdachte zegt: ‘[medeverdachte 1] en [naam 1] waren vannacht aan het wachten. Bij een loods, hele nacht; vielen bijna in slaap; belden mij. [medeverdachte 2] wilden wel gaan’.
Volgens de officier van justitie heeft verdachte de 100 euro betaald aan [medeverdachte 2] zodat deze met de auto naar België kon rijden, terwijl hij wist dat [medeverdachte 2] ging voor het achterhalen van een partij drugs.
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte wist of had moeten weten dat het beoogde misdrijf het invoeren en/of verhandelen van cocaïne betrof.
Dit kan ook niet blijken uit de door de officier van justitie aangehaalde gesprekken. Uit het eerste aangehaalde gesprek is enkel op te maken dat verdachte wist dat [medeverdachte 2] iemand moest helpen, of verdachte ook wist waarmee valt daaruit niet op te maken. Het tweede gesprek is van ná de tenlastegelegde feiten. De rechtbank ziet in dat gesprek geen bewijs dat verdachte voor of tijdens het tenlastegelegde wist of had moeten weten wat [medeverdachte 2] en andere medeverdachten van plan waren.
Omdat de rechtbank tot het oordeel komt dat (voorwaardelijke) opzet op het in de tenlastelegging genoemde Opiumwetdelict niet kan worden bewezen, zal zij verdachte voor het onder 1 tenlastegelegde integraal vrijspreken.
Feit 2 – 1 kg cocaïne in Utrecht 21 februari 2025
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 1081-1098;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte op 30 juli 2025, p. 141.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde medeplegen, nu voor dat onderdeel van de tenlastelegging geen bewijs in het dossier aanwezig is.
Feit 3 – 1 kg cocaïne in Utrecht 19 april 2025
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 1101-1108;
- het proces-verbaal van verhoor verdachte op 30 juli 2025, p. 141.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde medeplegen, nu voor dat onderdeel van de tenlastelegging geen bewijs in het dossier aanwezig is.
Feit 4 – drughandel in Geldermalsen
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van verhoor [naam 2], p. 278-279;
- het proces-verbaal van verhoor [naam 2], p. 282;
- het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], p. 856;
- de verklaring van verdachte op de zitting van 14 april 2026.
De rechtbank is van oordeel dat uit de verklaringen van [naam 2] – die drugs voor verdachte rondbracht – volgt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat ook medeplegen kan worden bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
2
hij op
of omstreeks21 februari 2025 te Utrecht,
althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk heeft gekocht
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1 kilogram
, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3
hij op
of omstreeks19 april 2025 te Utrecht
, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk heeft gekocht
en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1 kilogram
, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4
hij in
of omstreeksde periode van november 2022 tot en met 17 juni 2025 te Geldermalsen,
gemeente West Betuween
/of één of meerandere plaatsen,
althans te Nederlandtezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,opzettelijk, meermalen
, althans eenmaalheeft
bereid en/ofbewerkt en
/ofverwerkt en
/ofverkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt en
/ofvervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en
/of in elk gevaleen hoeveelheid van een materiaal bevattende 3MMC (Miauw), zijnde cocaïne en
/of3MMC
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, anders dan de feiten zoals vermeld onder 2 en 3 in de vordering tot bewaring.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring cursief verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 2:
handelen in strijd met een in art. 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij art. 10 lid 1 van Pro de Opiumwet
feit 3:
handelen in strijd met een in art. 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij art. 10 lid 1 van Pro de Opiumwet
feit 4:
medeplegen van handelen in strijd met een in art. 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij art. 10 lid 1 van Pro de Opiumwet

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 6 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest bepleit.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft tweeëneenhalf jaar gehandeld in allerlei verschillende soorten harddrugs en in die periode (in ieder geval) twee keer een kilo cocaïne aangekocht. Hij kon ‘overal (de rechtbank begrijpt: aan alle soorten drugs) aankomen’. Hij heeft met meerdere verdachten samengewerkt en was een grote handelaar in de omgeving van Geldermalsen. Hij stuurde een (digitale) flyer rond en sprak over aanbiedingen, wat de indruk wekt van een grote en professioneel opgezette handel.
De rechtspraak kent een oriëntatiepunt van twaalf maanden gevangenisstraf voor verkoop van harddrugs gedurende zes tot twaalf maanden. Verdachte heeft tweeëneenhalf jaar, veel langer dan twaalf maanden gehandeld. Daar komt nog bij het tweemaal aankopen van een kilo cocaïne. De rechtbank acht alles overwegend een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren in dit geval passend en geboden. Dat is lager dan de eis van de officier van justitie, gelet op de vrijspraak voor betrokkenheid bij de invoer van 366 kilo harddrugs.
De reclassering heeft in het advies van 5 maart 2026 geadviseerd om gezien de jonge leeftijd van verdachte en zijn voornemen om zijn leven voortaan vrij van justitie-contacten te gaan leiden, een deels voorwaardelijke straf op te leggen met een flink voorwaardelijk strafdeel als ‘stok achter de deur’. Dit kan hem helpen om aan zijn doelen te werken en het risico op recidive te verlagen. Naast een meldplicht bij de reclassering worden als voorwaarden geadviseerd: deelname aan gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, een contactverbod met medeverdachten en inspanning voor het vinden en behouden van werk met een vaste structuur.
De rechtbank is van oordeel dat het advies van de reclassering in beginsel een geschikt pakket aan voorwaarden lijkt te bevatten om de goede voornemens van verdachte tot werkelijkheid te maken. Anderzijds heeft zij ook acht geslagen op de regelgeving op het gebied van voorwaardelijke invrijheidstelling. Een eventueel voorwaardelijk strafdeel zou wat de rechtbank betreft (ongeveer) gelijk zijn aan de periode dat verdachte bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voorwaardelijk in vrijheid kan worden gesteld. Het is bij die stand van zaken geval beter om tegen die tijd te beoordelen of het pakket aan voorwaarden nog actueel is.
Daarom zal geen voorwaardelijk strafdeel worden opgelegd, maar een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal de auto en telefoons met behulp waarvan het onder 4 bewezenverklaarde is begaan verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
De rechtbank zal de teruggave van horloges aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
Ook zal de rechtbank teruggave van de telefoons gelasten. Ter zitting is gebleken dat deze, hoewel ze niet op de beslaglijst staan, nog in beslag zijn genomen. Het is voor de rechtbank op basis van het dossier niet vast te stellen of deze telefoons voor verbeurdverklaring in aanmerking komen en of het bewezenverklaarde met behulp van deze telefoons is begaan.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 33, 33 a en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet.

10.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd de auto;
 gelast de teruggave van de horloges en telefoons aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin (voorzitter), mr. W.H.S. Duinkerke en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 mei 2026.
mr. J. Wiersma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer , gesloten op PL0600-2024059117 (Newton) en PL0600-2024464397 (Volta) en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.